Evenementen en beurzen

 
Wij pretenderen niet volledig te zijn met deze lijst.

Helleborusdagen

Woensdag 5 t/m zaterdag 22 maart
Meer informatie: Kwekerij Het Houten Huis (Zaltbommel)

Garden Event

Donderdag 6 t/m zondag 9 maart
Meer informatie: Garden Event (Assen)

Helleborusdagen

Vrijdag 7 t/m zondag 9 maart
Meer informatie: Kwekerij De Morgen (Obdam)

Open-deur-dagen

t/m zaterdag 8 maart
Meer informatie: Kwekerij Nico Zonneveld (Heerhugowaard)

Zadenweekend en doedag Hortus

Zaterdag 8 en 9 maart
Meer informatie: Reclaim the Seeds (Haren)

Helleborusdagen

Zaterdag 8 en zondag 9 maart
Meer informatie: Kwekerij De Kleine Plantage (Eenrum)

Helleborusdagen

Vrijdagen 14 en 21 en zaterdagen 15 en 22 maart
Meer informatie: De Stekkentuin (Espel en Bant)

Violenfestival

Zondag 16 maart
Meer informatie: De Paardestal (Peize)

Oost-Groninger bloembollenroute

Zondag 16 maart krokussen
Zondagen 13, 20 en 27 april
Meer informatie: Westerwoldse Tuinen, Stonefarm, Tuinfleur of Wubsbos

Tuinbraderie 2014

Zaterdag 22 maart
Meer informatie: Stadshart (Zoetermeer)

Lentebloeiers

(België)
Zondag 23 maart
Meer informatie: Landgoed Vordenstein (Schoten)

Tuin- en streekmarkt

Zondag 27 april
Meer informatie: Winkelcentrum het Rond (Houten)

Vegetatief vermeerderen VI – enten

Wanneer de onderstam dikker is dan de erop te plaatsen griffel wordt er geënt. Het is niet de gemakkelijkste manier van vermeerderen. Vooral als het hout van de onderstam taai of hard is, valt het niet mee om een gave snede te maken. Hier gaat het over voor driehoeksenten.

Het is helaas niet altijd zo dat onderstam en ent even dik zijn. In dat geval is driehoeksenting of spleetenten de aangewezen manier om twee planten toch met elkaar te verenigen. In de boomteelt wordt deze manier van enten wel gebruikt om bijvoorbeeld een bijzondere bloeier op stam te krijgen.

Links: de driehoekige inkeping van onderstam en ent is duidelijk te zien
Rechts: ent en onderstam zijn vergroeid; de ent is uitgelopen

Werkwijze

De onderstam wordt gerooid. Het maakt niet veel uit wanneer er wordt geënt. Het najaar heeft echter de voorkeur vanwege het minder worden van de sapstroom in de plant. De onderstam wordt op ca 8 – 10 cm afgeknipt boven het punt waar normaal de wortelhals in de grond staat. Met een zetmes wordt, vanaf de bovenkant van de (afgesnoeide)stam, een driehoekige vorm uitgesneden tot halverwege de kern van het hout en naar beneden uitlopend tot de bast. Let op dat de stengel niet helemaal openscheurt.

De griffel moet een zodanige lengte hebben dat hierop ten minste 3 ogen of oogparen zitten. Eventueel aanwezig blad wordt verwijderd, beschadig de knoppen in de oksels daarbij niet.
De griffel wordt gesneden door aan twee zijden te snijden, zodat een driehoekige vorm ontstaat en wel breed van boven en taps toelopend. Probeer of de griffel precies past in de driehoek van de onderstam. Is dit niet zo, dan moet de griffel worden bijgesneden; net zo lang tot hij goed passend is. De wonden van de griffel moeten zo glad mogelijk zijn.
Plaats de ent op de onderstam. Let er daarbij op, dat de bast van zowel onderstam als griffel goed tegen elkaar aansluiten. Bind nu de griffel met raffia vast op de onderstam. De wond wordt afgedekt met entwas of zuivere bijenwas. De onderstam kan nu weer worden opgeplant.
De enting is geslaagd als de knoppen op de griffel gaan zwellen of uitlopen.

Alle vormen van vermeerderen

I Stekken – II Afleggen – III Marcotteren
IV Copuleren – V Oculeren – VI Enten

Groente kan mooi zijn: de ‘eetbare’ tuin rekt je smaak op

 
Eten uit eigen tuin is niet alleen meer een genoegen, voor wie er een volkstuin of groentetuin op na houdt. Er zijn veel manieren om eetbare gewassen aan de siertuin toe te voegen. Een doeltreffende manier is om groenten of vruchten dragende gewassen in pot(ten) te zetten of tussen sierplanten in te planten. Een rage, die zoetjes aan ‘poot aan de grond’ heeft gekregen en, mits goed toegepast, een verrijking van de tuin is.

Zonder het misschien bewust te beseffen raken we internationaal geörienteerd. Dat proces gaat langzaam, maar wie dacht er in het verleden nog aan om China te (kunnen) bezoeken of India, Japan of Mexico? Grenzen lijken haast niet meer te bestaan.

Groenten en sierplanten gaan goed samen

Angstvallig worden grenzen nog op slot gehouden voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen of om ‘wat dan ook’ af te schermen.
Gelukkig kunnen we alles eten wat de wereld zoal te bieden heeft; we importeren via luchtbruggen of verbouwen het zelf als het de moeite loont. ‘Vreemde’, exotische groenten veroveren de markt, zoals paprika in het verleden. We leren eten en leven met instantsauzen, eten bloemen en waarderen of verafschuwen het ‘vreemde’. Paksoi, amsoi, tatsoi, basella en antroewa sieren de groentestalletjes op de markt. We kijken er niet eens meer van op.

‘Onze smaak wordt opgerekt’, ook waar het om tuinieren gaat. Steeds meer planten dienen zich aan om in de tuin gezet te worden. Invloeden uit de hele wereld worden zichtbaar in de cultuur: eten of dineren zoals u wilt beperkt zich niet meer alleen tot typisch Nederlandse gerechten, het sortiment kamerplanten dijt uit, het inrichten van de tuin hinkt van barok tot en met ‘minimal art’, de mode wordt niet meer alleen gedicteerd vanuit Parijs. Bestaande tradities staan onder spanning: verrijking of vervaging?

Eetbare planten zijn ook mooi

Eetbare planten noemen we groente. Naast bladgroenten is er veel meer eetbaar zoals de bloem van het eetbare viooltje of de Oost-Indische kers.
Kruiden zijn ook zo’n voorbeeld, waarvan hoofdzakelijk de bladeren worden gebruikt en gegeten.
Afgezien van het nut, die tal van gewassen voor mensen hebben, zijn er talrijke soorten die

Aardbeiplanten in pot: geen bijzonderheid

beslist het aanzien waard zijn en een plekje in de tuin verdienen. Waarom zou niet ‘het nuttige met het aangename’ kunnen worden verenigd? Sier-, fruit- en groentetuin worden in de tuinkunst nog steeds apart van elkaar gelegd. Maar… dat verandert heel geleidelijk – ‘t sluipt binnen, het ‘vreemde’ is vanzelfsprekend. Het aardbeienbedje in de tuin verheft zich boven de grond, wordt haast tot een sculptuur gemaakt, een aarbeienplant in pot is geen bijzonderheid meer.

Verbouw van verschillende koolsoorten is typisch Nederlands.

Boerenkool door vorst berijpt

In het najaar herken je de ‘koolstreek’ nog steeds blindelings aan de geur die van kool uitgaat. Savooien-, witte en Chinese kool scoren nog steeds goed binnen onze grenzen waar het om het eten ervan gaat. Boerenkool is in trek wanneer het stevig vriest en evenaart snert, waarmee het de strijd moet aanbinden. Een boerenkoolplant is, ook al bloeit die niet, best mooi om te zien en zeker wanneer er een waas van rijp overheen ligt. Een (veel) geziene gast in de border is boerenkool echter nog niet.

In plaats van boerenkool houden we het liever nog even op sierkool, hetzij in pot

De sierkool heeft inmiddels de (sier)tuin al veroverd

of in de volle grond. De veelkeurigheid van sierkool zal daar wel debet aan zijn. In z’n verschijningsvorm heeft sierkool toch alles weg van boerenkool? De veelkleurigheid wint het van de sobere kleur die gewone boerenkool heeft; een associatie met de veelkleurige border? Sierkool is eetbaar, de smaak is niet zo denderend als die van de gewone variëteiten.

Heel veel groenten en kruiden lenen zich goed om in pot te groeien. Als de tuin in grootte

Groenten en kruiden in pot zijn goed in de tuin in te voegen

eigenlijk te klein is om een gedeelte als groentetuin in te richten, bieden potten en bakken uitkomst. Planten in potten is niet alleen voor balkons een noodzaak, ook in de (kleine) tuin laten potten en bakken zich goed invoegen. Een ‘verloren’ hoekje, een open plek in de border laat zich goed en handig vullen met zo’n mobiel stukje tuin. Het is het begin van de eetbare tuin.
Het geschiktst hiervoor zijn compact groeiende planten, die weinig windgevoelig zijn. Kruiden, courgette, tomaat, koolrabi en aardbeien zijn leuke planten om door kinderen te (laten) verzorgen; ze leren zien hoe iets groeit, een praktische plantkundeles.

Voor wie een wat grotere tuin of een ‘verloren’ hoekje in de tuin heeft, is het leuk om door

Zelf worteltjes verbouwen is leuk voor kinderen

(je) kind(eren) worteltjes te laten verbouwen. Op een licht humeuze grond groeien ze goed. Zonder al te veel moeite en werk kan er worden gezaaid op richels in april – mei. De zaadjes moeten op voldoende afstand van elkaar worden gelegd op een diepte van ca 6 – 8 cm. Het loof van wortels is mooi ingesneden en diepgroen van kleur. Het geeft een mooi effect naast grijstinten in de border, zoals die van lavendel en de eenjarige Senecio bicolor. Eind augustus, begin september kan er worden geoogst. Ze smaken nog lekker ook.

Verse kruiden bij de hand hebben is niet alleen plezierig, sommige soorten bloeien ook erg mooi.

Bloeiende bieslook

Alle kruiden zijn zonder meer geschikt om in pot of bak te groeien. In de volle grond worden ze mischien wel wat hoger en breder, maar dat moet toch geen bezwaar zijn om ze niet in pot of bak te houden. Kruiden passen goed in een border met vaste planten: in pot of in de volle grond. Er hoeft niet speciaal een kruidenborder of hoekje met buxushaagjes omheen te worden aangelegd. Niet alle kruidenplanten zijn overjarig. Let daarop als u zaad of plantjes koopt.
Bieslook is een kruid, dat je het beste zaait. De beste tijd is in april, later kan ook. Zaai in kleine hoeveelheden met een tussenpoos van veertien dagen. Dit verlengt de mogelijkheid tot gebruik in de tijd van de verschillende zaaisels. Is bieslook eenmaal afgesneden, dan groeit die nauwelijks meer aan. Van een teveel aan bieslook kan altijd nog een pesto worden gemaakt of je vriest het in.

 
Heerlijk geurend en fraai bloeiend kruid Kruiden kunnen op azijn worden gezet

Dille (links) is heerlijk om bij visgerechten en in sauzen te gebruiken. Het is een eenjarig kruid en al in cultuur sinds mensenheugenis. Zowel het blad als het zaad is een waardevol keukenkruid. Gezaaid (in maart) op een warme en zonnige plaats, gedijt dille het beste. Hou de grond vochtig.
Dille, basilicum en dragon zijn prima kruiden om op azijn in fles te bewaren.

