De wereld kan niet zonder die fascinerende paddestoelen

Paddestoelen hebben de mensheid altijd al geïntrigeerd. Niet alleen de rijkdom aan vormen en kleuren is opvallend, maar vooral ook de soms toegeschreven mystieke eigenschappen. Alleen de naam paddestoel refereert al aan een magische, spirituele en duivelse sfeer.

Als de zon laag aan de hemel staat en de stralen door het uitgedunde bladerdek heenvallen, is het tijd om erop uit te trekken. Paddestoelen!

Associaties met kabouters, heksen, gifmengers, de duivel, slangen en padden zijn dan snel gemaakt.
Namen als heksenkring, heksenboleet, heksenbezem, duivelsei, duivelsbrood hebben daar van alles mee te maken. Keizersamaniet, pagemantel, ridderzwam verwijzen naar hogere en betere sferen.

In mythologische en religieuze verhalen hebben paddestoelen een bijzondere betekenis. Het is een middel om in een roes of trip te geraken om zo de goden te ontmoeten. De eigenschappen van schimmels zijn niet meer weg te denken uit ons bestaan. Bomen en struiken leven ermee in symbiose, de geneeskunde bedient zich ervan. Ze leveren een wezenlijk bestanddeel aan ons voedsel.

Paddestoelen zijn een belangrijke indicator voor het bio-ecologisch milieu. Veranderingen in het milieu kunnen worden afgelezen aan de soorten die erin voorkomen of er vooral niet meer zijn. Bepaalde schimmels en korstmossen zeggen onder andere veel over de mate van verzuring, overbemesting en veranderingen in de grondwaterstand. Paddestoelen en korstmossen (Lecanorales) nemen in aantal en soortenrijkdom af. Beschermen is dan aan de orde, hoewel veranderingen in menselijk handelen meer effect zullen sorteren op het behoud van de soortenrijkdom.

Het milieu wordt saai

Bijna eenderde van alle inheemse soorten in Nederland staat inmiddels op de ‘rode lijst’. Dit betekent letterlijk dat eenderde van alle soorten in zijn voortbestaan wordt bedreigd of op het punt van uitsterven staat. Van betekenis is dat het aantal soorten op voedselarme gronden drastisch afneemt, maar dat daarentegen de zwakteparasieten en stikstofminnende soorten in aantal toenemen. Verrijking van voedselarme gronden door inspoelen van o.a meststoffen en luchtvervuiling zijn factoren bij deze ontwikkeling. Een rechtstreeks gevolg is dat het aantal soorten afneemt en dat er veel paddestoelen van dezelfde soort voorkomen. Dat is geen positieve kwalificatie: het milieu wordt eenvormiger en eenvoudiger van samenstelling en dus saaier.

Hogere en lagere schimmels

Paddestoelen zijn het hele jaar te zien, maar het najaar is het absolute hoogtepunt. Vochtgehalte en

Als de zon laag staat, werpen statige beukenstammen hun schaduw vooruit

temperatuur van de bodem spelen een rol bij de ontwikkeling van schimmels. Zoals bij alle levende wezens kennen ook schimmels een moment van ‘bloei’. Steel en hoed of ook een verstrengeling van schimmeldraden komen dan boven de grond. Het zijn de vruchtlichamen van bepaalde schimmels. Hun plotselinge verschijning op onverwachte plaatsen is een boeiend schouwspel. We zien niets meer en minder dan maar een gedeelte van het schimmelrijk. Alleen soorten van de hogere schimmels (macrofungi) met een grootte vanaf één millimeter kunnen we met het blote oog zien. Alle lagere schimmels (microfungi) onttrekken zich hieraan.
In tegenstelling tot planten hebben schimmels geen bladgroen en zijn daardoor niet in staat om koolhydraten uit zonlicht en koolzuur te maken (fotosynthese). Schimmels onttrekken hun voedsel aan dood organisch materiaal of leven van hun gastheer als parasiet (saprofyten).

Leven in symbiose

Tal van bomen en struiken kunnen niet leven zonder samenwerking met schimmels. Beuk, eik, wilg, haagbeuk,

Ook de zichtbaarheid van spinwebben is een teken van een herfstige sfeer

tamme kastanje, linde, den, hazelaar en larix zijn daarvan enkele voorbeelden. Hogere schimmels vormen een schimmelwortel (ectomycorrhiza) om de wortels heen. Het beschermt de boom tegen uitdroging, tegen opneming van zware metalen en tegen ongewenste, als parasiet levende organismen. Schimmels helpen om voedingszouten op te lossen (organische stikstof en fosforverbindingen) en helpen zo mee aan de energievoorziening van de boom. De schimmelwortel bestaat zelf weer uit een fijn vertakt stelsel van schimmeldraden (mycorrhiza). De schimmel profiteert op zijn beurt weer van de door de boom vervaardigde suikers en zetmelen, verkregen door fotosynthese. Deze groep in symbiose levende schimmels is in staat om bovengrondse vruchtlichamen te vormen. Net zoals bij plantengemeenschappen is in deze groep opeenvolging (successie) in soorten waar te nemen. Een andere groep wordt gevormd door de endomycorrhiza (arbusculaire mycorrhiza). Zij zijn niet in staat om een bovengronds vruchtlichaam te vormen. Deze schimmels vormen een mantel rondom de wortels (bij o.a esdoorn, iep, kastanje, es, plataan). Ze leven deels saprofytisch en in symbiose.

