Het maken van een herfstborder

Aan het eind van het seizoen worden dikwijls ook de activiteiten in de tuin op een laag pitje gezet. Toch kan ook het najaar nog het nodige bieden. Sterker nog, het is mogelijk om een border of plantvak samen te stellen, dat vooral attractief is tijdens de herfst.

Het aanschaffen van planten, die vooral in de herfst aantrekkelijk zijn,

A. japonica ‘Alba’ (herfstanemoon) bloeit tot vroeg in oktober

vereist een ommezwaai in het denkpatroon van de gemiddelde tuinliefhebber. Die rept zich immers in het voorjaar naar het tuincentrum of de kwekerij om daar de nodige planten aan te schaffen. Dat moeten dan het liefste planten zijn, die al een beetje tonen of desnoods beloven snel in bloei te komen. Planten, die aantrekkelijk moeten zijn in het najaar, vallen op dat moment niet of nauwelijks op. Nee, de voorkeur gaat bij de gemiddelde tuineigenaar toch altijd weer uit naar fris bloeiende vroege, vaste planten of voorjaarsheesters, die zelfs speciaal hiervoor in kassen worden voorgetrokken. De wat meer gevorderde liefhebber koopt planten, die later in de zomer hun kleuren laten zien. Het najaar, de herfst? Dat is gewoon te ver weg. Toch is het goed om ook in het voorjaar al aan latere jaargetijden te denken: regeren is vooruitzien.

Niet alleen herfstkleuren en bessen

Natuurlijk is elke liefhebber gecharmeerd van de ultieme tekenen van de herfst: afstervend blad, dat in een lawine van rood en geel ten onder gaat. Japanse Acer, Euonymus, Rhus, Amelanchier en Viburnum plicatum zijn hiervan goede voorbeelden. Hun felle kleuren laten zich fraai combineren met vaste planten, die wat later in het seizoen hun bloeikleuren laten zien.
Dat hoeft echter niet te betekenen, dat u pas in de herfst plezier van deze border

Heuchera micrantha ‘Palace Purple’ heeft chocoladekleurig blad

gaat krijgen. Veel van de verderop genoemde vaste planten beginnen al in juli en augustus te bloeien en bloeien daarna in oktober nog. Andere openen pas in september of zelfs oktober hun bloemen. Denk hierbij ook aan typische bladplanten als de nu (2004) zo populaire roodbladige Heuchera’s, die ook nog in de herfst de moeite waard zijn. De vaak rijke besdracht van verschillende heesters, rozen en bomen kan ten slotte nog een fraaie toegift vormen. Plant daarom ook alle vaste planten, die bestemd zijn om wat later in de zomer en in de herfst hun bloeikleuren te laten zien, ook al in het voorjaar aan. Hiervoor is eigenlijk een eindeloze reeks beschikbaar. Hieronder volgt een aantal soorten met hun cultivars, dat het absoluut verdient om veel meer te worden aangeplant. Ook een ‘recept’ voor een herfstborder volgt nog.

Siergrassen

Ook siergrassen lenen zich bij uitstek om met late, vaste planten te

Pennisetum alopecuroides ‘Hameln’ heeft donkergroen blad dat in het najaar geel wordt

worden gecombineerd, omdat van veel soorten de halmen zich pas later in de zomer ontwikkelen. Stipa, Pennisetum, Calamagrostis en Miscanthus zijn hier goede voorbeelden van. Deze combinaties pakken dikwijls prachtig uit.

Klaar voor de grande finale

Als u weloverwogen te werk gaat, zult u verrast zijn door het resultaat. De in het voorjaar aangeplante vaste planten, die later pas goed tot ontwikkeling komen, hebben immers al wat meer tijd gehad om zich te ontwikkelen dan de vroegere bloeiers. Toch krijgt een border met herfstbloeiende planten ook in dit geval pas in het tweede seizoen na aanplant zijn meer definitieve contouren. Hogere planten, die op de achtergrond figureren, doen er immers meestal twee seizoenen over, voordat ze hun definitieve hoogte bereiken. Zoals bijvoorbeeld Eupatorium en zeker Aconitum blijft het eerste jaar sterk in groei achter. Geduld is echter, zeker bij tuinieren, een schone zaak. Laat u daarom niet verleiden om voor veel te veel geld op najaarsbeurzen grote kluiten bloeiende anemonen of asters aan te schaffen, omdat de bloemen meestal in de kofferbak verwelken en u daarna vrijwel een heel jaar op een fatsoenlijke bloei moet wachten.

Betrouwbare tuinplanten, die lang of later in het seizoen bloeien

Latijnse naam Bloemkleur
Anemone japonica en hybrida wit, rood en roze
Aconitum carmichaelii ‘Barker’ of ‘Arendsii’ blauw
Artemisia lactiflora wit
Aster cordifolius, eriocoides, lateryfolius en novii-belgiae roze, blauw en wit
Boltonia asteroide ‘Snowbank’ wit
Ceratostigma plumbagnoides blauw
Cimicifuga ramose wit
Crocosmea rood, geel en oranje
Dendranthema (de vroegere chrysanten) roze en wit
Eupatorium maculatum en rugosum lilaroze
Fallopia japonica wit
Kirengeshoma palmate geel
Heliantella hybr. ‘Lemon Queen’ geel
Helenium geel, bruinrood en wijnrood
Kniphofia geel, rood
Liriope muscari blauw
Persicaria amplexicaule rood en roze
Phlox paniculata wit, blauw en roze
Physostegia virginica roze en wit
Polygonum wit
Rudbeckia geel
Sanguisorba wit en lila
Saxifraga cortusifolia wit
Sedum telephium roze, purper
Solidago geel
Tradescantia wit, blauw en lila
Tricyrtis hirta en formosiana wit, roze
Verbena bonariensis en hastata purperblauw, roze en wit

Waarom de blaadjes telkens weer vallen

Elke herfst is van een betoverende schoonheid. Bladeren aan bomen en struiken verkleuren in fel getint geel en oranje. Onopgemerkt gaat de wisseling van de seizoenen niet voorbij aan de aandachtige beschouwer van al dit moois. Een boswandeling of een reis met de trein door het landschap drukken ons op het feit dat een winter in aantocht is. Jaar in, jaar uit voltrekt zich deze wisseling of wij het willen of niet.

Fel roodbruin kleurt de wilde wingerd in de herfst (Strahovský Kláste, Praag)

Maar hoe komt het toch dat die bladeren verkleuren en op een gegeven moment door soms al een zuchtje wind van de bomen dwarrelen?

Niet bij alle bomen en struiken verkleurt het blad in de herfst. Sommige bomen, struiken en vaste planten behouden hun groene blad. De meeste coniferen zijn groen blijvend: scheefbloem (Iberis), rododendrons en sommige dwergmispels blijven groen. Juist die verschillen in groen blijvend en blad verkleurend geven een extra dimensie aan de herfst. Groene, gele, rode en bruinoranje tinten bepalen de toon van het wat kille en natte seizoen. Merkwaardig genoeg worden de tinten van de herfst juist warme tinten genoemd.
Toch verzet tegen het afscheid van de zomer?