The edible garden
Een avocado aan huis? Hazelnoot, een brede struik
Smullen van eetbare bloemen Snijbiet voor moes- en siertuin
Citrus (niet alle eetbaar) Sierkool
Met zuring zakt de maaltijd beter Vorm en smaak van de artisjok
Aardbeien voor tuin en balkon Dwergkwee
Decoratieve en sappige kruisbes Smullen van aalbessen
Bramencultuur aan de muur De druif, niet voor Bacchus alleen
Voor een vijg hoef je niet ver weg Drank en jam van de vlier
Het witte goud, dat asperge heet Niet krenterig met bloemen
Bottel-, rimpelroos Trakteer jezelf op moerbei
Kalebas Knoflook
Tamme kastanje De ui
Zelf paddestoelen kweken Jostabes door geduldig kruisen
Zwarte bessen: veel vitamine C Walnoot
Frambozen beter zelf te houden Duizelingwekkende mispel
Lapse jam van kornoelje Japanse wijnbes: zomer-bowl

Kruiden
Keukensalies voor de sier Oregano
Basilicum Bonenkruid
Bieslook Kervel
Anijs Koriander
Lavas Rozemarijn
Tijm Onsterfelijkheidskruid

Een daktuin als minilandschap

Toen de reisgidsen voor een nieuw jaar weer her en der verspreid over de tafel lagen, dacht ik opeens terug aan een wonderlijke vraag, die ik een jaar geleden van een familielid kreeg: "Wil je eens een daktuintje voor me maken?" Aangezien ik het genoegen had om met hem enkele malen mee met vakantie te gaan, kon ik geen smoes van ‘geen tijd’ bedenken.

Die vakanties zijn altijd weer een belevenis en spelen zich af in de bergen van Oostenrijk. Nee, geen terrasjesvakantie, maar er stevig tegenaan. De hoogste toppen moeten bedwongen worden! Met een atlasje van de beste vindplekken voor mineralen wordt vooraf zorgvuldig de vakantiebestemming uitgezocht. Stel je voor dat je eens een buitengewoon mineraal zult vinden. Zwoegend wordt elke dag een beklimming ingezet om de bewuste vindplaats te bereiken. Ik weet niet of u wel eens een berg beklimt, maar ik verzeker u dat heel veel tijd, geduld en krachtsinspanning vereist is om een

flinke hoogte te bereiken.

De vreemde opdracht
De constructie op het dak
Over alpineplanten
Probeer ook zelf eens uw platte dak te begroenen

Nu ben ik niet zo’n freak die voortdurend met z’n neus over de grond zwalkt. Het kost genoeg inspanning om je met bergschoenen uitgeruste voetjes zorgvuldig op het smalle bergpaadje te planten, zodat je stabiel je weg kunt vervolgen. Met dat familielid is het anders. Z’n ogen bepriemen elk steentje en rotspartij op zoek naar net dat ene gelukje. Zelf ben ik beroepshalve meer geïnteresseerd in dat bijzondere plantje dat je niet zo een, twee, drie kunt thuisbrengen.
Het fantastische van een looptocht door het berglandschap is dat je van hoog naar laag gaat. In feite passeer je verschillende klimaatgordels en daarmee verandert de biotoop voor plantjes en dieren. Zijn de planten en struiken eerst nog hoog, naarmate je de sneeuwgrens nadert, worden ze alras lager en gaan over in uitsluitend bodembedekkende planten en een keur aan mossen. Nog hoger, tot in de sneeuw, worden de planten zeldzamer en is de bedekkingsgraad heel klein. De ‘struggle for life’, het vechten om een gunstig plekje in een bizar klimaat is dan aan de orde. De zomers in de bergen duren kort. Planten moeten dus in heel korte tijd groeien, bloeien en tot zaadvorming zien te komen.
Terwijl ik al mijn aandacht schenk aan al die fraaie plantjes en erachter probeer te komen waarom zij nu net op die ene plek groeien, haalt mijn familielid halsbrekende toeren uit om een bijzonder glinsterend mineraaltje uit een spleet van een vervaarlijk overhangende rotsrichel te peuteren.

En… zowaar de zoveelste vondst kan worden toegevoegd aan de inmiddels snel groeiende verzameling. Aandachtig wordt het mineraal met een kwastje ontdaan van wat aardkorreltjes, wat opgepoetst en nauwkeurig met een loupe onderzocht. Toch trekt dit ook mijn aandacht, want naast de interessante geologische ontstaansgeschiedenis van het gesteente is de mineralisatie een proces van eeuwen. In water opgeloste moleculen kristalliseren tot bijzondere vormen en hebben ook dikwijls heel mooie kleuren. Het is het verzamelen waard.
Aan het einde van zo’n vakantieperiode worden de stukjes gesteenten zorgvuldig in vloeipapier gewikkeld en verpakt in dozen en doosjes. Nu zijn dat niet zomaar wat souveniertjes, nee het gaat in dit geval om de halve bagageruimte van een flinke stationcar! U begrijpt wel dat na enkele jaren er een collectie ontstaat, waarbij niet elke vondst meer die aandacht krijgt die deze hoog in de bergen nog wel kreeg. Alleen de waardevolste en schoonste mineralen weten een plaatsje te veroveren in de fraai verlichte vitrinekast, die inmiddels de volledige wandlengte van de huiskamer in beslag neemt. Overigens zijn de mineralen keurig van naam, chemische samenstelling en vindplaats voorzien. Een uitzoekwerkje dat uren en dagen in beslag neemt. Het overige verdwijnt eerst nog in grote dozen en krijgt een plekje op de inmiddels te klein geworden zolder. Netjes geregistreerd wat waarin zit, dat wel…

De vreemde opdracht

Misschien begint u al iets te dagen. Mij toen in ieder geval wel! Doe eens iets met al dat moois en nog wel ergens in de tuin ook. Een soort bijzetting op het veld van eer? Afscheid nemen van wat eerst waardevol leek en na veel moeite liefdevol is verkregen, valt ook voor een mineralenverzamelaar niet mee. Dus wil je maar een plekje in de tuin ermee opvullen? Op zich leek dit mij wel een aardig idee. Toch maar eerst eens de hele zaak in ogenschouw nemen.
Ik had wel enig idee van de grootte van de tuin. Daarvoor zijn we ‘close’

Kwartsiet, geen bijzondere vondst.

genoeg. Maar al snel wist ik zeker dat het niet raadzaam was een gedeelte van de tuin te beleggen met al die losse stenen. Daarvoor was de verzameling nou net niet omvangrijk genoeg. Zo’n apart accentje in de tuin in een alpine-achtige setting leek mij te minimaal om een goed effect te geven. Het zou een tuintje in een tuin worden.
De familie heeft een aardig huis, ruim en losstaand geplaatst. Aan het achterhuis zit een flinke uitbouw, waardoor een soort breed dakterras is ontstaan. Dit dakterras grenst aan een grote garage eveneens met een plat dak. Het enige waarvoor het dak gebruikt werd, was om de was te drogen aan een weinig sierlijke stellage. Het leek mij bij uitstek een plek om een mini-alpenlandschap op dit dak te realiseren.

De constructie op het dak

Het dak bestaat uit prefab-betonplaten, waaroverheen mastiek is aangebracht om het waterdicht te maken. Her en der lagen al wat tegels om de waslijn met droge voeten te bereiken. Op snikhete zomeravonden werd er wel eens op het dak in een luie stoel gezeten en doemden vergezichten op verwant aan die in de Alpen. Ja, dat beeld wilde ik nu tot quasi werkelijkheid laten worden. Ik pakte potlood en papier en begon te schetsen: een tapijt van losse stenen met her en der rotsformaties trokken in mijn gedachten voorbij. Schitterende alpine-plantjes zouden moeten zorgen voor kleurrijke accenten. Maar… hoe maak je zoiets nou tot werkelijkheid? Ik begon na te denken over de constructie van het dak zelf. Zou die de zware last aan stenen en rotsblokken wel kunnen dragen? Hoe moet de wateraf- en aanvoer geregeld worden? Of kan het zomaar aan z’n lot overgelaten worden? We besloten maar eens te experimenteren.

Nadat in hoofdlijnen het idee op papier gezet was, bedacht ik een eenvoudige opbouw voor op het dak. Eerst maar eens een kunststof mat over het bitumen aanbrengen. De mat bestaat uit kunstig vervlochten draden: een soort brillo-spons. De mat is per meter te koop en is ook erg geschikt als onderlegger voor een vijver die van rubber of plastic folie gemaakt wordt. De mat zorgt in ons geval voor een onbelemmerde afvoer van regenwater dat ongetwijfeld over dit ‘stukje Oostenrijk’ zal neerdalen. Over de mat hebben we ‘drainata-tegels’ aangebracht. Deze tegels zijn poreus en dus water doorlatend. De tegels zijn betrekkelijk licht van gewicht, wat gunstig is om het totaal aan belasting op het dak laag te houden. De tegels zijn 30 x 30 cm groot.
Na flink sjouwen is vervolgens met zorg ‘de verzameling’ over de tegels aangebracht. Soort bij soort en zo mogelijk op kleur van het gesteente. Ik weet niet alles meer, maar namen als gneis, kwartsiet, calciet en pyriet zijn me nog steeds bijgebleven. In ieder geval waren dit namen van de minst belangrijke steen-samenstellingen.
Op sommige plaatsen werd reliëf aangebracht met behulp van brokken op elkaar gestapelde tuinturf, waaroverheen weer losse stenen en brokken rots werden gedecoreerd. Op andere plekken werd een flinke hoeveelheid kalk onder en tussen de stenen aangebracht. Alles bij elkaar werd een verscheidenheid aan bodemondergrond in elkaar gezet, zodat een gevarieerde toepassing in soorten planten mogelijk werd. Niet elke alpineplant houdt van een kalkrijke of zurige ondergrond. Kennis van zaken over welke plant waar is wel zo belangrijk. En zie eens… een golvend landschap dat zowaar vanuit een lage kijkpositie werkelijk iets weg had van het imponerende Alpenlandschap is zo geformeerd.

Over alpineplanten

Er bestaat een grote verscheidenheid aan planten die al bodembedekkend de illusie van een alpinevegetatie kunnen waarmaken. Zelf kan ik het niet nalaten om al flanerend door dorpjes en steden de plaatselijke bloemist ongemoeid te laten. Ik speur nauwkeurig de winkel en uitstalling af om te zien of er nog typische plantjes te koop zijn die de moeite waard zijn om geëxporteerd te worden. Deels puur uit nieuwsgierigheid om te zien of plantjes ‘uit den vreemde’ het in ons wisselvallige Nederlandse klimaat wel zullen redden en deels omdat er soorten bij zijn die bij ons bepaald niet alledaags zijn. In de loop van al die jaren is er een aardige verzameling door ontstaan. Een gedeelte hiervan wilde ik wel kwijt en dat kwam nu goed van pas:

 
Een toefje gentianen Stijfharige leeuwentan
 
Zelfs edelweiss doet
het prima
Schildersverdriet
 
Hauswurtz of steenbreek
(Sempervivum)
Een rose steenbreek

Om de liefhebberij in gesteenten niet al te zeer te schaden werden er niet al te veel planten tussen de stenen en keien geplant. De uitgestorte verzameling moest immers het beeld blijvend bepalen. Het afgelopen jaar kon ik genoegzaam terugkijken naar deze merkwaardige opdracht. Wat een wonderschone pracht is er ontstaan. Ik verzeker u dat er nooit enig onderhoud aan de alpinetuin wordt gedaan. Het bedruipt zich volledig zelf. Zelfs geen druppel kraanwater komt eraan te pas. Wel hebben er wat plantjes het loodje gelegd, omdat zij niet bestand bleken te zijn tegen de extreme situatie: vaak langdurige droogte of toch te veel wind. ‘Het milieu selecteert’ en dat blijkt maar al te waar te zijn.
In de tuincentra is tegenwoordig een keur aan alpine-achtige plantjes te koop. Probeer ook eens gentianen, primula’s (Primula auricula) en (Primula farinosa), kerstroos (Helleborus niger), berg-anemoon (Pulsatilla montana), voorjaarsanemoon (Pulsatilla vernalis), sneeuwheide (Erica carnea), cyclaam (Cyclamen europaeum), dryas (Dryas octopetala), edelruit (Artemisia laxa), allerlei huislook-soorten (Sempervivum), herfststijlloos Colchicum autumnale), crocus in soorten, klokjesbloemen (Campanula cochlearifolia), alpine-aster (Aster alpinus), rapunzel (Phyteuma comosum), steenbreek (Saxifraga soorten), edelruit (Artemisia laxa), lijmkruid (Silene acaulis), anjers (Dianthus soorten).