Voortplanting

Vruchtlichamen van de hogere schimmels (macrofungi) noemen we paddestoel en zwam. Het is de waarneembare verzameling van aanwezige zwamvlokken of mycelia die boven de grond komt. Ze zijn allemaal ten minste tot geslachtelijke vermenigvuldiging in staat. Het vruchtlichaam is schijf-, schotel-, kom- of bekervormig (apothecia). Paddestoel en zwam zijn ingedeeld naar de kenmerken van hun geslachtelijke voortplantingsorganen: het is een zakjeszwam (ascomyceet) of steeltjeszwam (basidiomyceet). Bij de zakjeszwam rijpen de sporen (conidiën) in de ascus, dat op zijn beurt gevormd is in een kiemvlies (hymenium). De sporen worden met kracht weggespoten als ze eenmaal rijp zijn. Weer andere zwammen hebben een met een vlies omgeven sporenpakket (sporangiën), maar de werking is dezelfde. Bij kernzwammen liggen de asci in een aparte, in een holte of korstige stroma verzonken, gesloten vruchtlichaam (peritheciën). Steeltjeszwam (Basydiomyceten) heeft z’n sporen op lange steeltjes (sterigmen) staan. Deze rijpen in de buitenlucht. Basydiomyceten kunnen aan de hand van hun sporenmassa worden gedetermineerd. De sporen worden of weggeschoten, weggeblazen of door dieren verspreid (bv. truffel door zwijn en hert, iepziekte door kever en bij). Paddestoelen met een hoed hebben aan de onderzijde lamellen, buisjes of stekels waartussen of waarin sporen worden gedragen. Voordat de hoed opengaat, is deze omsloten met een vlies (velum partiale). Nadat de hoed geopend is, blijven delen van dit vlies op de steel achter. Vaak komt het voor dat het hele vruchtlichaam omsloten is met een vlies (velum universale). Na het openen van de hoed kunnen delen van het vlies achterblijven op de hoed, zoals dit bij o.a. vliegenzwam is te zien. Naast geslachtelijke vermenigvuldiging (Fungi perfecti) komt ook de ongeslachtelijke vorm voor. Deze schimmels behoren tot de groep van de Fungi imperfecti.
Korstmossen zijn een samenlevingsvorm van een schimmel (mycobiont) en een alg (phycobiont) en kunnen een lang leven leiden. Ze kunnen zich geslachtelijk of ongeslachtelijk (anamorf) vermenigvuldigen: ze breiden zich uit via een schimmelpartner of vermeerderen zich vegetatief of door uitgroeiing van de thallus (de stabiele vorm van de samenwerking van schimmel en alg).

Maatschappelijke betekenis van schimmels

Een leven zonder schimmels is ondenkbaar. Er zijn eetbare schimmels, schimmels met een geneeskrachtige

Een cantharel is lekker, maar kan nog steeds niet worden gekweekt

werking, schimmels waarvan je na inwendig gebruik gaat hallucineren en schimmels die door ze te eten de dood tot gevolg hebben. Voorbeelden van eetbare schimmels zijn onder meer: champignon, truffel, cantharel, reuzenbovist, fluweelpootje, oesterzwam, shiitake en blauwplaatstropharia’s. Kaas, brood, ketjap, wijn en quorn zouden niets zijn zonder de invloed van schimmels.
Penicilline is bekend als antibioticum, sporen van stuifzwam en bovist helpen om pijn van spataderen te dragen en om bloedneuzen tegen te gaan. De lakzwam staat in de belangstelling vanwege zijn gunstige eigenschappen om (mogelijk) kanker te remmen.
In de land- en tuinbouw worden meer en meer schimmels ingezet om ziekten en plagen te bestrijden.

Overigens, de Azteken kenden de eigenschappen van sommige paddestoelen al om in trance of euforie te raken. De hallucinerende werking van paddestoelen is dus echt niets nieuws.

Paddestoelenlijst (foto’s en beschrijvingen) –
– Zelf paddestoelen kweken

De wereld kan niet zonder die fascinerende paddestoelen

 

(Nederlands/Latijn)

Aardappelbovist, gele Scleroderma citrinum
Berkenzwam Piptosporus betulinus
Boleet, bittere Tylopilus felleus
Boleet, kostganger Boletus parasiticus
Cantharel, hanekam, dooierzwam Cantharellus cibarius
Dennenzwavelkop Psilocybe capnoides
Duivelsbroodrussula Russula drimeia
Eekhoorntjesbrood, gewoon Boletus edulis
Elfenbankje, ruig Trametes hirsuta
Franjevlekplaat Panaeolus sphinctrinus
Gordijnzwam, slijmige Cortinarius mucosus
Grijssteelrussula, oranjerode Russula decolorans
Kaalkopje, kleverig Psilocybe muscorum
Knolamaniet, gele Amanita citrina var. citrina
Koraalzwam, fraaie Ramaria formosa
Koraalzwam, rechte Ramaria stricta
Labyrintzwam, toefige Arbortiporus biennis
Melkzwam, kruidige Lactarius camphoratus
Melkzwam, lila Lactarius lilacinus
Melkzwam, perkamentachtige Lactarius pergamenus
Odeurzwam Squamanita odorata
Porseleinzwam Oudemansiella mucida
Pronkridder, paarse Calocybe ionides
Ridderzwam, ruige Trichloma vaccinium
Slijmzwam Tubifera ferruginosa
Spechtinktzwam Coprinus picaceus
Sponszwam, grote Sparassis crispa
Stronkmycena Mycena hiemalis
Tolzwam, echte Coltricia perennis
Vliegenzwam Amanita muscari
Zwavelkop, gewone Psilocybe fascicularis

‘t Geheim van de goede tuin: stap voor stap ontwerpen

Waarmee moet je beginnen? Met de paden, de begrenzingen van de tuin of de plantjes? Zelden wordt geprobeerd er eens een tekening of voorstelling van te maken. De inrichting van de tuin – voor of achter – lijkt wel een bijzaak te zijn van wonen. Jammer, want een goede inrichting schept telkens weer het genoegen erin te verkeren, te werken en voorkomt ook onnodig veel onderhoudswerk. Een goede tuin is niet alleen een mooie tuin, het is vooral een verlengstuk van het huis; een echte buitenkamer waar het met mooi weer goed toeven is in een betoverende omgeving.

 
Grenzen bepalen de tuin Terras en paden zijn functies
 
Als logisch gevolg ontstaan vlakken tussen paden en
bij terras
Hagen, terras, paden en vlakken formeren de tuin

de eerste stap:

meet de tuin op!