In planten voltrekt zich aan het einde van de zomer een proces dat

Neergedwarreld blad van een eik

gericht is op het afstoten van blad. Minder uren zonneschijn, het koeler worden van de atmosfeer en meer neerslag zetten de tijdklok van het natuursysteem in werking. Als eerste teken verkleuren de bladeren door chemische veranderingen in het blad: anthocyaan, groen wordt geel of rood tot bruin. De aanvoer van voedsel en water via het wortelgestel wordt langzaam aan minder. Minder zon betekent ook minder verdamping via het blad; de noodzaak om de ‘machine’ op volle toeren te laten draaien is niet meer aanwezig.
Blad valt niet zo maar van de bomen. Het is geen kwestie van dat er niet goed gezorgd wordt voor al die blaadjes. De werkelijke reden is dat op de plek waar de bladsteel vastzit aan de twijg een laagje gevormd wordt, dat te vergelijken is met onze eigen bloedstolling ter bescherming van een wond. De wetenschappelijke naam is ontleend aan de ontdekker ervan: het laagje van Mohl.
Afscheid van het leven is ook voor zoiets simpels als blaadjes onherroepelijk.

Rijp maakt bladeren fascinerend

Lelijke wonden laten littekens na. Planten houden er altijd een litteken aan over. Bij sommige planten is zo’n litteken heel duidelijk zichtbaar: kastanjes, walnoten, pimpernootachtigen etc.

Hun taak is volbracht. Ze hebben ervoor gezorgd dat de boom of de struik kon assimileren, dikker kon worden en weer in omvang is toegenomen. Het voortbestaan is weer gerekt. Bloei en de vorming van zaden zijn mede door hun functioneren tot stand gekomen. De instandhouding van de soort is daarmee in hoge mate verzekerd. Een nieuwe generatie blad zit al verborgen in sluimerende knoppen, die in het vroege voorjaar zullen ontluiken. Alleen een koudeprikkel scheidt het nieuwe leven van een nieuw jaar.

Over heggen en hagen: tabel haagplanten

 

Struiken

Soortnaam Nederlands Hoogte (m)
Berberis thunbergii zuurbes 1,50
Berberis thunbergii ‘Atropurpurea Nana’ zuurbes 0,45
Berberis ‘Atropurpurea ‘ zuurbes 1,25
Berberis thunbergii ‘Erecta’ zuurbes 1,50
Buxus microphylla var. japonica randpalm 0,60
Buxus microphylla var. koreana randpalm 0,40
Buxus sempervirens randpalm 0,60
Buxus sempervirens ‘Rotundifolia’ randpalm 0,75
Buxus sempervirens ‘Suffruticosa’ randpalm 0,75
Carpinus betulus haagbeuk 5,00
Chaenomeles superba ‘Bright Hedge’ dwergkwee 1,50
Cotoneaster franchetii dwergmispel 2,00
Cotoneaster lucidus dwergmispel 0,70
Cotoneaster simonsii dwergmispel 1,00
Crataegus pedicellata meidoorn 2,50
Euonymus fortunei ‘Emerald Cushion’ kardinaalshoed 0,75
Euonymus fortunei ‘Gracilis’ kardinaalshoed 0,75
Euonymus fortunei ‘Longwood’ kardinaalshoed 0,80
Fagus sylvatica beuk 5,00
Fuchsia hybr. ‘Abbe Farges’ fuchsia 1,25
Fuchsia hybr. ‘Madam Cornelissen’ fuchsia 0,90
Fuchsia magellanica ‘Gracilis’ fuchsia 1,25
Fuchsia magellanica ‘Riccartonii’ fuchsia 1,40
Hebe ‘Mohawk’ veronica 0,45
Hebe buxifolia veronica 0,40
Hebe cupressoides veronica 0,35
Hebe ochracea veronica 0,30
Ilex aquifolium ‘Red Top’ scherpe hulst 3,00
Ilex crenata Chinese hulst 2,00
Ilex crenata ‘Convexa’ Chinese hulst 1,75
Ilex crenata ‘Golden Gem’ Chinese hulst 1,50
Ilex meservae ‘Blue Boy’ Japanse hulst 2,00
Ligustrum ibolium liguster 3.00
Ligustrum ibolium‘Variegatum’ liguster 3,00
Ligustrum ovalifolium liguster 4,50
Ligustrum ovalifolium ‘Argenteum’ liguster 4,50
Ligustrum ovalifolium ‘Aureum’ liguster 3,50
Ligustrum vulgare gewone liguster 5,00
Ligustrum vulgare ‘Atrovirens’ gewone liguster 5,00
Ligusrum vulgare ‘Cheyenne’ gewone liguster 3,00
Lonicera nitida ‘Ernest Wilson’ 1,75
Mahoberberis miethkeana mahonie/zuurbes 1,25
Philadelphus hybr. ‘Lemoinei’ boeren jasmijn 5,50
Potentilla fruticosa ‘Maanelys’ ganzerik 0,70
Prunus laurocerasus ‘Caucasica’ gewone laurierkers 5,00
Prunus laurocerasus ‘Herbergii’ gewone laurierkers 2,25
Prunus laurocerasus ‘Reynvaanii’ gewone laurierkers 3,50
Prunus laurocerasus ‘Rotundifolia’ gewone laurierkers 6,00
Prunus laurocerasus ‘Rudolf Billeter’ gewone laurierkers 4,50
Spiraea cinerea spierstruik 1,25
Spiraea cinerea ‘Graciosa’ spierstruik 1,50
Spiraea cinerea ‘Grefsheim’ spierstruik 1,20
Spiraea thunbergii spierstruik 2,00
Spiraea vanhouttei spierstruik 1,75
Symphoricarpos albus ‘White Hedge’ sneeuwbes 1,75
Symphoricarpos chenaultii sneeuwbes 2,25
Symphoricarpos chenaultii ‘Erect’ sneeuwbes 1,75
Symphoricarpos chenaultii ‘Hancock’ sneeuwbes 2,00
Symphoricarpos chenaultii ‘Liset’ sneeuwbes 1,50
Symphoricarpos doorenbosii ‘Mother of Pearl’ sneeuwbes 2,75

Vaste planten

Soortnaam Nederlands Hoogte (m)
Arabis caucasica ‘Superba’ scheefkelk 0,45
Arabis caucasica ‘Variegata’ scheefkelk 0,45
Arabis coerulea scheefkelk 0,30
Arenaria montana zandkruid 0,60
Chimonobambusa marmorea bamboe 2,50
Chimonobambusa marmorea ‘Variegata’ bamboe 2,40
Lavandula angustifolia lavendel 0,75
Miscanthus sinensis Chinees gras 4,50
Miscanthus sinensis ‘Giganteus’ Chinees gras 5,50
Miscanthus sinensis ‘Strictus’ Chinees gras 5,50
Santolina chamaecyparissus heiligenbloem 0,90
Santolina neapolitanum heiligenbloem 0,70

Over heggen en hagen: het frame van de tuin

Hoe is een haag toe te passen in de tuin?
Waarop moet je zoal letten, voordat je aan een haag begint?
Het planten van een haag
Welke planten zijn geschikt als haag?