Probeer ook eens uw platte dak te begroenen

Misschien verkeert u zelf in de nog niet uitgebuite mogelijkheid om eens een plat dak te begroenen. U hebt hier kunnen lezen dat vaak met eenvoudige middelen een verassend effect te behalen valt. Bovendien draagt beplanting bij aan isolatie: het reguleert extreme temperatuurwisselingen. Zomers koel en in de winter daalt de temperatuur tot minder lagere waarden in de ruimte onder het dak. Niet in het minst veraangenaamt een beplanting van het dak het zicht erop!
Als u naast wat kleine en lage plantjes ook eens wilt gaan experimenteren met struiken, dan is het raadzaam te zorgen voor een voldoende voedingsbodem. Breng in zo’n geval wel anti-wortelvlies over het dak aan. Dit voorkomt schade aan het dak door beworteling. Heel handig en effectvol kan beplanting op een plat dak ook aangebracht worden in houten of kunsstof bakken. Daarbij is het wel verstandig om van meet af aan na te denken over water geven. Heel handig is het in dit geval om de watervoorziening computer gestuurd te laten verlopen. In een tuincentrum kan men u hierover inlichtingen verstrekken.

Begroen uw platte dak! Nederland wordt er zoveel aardiger van.

Vegetatief vermeerderen IV – copuleren

Een scherp zetmes is absoluut noodzakelijk om een copulatie tot een goed einde te brengen. Het is raadzaam voor beginners om verband of pleisters in de buurt te hebben. Een snee in je duim of dijbeen heb je zo te pakken. Vooral bij hout dat hard is, moet veel kracht worden gezet om een goede griffel te maken. Voor de rest valt de bewerking wel mee en het resultaat is een soortechte nakomelingschap.

Twee plantendelen laten vergroeien

‘Veredelen’ is de term die wordt gebruikt voor een hele reeks manieren om planten te vermeerderen. Copuleren, oculeren en enten behoren tot die reeks. Veredelen gebeurt in de late herfst of aan het einde van de winter.
Het gemeenschappelijk kenmerk dat al die vormen van veredelen hebben, is dat een stengeldeel op een stengeldeel die wortels heeft, wordt gezet met het doel beide te laten vergroeien tot een nieuwe plant. Er wordt dus gebruikgemaakt van een bewortelde onderstam en een (soort echte) plant of struik. Het stengeldeel dat op de onderstam wordt gezet, heet ent of griffel. ‘Enten’ en ‘griffelen’ behoren tot het vakjargon van de boomkweker. Ent en onderstam moeten nauw aan elkaar verwant zijn, wil de copulatie slagen. De onderstam kan enorm van invloed zijn op de groeiwijze van de geënte plant of struik. De groeiwijze van laagstamappelen- en perenrassen zijn de bewijzen hiervoor. Planten die door middel van copulatie, enten en oculatie zijn vermeerderd, staan eerder op ‘eigen benen’ dan planten die worden gestekt. De onderstam heeft immers wortels en levert direct voedingsstoffen aan de ent. Het enige nadeel van een copulatie is, dat op latere leeftijd de ent alsnog van de onderstam kan afbreken en dat de onderstam nog wel eens wil uitlopen (wildopslag), zoals bij rozen nogal eens voorkomt.

Links: griffel en onderstam worden schuin afgesneden
Rechts: griffel en onderstam zijn met elkaar vergroeid.

Onderstam en griffel klaarmaken

In ieder geval is het kenmerk van copuleren dat zowel de onderstam als de griffel even dik moeten zijn. De keuze voor een onderstam heeft alles te maken met verwantschap: zo wordt een appelgriffel gezet op een appelonderstam en een rododendrongriffel op een rododendrononderstam. Meestal wordt de onderstam gezaaid. Een aflegger van een struik kan ook heel goed dienst doen. Opslag of zaailingen van de esdoorn (Acer) lenen zich goed om cultuurvariëteiten op te veredelen. Voor rozen worden onder meer Rosa rugosa en Rosa canina of Rosa multiflora als onderstam gebruikt.

    – Copuleren
    De onderstam wordt, voordat een griffel erop wordt gezet, gerooid. De wortels mogen wat worden bijgeknipt. Bescherm de wortels tegen uitdrogen. Knip griffels en houdt daarbij de dikte van de onderstam in het achterhoofd. Griffels hebben een lengte van vijf tot twaalf centimeter. Op de griffel moeten twee tot vier ogen of oogparen zitten. Zowel onderstam en griffel wordt in één haal schuin doorgesneden, dwars door merg en al.
    Het schuine vlak moet een lengte van 3 à 4 cm hebben.
    De beide schuine vlakken worden tegen elkaar aangebracht en samengebonden met raffia of een dun rubberen bandje, waar doorheen een nietje wordt geslagen.
    – Plakken
    Werkwijze dezelfde als bij copuleren, maar met dit verschil dat de snede niet dwars door het merg wordt gemaakt; de snede blijft voor het merg. Soms lukt vergroeiing daardoor beter.
    – Ter zijde zetten
    De onderstam wordt in dit geval niet afgeknipt. De griffel wordt zijdelings tegen de onderstam aangezet. Van de onderstam wordt een ‘plakje’ afgesneden met een lengte die gelijk is aan de lengte van de schuin afgesneden griffel. Deze methode wordt vaak in combinatie met plakken toegepast. Voordeel is dat de onderstam kan blijven assimileren (voedingsstoffen aanmaken), hetgeen ten goede komt aan zowel onderstam als griffel.
    – Spleetenten
    De onderstam wordt een beetje schuin afgesneden; een snede gelijk aan een schuine snede bij snoeien. De onderstam wordt verticaal in tweeën gespleten. Lengte verticale snede 3 à 4 cm. De griffel wordt aan twee zijden schuin afgesneden en in de spleet van de onderstam gezet. De buitenste bast (Cambia) van onderstam en griffel moeten goed op elkaar aansluiten. Het geheel wordt samengebonden. Deze vorm van copuleren wordt toegpast bij o.a. sering en Clematis-hybriden.

Welke planten en/of struiken zijn te copuleren?
Bijna alle planten die soortecht moeten blijven.

Alle vormen van vermeerderen

I Stekken – II Afleggen – III Marcotteren
IV Copuleren – V Oculeren – VI Enten

Begrensd en toch optimaal tuinieren

 

Over de bloemenrand, het boordbed en het bloembed. Ofte wel de border.

Een tuin zonder border is als een woonkamer zonder interieur. Het Engelse woord border heeft de Nederlandse benamingen als bloemenrand, boordbed en bloembed zo langzamerhand helemaal verdrongen. Omstreeks 1880 heeft Gertrude Jekyll, die als geestelijk moeder van de border gezien mag worden, nieuwe impulsen geven aan de tuinkunst. Met een fabelachtige plantenkennis gecombineerd met artistiek gevoel en gegrepen door bont bloeiende groepen planten in wegbermen en langs bosranden, kwam ze ertoe vaste planten in groepen van één soort en kleur bij elkaar te zetten. Zo werd de bloeiende wegberm of bosrand binnen de beperkte ruimte van de tuin gehaald. Van voren naar achteren oplopend in hoogte met als een rustige achtergrond een rechte haag, heesterbeplanting of een schutting. Zo werd de border een belangrijk onderdeel van de tuin.

Ook de Nederlandse tuinarchitect Mien Ruys (1904-1999) heeft veel betekend voor de hedendaagse tuin. Zoekend naar wezenlijke mogelijkheden ging ze uit van eenvoud en functionaliteit voor een indeling met natuurlijke beplanting. Dit onderscheidde haar van haar collega’s. Zij zochten weliswaar ook naar eenvoud en helderheid, maar vonden vasteplantenborders een onnodige versiering. De moderne border is inmiddels een harmonieuze samenstelling naar vorm en kleur volgens diverse plantengroepen; afgewisseld of opgevuld met heesters, struiken en bomen. Belangrijk is het dan, dat groepen planten, die bij elkaar staan, van nature ongeveer dezelfde eisen stellen, zoals bodem, vochtigheid, zon en schaduw.

Waar en hoe?

In een al bestaande tuin moet een nieuwe border worden aangepast

volgens de al aanwezige tuinaanleg. De border kan paden aan één of twee kanten begrenzen of een gazon omzomen. Is de opbouw van de tuin rechtlijnig, dan zal de border dat ook moeten zijn. Een lange, smalle tuin krijgt betere verhoudingen door een border in de breedte. De mooiste ligging in een kleine tuin is daar waar men vanuit het huis langs of vanaf het terrras schuin langs de border kan kijken. In grote tuinen kiest men voor een achtergrond van coniferen en heesters, in een kleine tuin een haag of rustgevende hekwerk. De beste plaats voor een border met bloeiende planten is op het zuiden of het zuidoosten.

Aanleg

Zorg eerst voor een goede grondbewerking en voorraadbemesting (in het voorjaar) en overbemesting (in de zomermaanden) van de border. Gebruik voor zandgrond oude, verteerde koemest en voor kleigrond paardenmest. Voor bijvoorbeeld rododendrons, azalea’s en coniferen turfmolm of bosgrond. Vermeng schrale grond met een veertig cm dikke laag goede tuinaarde of compost.

Acanthus

Maak voor de gewenste aanleg van een border tevoren een plattegrond met hierop aangegeven de gewenste planten met hun hoogten en bloeitijd om de bloeiperiode te kunnen spreiden.
Maak altijd groepjes van minstens 3 tot 6 planten van één soort. Aantallen, die voor grote borders natuurlijk sterk moeten worden uitgebreid. Plant voor een mooi kleureffect hier en daar ook eens een decoratievie of ijle bloeier. Door afwisseling in bloem- en bladvorm wordt een border alleen maar fraaier.
Zogenaamde solitairen, zoals Acanthus (akant) met zijn decoratief getand blad, zijn planten die op de een of andere manier zo opvallend zijn, dat ze wel bijna alleen ‘moeten’ staan. En geurplanten mogen in een border natuurlijk niet ontbreken.
Kies voor het goed uitkomen van de bloemen- en plantenweelde zoveel mogelijk voor een rustige achtergrond van bijvoorbeeld een rek met klimplanten, een strakke haag of schutting.