Niet de hele wijde omgeving is uw tuin en niet iedereen is familie van u. Dit gegeven bepaalt de noodzaak tot begrenzing van het eigen territorium. Zeker is dit het geval in steden waar de huizen dicht op elkaar staan. De afbakening van het eigen stukje grond is altijd wel keurig geregeld; bij een huurwoning of een koopwoning toch ten minste met behulp van wat paaltjes. En… dan sta je daar. Een lege woestijn met als opgave er iets (leuks) van te maken. Begin eerst eens met het opmeten van de lengte en de breedte van de tuin. Meet de lengte van alle zijden, de plaats van het schuurtje of de garage en vooral ook de plaats van een deur of schuifpui in de gevel, die toegang geeft tot de tuin. Maak een plattegrond van de tuin. Op een handige schaal, bijvoorbeeld 1 cm op de plattegrond is in werkelijkheid 50 cm.

de tweede stap:

denk na over wat je wilt doen en wat er in de tuin moet komen!

Net zo goed als erover nagedacht is, waar in het huis wordt geleefd, gekookt en geslapen of waar de beste plek voor het toilet is, zo moet er als eerste stap over worden nagedacht wat er zoal in de tuin gedaan kan worden. Het gaat dus om de inventarisatie van het gebruik van de tuin. De lijst zou kunnen bevatten: een terras, een border met vaste planten en éénjarige, een zandbak voor de kids, een plaats voor de vuilnisbak, een gazon, een vijver, een pad tussen de achterdeur en het schuurtje enz. Ofte wel de functies. Bekijk ook de ligging van de tuin met behulp van een kompas. Zon en schaduw bepalen waar je wilt zitten in de tuin en ook daarmee moet rekening worden gehouden bij het bepalen van waar het gazon of de border het beste kan komen.

de derde stap:

geef functies een plek in de tuin!

Logica is het recept voor de derde stap. Begin ermee ook goed na te denken over waar een functie het beste op z’n plaats is. De vuilnisbak helemaal achter in de tuin? Zou het niet handiger zijn als die vlak bij de keuken een plaatsje krijgt? Moet de vijver helemaal achter in de tuin als dit nu net je grote hobby is? Of moet die niet een meer prominente plek krijgen, omdat het zicht erop vanuit de woonkamer juist zo fraai zou zijn? Zou je het pad naar de schuur wel zigzaggend laten lopen als je er tientallen keren per dag naartoe loopt? Moet de border met die fraai bloeiende plantjes nou wel altijd langs de zijkanten ‘geplakt’ worden? Kortom, wat wil je wèl of niet zien. Waar komt wat en waarom. Functies een plaats geven heet ordenen en dat is vooral een zaak van praktisch zijn en logisch nadenken. Teken nu eens de bepaalde functies op de plattegrond. Dat kan gewoon door wat cirkels of blokken te tekenen. Niet elke functie is even groot. Kleine en grote plekken die beslag leggen op een gedeelte van de tui, zijn het gevolg.

de vierde stap:

ligging van paden en terras zijn een logisch gevolg van de functies

Zijn eenmaal de functies op een goede plek terechtgekomen, dan is de volgende stap om eens na te gaan hoe je daar(bij) kunt komen. Trek eens lijnen die een verbinding leggen tussen de noodzakelijk te bereiken functies. Maak je in eerste instantie niet druk over de breedte van zo’n pad. Belangrijk voor de hele indeling van de tuin is de ligging van één of meer terrassen. Dit kan een plek zijn direct grenzend aan het huis en/of achter in de tuin. Houd daarbij de bezonning goed in het oog. De grootte van een terras is afhankelijk van het aantal personen dat het gebruikt. Vuistregel is zo’n 2,2 m2 per persoon. Ook gasten willen zitten, dus maak het terras ruim genoeg.
Er is een groot verschil tussen een terras en een pad. Een pad is nodig om ergens bij te kunnen komen en het kan ‘lengte’ accentueren. Dit is een optisch foefje om de tuin ‘iets’ langer te laten lijken dan in werkelijkheid. Het geeft raffinement. In een kleine tuin is optisch bedrog van groot belang: kleuren en formaat van verhardingsmaterialen, texturen van planten etc. spelen daarin een grote rol. Het terras is vooral de plek waar je zit en waar vanaf je langdurig de tuin in of naar de tuin kunt kijken.

 
Vanaf het terras kijk je lange tijd naar de tuin Een vijver naast het terras is
een blikvanger

Naast de goede afmetingen van een terras is de nabijheid van planten of een vijver bijna een must. In een tuin met ruime afmetingen is een ‘aanliggend’ gazon heel bruikbaar voor de beleving van de tuin. Het platte vlak, dat een gazon is, vormt een zichtveld op de tuin (wanden en borders). Het geeft het idee van ruimte. Is de tuin klein, dan kunnen ‘suggererende’ diepte en lengte

Een vernauwing door een rozenboog verhoogt de ruimteljke spanning

onderdeel zijn van de inrichting.

Een opdeling van de tuin in direct behorend bij het huis en verder weg van het huis in de verhouding 1/3 – 2/3 werkt prima. De opdeling kan vorm worden gegeven door een haag of door transparante tuinschermen te plaatsen. Nog spannender wordt het wanneer op 1/3 van de tuinlengte de ‘wand’ echt boven ooghoogte uitsteekt. Plaatsing van een rozenboog of een als poort geknipte haag versterkt het effect van diepte en maakt de tuin tot een spannende beleving.

de vijfde stap:

teken alles in de juiste afmetingen

Alles heeft z’n afmetingen. Een terras voor vier personen meet al gauw 3.50 x 3.50 meter. Wanneer de breedte van de gevel groter is, is het uit ruimtelijk oogpunt misschien mooier om het terras over de volle breedte van de gevel te tekenen. De keuze om vakken daarin of daarlangs met planten te maken is dan de volgende stap. Een paadje van 60 cm breedte is voldoende voor het belopen door één persoon. Naast elkaar lopen vergt al gauw 120 cm. Een paadje tussen border en gazon (een opsluitrand) kan in een breedte van 20 cm, maar 40 cm is toch echt fraaier.

Stoei eens met deze simpele uitgangspunten. Probeer hoofdzaken dan van bijzaken te onderscheiden. Niet elk paadje is even belangrijk. Belangrijke paden maak je breder dan niet belangrijke; de opsluitrand van een border kan echt minder breed dan het pad naar de schuur. Hiermee tekent zich in hoofdlijnen de inrichting van tuin al af.