1. Waarom een omsluiting van de tuin?

Het hebben van een ‘eigen’ stukje grond, waarbinnen je van alles kunt doen, is in ons dichtbevolkte land een groot goed. Een tuin, groot of klein, geeft de mogelijkheid om je eigen wereldje te realiseren in de buitenruimte. De tuin kan gezien worden als het verlengstuk van je huis. Het is een soort woonkamer zonder dak. Het is bij uitstek de plek waar je de verandering van de seizoenen kunt beleven. Hulpmiddelen daarbij zijn de planten die, mits met zorg uitgekozen, groei en bloei en afsterven verbeelden. Is het niet heerlijk om in het vroege voorjaar van de eerste zonnestraaltjes te kunnen genieten door buiten even een stoel neer te zetten?
Net zoals in de woonkamer waar de binnenmuren beslotenheid en privacy geven, kan een heg een tuin als eigen domein omkaderen en zorgen voor een geheel eigen intimiteit. Een heg om de tuin voorkomt niet alleen al te nieuwsgierige blikken van buitenaf, maar maakt ook het decor waarin allerlei andere vaste planten, bomen en struiken hun eigen vormen en kleuren tot hun recht laten komen.
Het begrip tuin is verwant aan het duitse woord Zaun, dat heg of omheining betekent. Als we eens ronddwalen langs tuinen in dorp of stad, dan valt het op dat het treurig gesteld is met de afperkingen: schuttingen in allerlei hoogten en kleuren wisselen elkaar af. Daartussen staan weer hoge of lage heggen of wordt het harmonica-gazen hekje door een ‘quasi rustiek landelijk’ van ruwhouten planken getimmerd hekwerk afgewisseld. Vooral in nieuwbouwwijken blijken de bewoners zich volledig, zonder enige gêne, te willen presenteren in hun ambachtelijk kunnen. Van enige afstemming of samenhang met andere omwonenden is meestal geen sprake. De tuin schijnt het gebied te zijn dat volledig vrij is en waar een ieder zich vrijelijk kan uitleven zonder zich te bekommeren om het uiterlijk ervan. Ondanks artikelen in tijdschriften, tv-programma’s etc. gericht op wonen en tuinieren, blijkt meer een trend gevolgd te worden dan dat er een trend gezet wordt op het gebied van ‘schoonheid’. Een tuin op zich kan er wel aardig uitzien, maar binnen een geheel van tuinen kan de buitenkant een lelijke dissonant vormen. Het lijkt er soms op of men zich bewust of onbewust verzet tegen de uniformiteit van de straat, de stoep en het stramien van het rijtjeshuis; de eigen identiteit – hier woon ik – dringt zich pregnant op aan het straatbeeld. Is dat dan erg?
We leven in een vrij land, gelukkig maar. Maar stelt u zich eens voor dat alle huiskamers open en bloot aan de straat liggen. Je kunt er langslopen en ongegeneerd zo maar inkijken. Een kakafonie aan beelden zou dat opleveren; dat wel ja, maar het zou als straatbeeld erg onrustig worden: al die verschillende indrukken die op je netvlies verschijnen, je zou er gek van worden en op ‘t laatst raak je er gedesoriënteerd van. ‘t Is maar goed dat het omhulsel, de architectuur van de huizen, alles nog wat samenbindt.
Een samenhangend gebruik van materialen met buren onderling kan de status van een straat, buurt of wijk aanmerkelijk verhogen. Het beste voorbeeld zijn in Nederland nog altijd de zogenaamde ‘tuinwijken’ uit de jaren dertig. Een zelfde begrenzing van de voor- en achtertuinen leidt hier tot een opmerkelijke schoonheid en een rustig (straat)beeld. Aandacht dus voor de buitenkant(-en).

2. Hoe is een haag toe te passen in de tuin?

In de eerste plaats is een haag als levende omheining van een lapje grond toe te passen. De haag wordt geplant langs de grenzen van de tuin. En vormt zo de ‘wanden’ van de tuinkamer. Er ontstaat letterlijk een soort kamer onder voorwaarde dat de hoogte van de haag tot boven ooghoogte uitgroeit. Blijft of wordt de haag lager gehouden dan ooghoogte, dan is de werking ervan minder ruimtelijk. Een lage haag is als het ware een schotje in de ruimte maar formeert geen ruimte. Ruimtelijk gezien dus een essentieel verschil. Een combinatie ervan namelijk een hoge haag langs de begrenzingen van de tuin en ergens in de ruimte van de tuin een lage haag vergroot opties gezien de ruimtelijke werking ervan: de tuin lijkt groter dan ze in werkelijkheid is, zoals in onderstaande voorbeelden is te zien.

 
De tuin ruimtelijk bepaald door hagen De tuin geleed door een haag

Een andere veel toegepaste vormgeving met haagjes is de opsluiting van kleine beplantingsvakken. Veel wordt hiervoor de randpalm (Buxus sempervirens) toegepast. Heel goed is een zelfde effect te bereiken met o.m. lavendel (Lavandula angustifolia), tijm (Thymus serphyllum) of heiligenbloem (Santolina chamaecyparissus). Prachtige voorbeelden van het gebruik van hagen in hoogten zijn te zien in monumenten van de baroktuinkunst. In Nederland is daarvan de voormalige paleistuin van Het Loo een voorbeeld, in Frankrijk de tuinen van Versailles, in Denemarken de tuin bij het kasteel Egeskov en in

Duitsland bij Hannover de tuin van Herrenhausen. Het fraaie van hagen is ook dat in de winter het frame en het lijnenspel, ook al ligt er sneeuw, prachtig afleesbaar is. De heldere, strakke lijnen vormen een soort reliëf in het smetteloze wit van een met sneeuw overdekte tuin.

3. Waar moet je zoal op letten voordat je aan een haag begint?

Een haag om de tuin komt meestal te staan langs de erf- of eigendomsgrenzen van het perceel. Meet dus van tevoren goed uit wat van u is, dit voorkomt narigheid achteraf. Hou er rekening mee dat de haag in de loop der jaren breed zal uitgroeien. Hou dus enige afstand ten opzichte van het naastliggende perceel. Informeer uw buren vooraf dat u van plan bent een haag te planten. Maak afspraken over het onderhoud van de heg aan de zijde van uw buren! Doet u het onderhoud of doen zij het? Mag u op hun terrein komen voor het noodzakelijke knippen? Bedenk dat elk takje dat over de grens steekt door uw buren mag worden afgeknipt.
De hoogte van de haag is ook vaak een bron van ruzie. Laat een heg nooit hoger worden dan de in een bestemmingsplan vastgelegde maximale hoogte voor een schutting. Een hoogte van maximaal 1,80 m lijkt regel te zijn in Nederland. Het benemen van licht bij uw buren door een haag is sowieso bij voorbaat een zaak die u juridisch verliest.

4. Het planten van een haag

Bij de aanplant van een haag om of in de tuin doe je in feite een belangrijke investering. Een goed rendement van de investering wordt verkregen door de grondbewerking goed uit te voeren. Maak de grond ten minste zo’n 60 cm diep los door te spitten. De te planten soort haag en of deze in een enkele of dubbele rij of met kluit geplant wordt, bepaalt de breedte van de geul. Voor een enkele rij is een breedte van 50 cm voldoende; voor een dubbele rij 80 cm en wordt er kluitgoed geplant (bv. coniferen), dan is al gauw 80 – 100 cm noodzakelijk. Veelal zal er voedzame grond in de gegraven geul aangebracht moeten worden. Een goede tuinaarde volstaat. Bedenk wel dat een haag lang vaststaat en dus lange tijd moet teren op de aanwezige voedingsbodem. Vandaar.
Is de geul eenmaal gegraven en gaat er geplant worden, dan is planten langs een gespannen lijntje geen luxe. De bedoeling van een haag is nu eenmaal dat de afzonderlijke planten keurig in het gelid staan. Graaf voor elke haagplant een afzonderlijk gat of maak een geul. Plant de haag nooit dieper dan de planten op de kwekerij hebben gestaan. Bij kluitgoed kan het juten gaas om de kluit blijven, maar maak de knoop die om de stam gelegd is wel los. Het jute zal na verloop van tijd gewoon wegrotten. Trap na het zetten van de haagplant de aarde rondom goed aan en controleer nogmaals of deze in lijn en vooral goed rechtop staat. Direct na het planten van de volledige haag kan bijgeknipt en afgetopt worden.