Opbouw

Een border wordt opgebouwd van laag naar hoog. Plant direct aan de rand kleine planten met een groeihoogte tot zo’n 30 cm. Gebruik hier bij voorkeur polvormige, vaste planten voor. Een paar voorbeelden: Acaena (stekelnootje), Duchesnea indica (Indische aardbei) en Viola (viooltjes).
Hierachter komen randplanten met een groeihoogte tot plm. 50 cm: Gypsophila (gipskruid), Campanula (klokjesbloem), Dicentra spectabilis (gebroken hartje). Verstandig is het te kiezen voor planten, die niet woekeren of sterke uitlopers maken.
Na de randplanten komt de middengroep, waarvan de hoogte kan of mag oplopen tot 70 cm: Euphorbia (wolfsmelk), Aster ericoides (aster), Lupinus (lupine), Astilbe (pluimspiraea) en Physostegia virginiana (scharnierbloem) zijn een paar uit die enorme groep middelgrote planten. Houd de beplanting dicht bij het terras of de zithoek wel laag. Anders gaat de rest van de

Delphinium

border c.q. tuin verscholen achter een te hoge borderbeplanting. Als dicht bij het terras toch wordt gekozen voor wat hogere beplanting, gebruik dan ‘luchtige’ planten. Planten waar je doorheen kunt kijken, zoals Molinia arundinacea ‘Transparant’ (pijpenstrootje). Hiervoor zijn ook enkele grassoorten, zoals Stipa splendens (vedergras) en Verbena (ijzerhard), goed geschikt. De achterste plantengroep in de border bestaat uit soorten, die 1 meter of hoger kunnen worden. Bijvoorbeeld Lythrum salicaria (kattenstaart), Macleaya (pluimpapaver) en Delphinium (ridderspoor).
Diverse struiken en heesters, zoals Rhododendron, azalea’s, Skimmia, Andromeda enzo mogen natuurlijk niet ontbreken. Zo zijn er voor de winter groenblijvende heesters, zoals Sarcococca met heel lekker ruikende witte bloemen of een ‘s winters bloeiende struikkamperfoelie.

Zorg bij dit alles voor een harmonieus geheel door op regelmatige afstanden sterke punten qua vorm en kleur te herhalen. Hierdoor ontstaat

Hosta ‘Patriot’

samenhang, een rode draad, in de border. Belangrijk is het ook om hier en daar wat rustpunten in een rijk met bloeiende planten gevulde border aan te brengen. Sierlijke bladplanten zoals varens, hosta’s, Potentilla (ganzerik) zijn daarvoor uitermate geschikt.

Een ander punt om rekening mee te houden (zie ook hierboven onder algemeen) is de grondsoort. Zo gaan planten met een voorkeur voor zandgrond dood op zware klei. En… Kijk eens rond in de buurt. Welke planten doen het goed doen in andere tuinen? Dit kan een indicatie zijn voor het soort grond, dat u hebt. Of koop eerst een grondtestkit in een tuincentrum.

Soorten

Een andere mogelijkheid om een border te vullen is een éénkleurige plantenborder. Dus uitsluitend planten met bloemen in één bepaalde kleur. Of een tweekleurige plantenborder met uitsluitend planten met bloemen in een bepaalde kleurencombinatie. Bijvoorbeeld Erynchium planum (kruisdistel), Veronica spicata (ereprijs), Salvia officinalis (salie), Platycodon grandiflorum (ballonklokje), Yucca flaccida (palmlelie),

Fuchsia magellanica ‘Gracilis’

Centaurea montana ‘Alba’ (witte korenbloem) en Anaphalis triplinervis (Siberische edelweiss) geven een verrassend effect. Natuurlijk kunnen borders ook worden gevuld met één soort plant. Zo krijg je dan een Fuchsia-, Lupine-, ridderspoor- of Phlox-border.
In de gemengde border – favoriet in kleine tuinen – kunnen vaste planten worden aangevuld met een- en tweejarige planten en bol- en knolgewassen om zo de verschillende bloeitijden van de vasteplantengroepen te overbruggen. Hierdoor wordt de totale bloeitijd van de border verlengd. Het verwerken van dwergheestertjes en kleine corniferen in een gemengde border geeft warmte en sfeer in de winter.
Een border met eenjarige planten, die ongeveer gelijk bloeien tussen eind juni en begin september voor een optimaal kleureffect, noemt men ook wel een seizoenborder. Geschikter voor een grote tuin met verschillende soorten borders is de bloembollenborder. Zo’n border heeft veel kleur van maart tot half mei, maar geeft een wat troosteloze aanblik als de bollen afsterven. De uitgebloeide bollen kunnen – als ze niet worden bewaard voor herplanten – kunnen direct na de bloei worden vervangen door eenjarige planten.

Zonnig

In de volle zon kunnen geurende kruidenplanten en een enorme hoeveelheid bloeiende planten groeien. Natuurlijk mogen nectarplanten daarbij niet ontbreken. Nectarplanten, zoals Salvia nemorosa (vlinderplant), Eupatorium cannabinum L. (koninginnenkruid of leverkruid),

Buddleia

Verbena (ijzerhard) en de meeste keukenkruiden lokken heel wat vlinders en bijen. Planten gemengd met een enkele struik, zoals Buddleja davidii (vlinderstruik) en Viburnum plicatum (sneeuwbal), zorgen voor structuur en variatie in de border.

Schaduwrijk

Een plaats in de schaduw, waar nooit een zonnestraaltje doordringt, is niet eenvoudig te beplanten. Er zijn schaduwminnende vaste planten en heesters en schaduwverdragende bomen. Eenjarige planten voor een schaduwrijke border bestaan eigenlijk niet.
Planten die een voorkeur hebben voor schaduw of er ten minste goed in groeien, zijn onder andere de bodembedekkers Vinca minor (maagdenpalm), Alchemilla mollis (vrouwenmantel) en Lamium galeobdolon (dovenetel). Planten voor echte schaduw zijn Pachysandra terminalis en Asarum euroaeum (mansoor).
Een aantal vaste planten dat in het voorjaar bloeit als de bomen en struiken nog geen blad hebben – ze verdragen welliswaar geen volledige schaduw – zijn onder meer Anemone nemorosa (bosanemoon), Asperula odorata (lievevrouwebedstro), Astilbe, Waldsteinia ternata, Primula (sleutelbloem), Pulmonaria (longkruid) en Viola odorata (maarts viooltje).
Ook zijn er diverse varensoorten, zoals

Varens in combinatie

Thelypteris palustris (moerasvaren), Matteuccia struthiopteris (struisvaren), Osmunda regalis (koningsvaren), Onoclea sensibilis (bolletjesvaren) voor in de zon tot halfschaduw. Voor halfschaduw tot volle schaduw is er te kiezen uit Athyrium filix-femina (wijfjesvaren), Blechnum-soorten (dubbelloofvaren), Dryopteris filix-mas (gekroesde mannetjesvaren), Gymnocarpum dryopteris ‘Plumosum’ (eikvaren), Polystichum-soorten (naaldvaren) en Pteridium aquilinum (adelaarsvaren).
Hydrangea petiolaris (klimhortensia), Clematis montana, Hedera helix (klimop) en Aristolochia (Duitse pijp) met een heel opvallend, hartvormig blad zijn klimmers, die niet in de volle zon hoeven te staan.

Vaste planten

De keuze in vaste planten is enorm. In het voorjaar en de zomer is de keuze in bloeiende, vaste planten bijna eindeloos. Vaste planten kunnen in principe het hele jaar door geplant worden. Zet uitgedroogde planten in plasticcontainers of potjes voor het planten enkele uren in een waterbad. Ze kunnen zich dan volzuigen met water, waardoor de overlevingskans groter is.
In het najaar sterven de meeste soorten boven de grond af om in het voorjaar weer uit te lopen met prachtig, frisgroen blad. Vaak zijn de pollen groter en sterker dan het jaar ervoor. Overigens leveren asters, monnikskappen en siergrassen in november vaak toch nog een spannend beeld op. Maar de kerstroos (Helleborus orientale) is de bloeitopper in de wintertuin.

Eenjarigen

Eenjarigen zijn goed te gebruiken in borders. Het zijn bovendien makkelijke bloeiers, die kunnen worden gebruikt als snijbloem in boeketten. Sommige zaaien zichzelf makkelijk uit. Het zaad ontkiemt in het voorjaar en geeft datzelfde jaar alweer bloemen. De zaaitijd ligt zo tussen maart en juli. Sterke soorten kunnen in april meteen al buiten worden gezaaid, maar de vorstgevoelige kunnen het beste binnen worden voorgezaaid. Die kunnen na het verspenen (uitdunnen) pas vanaf half mei naar buiten. Ook zijn er soorten, die buiten kunnen overwinteren en pas in de nazomer worden gezaaid. Het voordeel van eenjarigen is, dat lege plekken in de border er snel mee kunnen worden opgevuld. Geen tijd of zin om zelf te zaaien, te verspenen enz? Eenjarigen zijn te kust en te keur te koop in tuincentra en kunnen bij diverse bedrijven ook als kleine plantjes worden besteld.

Eenjarigen…

Onderhoud

Geef borderplanten bij aanhoudende droogte (zo nodig) water. Doe dat het liefste ‘s ochtends, zodat ze niet te lang nat blijven, waardoor schimmels kunnen ontstaan. Controleer ze regelmatig hierop en op ongewenste insecten om op tijd te kunnen reageren. Sommige hoge planten, zoals Digitalis (vingerhoedskruid) en Delphinium (ridderspoor) hebben steun nodig. Geef ze bijtijds een steuntje, want een eenmaal omgewaaid of omgevallen of een plant die is gaan hangen, richt zijn topdelen vanaf de bodem snel weer op. Het is dan moeilijk ze weer in de goede stand terug te krijgen en is opbinden eigenlijk te laat. Voor het opbinden zijn handige plantensteunen te koop:

  • bamboestokken met zacht touw, het zogenaamde tomatentouw, of raffia voor enkele bloemstengels (ridderspoor)
  • rijshout (snoeihout) voor bossig groeiende planten (Salvia verticillate)
  • hele of halve hoepels om de hele plant te steunen; dit voorkomt dat planten als Paeonia-soorten (pioenroos) en Delphinium stuk waaien of dat stelen door te zware bloemknoppen afknappen

Naast potentiële ‘omvallers’ kunnen ook wat steviger staande planten worden gezet, bijvoorbeeld Lavatera, Monarda (bergamotplant) en Phlox.

Knip planten die zijn uitgebloeid of die door regen en wind zijn beschadigd onverbiddelijk terug. Knip of snoei bruine en/of afgestorven plantendelen altijd weg. Neem zieke of rottende planten direct weg, zij kunnen gezonde planten besmetten.

Vaste planten zijn onderhevig aan veroudering. De plant bloeit minder goed, groeit alleen nog aan de buitenkant van het hart en sterft meer en meer af. Afhankelijk van de soort zullen vaste planten ongeveer om de vier of vijf jaar moeten worden gescheurd of gedeeld, het zogenaamde ‘verjongen’. In de border, waar planten dicht bij elkaar staan, zal het verjongen eerder noodzakelijk zijn dan bij alleenstaande planten. Het najaar (september t/m november) en het voorjaar (april t/m mei) zijn bij uitstek momenten om vaste, sterk uitgebreide of te grote planten te scheuren of te delen. Te laat in het seizoen scheuren of delen betekent vaak, dat de wortels zich niet meer in de bodem kunnen verankeren. Een plant die niet voldoende met zijn wortels in de bodem is vastgegroeid, zal minder winterhard zijn. De ‘nieuwe’ plantjes zullen sneller aanslaan als er goede, voedzame potgrond wordt gebruikt. Geef ze na het uitzetten voldoende water om de wortels vochtig te houden. Vochtige wortels zullen beter en sneller nieuwe haarworteltjes vormen voor de gewenste groei. Want (te) droge wortels kunnen geen haarwortels vormen, waardoor een plant geen water meer kan opnemen en dus uitdroogt en afsterft.