Vegetatief vermeerderen V – oculeren

Ook u kunt leren oculeren. Net zoals bij spleetenten wordt een bewortelde onderstam gebruikt. Speciaal gereedschap in de vorm van een scherp oculatiemes is wel nodig. Voor wie nog nooit een oculatie heeft uitgevoerd, is het haast onbegrijpelijk dat uit zo’n klein plantendeel ‘een oog’ een volledige plant kan groeien.

Veel toegepast

Oculeren is afgeleid van oculus, dat oog betekent. Bij deze vorm van vermeerderen speelt het oog van een plant of struik de belangrijkste rol. Alle planten hebben wel knoppen = ogen. In dit stukje weefsel liggen eigenschappen van de plant besloten. Groei- en bloeiwijze zitten in dit stukje plant. Het ligt voor de hand, omdat plant en struik zoveel van die ogen hebben, daar gebruik van te maken.

Met name bij de ‘veredeling’ van rozen wordt op grote schaal geoculeerd. Seringen, gouden regen, blauwe regen, kiwi, appel, peer, hazelaar, kers, perzik, pruim, de meeste boomsoorten, toverhazelaar, magnolia’s, hulst, rododendrons, sneeuwbal, weigelia’s en veel potplanten kunnen wel worden geoculeerd. Bij al die planten, bomen of struiken, waar soortechtheid een rol speelt of een struikvorm eens op stam wordt gezet, wordt oculatie toegepast.

Links: het oog is in de T-vormige snede aangebracht en goed samengebonden met de onderstam
Rechts: de nieuwe (soortechte) plant groeit uit het geoculeerde oog

Vóór einde zomer

Bij oculeren is het nodig dat de onderstam in nauwe verwantschap staat tot de plant, boom of struik, waarvan het oog wordt weggenomen. Onverenigbaarheid of afstoten is het gevolg van onjuiste verwantschap. Afstoten van het oog (het niet willen samengroeien) kan ook als oorzaak hebben dat door de onderstam te veel sapstroom naar het oog wordt toegevoerd. ‘Verdrinken’ van het oog is dan het geval.

Oculeren doe je op een bestaande onderstam die in de tuin of op de akker groeit. Rooien is niet per se nodig. Oculatie wordt bij voorkeur in augustus uitgevoerd. De sapstroom in de plant wordt dan al wat minder sterk.
Bij oculatie wordt in de bast van de onderstam een oppervlakkige T-vormige snede aangebracht in het cambium = bast. Aan weerszijden van de langssnede wordt de bast voorzichtig losgemaakt van het kernhout. De bast wordt vanaf de bovenzijde (de dwarssnede) opengebogen.

Van de plant die we willen vermeerderen, wordt het oog met een stukje bast aan onder- en bovenkant oppervlakkig losgesneden. Een ovaalvormig stukje, met het oog daarin centraal, is dan het resultaat. Het oog met bast wordt vervolgens in de opengewerkte T-vormige snede geplaatst en goed tegen het kernhout aangedrukt. De wond met daarin het oog wordt samengebonden met raffia of een langwerpig stukje, dunne rubberen band, waardoorheen een nietje wordt geslagen. De top van de onderstam mag iets worden ingekort.
Nu maar hopen dat het oog vergroeit met de onderstam!

Nazorg

Zodra de oculatie is geslaagd, dat wil zeggen dat het oog is uitgelopen, wordt in het voorjaar de onderstam boven de oculatie weggesnoeid. De jonge plant zal zich zelfstandig ontwikkelen en al z’n eigenschappen in z’n voortbestaan tonen.

Alle vormen van vermeerderen

I Stekken – II Afleggen – III Marcotteren
IV Copuleren – V Oculeren – VI Enten

Vegetatief vermeerderen III – marcotteren

Deze vorm van vermeerderen wordt nog maar weinig gebruikt. Voor liefhebbers van kamerplanten of voor wie een balkon heeft een methode om met verwondering te kunnen constateren dat zo’n eenvoudige ingreep ook nog resultaat geeft. Het is een schone manier van vermeerderen; er komt geen grond aan te pas.

Links: bloempot met vochtig mos om stengel
Rechts: bewortelde stengel

Nieuw en oud bij elkaar

Kenmerkend voor marcotteren is dat de toekomstige nieuwe plant (voorlopig) aan de oude plant (moederplant) blijft zitten. Marcotteren heeft overeenkomsten met afleggen, zij het dat bij marcotteren in plaats van grond sphagnum, vochtig mos of watten wordt gebruikt.

Om beworteling te krijgen wordt de bast van de plant onder een knop, blad of bladpaar verwond. Een stukje van de dunne bast wordt verwijderd. Het blad aan de stengel, direct boven de verwonding, wordt op de bladsteel doorgeknipt. Vervolgens wordt een bloempot van gebakken klei gehalveerd. De grootte van de bloempot is afhankelijk van de dikte van de stengel van de plant: voor een dikke stengel een grote bloempot, voor een dunne stengel een kleine bloempot. Het gat onder in de bloempot moet worden aangepast aan de dikte van de stengel. Met behulp van een steenboor is dit geen onoverkomelijk karwei. Het gat moet iets ruimer zijn dan de dikte van de stengel, zodat de stengel niet bekneld raakt. Wie dit allemaal te veel is, gebruikt plastic en wikkelt dit rondom de plaats waar gemarcotteerd is.

Rondom de verwonding wordt vochtig sphagnum, vochtig mos of vochtig gemaakte watten aangebracht. De twee helften van de bloempot worden er omheen gedaan en met touw of dun ijzerdraad samengebonden. Mocht de stengel met de bloempot eraan topzwaar worden of zelfs overhellen, dan twee tonkinstokken in de pot/bak steken, waarin de moederplant staat en het uiteinde van deze stokken verbinden met de bloempot van het gemarcotteerde deel. Regelmatig water geven, zowel de moederplant en de toekomstige nieuwe plant in de bloempot is de enige verzorging die nodig is.