5. Welke planten zijn geschikt als haag?

In de tabel hierachter zijn de belangrijkste geslachten en soorten vermeld, die geschikt zijn om als haag aan te planten. Er zijn uiteraard wel meer soorten. Voor het gemak is tevens aangegeven tot welke hoogte een haag kan opgroeien. De meeste soorten kunnen ook los uitgroeien en hoeven alleen met de schaar gecorrigeerd te worden als u dat noodzakelijk vindt.

Denk eraan dat het knippen van een haag wel moet inhouden dat je erbij kunt met hegge- of elektrische schaar. Laat de haag daarom niet te breed en te hoog worden.

Planten en struiken met giftige bestanddelen

Er zijn gewassen met giftige bestanddelen. Je zult er niet direct aan doodgaan. Toch kunnen kleine kinderen, volwassenen en sommige huisdieren

er maar beter niet mee in aanraking komen. Of ze onachtzaam eten. Overigens weten (huis)dieren in het algemeen beter dan mensen wat ze wel of niet kunnen eten.
Sommige gewassen veroorzaken huiduitslag, andere leiden tot maag- en darmstoornissen. Om zulke narigheid te voorkomen: hier een gids van giftige planten en struiken, voor wie er zeker van wil dat zulke planten of struiken niet in de tuin of op het erf staan.

Planten

Latijns Nederlands Schadelijk Opmerkingen
Actaea spicata Christoffelkruid bes giftig voor de mens
Adonis adonis gehele plant sterk giftig voor de mens
Aethusa cynapium hondspeterselie bladeren giftig voor de mens
Achillea duizendblad bladeren zwak giftig voor mens en dier
Aconitum vulparia gele aconiet blad en bloem zeer giftig voor mens en dier
Andromeda lavendelheide blad en bloem zeer giftig voor mens
Anemone nemorosa bosanemoon sap zwak giftig, huidirritatie
Aquilegia vulgaris akelei wortels en blad zwak giftig voor mens en dier
Arum italicum Italiaanse aronskelk bes giftig voor mens en dier
Arum maculatum gevlekte aronskelk blad en wortels en vooral de bessen zwak giftig voor mens en dier
Atropa bella-donna wolfskers bes giftig voor de mens
Brugmansia engelentrompet blad en vrucht zeer giftig voor de mens
Bryonia dioica heggerank wortels giftig voor de mens
Colchicum autumnale herfsttijloos sap zeer giftig voor de mens
Convallaria lelietje der dalen gehele plant zeer sterk giftig voor de mens
Datura stramonium doornappel blad en vrucht zeer giftig voor de mens
Delphinium ridderspoor gehele plant zeer giftig voor de mens
Digitalis purpurea vingerhoedskruid plant zwak giftig voor de mens
Eranthis winterakoniet gehele plant, knol sterk giftig voor de mens
Euphorbia amygdaloides amandelwolfsmelk sap giftig, bijtend voor de huid
Gelsemium gehele plant zeer sterk giftig voor de mens
Helleborus nieskruid gehele plant zeer sterk giftig voor de mens
Heracleum mantegazzianum reuzenbereklauw blad veroorzaakt brandblaren
Ipomoea dagbloem zaad sterk giftig voor de mens
Leucojum aestivum zomerklokje blad giftig voor de mens
Lupinus angustifolius blauwe lupine zaden giftig voor vee
Nicotiana (sier)tabak blad en bloem matig giftig voor de mens
Oenanthe aquatica watertorkruid plant zwak giftig
Oxalis acetosella witte klaverzuring blad zwak giftig voor de mens
Papaver somniferum slaapbol sap dodelijk bij grote hoeveelheden
Phytolacca americana karmozijnsbes bes en blad giftig voor de mens
Podophyllum voetblad gehele plant matig giftig voor de mens
Pteridium aquilinum adelaarsvaren blad kankerverwekkende stoffen
Ranunculus ficaria speenkruid plant giftig voor de mens
Ricinus wonderboom gehele plant, vooral de zaden zeer sterk giftig voor de mens
Sanquinaria gehele plant, vooral het sap zeer sterk giftig voor de mens
Securigera varia bont kroonkruid plant zeer giftig voor de mens
Solanum nachtschade gehele plant, vooral de bessen sterk giftig voor de mens
Veratrum nieswortel gehele plant sterk giftig voor de mens

Struiken

Latijns Nederlands Schadelijk Opmerkingen
Arctostaphylos uva-ursi beredruif bes en blad zwak giftig voor de mens
Buxus palmboompje,
randpalm
vrucht en blad sterk giftig voor de mens
Daphne mezereum daphne alles, vooral vrucht giftig voor de mens
Euonymus europaeus kardinaalshoed vruchten, twijgen, bladeren zwak giftig voor de mens
Genista-soorten verfbrem planten en zaden giftig voor de mens en dodelijk voor dieren
Ilex-soorten hulst blad en bes sterk giftig voor de mens en dodelijk voor dieren
Juniperus sabina-soorten sabijnse
jeneverbes
blad en bes zeer sterk giftig voor de mens
Juniperus virginiana-soorten jeneverbes blad en bes zeer sterk giftig voor de mens
Laburnum anagyroides gouden regen alles, vooral zaden giftig voor mens en dier
Lycium barbarum boksdoorn alles zeer giftig voor de mens
Nerium oleander oleander alles, ook honing sterk giftig voor de mens
Pernettya pernettya blad en bloem giftig voor de mens
Prunus serotina bospest bes en twijgen giftig voor mens en dier
Prunus virginiana Amerikaanse
bospest
blad en wortels giftig voor mens en dier
Rhamnus-soorten vuilboom bes en twijgen giftig voor mens en dier
Rhododendron catawbiense rododendron blad dodelijk voor rundvee
Rhododendron ponticum rododendron blad dodelijk voor rundvee
Rhus radicans azijnboom blad veroorzaakt huiduitslag bij de mens
Robinia pseudoacacia gewone acacia alles blad gevaarlijk voor paarden;
bloem en twijgen dodelijk
Sambucus nigra gewone vlier sap van onrijpe vruchten gevaarlijk voor de mens
Sambucus racemosa trosvlier, bergvlier blad en vrucht gevaarlijk voor de mens
Sarcococca gehele plant gevaarlijk voor de mens, matig giftig
Sophora japonica honingboom peul, zaad en schors sterk giftig voor de mens
Spartium Spaanse brem gehele plant, incl. peulen sterk giftig voor de mens
Taxus baccata gewone taxus takken, naalden en zaden zeer giftig voor paarden,
koeien en schapen
Thuja levensboom blad, twijgen en hout zeer sterk giftig voor de mens
Ulex gaspeldoorn gehele plant sterk giftig voor de mens

Kijk voor giftige informatie ook bij Plantaardigheden.

Evenementen en beurzen

 
Wij pretenderen niet volledig te zijn met deze lijst.