In den regel worden vaste planten voor de winter niet gesnoeid of afgesneden. Afgestorven plantdelen en uitgebloeid materiaal biedt een natuurlijk ‘winterdek’, dat de reeds gevormde knoppen – die in het volgend voorjaar zullen uitlopen – beschermt. Ook dennen- en sparrentakken zijn een ideale bescherming voor vorstgevoelige planten, maar zorg er wel voor dat ze niet volledig van de lucht worden afgesloten.

Het najaar is overigens ook bij uitstek de tijd om al het onkruid, dat rond en in de zomer onterecht aan het groeien is geslagen, te verwijderen.

Wanneer het weer tijd is om de bollen te planten

 

Tabel bijzondere bol-/knolgewassen

Soortnaam Nederlands hoogte (cm) kleur bloeitijd
Allium aflatuense look 80-100 roze-purper 5-6
Allium albopilosum look 40-60 blauw, mauve 6
Allium azureum look 40-60 helderblauw 6-7
Allium giganteum look 150-180 diepviolet 6-7
Allium moly look 20-25 heldergeel 5
Allium sphaerocephalon look 60-70 dieppurper 6
Allium oreophilum look 15-20 karmijnroze 6
Allium pulchellum look 45-55 rood-violet 7-8
Anemone blanda anemoon 10-15 wit, blauw, roze, rood 4-5
Anemone De Caen anemoon 25-35 allerlei 4-5
Anemone fulgens ‘St.Bavo’ anemoon 20-25 rood, scharlaken 4
Camassia leichtlinii 70-90 lichtgeel 5-6
Camassia esculenta 40-60 diepblauw 5-6
Corydalis solida vogeltje op
de kruk
15-20 lichtpaars-roze 4-5
Eranthis hiemalis winteraconiet 5-10 geel 1-3
Erythronium revolutum hondstand 20-25 geel 4-5
Erythronium ‘Lilac Wonder’ hondstand 15-20 roze 4-5
Fritillaria Acmopetala 40-45 bleekgroen-geel 4
Fritillaria persica 70-90 violet-zwart 4-5
Ipheion uniflorum 12-15 wit, blauw, violet 4-5
Iris histrioides iris 10-15 diepblauw 2-4
Iris reticulata (div. C.V’s) iris 15-20 blauw, paars 2-4
Lachenalia tricolor narcis 8-10 geel 2-4
Narcissus bulbocodium narcis 12-18 geel 2-3
Ornithogalum nutans vogelmelk 30-45 wit 4-5
Oxalis adenophylla klaverzuring 5-8 wit, wit met roze 5-6
Sparaxis tricolor 10-15 veelkleurig
(rode tinten)
5-6
Tecophilea cyanocrocus Chileense krokus 10-15 gentiaanblauw 3-4
Tulipa tarda Tukestan-tulp 12-15 geel met wit 3-4

Wanneer het weer tijd is om de bollen te planten

1. Wanneer bloembollen planten?

‘Bloembollen’ is de verzamelnaam voor planten die onder de grond een bol, stengelknol, wortelknol of een wortelstok hebben. Bloembollen die in het voorjaar zullen bloeien, worden in het najaar geplant.

Bij voorkeur in een periode die ligt tussen einde september en op z’n laatst in december. Hoe vroeger de bolgewassen geplant worden, des te eerder zullen ze wortelen en spruiten ontwikkelen. De grond is aan het begin van de herfst nog een beetje warm. Ze zijn daardoor ook beter bestand tegen vorst in de grond. Bij zeer strenge vorst kan de grond tot wel dertig centimeter diepte bevriezen. Plant geen bollen wanneer de vorst al in de grond zit of wanneer deze kletsnat is.

2. Bodem en grondmengsels

Het belangrijkste voor een goede beworteling en bloei van bolgewassen is ongetwijfeld een luchtige en niet lang nat blijvende grond. Door natte grond verstikken de bollen en rotten ze volledig weg. Bloembollen gedijen het beste in een licht humeuze grond. Zware klei-achtige gronden kunnen verschraald worden met een flinke hoeveelheid zand. Meng deze in een verhouding van drie delen zand op een deel klei. Spit het mengsel goed door met behulp van een vork met platte tanden of gebruik een tuinklauw of cultivator. Maak de grond goed rul; dat wil zeggen: vermorzel alle grote brokken tot een kruimelige grond ontstaat. Toevoeging van een kant en klaar verkrijgbare bladgrond is ook uitstekend. Vooral voor die bolgewassen die blijvend vast blijven staan – dus die na de bloei niet uit de grond worden verwijderd – vereisen bovenstaande grondbewerking.
Bolgewassen houden bijzonder veel van een kalkrijke (calcium en/of Kali) grond. Toevoeging van een kunstmeststof, N.P.K. in de verhouding 5.10.5, kan worden toegevoegd. Of meng een flinke hoeveelheid compost of beendermeel door de grond. Een hoeveelheid kunstmest van ca. 5-6 kg/10 m2 is toereikend.

3. Plantplaats van bloembollen

Alle bolgewassen houden van een zonnige tot half beschaduwde plaats. Krokussen en de vele botanische

tulpen moeten bij voorkeur op een juist zonnige plek geplant worden.
Overigens zijn er heel veel bolgewassen die op een schaduwrijke plek geplant kunnen worden. Dit zijn onder andere blauw druifje (Muscari), anemoon (Anemone nemorosa), daslook (Allium ursinum), holwortel (Corydalis cava), helmbloem (Corydalis solida), gele helmbloem (Corydalis lutea), knikkende vogelmelk (Ornithogalum nutans), lenteklokje (Leucojum vernum), wilde of boshyacinth (Scilla nonscripta), zomerklokje (Leucojum aestivum), sneeuwklokje (Galanthus nivalis), Salomonszegel (Polygonatum multiflorum), kievitseitje (Fritillaria meleagris).
Duidelijk – met stokjes of iets dergelijks – markeren voorkomt schade wanneer in de nabijheid geharkt of gespit moet worden. Voor overblijvende bolbeplantingen is het beter een schets te maken van waar deze bollen geplant zijn, zodat in de zomer, wanneer het loof afgestorven en verdwenen is, er niet door bijplanten van andere gewassen schade zal ontstaan.

4. Plantafstand en bloeitijd

Aangezien de meeste bloembollen in tuincentra en warenhuizen verpakt worden verkocht, is op de beschrijving meestal ook aangegeven op welke afstand de bollen onderling geplant kunnen worden. Voor een tijdens de bloei goed opvallend effect van de beplanting moeten de bollen zo dicht mogelijk geplant worden. Houdt ook de bloeihoogte goed in de gaten: de hogere soorten moeten niet de heel lage soorten aan het oog onttrekken.
Belangrijk is eveneens wanneer een soort bloeit. Bij een juiste keuze van verschillende bloeitijden kunt u vanaf eind januari tot ver in maart een aaneenschakeling van bloeiende bolgewassen en kleurenpracht verkrijgen.
Tulpen bijvoorbeeld zijn naar type in te delen wat hun bloeitijden betreft: vroege tulpen zijn onder meer de enkele- en dubbele vroege tulpen, de Greigii- en de Kaufmanniana-hybriden. De laag blijvende soorten uit deze reeks zijn eveneens geschikt voor bakken en potten. Middentijds bloeiende tulpen zij onder meer de Triumph- en Mendeltulpen en de zogenaamde Darwinhybriden. Late tulpen zijn onder meer de parkiettulpen en de lelieachtige- of papegaaitulpen, de Rembrandttulpen en de dubbele late tulpen. Daarnaast is nog een hele verzameling zogenaamde botanische tulpen verkrijgbaar. Deze tulpen kunnen vast blijven staan en kunnen in flinke groepen geplant worden in bijvoorbeeld het gazon of als (brede) rand ter afzoming van een heesterrand of langs de voet van een haag. Geschikte soorten zijn onder meer Tulipa turkestanica waarvan de bloei in begin maart valt (20 cm hoog). Deze soort is meerbloemig en bloeit opvallend crème-kleurig. De Tulipa kolpakowskiana bloeit geel-rood in april (15 cm hoog), terwijl Tulipa marjolettii in mei rood-wit bloeit en vijftig cm hoog wordt.

5. Hoe te planten? Op welke diepte?

Vooraf moet de grond goed voorbewerkt zijn aleer de bollen werkelijk geplant kunnen worden. Na de grondbewerking is de grond los van structuur. Daarom is het prikken van gaten met een te puntig voorwerp absoluut ongeschikt; de luchtzak onder in het plantgat voorkomt in zo’n geval dat de bol-bodem onvoldoende in aanraking kan komen met de grond. Gebruik het liefst een echte bollenplanter. De bollenplanters zijn in twee typen verkrijgbaar: een bollenplanter waarbij de grond eruit getikt moet worden en de bollenplanter met een veermechanisme, waarbij de grond automatisch geleegd wordt. Vooral bij aanplant van veel bollen loont het de moeite dit laatste type aan te schaffen. Uiteraard kan ook gewoon een (hand-)plantschopje gebruikt worden. Het nadeel hiervan is dat maar zelden alle bollen op een zelfde hoogte geplant zullen worden, zodat verschillen in hoogte van het gewas zullen ontstaan of zelfs dat de bol nooit opkomt! Bij aanplant van grote plantvakken is het gebruik van de panschop of een bats heel handig en voor grote plantplekken in gazons een must. Deze Hollandse manier van aanplanten is ook heel bruikbaar wanneer de bollen niet keurig in gelid geplant behoeven te worden, maar uitgestrooid worden over een grote oppervlakte. Door uitstrooiing ontstaat een meer ‘natuurlijk’ beeld van aanplant. Vooral voor botanische bolgewassen geeft dit een fraai oogend effect.

5a. Plantdiepte

Als stelregel geldt een plantgatdiepte die gelijk is aan driemaal de maximumdiameter van de bol. Er zijn echter zoveel uitzonderingen op de regel, dat daarom beter voorafgaand aan het planten bekeken moet worden welke plantdiepte geldt voor het bolgewas dat is aangeschaft. De plantdiepte heeft altijd betrekking op de afstand tussen bolneus en bovenkant van de grond na afdekken van de bol.