Na 8 tot 12 weken de bloempot voorzichtig losmaken en controleren of er al voldoende wortels zijn gevormd. Is dit het geval, dan wordt de scheut losgeknipt van de moederplant (uiteraard doorknippen onder de nieuw gevormde wortels). De nieuwe plant kan nu in pot worden gezet. Als grond gebruik je potgrond. De moederplant zal vanuit de bladoksels (aan het stengeldeel onder de afgeknipte top) weer nieuwe uitlopers vormen.

Welke planten marcotteren?
Planten met leerachtig blad, planten die bij doorsnijden melksap produceren.
Rubberboom (Ficus elastica) Fatsia, Dracaena, Hibiscus etc.
Experimenteer naar hartelust.

Alle vormen van vermeerderen

I Stekken – II Afleggen – III Marcotteren
IV Copuleren – V Oculeren – VI Enten

Machines en gereedschappen

 

Soort gereedschap, beschrijving en doel: onderhoud beplanting

Snoeischaar
Er zijn verschillende snoeischaren: de alleskunner, de rozensnoeischaar, de aambeeldsnoeischaar. Hoe degelijker de uitvoering is, des te gemakkelijker gaat het knippen. Let op: er is een snoeischaar voor links- en rechtshandige gebruikers èn voor mensen met kleine en grote handen.
De aambeeldsnoeischaar is de beste keus die je kunt maken; de hefboomtechniek zorgt voor krachtbesparing. Bij sommige (dure) snoeischaren is het mogelijk het mesblad te vervangen. Hoe beter het staal van het snijblad, des te minder snel is het mes onscherp. Een onscherp mes zorgt voor rafelige wonden aan takken. De alleskunner is het meest klassieke type snoeischaar dat er is. De schaar is geschikt voor normaal gebruik in de tuin en knipt o.a. zelfs blik en karton. Wie veel snoeiwerk heeft, kan beter een heel goede schaar kopen. Een rozenschaar is heel geschikt voor het snoeien van zacht hout: rozen en doornige struiken, bessen en sierstruiken.
Heggenschaar
In principe zijn er twee typen heggenscharen: de standaardheggenschaar en de heggenschaar met golfsnede. De standaardschaar is voorzien van verzinkte schaarbladen van gehard staal.
De bladen worden bijeengehouden met een spanschroef, waarmee de bladen ten opzichte van elkaar zijn in te stellen. De schaar kan zijn uitgevoerd met een aanslagbuffer.
De golfsnedeschaar bestaat ook uit geharde stalen bladen. De golfvorm van het mes zorgt voor het vasthouden van het snoeiafval. De golfsnedeschaar is het beste dat nu verkrijgbaar is.
Heggenschaar elektrisch
Elektrisch knippen van een heg verlicht dit karwei aanzienlijk. De scharen zijn er in verschillende snedenlengtes: 35, 40, 43, 70 centimeter. Let er bij aankoop op dat de schaar is uitgevoerd met een zo genoemde veiligheidsstop.
Deze scharen kunnen alleen worden aangezet als vingers aan beide handen de startknop en veiligheidsvergrendeling in werking zetten. Zodra een van beide wordt losgelaten, stopt de machine abrupt. Let titleijd goed op het elektriciteitssnoer: voor je het weet, knip je er doorheen. Wind het snoer met een paar slagen rond de schouder. Maak de snijmessen na gebruik goed schoon.
Takkenschaar
Met een takkenschaar worden takken tot ca vijf centimeter moeiteloos van bomen en struik geknipt.
Er zijn verschillende uitvoeringen van de takkenschaar: met hefboomtechniek en met tweezijdig snijdend mes. De lange grijpbuizen werken als een hefboom, zodat het knippen met een geringe krachtsinspanning gaat.
Boomzaag
De boomzaag heeft in principe grove tanden op het zaagblad. Er bestaan beugelzagen en boomzagen die op een steel worden gezet.
Beugelzagen zijn geschikt voor elk zaagkarwei in boom of aan struik voor zover je erbij kunt komen. De boomzaag op steel is geschikt om vanaf de grond hoger geplaatste takken uit een boom te zagen. In het algemeen is het zaagblad van een beugelzaag te vervangen door een nieuw blad.
Kettingzaag
Een elektrisch of motorisch aangedreven zaag. De ketting draait rond om een metalen blad met kettinggeleider. Handige machine om bomen mee te vellen of openhaardhout mee te verkleinen. Let op de beveiliging: die is er niet voor niets op aangebracht. Het is een levensgevaarlijk instrument. Houd kinderen op afstand en laat de machine nooit onbeheerd achter. Na gebruik de ketting en het aandrijfmechanisme titleijd reinigen. Beschermende kleding en gehoorbescherming zijn voorschrift.

grondbewerking en -verzetonderhoud gazon
onderhoud beplanting

Machines en gereedschappen

 

Soort gereedschap, beschrijving en doel: onderhoud gazon

Kooimaaier
Elekrisch, met motor of handkracht aangedreven grasmaaier. Het gras wordt door middel van ronddraaiende messen (rondsel) afgesneden. Een glad geschoren gazon is het resultaat. Het grasmaaisel wordt al of niet opgevangen in een bak achter het rondsel.
Cirkelmaaier
Elektrisch of met motor aangedreven maaier voor lang gras. Een ronddraaiend slagmes slaat het gras af. Niet geschikt voor wie een strak geschoren gazon wil. Voor beheer van kruidenrijke en/of bloemrijke vegetaties.
Bosmaaier/trimmer
Elektrisch of op batterij aangedreven machine om plukken gras (rondom bomen, struiken) weg te maaien. Slootbermen en steile taluds kunnen hiermee worden gemaaid. Grassen worden door een snel ronddraaiend nylonkoord op een spindel afgeslagen. Geregeld vernieuwen van het nylon koord is noodzakelijk voor een goede werking. Moeilijke bereikbare plaatsen kunnen met deze machine worden bewerkt. De bosmaaier is minder geschikt om grasranden te maaien: de scherpe rand van het gazon wordt weggeslagen.
Graskantenknipper (elektrisch)
De elektrische graskantenknipper (220 volt of op accu) knipt moeiteloos randen van het gazon. Een knipper op accu is alleen aan te bevelen voor een klein gazon. De accu raakt meestal snel leeg en het duurt uren eer die weer is opgeladen. Koop twee accu’s, zodat het werk in één keer kan worden afgemaakt.
Hand graskantenknipper