Helleborusdagen

Woensdag 5 t/m zaterdag 22 maart
Meer informatie: Kwekerij Het Houten Huis (Zaltbommel)

Garden Event

Donderdag 6 t/m zondag 9 maart
Meer informatie: Garden Event (Assen)

Helleborusdagen

Vrijdag 7 t/m zondag 9 maart
Meer informatie: Kwekerij De Morgen (Obdam)

Open-deur-dagen

t/m zaterdag 8 maart
Meer informatie: Kwekerij Nico Zonneveld (Heerhugowaard)

Zadenweekend en doedag Hortus

Zaterdag 8 en 9 maart
Meer informatie: Reclaim the Seeds (Haren)

Helleborusdagen

Zaterdag 8 en zondag 9 maart
Meer informatie: Kwekerij De Kleine Plantage (Eenrum)

Helleborusdagen

Vrijdagen 14 en 21 en zaterdagen 15 en 22 maart
Meer informatie: De Stekkentuin (Espel en Bant)

Violenfestival

Zondag 16 maart
Meer informatie: De Paardestal (Peize)

Oost-Groninger bloembollenroute

Zondag 16 maart krokussen
Zondagen 13, 20 en 27 april
Meer informatie: Westerwoldse Tuinen, Stonefarm, Tuinfleur of Wubsbos

Tuinbraderie 2014

Zaterdag 22 maart
Meer informatie: Stadshart (Zoetermeer)

Lentebloeiers

(België)
Zondag 23 maart
Meer informatie: Landgoed Vordenstein (Schoten)

Tuin- en streekmarkt

Zondag 27 april
Meer informatie: Winkelcentrum het Rond (Houten)

Vegetatief vermeerderen VI – enten

Wanneer de onderstam dikker is dan de erop te plaatsen griffel wordt er geënt. Het is niet de gemakkelijkste manier van vermeerderen. Vooral als het hout van de onderstam taai of hard is, valt het niet mee om een gave snede te maken. Hier gaat het over voor driehoeksenten.

Het is helaas niet altijd zo dat onderstam en ent even dik zijn. In dat geval is driehoeksenting of spleetenten de aangewezen manier om twee planten toch met elkaar te verenigen. In de boomteelt wordt deze manier van enten wel gebruikt om bijvoorbeeld een bijzondere bloeier op stam te krijgen.

Links: de driehoekige inkeping van onderstam en ent is duidelijk te zien
Rechts: ent en onderstam zijn vergroeid; de ent is uitgelopen

Werkwijze

De onderstam wordt gerooid. Het maakt niet veel uit wanneer er wordt geënt. Het najaar heeft echter de voorkeur vanwege het minder worden van de sapstroom in de plant. De onderstam wordt op ca 8 – 10 cm afgeknipt boven het punt waar normaal de wortelhals in de grond staat. Met een zetmes wordt, vanaf de bovenkant van de (afgesnoeide)stam, een driehoekige vorm uitgesneden tot halverwege de kern van het hout en naar beneden uitlopend tot de bast. Let op dat de stengel niet helemaal openscheurt.

De griffel moet een zodanige lengte hebben dat hierop ten minste 3 ogen of oogparen zitten. Eventueel aanwezig blad wordt verwijderd, beschadig de knoppen in de oksels daarbij niet.
De griffel wordt gesneden door aan twee zijden te snijden, zodat een driehoekige vorm ontstaat en wel breed van boven en taps toelopend. Probeer of de griffel precies past in de driehoek van de onderstam. Is dit niet zo, dan moet de griffel worden bijgesneden; net zo lang tot hij goed passend is. De wonden van de griffel moeten zo glad mogelijk zijn.
Plaats de ent op de onderstam. Let er daarbij op, dat de bast van zowel onderstam als griffel goed tegen elkaar aansluiten. Bind nu de griffel met raffia vast op de onderstam. De wond wordt afgedekt met entwas of zuivere bijenwas. De onderstam kan nu weer worden opgeplant.
De enting is geslaagd als de knoppen op de griffel gaan zwellen of uitlopen.

Alle vormen van vermeerderen

I Stekken – II Afleggen – III Marcotteren
IV Copuleren – V Oculeren – VI Enten

Groente kan mooi zijn: de ‘eetbare’ tuin rekt je smaak op

 
Eten uit eigen tuin is niet alleen meer een genoegen, voor wie er een volkstuin of groentetuin op na houdt. Er zijn veel manieren om eetbare gewassen aan de siertuin toe te voegen. Een doeltreffende manier is om groenten of vruchten dragende gewassen in pot(ten) te zetten of tussen sierplanten in te planten. Een rage, die zoetjes aan ‘poot aan de grond’ heeft gekregen en, mits goed toegepast, een verrijking van de tuin is.

Zonder het misschien bewust te beseffen raken we internationaal geörienteerd. Dat proces gaat langzaam, maar wie dacht er in het verleden nog aan om China te (kunnen) bezoeken of India, Japan of Mexico? Grenzen lijken haast niet meer te bestaan.

Groenten en sierplanten gaan goed samen

Angstvallig worden grenzen nog op slot gehouden voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen of om ‘wat dan ook’ af te schermen.
Gelukkig kunnen we alles eten wat de wereld zoal te bieden heeft; we importeren via luchtbruggen of verbouwen het zelf als het de moeite loont. ‘Vreemde’, exotische groenten veroveren de markt, zoals paprika in het verleden. We leren eten en leven met instantsauzen, eten bloemen en waarderen of verafschuwen het ‘vreemde’. Paksoi, amsoi, tatsoi, basella en antroewa sieren de groentestalletjes op de markt. We kijken er niet eens meer van op.

‘Onze smaak wordt opgerekt’, ook waar het om tuinieren gaat. Steeds meer planten dienen zich aan om in de tuin gezet te worden. Invloeden uit de hele wereld worden zichtbaar in de cultuur: eten of dineren zoals u wilt beperkt zich niet meer alleen tot typisch Nederlandse gerechten, het sortiment kamerplanten dijt uit, het inrichten van de tuin hinkt van barok tot en met ‘minimal art’, de mode wordt niet meer alleen gedicteerd vanuit Parijs. Bestaande tradities staan onder spanning: verrijking of vervaging?

Eetbare planten zijn ook mooi

Eetbare planten noemen we groente. Naast bladgroenten is er veel meer eetbaar zoals de bloem van het eetbare viooltje of de Oost-Indische kers.
Kruiden zijn ook zo’n voorbeeld, waarvan hoofdzakelijk de bladeren worden gebruikt en gegeten.
Afgezien van het nut, die tal van gewassen voor mensen hebben, zijn er talrijke soorten die

Aardbeiplanten in pot: geen bijzonderheid

beslist het aanzien waard zijn en een plekje in de tuin verdienen. Waarom zou niet ‘het nuttige met het aangename’ kunnen worden verenigd? Sier-, fruit- en groentetuin worden in de tuinkunst nog steeds apart van elkaar gelegd. Maar… dat verandert heel geleidelijk – ‘t sluipt binnen, het ‘vreemde’ is vanzelfsprekend. Het aardbeienbedje in de tuin verheft zich boven de grond, wordt haast tot een sculptuur gemaakt, een aarbeienplant in pot is geen bijzonderheid meer.

Verbouw van verschillende koolsoorten is typisch Nederlands.

Boerenkool door vorst berijpt

In het najaar herken je de ‘koolstreek’ nog steeds blindelings aan de geur die van kool uitgaat. Savooien-, witte en Chinese kool scoren nog steeds goed binnen onze grenzen waar het om het eten ervan gaat. Boerenkool is in trek wanneer het stevig vriest en evenaart snert, waarmee het de strijd moet aanbinden. Een boerenkoolplant is, ook al bloeit die niet, best mooi om te zien en zeker wanneer er een waas van rijp overheen ligt. Een (veel) geziene gast in de border is boerenkool echter nog niet.