6. Bollen planten in bakken en potten voor op het balkon

Om van bloembollenpracht te kunnen genieten is het hebben van een tuin niet echt nodig. Een aantal flinke

potten in een maat van 25-30 cm met daarin een aantal tulpen, narcissen, sneeuwklokjes of krokussen geeft later toch dat ‘lente-gevoel’. Kies vooral lage soorten, deze zijn minder windgevoelig. Uiteraard kunnen ook grotere bakken voor dit doel gebruikt worden. Zorg vooral dat de pot of bak goed kan draineren. Leg in voldoende mate potscherven of stukjes hardschuim op de bodem. Bedek deze vervolgens met een laag scherp zand en daar bovenop een goede potgrond. Het planten van de bollen kan in verscheidene lagen! Als u soorten met een verschillende hoogte en bloeitijd kiest, hebt u heel lang plezier van deze mini-tuin. Combinaties van narcis en blauwe druifjes zijn daardoor bijvoorbeeld goed mogelijk. Bij strenge, aanhoudende vorst moeten de potten en bakken wel beschermd kunnen worden. Afdekken met stro of jute zakken is effectief.
Geschikte soorten voor potten en bakken zijn:
Crocussen: Crocus laevigatus, Crocus ancyrensis, Crocus chrysanthus, Crocus tommassianus en al hun cultuurvariëteiten, Crocus flavus.
Narcissen: ‘Baby Moon’, ‘Tête-à-T&#234te’, Narcissus campernelli, Narcissus nanus, Narcissus pumila, Narcissus canaliculatus, Narcissus asturiensis.
Tulpen: ‘Apricot Beauty’,’Generaal De Wet’, ‘Beauty of Volendam’, ‘Van der Neer’, ‘Diana’, ‘Stockholm’, ‘Carlton’, ‘Estella Rijnveld’, ‘Bonanza’, T. praestans ‘Fuselier’, T. praestans ‘Brilliant Star’, ‘Joffre’, ‘Christmas Marvel’, ‘Unicum’, ‘Fringed Beauty’, ‘Heart’s Delight’, ‘The First’, ‘Early Harvest’, ‘Goudstuk’, ‘Johan Straus’, ‘Gluck’, ‘Jeantine’, ‘Berlioz’, ‘Treasure’, ‘Mary Ann’, T. bakeri ‘Lilac Wonder’, T. batalinii etc.
Bij aandachtig zoeken zult u zeker veel meer soorten kunnen vinden, die niet te hoog worden en daardoor geschikt zijn om in potten en bakken te planten. Voor bijzondere bolgewassen, die eveneens geschikt zijn om op het balkon te planten, verwijs ik naar het volgende punt in dit artikel.

7. Bolgewassen vervroegen voor kamercultuur

Waarschijnlijk kent u ook wel die heerlijke geur van bloeiende hyacinthen wanneer u een kamer binnenkomt.

Het ‘trekken’ van hyacinthen op water is een heel bekende cultuur. Maar er zijn veel meer bolgewassen die zich uitstekend lenen voor vervroeging. De hoeveelheid bollen die u nodig hebt, is afhankelijk van de potmaat.
In principe zijn er drie methoden om bollen op te kweken voor huiskamercultuur.
Achtereenvolgens zijn deze:

a. op water, b. op grint, c. in potgrond.

a. Op water:

Gebruik speciale glazen vazen voor hyacinthen, tulpen of narcissen of speciale plastic potjes met een deksel erop, waar de bol ingeklemd kan worden. Voor het beste resultaat moet u wel speciaal voorbewerkte bollen kopen. Deze bollen zijn ‘geprepareerd’; dat wil zeggen: hebben gedurende een bepaalde periode aan koude (in koelhuis) blootgestaan. Tijdens deze koelperiode wordt de zogenaamde bloembodem (primordium) aangelegd. De methode noemt men ‘vernalisatie’. Desgewenst kunt u dit ook zelf uitvoeren. Doe de gekochte (onbehandelde) bollen in een plastic zak met daarin gaatjes, zodat de bollen kunnen ‘ademen’. Bewaar de bollen 4-6 weken in de koelkast in de groentenlade bij een temperatuur die tussen de 5-6 graden Celcius ligt. Laat ze niet bevriezen!
Voor Amaryllis en Narcis ‘Tazetta’ is bovenstaande behandeling absoluut uit den boze. Zet de bol (gekocht en behandeld of zelf bewerkt) op het glas dat gevuld is met water. Zorg dat de bol stevig klem zit op het glas of de pot om later omkiepen te voorkomen. Plaats het glas/de pot met de bol daarna op een donkere, frisse plaats. De maximale temperatuur mag niet boven de 12 graden Celcius uitkomen. Een donkere kast op een onverwarmde slaapkamer of een donkere plaats in kelder, schuur of garage is goed. Wanneer na ongeveer 3-4 weken zich een spruit van zo’n 5-6 centimeter heeft gevormd, kan het bolgewas in een verwarmde kamer geplaatst worden. Let erop dat gedurende de gehele procedure zich voldoende water in het glas of de pot bevindt. Het water moet ca een halve centimeter onder de bolbodem blijven. Goede soorten voor glas-/potcultures zijn:
Hyacinthus ‘PinkPearl’, ‘Carnegie’, ‘Delft Blue’ en ‘Ostara’, Narcissus ‘Tazetta’, ‘Cragford’, ‘Grand Soleil d’Or’, Crocus ‘Remembrance’, ‘Zwanenburg Bronze’, ‘Skyline’, ‘Jeanne d’Arc’, ‘Vanguard’, ‘Grote Gele’. Tulpen: ‘Brilliant Star’, ‘Joffre’, ‘Christmas Marvel’, ‘Prominence’, ‘Flair’, ‘Electra’, ‘Peach Blossom’, ‘Mr. van der Hoef’ etc.

b. Op grint:

De cultuur, plantwijze, de noodzakelijke behandeling van de bollen etc. is gelijk aan die voor watercultuur. Het grint vervangt in feite de potgrond. Gebruik een waterdichte pot. Uit wat voor een materiaal de pot gemaakt is, doet er niet toe. Breng ten minste 5-10 cm grint in de pot aan. Vul de pot met water en zorg ervoor dat als de bollen geplant zijn, de bolbodem niet in het water staat. Vul geregeld met water aan gedurende de tijd dat de bollen ‘trekken’. Behandeling is verder gelijk aan die van bollen op water. Goede soorten voor grintcultures zijn:
Narcissus ‘Totus albus’, ‘Paperwhite’, Narcissus ‘Grand Soleil d’Or’, N. ‘Tazetta’. Tulpen en krokussen: zie hiervoor onder glascultures. Muscari (blauw druifje): armeniacum ‘Cantab’, ‘Blue Spike’, ‘Heavenly Blue’, Muscari botryoides ‘Album’, Muscari tubergenianum, Muscari comosum plumosum.

c. In potgrond:

kies een luchtig, licht mengsel aan grond. De grond moet water doorlatend zijn, dus vermenging van potgrond met 1/3 zand is heel goed. Gebruik beslist geen turfmolm of vette tuinaarde. Alle potten met een flinke omvang zijn goed te gebruiken. Fraai zijn de plantschaalachtige bloempotten; die zijn wat minder hoog dan de gewone bloempot en uitstekend bruikbaar voor ons doel. Doe wat grint of potscherven onder op de bodem van de pot voor drainage.

Daarna kan het grondmengsel daar direct overheen worden aangebracht. Vul de pot tot op 1 centimeter onder de rand in verband met het begieten. Plaats de potten op een koele plaats; de temperatuur mag niet hoger zijn dan 10-12 graden Celcius. Controleer de potten regelmatig op muizenvraat! Het is beslist niet noodzakelijk om de potten op een donkere plaats te zetten.
Een andere manier is om de potten/schalen in de tuin in te graven. Graaf een kuiltje, waarbij de bovenkant van de pot/schaal maximaal 15 centimeter onder de oppervlakte komt te staan. Markeer de plaats waar u wat ingegraven hebt en dek de plek af met een laag stro, zaagsel of schoon zand. Dit vergemakkelijkt het uitgraven, wanneer het gevroren heeft. Na ongeveer acht weken kan alles weer uitgegraven worden. Hebt u geen tuin, dan kunnen de potten ook met zwart plastic folie afgedekt worden. Door de potten op verschillende tijden binnen te halen wordt in huis de tijd met bloeiende bollen verlengd.

8. Plant eens wat anders dan tulpen, narcissen of krokussen!

Er is in uw tuin veel meer te bereiken dan met alleen de bekende bolgewassen. Het bloeiseizoen, dan alleen februari en maart, kan met behulp van de bol- en knolgewassen veel langer doorlopen: tot wel einde juni!

9. Tabel met enkele bijzondere bol-/knolgewassen

Om u wat op weg te helpen hierachter wat soorten:

Nederland kent een beperkt aantal bollentelers, dat biologisch geteelde bloembollen op de markt brengt. Het sortiment en de leverbare aantallen zijn nog gering. Van de ca achteneenhalf miljard bloembollen, die jaarlijks worden geproduceerd, zijn er zo’n vier miljoen die van biologisch geteelde oorsprong zijn.
Bij de gebruikelijke teelt van bloembollen wordt veel gif gebruikt, voornamelijk bij het ontsmetten (toclofosmethyl) van de grond. De bloembollenteelt staat op de tweede plaats in de toptien qua gifgebruik.
Bollentelers die zijn overgegaan zijn op een biologisch verantwoorde teelt van bloembollen, gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen, geen kunstmest en doen niet aan genetische manipulatie. Deze bloembollen voldoen aan het EKO-keur. Wie wil meedoen aan een schoon en veilig milieu, ook op lange termijn, koopt bloembollen met het EKO-keur. Voor inlichtingen en bestellingen:
H o e v e   V e r t r o u w e n
Oostermiddenmeerweg 14,
1771 RR Wieringerwerf
tel. 0227 501637 – fax 0227 502410
(terug)

Bekijk het eens van een andere tuin

Wij pretenderen niet volledig te zijn met deze lijst. Ook kunnen wij niet instaan voor de juistheid van de gegevens.

Europese Tuinen Tuinen in Nederland, op Madeira, in Frankrijk, Engeland, Ierland, Schotland, Wales en België: Flip van den Elshout is er als reisleider geweest en brengt er (ook) fotografisch verslag van uit.

Ga eens op tuinreis! Doe inspiratie op in Engeland, Wales, Ierland, Schotland, Italië (Toscane), België, Frankrijk en/of Portugal (Madeira). Ladies, een heuse prinses, een viscount en viscountess en vele andere tuinenthousiastelingen verwachten u.

Het Tuinpad Op
In Nachbars Garten
Bij de Stichting Het Tuinpad Op – In Nachbars Garten zijn 146 bezienswaardige, particuliere tuinen aangesloten. In Groningen, Drenthe en Noordwest-Duitsland kunt u op pad om grensoverschrijdende inspiratie en contacten op te doen. Hoewel de openstelling van privétuinen in vele Europese landen al gewoon is, onderscheidt Stichting Het Tuinpad Op – In Nachbars Garten zich hierin door haar grensoverschrijdende activiteiten.

Modeltuinen Harrie Boerhof
Dwingeloo De 42 thematisch opgezette modeltuinen geven een kijk in de professionele tuinkeuken van Harrie Boerhof. Naast de Japanse, Oudhollandse en mediterrane tuin vindt u ook voorbeelden van buxustuinen, patiotuinen, boerderijtuinen en verschillende vijvertuinen.

Staf Timmers,

schilder, beeldhouwer en tuinier

Houthalen (B) Binnendringen in zijn scheppingswereld, zegt Staf Timmers zelf, is een unieke belevenis. Elk jaar bezoeken meer dan 3.000 liefhebbers zijn atelier en idyllische beeldentuin: .

Bomencentrum Nederland
(Bomencentrum Nederland)
Baarn
Het exposarium bestaat uit zeven tuinen die het Groene Paviljoen van het Bomencentrum omringen. Een anderhalf hectare groot expositiepark voor vakman en particulier. Leuk om tuinideeën op te doen. Toegang uitsluitend via arrangementen voor groepen.

Subtropische tuin

Fort Den Haak
Een oase in Zeeland

Vrouwenpolder  

Kijktuinen Goedegebuure
Bijna 2 hectare met de fine de fleur op het gebied van vormsnoei, allerlei pergola’s en priëlen enzo. Enzo, enzo…
Nunspeet  

De Tuinen van Appeltern
Honderdvijftig voorbeeldtuinen op 8 hectare.
Appeltern  

Botanische Vijvertuinen

Ada Hofman
Ruim vijftig vijvers in dertig voorbeeldtuinen.