Voor wie niet afhankelijk wil zijn van onhandige snoeren bij het knippen van de gazonrand, is er de handknipper.
De schaar is er in vaste uitvoering of kan in een schuine stand (45° of 90°) worden gezet.
Gazon/bladhark
Breed gegalvaniseerd metalen-, plastic of bamboeblad voorzien van vorken. Geschikt om zowel gazonmaaisel als blad af te harken. De vorken moeten soepel veren om te voorkomen dat grond wordt weggeharkt.
Kantensteker
Voor het handmatig snijden en rechtmaken van kanten langs het gazon. Door een lijn te spannen kan een kaarsrechte rand worden gemaakt. Het maanvormige blad is van gehard staal. De buitenrand is in mesvorm geslepen.
Vertikuteerkam
Voor het grondig reinigen van het gazon (mos en vilt). De kam bestaat uit scherpe messen met weerhaken. Bij gebruik van de kam wordt het gazon in repen gesneden, waardoor lucht en na dressen voedingsstoffen dicht bij de wortels kunnen komen. Ongewenste kruiden en mos komen los in het gazon. Na gebruik van de vertikuteerkam de ongewenste kruiden en het mos met een bladhark van het gazon afharken.

grondbewerking en -verzetonderhoud gazon
onderhoud beplanting

Machines en gereedschappen

 

Soort gereedschap, beschrijving en doel: grondbewerking en -verzet

Kruiwagen
Handig om flinke hoeveelheden compost en grond te verplaatsen. Uitvoering in staal of kunststof. Een metalen kruiwagen gaat langer mee. Verplaatsingshoeveelheid ca 80 liter. Geschikt voor tuinen vanaf >100 M2.
Spade- en spitvork
Geschikt voor spit- en graafwerk in met name zware grond zoals leem en klei. Met een spadevork spit je gemakkelijker dan met een spade. Bovendien wordt de grond los van structuur.

Voor het voorzichtig opspitten van wortels, knollen en bollen is de spadevork uitstekend geschikt. De vork dringt diep door in de hardste grond(en). Ook heel geschikt voor het optasten en verplaatsen van verse, strorijke mest.

Bats en spade
Een bats is geschikt voor het wegscheppen van losse grond (zand en tuingrond). Let erop, dat blad en dul uit één stuk zijn gesmeed. Een andere naam voor bats is ook wel panschep. Het brede en min of meer holle blad zorgt voor het verscheppen van grote hoeveelheden grond.

In iedere tuin moet weleens worden gespit. Een spade behoort tot de basisuitrusting. Koop altijd een spade waarvan het blad en dul uit één stuk zijn gesmeed. Met de spade is in één steek 15 – 20 cm diep te spitten. Een zogenoemde opgezette trede op de bovenkant van de spade voorkomt pijn aan je voet.

Schoffel
Schoffels zijn er in verschillende breedtematen. Het werktuig wordt gebruikt om kruiden te wieden. Door stoten en trekken wordt het kruid op de wortel losgemaakt. Schoffelen is alleen handig op lichte grond (zand, humeuze zandgrond en lichte zavel). Voor een kleine tot middelgrote tuin is een bladmaat van zestien centimeter voldoende.
Handcultivator, plantschep en voegenreiniger
De handwoeler is een compact stukje gereedschap om de grond tussen vaste planten en eenjarige mee los te maken. Zowel in de tuin op de begane grond als voor bloembakken of balkontuinen is het een onmisbaar stuk gereedschap. Een verchroomde uitvoering heeft de voorkeur: roest minder en is duurzamer.

De plantschep behoort zonder meer tot ieders uitrusting. Planten en verplanten van vaste planten en eenjarige gaat hiermee heel goed. Eventueel ook te gebruiken om bloembollen mee te planten en op te rooien. Een gegalvaniseerde en gelakte uitvoering of geheel verchroomd is een goede keus.

Een voegenreiniger is nuttig om kruid tussen tegels en al het andere straatwerk uit te krabben. Van tijd tot tijd moet het mes worden geslepen en van bramen worden ontdaan. Alleen de v-vormige buitenkant snijdt en is geschikt om kruiden mee los te snijden.

Schrepel
Wordt ook wel handschoffel genoemd. Het werktuig bestaat uit een kwartrond blad, waarvan de langste zijde geslepen is op een metalen steel met houten handvat. Een goede vervanger van de schoffel mits de tuin of de te onderhouden border niet te groot van omvang is. Kruiden kunnen diep worden losgemaakt uit de grond.
Hark
Harken zijn er in verschillende breedtematen: 20, 30, 35 centimeter. De tanden zijn iets gekromd om kruiden, grasresten en blad bij elkaar te houden. De tanden moeten van staal zijn om weerstand te bieden aan allerlei grondsoorten variërend vanaf zand tot en met zware klein. Let erop, dat kam en steelinsteek uit één stuk zijn gesmeed. De hark is bij uitstek geschikt om grond fijn te harken en te egaliseren. In dat geval is een hark met rechte tanden meer geschikt dan een hark met kromme tanden.
Cultivator
Is geschikt om dichtgeslagen grond los te woelen en lucht in de grond te brengen. Er zijn handcultivators en cultivators op steel. Meestal bestaat een cultivator uit drie bladen op een stalen steel met aan de voet een v-vormig schoffeltje. De afstand tussen de schoffels bepaalt de werkzame breedte. Cultivator op houten steel is er in een breedte van respectievelijk 9 en 11 centimeter.
Grondfrees
De machine wordt elektrisch of met behulp van een benzinemotor aangedreven. Ronddraaiende messen zorgen voor verhakselen van kruiden, wortels en grond. Voor de aanleg van grote tuinen levert de machine een aanmerkelijke tijdsbeparing op: je hoeft de oppervlakte niet handmatig om te spitten. Nadeel is dat de bodemstructuur onder veelvuldig frezen te lijden heeft.
Graafmachine
Voor het ontgraven en/of verzetten van grote hoeveelheden grond. Uitsluitend lonend bij aanleg van een grote tuin. Er zijn minigravers en dieplepels.
Shovel
Shovel Voor het ontruimen, ontgraven, afvlakken en verzetten van grote hoeveelheden grond. Alleen via een aannemer.