In plaats van boerenkool houden we het liever nog even op sierkool, hetzij in pot

De sierkool heeft inmiddels de (sier)tuin al veroverd

of in de volle grond. De veelkeurigheid van sierkool zal daar wel debet aan zijn. In z’n verschijningsvorm heeft sierkool toch alles weg van boerenkool? De veelkleurigheid wint het van de sobere kleur die gewone boerenkool heeft; een associatie met de veelkleurige border? Sierkool is eetbaar, de smaak is niet zo denderend als die van de gewone variëteiten.

Heel veel groenten en kruiden lenen zich goed om in pot te groeien. Als de tuin in grootte

Groenten en kruiden in pot zijn goed in de tuin in te voegen

eigenlijk te klein is om een gedeelte als groentetuin in te richten, bieden potten en bakken uitkomst. Planten in potten is niet alleen voor balkons een noodzaak, ook in de (kleine) tuin laten potten en bakken zich goed invoegen. Een ‘verloren’ hoekje, een open plek in de border laat zich goed en handig vullen met zo’n mobiel stukje tuin. Het is het begin van de eetbare tuin.
Het geschiktst hiervoor zijn compact groeiende planten, die weinig windgevoelig zijn. Kruiden, courgette, tomaat, koolrabi en aardbeien zijn leuke planten om door kinderen te (laten) verzorgen; ze leren zien hoe iets groeit, een praktische plantkundeles.

Voor wie een wat grotere tuin of een ‘verloren’ hoekje in de tuin heeft, is het leuk om door

Zelf worteltjes verbouwen is leuk voor kinderen

(je) kind(eren) worteltjes te laten verbouwen. Op een licht humeuze grond groeien ze goed. Zonder al te veel moeite en werk kan er worden gezaaid op richels in april – mei. De zaadjes moeten op voldoende afstand van elkaar worden gelegd op een diepte van ca 6 – 8 cm. Het loof van wortels is mooi ingesneden en diepgroen van kleur. Het geeft een mooi effect naast grijstinten in de border, zoals die van lavendel en de eenjarige Senecio bicolor. Eind augustus, begin september kan er worden geoogst. Ze smaken nog lekker ook.

Verse kruiden bij de hand hebben is niet alleen plezierig, sommige soorten bloeien ook erg mooi.

Bloeiende bieslook

Alle kruiden zijn zonder meer geschikt om in pot of bak te groeien. In de volle grond worden ze mischien wel wat hoger en breder, maar dat moet toch geen bezwaar zijn om ze niet in pot of bak te houden. Kruiden passen goed in een border met vaste planten: in pot of in de volle grond. Er hoeft niet speciaal een kruidenborder of hoekje met buxushaagjes omheen te worden aangelegd. Niet alle kruidenplanten zijn overjarig. Let daarop als u zaad of plantjes koopt.
Bieslook is een kruid, dat je het beste zaait. De beste tijd is in april, later kan ook. Zaai in kleine hoeveelheden met een tussenpoos van veertien dagen. Dit verlengt de mogelijkheid tot gebruik in de tijd van de verschillende zaaisels. Is bieslook eenmaal afgesneden, dan groeit die nauwelijks meer aan. Van een teveel aan bieslook kan altijd nog een pesto worden gemaakt of je vriest het in.

 
Heerlijk geurend en fraai bloeiend kruid Kruiden kunnen op azijn worden gezet

Dille (links) is heerlijk om bij visgerechten en in sauzen te gebruiken. Het is een eenjarig kruid en al in cultuur sinds mensenheugenis. Zowel het blad als het zaad is een waardevol keukenkruid. Gezaaid (in maart) op een warme en zonnige plaats, gedijt dille het beste. Hou de grond vochtig.
Dille, basilicum en dragon zijn prima kruiden om op azijn in fles te bewaren.

The edible garden
Een avocado aan huis? Hazelnoot, een brede struik
Smullen van eetbare bloemen Snijbiet voor moes- en siertuin
Citrus (niet alle eetbaar) Sierkool
Met zuring zakt de maaltijd beter Vorm en smaak van de artisjok
Aardbeien voor tuin en balkon Dwergkwee
Decoratieve en sappige kruisbes Smullen van aalbessen
Bramencultuur aan de muur De druif, niet voor Bacchus alleen
Voor een vijg hoef je niet ver weg Drank en jam van de vlier
Het witte goud, dat asperge heet Niet krenterig met bloemen
Bottel-, rimpelroos Trakteer jezelf op moerbei
Kalebas Knoflook
Tamme kastanje De ui
Zelf paddestoelen kweken Jostabes door geduldig kruisen
Zwarte bessen: veel vitamine C Walnoot
Frambozen beter zelf te houden Duizelingwekkende mispel
Lapse jam van kornoelje Japanse wijnbes: zomer-bowl

Kruiden
Keukensalies voor de sier Oregano
Basilicum Bonenkruid
Bieslook Kervel
Anijs Koriander
Lavas Rozemarijn
Tijm Onsterfelijkheidskruid

Een daktuin als minilandschap

Toen de reisgidsen voor een nieuw jaar weer her en der verspreid over de tafel lagen, dacht ik opeens terug aan een wonderlijke vraag, die ik een jaar geleden van een familielid kreeg: "Wil je eens een daktuintje voor me maken?" Aangezien ik het genoegen had om met hem enkele malen mee met vakantie te gaan, kon ik geen smoes van ‘geen tijd’ bedenken.

Die vakanties zijn altijd weer een belevenis en spelen zich af in de bergen van Oostenrijk. Nee, geen terrasjesvakantie, maar er stevig tegenaan. De hoogste toppen moeten bedwongen worden! Met een atlasje van de beste vindplekken voor mineralen wordt vooraf zorgvuldig de vakantiebestemming uitgezocht. Stel je voor dat je eens een buitengewoon mineraal zult vinden. Zwoegend wordt elke dag een beklimming ingezet om de bewuste vindplaats te bereiken. Ik weet niet of u wel eens een berg beklimt, maar ik verzeker u dat heel veel tijd, geduld en krachtsinspanning vereist is om een

flinke hoogte te bereiken.

De vreemde opdracht
De constructie op het dak
Over alpineplanten
Probeer ook zelf eens uw platte dak te begroenen

Nu ben ik niet zo’n freak die voortdurend met z’n neus over de grond zwalkt. Het kost genoeg inspanning om je met bergschoenen uitgeruste voetjes zorgvuldig op het smalle bergpaadje te planten, zodat je stabiel je weg kunt vervolgen. Met dat familielid is het anders. Z’n ogen bepriemen elk steentje en rotspartij op zoek naar net dat ene gelukje. Zelf ben ik beroepshalve meer geïnteresseerd in dat bijzondere plantje dat je niet zo een, twee, drie kunt thuisbrengen.
Het fantastische van een looptocht door het berglandschap is dat je van hoog naar laag gaat. In feite passeer je verschillende klimaatgordels en daarmee verandert de biotoop voor plantjes en dieren. Zijn de planten en struiken eerst nog hoog, naarmate je de sneeuwgrens nadert, worden ze alras lager en gaan over in uitsluitend bodembedekkende planten en een keur aan mossen. Nog hoger, tot in de sneeuw, worden de planten zeldzamer en is de bedekkingsgraad heel klein. De ‘struggle for life’, het vechten om een gunstig plekje in een bizar klimaat is dan aan de orde. De zomers in de bergen duren kort. Planten moeten dus in heel korte tijd groeien, bloeien en tot zaadvorming zien te komen.
Terwijl ik al mijn aandacht schenk aan al die fraaie plantjes en erachter probeer te komen waarom zij nu net op die ene plek groeien, haalt mijn familielid halsbrekende toeren uit om een bijzonder glinsterend mineraaltje uit een spleet van een vervaarlijk overhangende rotsrichel te peuteren.