Loozen (gem. Gramsbergen)  

Sier- en Vlindertuin Berkenhof
1.400 m² wandeltuinen met de nadruk op vlinders.
Kwadendamme  

Tuinen van Mien Ruys
De al vijfenzeventig jaar veranderende tuinen.
Dedemsvaart  

Hof van Walenburg
Wat is er te zien in een tuin bij een middeleeuwse hof?
Neerlangbroek  

Kwekerij Oudolf
Hoe je siergrassen en vaste planten kunt combineren.
Hummelo  

Hortus Botanicus Amsterdam
Amsterdam  

Kasteeltuinen Arcen
Het grootste bloemen- en plantenpark van de Benelux.
Arcen (Venlo)  

Landgoed Middachten
Voor van alles wat vanaf 1698 bij het oude bleef.
De Steeg  

Aceretum (Esveld)
Nationale collectie Japanse esdoorn, Azalea en Buxus.
Boskoop  

Het Singelhof
Biervliet  

Historische Tuin Aalsmeer (Tuinbouwmuseum)
Aalsmeer  

Botanische Tuin De Kruidhof
Buitenpost  

Von Gimborn Arboretum
Doorn  

Hortus Haren
Haren (Gr)  

Botanische Tuin Dr. Costerus
Hilversum  

Hortus Botanicus Leiden
Leiden  

Hortus Bulborum
Limmen  

Arboretum Trompenburg
Rotterdam  

Botanische Tuinen Utrecht
Fort Hoofddijk
Utrecht
 

De Tuinen van Hoegaarden
Hoegaarden (B)  

Arboretum Kalmthout
Kalmthout (B)  

Geografisch Arboretum Tervuren
Tervuren (B)  

Nederlandse Tuinenstichting Opgericht in 1980 houdt de Nederlandse Tuinenstichting zich bezig met het behoud van tuinen en parken van belang door vormgeving, beplanting, cultuurhistorie en ligging. Donateurs kunnen aangesloten tuinen gratis bezoeken.

Wij pretenderen niet volledig te zijn met deze lijst. Ook kunnen wij niet instaan voor de juistheid van de gegevens.

Tuinieren op een hoger plan: een zwevende tuin

Niet iedereen is een begenadigd bewoner van de begane grond. Sommigen van ons kijken neer op die begane grond; het rijk van planten, dieren en de toevallige passant. Soms ver verheven, half zwevend tussen hemel en aarde wordt de dag en de nacht doorgebracht. Een huismus, kraai of ekster wil nog wel eens voorbij- of komen aanvliegen uit de grijze nevel zover het oog reikt. Een welkome belevenis in de vaak grauwe wereld van beton, staal en glas. Toch is ook bij wonen op hoog niveau een zweempje van wat op de begane grond groeit en bloeit in decor te zetten.

Hoe klein of groot het balkon ook is, er is altijd wel een plekje om een

flinke pot of bak met planten neer te zetten. Zeker wanneer een balkon aan de zonkant ligt en er af en toe ook op een stoeltje genoten kan worden van de zon of een zwoele zomeravond, wordt het des te aantrekkelijker om van het balkon een echte tuin te maken. Het veraangenaamt er het zitten en het wonen op hoog niveau. Misschien ook komt u er daardoor wat vaker dan alleen maar om de was op te hangen.

Het leuke aan een balkontuin is misschien wel dat deze niet in één keer aangelegd hoeft te worden om de show te maken. Van tijd tot tijd kan een pot met beplanting aangeschaft worden. De balkontuin kan een ‘groeituin’ zijn. Potten en planten moeten natuurlijk wel onderling harmoniëren. Er moet dus wel een lijn zijn in de aanschaf om een bewust in scène gezet decor uiteindelijk te bereiken. In het vroege voorjaar zijn we zo gewend om wat winterviolen aan te schaffen en ze in langwerpige hangbakken langs de balustrade te planten. Weer wat verder in het seizoen maken de violen plaats voor (hang)petunia’s, het afrikaantje en wat geraniums. Maar er is zoveel meer van te maken! Het genot van een balkon kan vegroot worden door ook eens wat groenblijvende planten te kopen. Hiervoor zijn diepe en brede potten of polyesterbakken wel een vereiste. In een goed tuincentrum zijn er allerlei soorten en maten potten, bakken en kuipen te koop. Bloempotten gewoon in terracottakleur of geglazuurd en al of niet met prachtige dessins erop. De polyesterbakken zijn meestal eenkleurig verkrijgbaar.

Binnenkort zal mijns inziens tuinieren ‘op hoog niveau’ een hoge vlucht

nemen en zal er ongetwijfeld meer variatie in het aanbod polyesterbakken op de markt komen. Het grote voordeel van polyesterbakken is uiteraard dat deze licht in gewicht en duurzaam zijn. Het voorkomt een kapotte rug bij transport en verzetten! Bovendien zijn ze goed aaneen te schakelen, waardoor de ruimte maximaal kan worden benut. Aardewerkpotten willen nog wel eens barsten in de winter als gevolg van het uitzetten van vocht in de aarde. Door de meestal ronde vorm gaat ook ruimte verloren. Ronde potvormen lenen zich goed als accenten in de balkontuin. Beide materialen en vormen hebben hun voor- en nadelen. Chinese potten worden meestal ook in terracottakleur geleverd. Deze potten zijn langwerpig, vierkant of rond te koop.

Tip: Vindt u de gewonne terracottakleurige pot te saai, dan zijn deze te versieren met kleurige scherven van gebroken kopjes, schoteltjes of geglazuurde mozaiektegeltjes. Verlijm de stukjes met montagekit. Nadat de versierde pot voldoende is gedroogd, wordt de oppervlakte geëgaliseerd met gips. Om het geheel te beschermen tegen vocht en water kan de buitenkant nog behandeld worden met waterglas. Alle hiervoor genoemde materialen zijn in een doe het zelf-zaak verkrijgbaar. Kies voor de versiering van de potterie een kleur die de hoofdtoon op het balkon zet. Een teveel aan kleur maakt al gauw dat de potten meer aandacht vragen dan de beplanting, die erin staat. Een enkel geraffineerd accent kan geen kwaad: lichte kleuren op een donker, schaduwrijk balkon; donkere kleuren in afwisseling met een licht accent op zonrijke balkons.

Naast wat potterie zijn er heel veel losse ornamenten te koop. Kleine en

grote beelden, bronnen en fonteinen, zuilen en bustes. Daarmee is een fantastische compositie te maken. De balkontuin kan als het ware een afspiegeling worden van de Toscaanse en Andalusische voorbeelden. In deze streken is het heel gewoon om te tuinieren in potten. Meestal wordt zo’n verzameling planten daar neergezet in onooglijk kleine binnenplaatsjes. In Arabische landen wordt beplanting in potten toegevoegd aan de majestueuze tuinuitleg. En… wat dacht u van de tuinen van de Zonnegod in Frankrijk. Ook hier was het de gewoonte om in de zomer grote kuipen met exotische planten uit de oranjerie te halen en bij te zetten in de baroktuin.
Door plaatsing van één of meer ornamenten tussen bakken en potten op een in het oog springende plaats verschaffen deze extra’s een buitengewoon ruimtelijk raffinement aan de meestal smalle, pijpela-achtige balkonruimte.
Diepte-effecten op het balkon worden bereikt door planten op te hangen in plantschalen en/of baskets. Baskets zijn er in aardewerkuitvoering of als gevlochten tenen of metalen draadmandjes verkrijgbaar. De gevlochten mandjes moeten voor het beplanten ervan wel bekleed worden met folie of in vorm geperst papier om lekkage te voorkomen. De in vorm geperste papieren bekledingsbakjes gaan ongeveer één seizoen mee, bovendien lekken ze op den duur. Hanging baskets bij voorkeur vullen met leemachtige tuingrond onder bijmenging van veenmos. Het veenmos (Sphagnum) houdt lange tijd water vast.

Voorzorgsmaatregelen en inrichting van het balkon

Voorkom wind en tocht

Of uw balkon nu zonnig of schaduwrijk is, er zijn altijd wel planten die in die situatie willen groeien en bloeien. De grootste vijand van planten is tocht en felle wind. Planten raken onder zulke omstandigheden onder de luis of ‘verbranden’ als gevolg van te veel verdamping. Begin dus met inspectie van het balkon. Ga na waarvandaan in hoofdzaak de wind komt en neem daarna maatregelen om de wind uit te sluiten of te verminderen. In elk tuincentrum zijn schermen of trellis in allerlei vormgegeven modellen te koop. De standaardafmeting bedraagt 1.80 x 1.80 m. Er zijn ook schermen in de maat 90 of 1.20 x 1.80 m te koop. Komt de afmeting of de starre vorm van het scherm niet overeen met de maten die u nodig hebt, dan zijn er meer ‘plooibare’ afschermingen verkrijgbaar, zoals rietmatten en bamboeschermen.

Bent u handig genoeg met zaag en spijkers, dan kunt u met behulp van ‘tuinhout’ elke situatie aan. Denk vooraf na of er klimplanten langs de wanden van het balkon moeten komen. Hiervoor is het absoluut noodzakelijk dat deze planten op een eenvoudige wijze geleid of aangehecht kunnen worden. Houtconstructies zijn in zo’n geval erg makkelijk om er leiklemmen in aan te brengen. Een dichte, maar toch licht doorlatende afscherming is heel mooi te maken door polycarbonaatglas, lexaan of perspexplaten in een frame aan te brengen. Zorg er wel voor dat bij volledige afsluiting van het balkon er één of meer luchtramen in aangebracht worden. Bij zonnig weer zal een dicht balkon een hete broeikas kunnen worden en daar kunnen gewone tuinplanten niet goed tegen.

Balkonvloer

In feite kan de balkonvloer net zo behandeld worden als een terras in de tuin. Als het goed is, ligt de balkonvloer altijd lager dan de vloer van

de woonkamer in verband met neerslaand regenwater en de afvoer daarvan. Het ligt niet erg voor de hand om het balkon te voorzien van een groot formaat betontegels. Dit geeft een erg grof beeld en is bovendien zwaar. Er zijn heel veel kleine tegels in soorten en kleuren te koop. Bijvoorbeeld in de afmetingen 10 x 10 of 20 x 20 cm. Ze zijn gemakkelijk te sjouwen en te verwerken. Heel goed bruikbaar zijn vloertegels die ook binnen gebruikt worden. Zoals estrik-, patio- en terrazzotegels. Alle tegels moeten aan één voorwaarde voldoen: ze mogen niet geglazuurd zijn. De reden is heel eenvoudig. Door inwaaien of inregenen van neerslag zou de balkonvloer levensgevaarlijk glad kunnen worden. Kies dus voor een ruw oppervlak van wat voor te kiezen materiaal ook! Er hoeven niet meer tegels op de balkonvloer aangebracht te worden dan strikt noodzakelijk is voor een looppaadje en/of zitplek.
In het geval er een automatische watergeefinstallatie voor alle balkonbakken zal komen, is het handig de hoofdleiding hiervan weg te werken onder of tussen de aan te brengen nieuwe vloer van het balkon. De tegels kunnen ‘koud’ op de balkonvloer gelegd worden, mits deze glad afgewerkt is. Is dit niet het geval, dan is een ondervloer van worteldoek of het pannensponsachtige (kunststof) doek dat onder vijverfolie wordt aangebracht een doelmatig middel om alle oneffenheden weg te werken. Bovendien werkt het doek drainerend en zorgt voor een blijvend goede afwatering. ‘Overhoeken’ als gevolg van een niet gesloten vloerdek met tegels of een klein formaat stenen kunnen worden belegd met keien (Maas- of Cararakeien), leisteenscherven, heel grof grind (spoorweggrind) of geëxpandeerde kleikorrels. Dek altijd het afvoerputje van het balkon af met een geperforeerde en gegalvaniseerde deksel. Het voorkomt verstopping in geval gronddeeltjes uit plantenbakken met het water worden meegespoeld of als er grinddeeltjes in terechtkomen.
Heel doelmatig op een balkon zijn houten vloerdelen of houten tuintegels. Met name in tuintegels zijn er momenteel veel vormen te koop: rechte, in diagonaal of blokverband aangebrachte planken op een onderframe. De afmetingen zijn 40 x 40 of 50 x 50 cm. Het doet er niet toe of u kiest voor een vuren, grenen of bankiraihoutsoort; uiteindelijk worden alle tegels grijs.