grondbewerking en -verzetonderhoud gazon
onderhoud beplanting

Machines en gereedschappen

"Gemak dient de mens" en dat is zeker van toepassing op allerlei hulpmiddelen, die het werk in de tuin vergemakkelijken of verlichten. Als je een tuin hebt, ontkom je niet aan een basisuitrusting tuingereedschappen. Niet alles wat er te koop is op dit gebied is nodig. Het is afhankelijk van het type of uit welke onderdelen de tuin bestaat. Als je een gazon aanlegt, zit daar een gazonmaaier aan vast. Wie een boom plant, moet mettertijd een snoeischaar en/of boomzaag aanschaffen. Vooruit denken is nodig voor het juiste onderhoud van de tuin en de levende beplanting erin.

Een minimale uitrusting bestaat toch wel uit een spade, hark, plantschep, snoeischaar, schrepel en bezem. Bedenk wel dat je gereedschap meestal maar één keer in je tuinleven koopt. Koop daarom kwalitatief goed gereedschap. Voor specifieke werkzaamheden is het vaak mogelijk om daarvoor machines (en mankracht) te huren. Al het gereedschap is een langer leven beschoren als het na gebruik goed wordt schoongemaakt.

Per onderdeel is een aantal gereedschappen beschreven en is vermeld waarvoor ze moeten worden gebruikt. En dat hoeft niet heel vaak te zijn.

Passend gereedschap voor:

grondbewerking en -verzetonderhoud gazon
onderhoud beplanting

Erfscheidingen

 

Juridische aspecten rond heggen, hagen, bomen en struiken op of nabij erfscheidingen

Bomen, heesters en heggen op of nabij de erfgrens kunnen een bron van geschil vormen tussen buren. Het burenrecht regelt de bevoegdheden en verplichtingen van de eigenaren van naburige erven. Handhaven en herstellen van vrede tussen eigenaren van en naburige erven is de belangrijkste doelstelling van het burenrecht (Art. 5:37 t/m 59 Burgerlijk Wetboek).
Rond ‘wat is’ een heg, haag of boom bestaat veel begripsverwarring. Wanneer is er sprake van een boom en wanneer is een heg een op rij geplant aantal bomen?
Zowel juridisch als taalkundig zijn er verschillen in definiëring te ontdekken.

1.
2.
3.
4.
5.

6.
7.

Taalkundige definitie boom en haag
Juridische definitie van boom en haag
Burenrecht en kettingbeding
Verboden zone
Gemeentelijke- en lokale (bouw-)verordening
Verwijdering vorderen
Aanwijzen van een bemiddelaar
8.

9.
10.

11.
12.

  Snoeien overhangende takken en kappen wortels
Misbruik van bevoegdheid
Mandeligheid in verband met erfscheiding door middel van een haag
Schikking is meestal verkieslijk!
Adressen voor deskundige hulp en advies

1. Taalkundige definitie van boom en haag

Taalkundig gezien verstaan we onder een boom een houtachtig gewas op een (enkele) stam die zich op enige hoogte van de grond vertakt. Een heg of haag bestaat eveneens uit een levend, houtachtig gewas, dat al naar gelang de standplaats of verzorging te verstaan is als omheining en dat al dan niet in een regelmatige cyclus in een gewenste vorm wordt geschoren.
In de Model Bomenverordening (in een uitgave van de Vereniging Stadswerk en de Bomenstichting) wordt in art. 1 onder a een juridische definitie gegeven.

2. Juridische definitie van boom en haag

Een boom is een overblijvend houtig gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 cm op een hoogte van 1,30 m boven het maaiveld. In het geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.

   
Een boom is een boom, indien de stam op een hoogte van 1,30 m boven het maaiveld een dikte heeft van 10 cm. De hoogte van een heg of haag mag maximaal 2 m boven het maaiveld bedragen. Een heg of haag kan ook gevormd worden door op rij staande bomen die een toelaatbare heg vormen.

In principe kent de Nederlandse wet geen definitie van het begrip boom. De omschrijving in de Model Bomenverordening is in zijn algemeenheid wel opgenomen in de meeste gemeentelijke verordeningen. In rechtspraak over Art. 5:42 BW (oud BW Art. 714) blijkt het feit of een boom hoog kan worden belangrijker te zijn dan dat deze hoogopschietend is. Vanaf een hoogte van ca 3 m blijkt dat er sprake is van een boom, aldus het oordeel van rechters. Andere rechtspraak duidt erop dat een coniferenhaag tot 2,25 m hoogte een rij bomen is met een zodanige hoogte dat zij een toelaatbare heg vormen in de zin van Art. 5:42 BW. Uit lid 3 van Art. 5:42 BW is af te leiden dat in beginsel een heg tot 2 m hoogte toelaatbaar wordt geacht.

3. Burenrecht en kettingbeding

Aangezien het burenrecht een zogenaamd regelend recht is, is het belangrijk na te gaan of (ook in het verre verleden) een overeenkomst met betrekking tot beperkt zakelijk recht is gevestigd. In de praktijk blijken op schrift gestelde overeenkomsten belangrijker te zijn dan de wettelijke regels met betrekking tot burenrecht! Notariële akten, mits ingeschreven in de openbare registers, kunnen overeengekomen afspraken afdwingen en – mits niet herroepen – deze afspraken zijn ook afdwingbaar tegenover bijvoorbeeld nieuwe buren; het kettingbeding.

4. Verboden zone

Op grond van Art. 5:42 BW is bepaald dat het niet geoorloofd is binnen bepaalde afstanden van eens anders erf bomen, heesters of heggen te hebben. Voor bomen is deze afstand in beginsel 2 m, voor heesters en heggen 50 cm. Dit geldt echter niet voor en op openbaar gebied! De wet formuleert hiermee de zo genoemde ‘verboden zone’.
Hierop zijn tal van uitzonderingen. Om er een paar te noemen zonder volledig te kunnen zijn:
* een daarop betrekking zijnde notariële akte.
* een door buren onderling en afzonderlijk ondertekend briefje.
* een mondeling overeengekomen toestemming welke in het bijzijn van (een) getuige(-n) is uitgesproken.
Langdurig gedogen en niet protesteren tegen een bepaalde beplanting vormt echter geen argument voor de rechter.