En… zowaar de zoveelste vondst kan worden toegevoegd aan de inmiddels snel groeiende verzameling. Aandachtig wordt het mineraal met een kwastje ontdaan van wat aardkorreltjes, wat opgepoetst en nauwkeurig met een loupe onderzocht. Toch trekt dit ook mijn aandacht, want naast de interessante geologische ontstaansgeschiedenis van het gesteente is de mineralisatie een proces van eeuwen. In water opgeloste moleculen kristalliseren tot bijzondere vormen en hebben ook dikwijls heel mooie kleuren. Het is het verzamelen waard.
Aan het einde van zo’n vakantieperiode worden de stukjes gesteenten zorgvuldig in vloeipapier gewikkeld en verpakt in dozen en doosjes. Nu zijn dat niet zomaar wat souveniertjes, nee het gaat in dit geval om de halve bagageruimte van een flinke stationcar! U begrijpt wel dat na enkele jaren er een collectie ontstaat, waarbij niet elke vondst meer die aandacht krijgt die deze hoog in de bergen nog wel kreeg. Alleen de waardevolste en schoonste mineralen weten een plaatsje te veroveren in de fraai verlichte vitrinekast, die inmiddels de volledige wandlengte van de huiskamer in beslag neemt. Overigens zijn de mineralen keurig van naam, chemische samenstelling en vindplaats voorzien. Een uitzoekwerkje dat uren en dagen in beslag neemt. Het overige verdwijnt eerst nog in grote dozen en krijgt een plekje op de inmiddels te klein geworden zolder. Netjes geregistreerd wat waarin zit, dat wel…

De vreemde opdracht

Misschien begint u al iets te dagen. Mij toen in ieder geval wel! Doe eens iets met al dat moois en nog wel ergens in de tuin ook. Een soort bijzetting op het veld van eer? Afscheid nemen van wat eerst waardevol leek en na veel moeite liefdevol is verkregen, valt ook voor een mineralenverzamelaar niet mee. Dus wil je maar een plekje in de tuin ermee opvullen? Op zich leek dit mij wel een aardig idee. Toch maar eerst eens de hele zaak in ogenschouw nemen.
Ik had wel enig idee van de grootte van de tuin. Daarvoor zijn we ‘close’

Kwartsiet, geen bijzondere vondst.

genoeg. Maar al snel wist ik zeker dat het niet raadzaam was een gedeelte van de tuin te beleggen met al die losse stenen. Daarvoor was de verzameling nou net niet omvangrijk genoeg. Zo’n apart accentje in de tuin in een alpine-achtige setting leek mij te minimaal om een goed effect te geven. Het zou een tuintje in een tuin worden.
De familie heeft een aardig huis, ruim en losstaand geplaatst. Aan het achterhuis zit een flinke uitbouw, waardoor een soort breed dakterras is ontstaan. Dit dakterras grenst aan een grote garage eveneens met een plat dak. Het enige waarvoor het dak gebruikt werd, was om de was te drogen aan een weinig sierlijke stellage. Het leek mij bij uitstek een plek om een mini-alpenlandschap op dit dak te realiseren.

De constructie op het dak

Het dak bestaat uit prefab-betonplaten, waaroverheen mastiek is aangebracht om het waterdicht te maken. Her en der lagen al wat tegels om de waslijn met droge voeten te bereiken. Op snikhete zomeravonden werd er wel eens op het dak in een luie stoel gezeten en doemden vergezichten op verwant aan die in de Alpen. Ja, dat beeld wilde ik nu tot quasi werkelijkheid laten worden. Ik pakte potlood en papier en begon te schetsen: een tapijt van losse stenen met her en der rotsformaties trokken in mijn gedachten voorbij. Schitterende alpine-plantjes zouden moeten zorgen voor kleurrijke accenten. Maar… hoe maak je zoiets nou tot werkelijkheid? Ik begon na te denken over de constructie van het dak zelf. Zou die de zware last aan stenen en rotsblokken wel kunnen dragen? Hoe moet de wateraf- en aanvoer geregeld worden? Of kan het zomaar aan z’n lot overgelaten worden? We besloten maar eens te experimenteren.

Nadat in hoofdlijnen het idee op papier gezet was, bedacht ik een eenvoudige opbouw voor op het dak. Eerst maar eens een kunststof mat over het bitumen aanbrengen. De mat bestaat uit kunstig vervlochten draden: een soort brillo-spons. De mat is per meter te koop en is ook erg geschikt als onderlegger voor een vijver die van rubber of plastic folie gemaakt wordt. De mat zorgt in ons geval voor een onbelemmerde afvoer van regenwater dat ongetwijfeld over dit ‘stukje Oostenrijk’ zal neerdalen. Over de mat hebben we ‘drainata-tegels’ aangebracht. Deze tegels zijn poreus en dus water doorlatend. De tegels zijn betrekkelijk licht van gewicht, wat gunstig is om het totaal aan belasting op het dak laag te houden. De tegels zijn 30 x 30 cm groot.
Na flink sjouwen is vervolgens met zorg ‘de verzameling’ over de tegels aangebracht. Soort bij soort en zo mogelijk op kleur van het gesteente. Ik weet niet alles meer, maar namen als gneis, kwartsiet, calciet en pyriet zijn me nog steeds bijgebleven. In ieder geval waren dit namen van de minst belangrijke steen-samenstellingen.
Op sommige plaatsen werd reliëf aangebracht met behulp van brokken op elkaar gestapelde tuinturf, waaroverheen weer losse stenen en brokken rots werden gedecoreerd. Op andere plekken werd een flinke hoeveelheid kalk onder en tussen de stenen aangebracht. Alles bij elkaar werd een verscheidenheid aan bodemondergrond in elkaar gezet, zodat een gevarieerde toepassing in soorten planten mogelijk werd. Niet elke alpineplant houdt van een kalkrijke of zurige ondergrond. Kennis van zaken over welke plant waar is wel zo belangrijk. En zie eens… een golvend landschap dat zowaar vanuit een lage kijkpositie werkelijk iets weg had van het imponerende Alpenlandschap is zo geformeerd.

Over alpineplanten

Er bestaat een grote verscheidenheid aan planten die al bodembedekkend de illusie van een alpinevegetatie kunnen waarmaken. Zelf kan ik het niet nalaten om al flanerend door dorpjes en steden de plaatselijke bloemist ongemoeid te laten. Ik speur nauwkeurig de winkel en uitstalling af om te zien of er nog typische plantjes te koop zijn die de moeite waard zijn om geëxporteerd te worden. Deels puur uit nieuwsgierigheid om te zien of plantjes ‘uit den vreemde’ het in ons wisselvallige Nederlandse klimaat wel zullen redden en deels omdat er soorten bij zijn die bij ons bepaald niet alledaags zijn. In de loop van al die jaren is er een aardige verzameling door ontstaan. Een gedeelte hiervan wilde ik wel kwijt en dat kwam nu goed van pas:

 
Een toefje gentianen Stijfharige leeuwentan
 
Zelfs edelweiss doet
het prima
Schildersverdriet
 
Hauswurtz of steenbreek
(Sempervivum)
Een rose steenbreek

Om de liefhebberij in gesteenten niet al te zeer te schaden werden er niet al te veel planten tussen de stenen en keien geplant. De uitgestorte verzameling moest immers het beeld blijvend bepalen. Het afgelopen jaar kon ik genoegzaam terugkijken naar deze merkwaardige opdracht. Wat een wonderschone pracht is er ontstaan. Ik verzeker u dat er nooit enig onderhoud aan de alpinetuin wordt gedaan. Het bedruipt zich volledig zelf. Zelfs geen druppel kraanwater komt eraan te pas. Wel hebben er wat plantjes het loodje gelegd, omdat zij niet bestand bleken te zijn tegen de extreme situatie: vaak langdurige droogte of toch te veel wind. ‘Het milieu selecteert’ en dat blijkt maar al te waar te zijn.
In de tuincentra is tegenwoordig een keur aan alpine-achtige plantjes te koop. Probeer ook eens gentianen, primula’s (Primula auricula) en (Primula farinosa), kerstroos (Helleborus niger), berg-anemoon (Pulsatilla montana), voorjaarsanemoon (Pulsatilla vernalis), sneeuwheide (Erica carnea), cyclaam (Cyclamen europaeum), dryas (Dryas octopetala), edelruit (Artemisia laxa), allerlei huislook-soorten (Sempervivum), herfststijlloos Colchicum autumnale), crocus in soorten, klokjesbloemen (Campanula cochlearifolia), alpine-aster (Aster alpinus), rapunzel (Phyteuma comosum), steenbreek (Saxifraga soorten), edelruit (Artemisia laxa), lijmkruid (Silene acaulis), anjers (Dianthus soorten).

Probeer ook eens uw platte dak te begroenen

Misschien verkeert u zelf in de nog niet uitgebuite mogelijkheid om eens een plat dak te begroenen. U hebt hier kunnen lezen dat vaak met eenvoudige middelen een verassend effect te behalen valt. Bovendien draagt beplanting bij aan isolatie: het reguleert extreme temperatuurwisselingen. Zomers koel en in de winter daalt de temperatuur tot minder lagere waarden in de ruimte onder het dak. Niet in het minst veraangenaamt een beplanting van het dak het zicht erop!
Als u naast wat kleine en lage plantjes ook eens wilt gaan experimenteren met struiken, dan is het raadzaam te zorgen voor een voldoende voedingsbodem. Breng in zo’n geval wel anti-wortelvlies over het dak aan. Dit voorkomt schade aan het dak door beworteling. Heel handig en effectvol kan beplanting op een plat dak ook aangebracht worden in houten of kunsstof bakken. Daarbij is het wel verstandig om van meet af aan na te denken over water geven. Heel handig is het in dit geval om de watervoorziening computer gestuurd te laten verlopen. In een tuincentrum kan men u hierover inlichtingen verstrekken.

Begroen uw platte dak! Nederland wordt er zoveel aardiger van.

Vegetatief vermeerderen IV – copuleren

Een scherp zetmes is absoluut noodzakelijk om een copulatie tot een goed einde te brengen. Het is raadzaam voor beginners om verband of pleisters in de buurt te hebben. Een snee in je duim of dijbeen heb je zo te pakken. Vooral bij hout dat hard is, moet veel kracht worden gezet om een goede griffel te maken. Voor de rest valt de bewerking wel mee en het resultaat is een soortechte nakomelingschap.

Twee plantendelen laten vergroeien

‘Veredelen’ is de term die wordt gebruikt voor een hele reeks manieren om planten te vermeerderen. Copuleren, oculeren en enten behoren tot die reeks. Veredelen gebeurt in de late herfst of aan het einde van de winter.
Het gemeenschappelijk kenmerk dat al die vormen van veredelen hebben, is dat een stengeldeel op een stengeldeel die wortels heeft, wordt gezet met het doel beide te laten vergroeien tot een nieuwe plant. Er wordt dus gebruikgemaakt van een bewortelde onderstam en een (soort echte) plant of struik. Het stengeldeel dat op de onderstam wordt gezet, heet ent of griffel. ‘Enten’ en ‘griffelen’ behoren tot het vakjargon van de boomkweker. Ent en onderstam moeten nauw aan elkaar verwant zijn, wil de copulatie slagen. De onderstam kan enorm van invloed zijn op de groeiwijze van de geënte plant of struik. De groeiwijze van laagstamappelen- en perenrassen zijn de bewijzen hiervoor. Planten die door middel van copulatie, enten en oculatie zijn vermeerderd, staan eerder op ‘eigen benen’ dan planten die worden gestekt. De onderstam heeft immers wortels en levert direct voedingsstoffen aan de ent. Het enige nadeel van een copulatie is, dat op latere leeftijd de ent alsnog van de onderstam kan afbreken en dat de onderstam nog wel eens wil uitlopen (wildopslag), zoals bij rozen nogal eens voorkomt.

Links: griffel en onderstam worden schuin afgesneden
Rechts: griffel en onderstam zijn met elkaar vergroeid.

Onderstam en griffel klaarmaken

In ieder geval is het kenmerk van copuleren dat zowel de onderstam als de griffel even dik moeten zijn. De keuze voor een onderstam heeft alles te maken met verwantschap: zo wordt een appelgriffel gezet op een appelonderstam en een rododendrongriffel op een rododendrononderstam. Meestal wordt de onderstam gezaaid. Een aflegger van een struik kan ook heel goed dienst doen. Opslag of zaailingen van de esdoorn (Acer) lenen zich goed om cultuurvariëteiten op te veredelen. Voor rozen worden onder meer Rosa rugosa en Rosa canina of Rosa multiflora als onderstam gebruikt.

    – Copuleren
    De onderstam wordt, voordat een griffel erop wordt gezet, gerooid. De wortels mogen wat worden bijgeknipt. Bescherm de wortels tegen uitdrogen. Knip griffels en houdt daarbij de dikte van de onderstam in het achterhoofd. Griffels hebben een lengte van vijf tot twaalf centimeter. Op de griffel moeten twee tot vier ogen of oogparen zitten. Zowel onderstam en griffel wordt in één haal schuin doorgesneden, dwars door merg en al.
    Het schuine vlak moet een lengte van 3 à 4 cm hebben.
    De beide schuine vlakken worden tegen elkaar aangebracht en samengebonden met raffia of een dun rubberen bandje, waar doorheen een nietje wordt geslagen.
    – Plakken
    Werkwijze dezelfde als bij copuleren, maar met dit verschil dat de snede niet dwars door het merg wordt gemaakt; de snede blijft voor het merg. Soms lukt vergroeiing daardoor beter.
    – Ter zijde zetten
    De onderstam wordt in dit geval niet afgeknipt. De griffel wordt zijdelings tegen de onderstam aangezet. Van de onderstam wordt een ‘plakje’ afgesneden met een lengte die gelijk is aan de lengte van de schuin afgesneden griffel. Deze methode wordt vaak in combinatie met plakken toegepast. Voordeel is dat de onderstam kan blijven assimileren (voedingsstoffen aanmaken), hetgeen ten goede komt aan zowel onderstam als griffel.
    – Spleetenten
    De onderstam wordt een beetje schuin afgesneden; een snede gelijk aan een schuine snede bij snoeien. De onderstam wordt verticaal in tweeën gespleten. Lengte verticale snede 3 à 4 cm. De griffel wordt aan twee zijden schuin afgesneden en in de spleet van de onderstam gezet. De buitenste bast (Cambia) van onderstam en griffel moeten goed op elkaar aansluiten. Het geheel wordt samengebonden. Deze vorm van copuleren wordt toegpast bij o.a. sering en Clematis-hybriden.

Welke planten en/of struiken zijn te copuleren?
Bijna alle planten die soortecht moeten blijven.

Alle vormen van vermeerderen

I Stekken – II Afleggen – III Marcotteren
IV Copuleren – V Oculeren – VI Enten