Welke grond

Voordat de pot beplant kan worden, moet er een grondmengsel in. Bekijk de te kopen pot of bak goed. Altijd moeten er één of meer gaten in de bodem aanwezig zijn voor de afwatering bij een te veel aan water. Voor het aanbrengen van grond moet er over dit gat een flinke bloempotscherf aangebracht worden. Hebt u een bak of grote pot gekocht, waarin geen gat zit, dan is dit eigenlijk nog beter. In plaats van een gat te maken in de bodem, kunt u dan beter gaten in een van de zijwanden boren. Boor de gaten op een hoogte van 3-4 cm vanaf de bodem. Vul de pot met geëxpandeerde kleikorrels of bloempotscherven tot een hoogte van ongeveer 8 cm vanaf de bodem. De drainagegaten liggen dus halverwege de bodemopvulling. Breng over de onderlaag worteldoek of een stukje kunststof, pannensponsachtig weefsel aan, zoals gebruikt wordt voor de onderlaag van uit folie vervaardige tuinvijvers. Zorg ervoor dat dit materiaal de korrels volledig bedekt. Hierna kan het grondmengsel eroverheen worden aangebracht.

Het grote voordeel van de drainagegaten boven de bodem is, dat er een reservoir met water onder de plantenwortels komt. Het daar aanwezige water houdt het grondmengsel voortdurend vochtig. Planten op een balkon verdampen in de regel meer water via hun blad dan planten in de tuin (oorzaak: meer luchtwerveling op grotere hoogte als gevolg van minder beschutting). Plantsystemen die met een reservoirsysteem zijn uitgerust, groeien bewezen sneller en beter.
Kiest u een beplanting die verscheidene jaren achtereen op het balkon moet blijven staan (coniferen, heesters, tuinkruiden), dan is een grondmengsel 50% leem, 30% potgrond en 20% fijn kiezelzand vereist. Voor specifieke beplanting (mini-rododendron, heideachtigen) moet het mengsel overwegend ‘zuur’ zijn: 60% speciale grond voor erica-achtigen, 30% turf (tuinturf) en 10% fijn grind. Voor éénjarigen: kant en klaar mengsel tuingrond of potaarde. Heel handig is het om aan het grondmengsel voor de éénjarigen en erica-achtigen een vocht vasthoudende gel toe te voegen. Voor alle grondmengsels voor balkonbeplanting is het aanbevelenswaardig om ‘terracottum’ toe te voegen. Dit sponsachtige materiaal neemt vocht op en geeft dit heel langzaam af aan de wortels van de plant(en).

Water en mest, het geheim van een groene balkonoase

Planten hebben voor hun groei en bloei continu meststoffen nodig. Een kaliumrijke NPK-korrelmest moet elke twee weken worden gegeven. Bent u vergeetachtig, dan zijn er traag werkende meststoffen in de vorm van pillen, zakjes en korrels te koop. Meestal is het dan nog maar twee- of driemaal per jaar nodig zo’n handige dosering in de bak of pot te doen.
Wat natuurlijk nooit mag worden vergeten, is water geven! Planten op het balkon zijn afhankelijk van u en de regelmaat waarmee u ze van vocht voorziet. Is wate geven u te veel werk, te tijdrovend of te ingewikkeld? Begin dan niet aan een uitgebreide collectie planten of… schaf een automatische druppelinstallatie aan! Een druppelinstallatie kan per computer worden gestuurd. Deze high-tech vinding regelt automatisch de hoeveelheid water afhankelijk van de vochttoestand in de bak en de hoeveelheid zon in een bepaalde periode. Simpele systemen werken met een tijdklok. Die schakelen op vooraf geprogrammeerde momenten en in hoeveelheden minuten de watergeefinstallatie. Wilt u deze features niet, dan blijft over het (regelmatig) begieten met tuinslang of plantengieter. Bij gebruik van een tuinslang is het gewenst de straal en hoeveelheid water aan de spuitmond te kunnen regelen. Zonder dit wordt het al gauw een modderige en natte boel op uw balkon.

Balkonplanten

Vrijwel alle tuinplanten doen het ook op het balkon. De keus is dus heel groot. Wel moet rekening worden gehouden met de meestal beperkte uitgroeimogelijkheid van een balkon. Bomen en groot wordende struiken kunnen dus niet. Om gedurende het hele jaar een goed uitziend balkon te hebben is het beslist noodzakelijk een groot deel van de beplanting groenblijvend te laten zijn. Zomergoed of é&eacutenjarigen en bloembollen moet u dan ook beschouwen als toevoegingen. Plant de tijdelijke bloeiers apart in een pot of bak en schik ze ten opzichte van de ‘kern’-beplanting(en). Apart houden voorkomt wortelbeschadiging van de blijvende planten en struiken.

Voor de beplanting van potten en bakken is het handig in ‘lagen’ te denken.

Dit in lagen denken is ook van toepassing op de plaats die u bepaalde struiken en planten geeft: hogere heesters in kuipen of bakken achter bakken; schalen en potten voor lager blijvende planten. Zet eénjarigen ervoor of ertussen in kleinere potten of bakjes. Grote kuipen en bakken kunnen langs de rand worden beplant met hangplanten. Het vergroot het idee van de ‘groene oase’ en versterkt de illusie van een tuin. Plaats beplanting ten opzichte van elkaar zodanig dat ze ook kunnen uitgroeien. Voordeel van zo’n mobiele tuin is zonder meer dat alles verplaatsbaar en aanpasbaar is. Verschuiven met het oog op verdere uitgroei kan dus altijd wel eens.
Een complete opsomming van alle planten, die toepasbaar zijn op het balkon, zou te veel ruimte vragen. Planten die het so-wie-so goed doen, vindt u hieronder met een indeling volgens hoge heesters, klimplanten, coniferen, kamerplanten (‘s winters binnenhalen!), bladverliezend en bladhoudend (groenblijvend).

HOGE HEESTERS (bladverliezend):
Pyracantha, rozen op stam, Catalpa, Prunus autumnalis ‘Rosea’, Salix matsudana ‘Tortuosa’, Coryllus avellana ‘Tortuosa’, Cornus florida, Acer platanoides ‘Drummondii’, Gleditsia triacanthos, Buddleja davidii, Cornus controversa ‘Variegata’, Acer palmatum ‘Ornatum’, vijg, hortensia etc.

HOGE HEESTERS (groenblijvend):
Nothofagus antartica, Ilex ‘Belgica Aurea’,Osmanthus delavayi, Prunus lusitanica, Aucuba japonica, rododendron, laurier etc.

CONIFEREN (hoge soorten):
Thuja occidentalis, Thuja orientalis, Abies koreana, Picea omorika, Pinus peuce, Cupressus sempervirens, Tsuga heterophylla, jeneverbes etc.

KAMERPLANTEN:
Musa ensete, Mimosa, Hibiscus, Fatsia, Oleander, Cycas revoluta, Plumbago auriculata, citroen geranium, anjer, gerbera, Cordyline, ficus, Jatropha, Abutilon, Agave, ananas, Asparagus, kamerden, begonia, Calathea, Bougainvillea, Caladium, , Campanula, Chaemerops, citrus-planten, Croton, Nephrolepis, passiflora, Tolmia, Selaginella, Caladium spec. etc.

LAGE HEESTERS (bladverliezend):
Hydrangea serrata, Hydrangea hortensis, dwerg/minirozen, Cercis siliquastrum, Viburnum bodnantense ‘Dawn’, Viburnum ‘Gwellian’, Caragana arborescens, Acer plamatum ‘Dissectum’, Hypericum adrosaenum, Hypericum calycinum, Coronilla varia, Abutilon, Mespilus japonica, Hydrangea aspera villosa, Hydrangea sargentiana, Corylopsis pauciflora, Magnolia stellata etc.

LAGE HEESTERS (bladhoudend): Citrus spec., Hedera helix, Skimmia japonica, Skimmia jap. ‘Rubella’, laagblijvende rododendrons, Mahonia neubertii, Mahonia fortunei, laagblijvende azalea’s, Viburnum davidii, Pieris japonica, Nandina domestica, Camellia, Buxus sempervirens etc.

CONIFEREN LAAGBLIJVEND:
Picea abies ‘Conica’, Chamaecyparus obtusa ‘Nana’, Chamaecyparus obt. ‘Gracilis’, Juniperus pfitzeriana, Juniperus horizontalis, Juniperus ‘Gold Cone’, Pinus mugho etc.

KLIMPLANTEN/HANGPLANTEN:
Hydrangea petiolaris, Parthenocissus ‘Veitchii’, Wisteria sinensis, Hedera ‘Hibernica’, Hedera ‘Goldheart’, Hedera Sulphurheart’, Hedera ‘Aureo Variegata’, Passiflora ‘Lavender Lady’, Passiflora ‘Vitifolia’,

Passiflora ‘Caerulea’, Fragaria vesca, Aeschynanthus lobbianus, Ampelopsis brevipedunculata, Asparagus, Browallia speciosa, Campanula isophylla, Cissus antartica, Chlorophytum comosum Glechoma superbe, Philodendron, Tradescantia, Thunbergia alata, Vinca minor, Vinca major, Iberis sempervirens, Lamium spec. etc.

KRUIDEN:
Alle kruiden kunnen in pot op het balkon gehouden worden.

Winterbescherming

Wind en tocht zijn de grootste vijanden van planten op het balkon. Ook de balkontuin moet in het late najaar winterklaar gemaakt worden. Verwijder dode planten en snoei eventueel te groot geworden struiken. Zorg voor een goed heenkomen voor kamerplanten die de hele zomer buiten hebben gestaan. Met een koele, vorstvrije plaats in huis nemen de meeste kamerplanten genoegen. Verminder gedurende de winterperiode ook de hoeveelheid water, die u ‘s zomers hebt gegeven.
De bakken, kuipen en potten moeten worden ingepakt. Hiervoor kan stro worden gebruikt worden. Los stro kan tussen en om de potten worden gedrapeerd. Om verwaaien te voorkomen moet het geheel afgedekt worden met bijvoorbeeld een afdekzeil of de stro kan in (jute, plastic) zakken worden gedaan, die vervolgens tussen de bakken worden geklemd. Scherm in ieder geval de planten en bakken af van de overheersende windrichting op het balkon. Een rietmat (of rietmatten) is uitstekend geschikt voor dit doel. De rietmat mag de bak(ken) met daarin de planten helemaal afsluiten. Stilstaande lucht verhoogt de kans op bevriezen van grond en planten. Een beetje luchtcirculatie moet er dus wel blijven.