5. Gemeentelijke en lokale (bouw)verordening

De wetgever heeft ‘bewust’ ruimte gelaten voor lagere overheden om afwijkingen te formuleren ten aanzien van de verboden zone in bijvoorbeeld een gemeentelijke of plaatselijke verordening. Dit kan inhouden

Een heg of haag geplant op het midden
van de erfscheiding.
Er is sprake van ‘mandeligheid’.
De afstand van de erfgrens ten opzichte van het hart van een (boom)stam moet in beginsel minimaal 2 m bedragen.
Een heg of haag moet in beginsel minimaal op 50 cm afstand van een erfgrens staan.
Uitgaande van Art. 5:44 BW wordt verticaal gemeten op de erfgrens.
In Art. 5:42 BW wordt uitgegaan van een horizontale meting vanaf de erfgrens tot het hart van de (boom)stam.
De roodgele baan vormt de verboden zone, zoals deze in de wet is geformuleerd. De wettelijk minimale afstand van boom en/of haag is gelijk aan wat bij de tekening in het midden is vermeld.

dat de in Art. 5:42 BW genoemde afstanden voor heggen, hagen en heesters nihil kunnen zijn!
Uitgaande van Art. 5:42 BW wordt horizontaal gemeten over een zone van 2 m vanaf de erfgrens op het erf van de ander.

6. Verwijdering vorderen

Een buur kan verwijdering vorderen van bomen, heesters of heggen die hoger zijn dan een scheidsmuur, indien lucht, licht (geen zonlicht) of uitzicht wordt ontnomen. Meestal is in een lokale (bouw-)verordening of door plaatselijk gebruik de maximaal toegestane hoogte van een scheidsmuur bepaald. Op grond van Art. 5:49 BW is die hoogte bepaald op 2 m bij afwezigheid van een verordening of plaatselijke gewoonte. In beginsel betekent een en ander dat een haag slechts 2 m hoog mag zijn. Echter… afstanden tussen gevels, indien deze ruim zijn, kunnen een hogere haaghoogte aannemelijk maken.

7. Aanwijzen van een bemiddelaar

Om een burengeschil over een boom of heghoogte niet te laten escaleren en om te voorkomen dat men moet procederen, kan een voor beide partijen acceptabele derde persoon als bemiddelaar in het geschil worden aangesteld. Een (boom- of groen-) verzorgingsdeskundige kan men bijvoorbeeld vragen voor het geven van een bemiddelend snoei-advies. Voor adressen voor advies en hulp: zie onder 12.

8. Snoeien van overhangende takken en het kappen van wortels

Art.5:44 BW geeft iemand het recht om na schriftelijke aanmaning met termijnstelling aan zijn nabuur zelf de over de erfgrens overhangende takken die buiten de 2 m zone staan te kappen of te snoeien. De rechten op grond van Art.5:44 BW worden recht omhoog gemeten op de erfgrens. Hetzelfde is van toepassing op buurman’s wortels die doorschieten op het eigen erf. De verplichting tot schriftelijke aanmaning is hiervoor niet nodig. Dit laatste is uiteraard sterk aanvechtbaar.

9. Misbruik van bevoegdheid

Art. 3:13 BW handelt over misbruik van bevoegdheid. Het kan hierbij gaan over het kennelijk willen dwarsbomen van de nabuur. Dat moet dan wel bewezen kunnen worden! Het bijvoorbeeld in eigen hand rigoureus terugzetten van wortels of een boomkroon op een zodanige wijze behandelen dat schade wordt toegebracht aan het voortbestaan van een boom of ook dat een boom uit esthetisch oogpunt ‘onwenselijk’ is behandeld, is strafbaar!

10. Mandeligheid in verband met erfscheiding door middel van een heg of haag

In het voorgaande is steeds uitgegaan van het feit dat het onomstotelijk duidelijk was, wie de eigenaar van een boom of heg is.
Een bijzonder soort gemeenschappelijk eigendom is ontstaan, wanneer de erfgrens ergens door de voet van een stam loopt of ook wanneer de grens van twee erven, die aan verschillende eigenaren toebehoren, er in de lengterichting onderdoor loopt. In dit geval is er sprake van ‘mandeligheid’ hetgeen in de artikelen 5:60 tot en met 5:68 BW is geregeld. Bepaald is dat in geval van gemeenschappelijk eigendom of mede-eigendom geen der beide eigenaren iets aan dit eigendom (boom of heg) mag veranderen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de ander. Als een heg dus een erfscheiding van twee erven vormt, wordt vermoed dat het midden van de heg de erfgrens is (Art. 5:36 BW). Tenzij ander bewijs van erfloop wordt dit vermoeden ook gerekend tot mandeligheid i.c. quasi-mandeligheid.

11. Schikking meestal verkieslijk!

Het geheel overziend is het raadzaam bij het planten van een boom, heester of een haag zorgvuldig te werk te gaan en goed na te denken over de eventuele consequenties en juridische gevolgen van zo’n daad:
* inachtneming van het geregelde recht op dit gebied voorkomt problemen op termijn.
* zijn er problemen, dan is het raadzaam tot een wederzijdse, aantrekkelijke schikking te komen. Dit voorkomt moeilijke en dure juridische procedures.
* inschakelen van een onafhankelijk deskundige kan voor de juiste bemiddeling en bovendien voor een praktisch advies zorgen.

12a. Voor deskundige hulp en advies:

  1. Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur NVTL, Oudebrugsteeg 11-2, 1012 JN Amsterdam,
    tel. 020 4275590 – fax 020 4217172.
    Bij deze vereniging kunt u het adres krijgen van een onafhankelijke adviseur in uw omgeving.
  2. Bomenstichting Met informatie over bomen op de erfgrens.

12b. Voor juridische vragen naar aanleiding van dit artikel, uitsluitend: