Onopordum acanthium, wegdistel

Wegdistel komt in het wild en verwilderd voor: in Zuid-Limburg, in het gebied van de grote rivieren en in de duinen. De opvallende verschijning bestaat uit aluminiumkleurige stengels en bladeren.

Wegdistel zie je van verre al blinken

De opvallende verschijning bestaat uit aluminiumkleurige stengels en bladeren. Je zult hem niet snel over het hoofd zien. De plant heeft een rijzige gestalte van maar liefst twee meter. Dichterbij ziet wegdistel er niet aantrekkelijk uit door zijn stekelig puntige blad en scherp getande bladranden. Wegdistel wordt ook gekweekt en is dan meestal tweejarig. In het wild kan de plant soms meer jaren op dezelfde plaats groeien.

Wegdistel behoort tot de Compositae. De botanische naam (Onopordum acanthium) is een samenstelling en afgeleiding van de Griekse woorden: onos = ezel, poda = blad en acanthium = doorn; vrij vertaald plant met gedoornde ezelsoren.

Eisen groeiplaats

Wegdistel groeit op zand, zandige klei en krijtrijke grond. Voorwaarde voor een goede ontwikkeling is een hoog percentage ammoniak (NH4) en weinig humus in de grond. Geef wegdistel een plaats in de volle zon. De plant schuwt natte zomers. Na een winter met weinig vorst komt de plant meestal weer terug.

 
Wegdistel heeft puntige stekels langs bladranden en de stengel Het bloemhoofd staat eindstandig
op de stengel

Overige kenmerken

Wegdistel heeft wel degelijk bladgroen. Stengels en blad zijn grijs berijpt. De grijze berijping ligt als een spinrag over alle levende delen. Stengels zijn massief. De plant is tweeslachtig. Na de bloei zwelt het onderstandig vruchtbeginsel op en vormt zich een éénzadige dopvrucht of nootje. De hoofdbloei valt in juli – september. Wegdistel groeit met een lange penwortel.

Eigenschappen

Uit de nootjes van wegdistel wordt distelolie geëxtraheerd. Sap van wegdistel wordt in de farmacie gebruikt tegen aandoeningen van de gal, in hoestdrank en in preparaten tegen slecht helende wonden. Het grijze spinrag dat op de bladeren aanwezig is en ook draden die in de buurt van de kelkbladen voorkomen, worden in de textielindustrie verwerkt.
Kortom: wegdistel is er voor meer dan sier alleen.

Met winterjas en pantoffels niet naar, maar tussen de bollen

Lente, zomer, herfst en winter volgen elkaar in hun seizoenensritme op. Daar kan de mens nog niet mee manipuleren. De tijdklok tikt geruisloos door. Aan bomen en struiken komen bladeren en bloemen; wat later komen er vruchten aan en nog later vallen de bladeren af, zorgvuldig geregisseerd door veranderingen in de kosmos.

Prunus ‘Autumnalis’ trekt zich
niets aan van sneeuw

Nabootsen van de gevolgen van die kosmische veranderingen kunnen we wel. Een stekker in het stopcontact, en hup… we produceren zo maar kou of warmte. Met zo’n ‘simpele’ handeling kunnen we onder andere bloembollen "een reis in de tijd" laten maken.

‘Forceren’ is de vakterm om bloembollen en heesters eerder te laten bloeien dan ze normaal doen. Het geven van een koude prikkel, de dag verkorten of juist verlengen brengt een reactie teweeg bij planten. Planten kunnen zodanig gemanipuleerd worden, dat ze eerder bloemknoppen aanleggen en is het mogelijk om ze te laten bloeien wanneer wij dat willen. Seizoensvervaging, dat wel, want wie wil er nu het hele jaar door witlof of boerenkool eten?
Leuk is het wel om je het hele jaar door te kunnen omringen met jouw favoriete bloemen. Sommige mensen vinden het prettig om chrysanten om zich heen te hebben èn het kan. Anderen verfoeien het en laten zich leiden door gevoelens die zij bij een bepaald seizoen hebben. Hoe het ook gesteld is, een ‘plukje’ voorjaar in de vensterbank eerder dan gebruikelijk mag best geforceerd worden.

Aan de slag dus! Maar hoe? Het eenvoudigste is het om zogenoemde ‘geprepareerde bloembollen’ te kopen. Deze bollen hebben in het bloembollenbedrijf al een koudeprikkel gekregen. Ze kunnen zonder meer worden opgepot of op water gezet worden. Hyacinth, Crocus en Amaryllus zijn de meest gebruikte bollen, die voor dit doel worden aangeboden. Maar zelf forceren is ook goed mogelijk. Bolgewassen laten zich bijna allemaal vervroegen. Als ze maar gedurende een bepaalde tijd een koelteperiode hebben gekregen. Daarna gaat het vanzelf: oppotten, een tijdje in het donker houden tot de bolneuzen zijn bovengekomen; daarna mogen ze de vensterbank op. Een zee van bloemen siert het raam, wanneer je dat maar wilt.

   
Scilla:
Scilla tubergeniana
Sneeuwklokje:
Galanthus nivalis
Winteraconiet:
Eranthis hyemalis

Struiken zoals Prunus subhirtella ‘Autumnalis’, Viburnum bodnantense en Viburnum tinus bloeien van nature in de winter en laten zich niet deren door een beetje vorst of een pak sneeuw. Kerstroos is ook zo’n typische vaste plant die graag z’n bloemen door een tapijt van sneeuw showt.

Sneeuwroem: Chionodoxa
Iris: Iris danfordiae

Forsythia en Hamamelis zijn aanbidders van de vroege zonnestralen en zijn gemakkelijk te forceren. Om met de kerstdagen bloeiende Forsythia of Hamamelis in huis te hebben moet half november een aantal takken van de struik(en) worden gesnoeid. Plaats deze takken bij een temperatuur van 4 – 6 °Celcius een maand lang in een koelcel – op vaas natuurlijk. Daarna kunnen ze bij kamertemperatuur in twee weken in bloei worden getrokken. De Japanse kwee, Chaenomeles, is ook zo te forceren.

En… mis je een beetje de winter, waaraan je toch vooral de bloei van bepaalde bollen en heesters zou willen afmeten? ‘Sneeuw’ uit een spuitbus is echt wel volop verkrijgbaar. Om het geheel wat realistisch te laten overkomen kan de kamerthermostaat ook wel wat lager gezet worden. Lekker genieten van al dat bloeiende spul. Met de winterjas en de pantoffels aan. Als dat geen echt voorjaarsgevoel is!

Winterjasmijn, fier en oneindig

Winterjasmijn is een echte winter- en voorjaarsbloeier. Al ‘vriest het dat het kraakt’, dan nog blijven de bloemen fier en oneindig bloeien. Van oorsprong is de struik afkomstig uit het gebergte in China en groeit daar op steile rotswanden tussen het struikgewas. Het is een ordeloze groeier, die zich graag laat leiden en aanbinden tegen een muur.

'Jasminum nudiflorum'

De struik stelt weinig eisen aan de bodem en neemt genoegen met vrijwel iedere grondsoort.

Het is een prima leiplant om tegen een noord- of oostmuur te planten. Winterjasmijn is minder bekend dan de vroeg in het voorjaar bloeiende Forsythia, die met een overdaad aan opvallend gele bloemen er wel wat op lijkt. De hier beschreven soort is de Jasminum nudiflorum. Net zoals bij Forsythia bloeit de struik op het kale hout (= nudiflorum). De struik loopt uit met donkergroene twijgen, die na ongeveer twee jaar geelbruin verkleuren.

De donkergroene stengel met afstaande bloemknoppen

De jonge twijgen zijn in de winter groen blijvend. De jonge stengels zijn vrijwel vierkant van vorm. De oudere twijgen worden rond van vorm. De struik wordt maar heel langzaam groot. De hoogte en breedte zijn ‘instelbaar’ door vormsnoei toe te passen. De maximale hoogte is zo’n drie meter.

De bloemknoppen zijn lichtgroen van kleur en tekenen zich sterk af ten opzichte van de donkere stengel. De bloemknop is wel vijf keer zo groot als de bladknop. De kelkblaadjes liggen geschubd over elkaar heen en zijn voor het uitlopen lichtgroen. Naderhand kleuren ze fel lichtgeel. Het omwindsel van de bloemknop is nog aan de voet van de bloem zichtbaar. De kleur hiervan is bruinrood. De groene stengeldelen hebben groenwit merg.

Bladknoppen liggen dicht tegen de vierkante stengel aan

De oudere stengels zijn vrijwel hol en hebben alleen bij de knopen massief merg.

Bladknoppen zijn heel klein en hebben dezelfde lichtgroene kleur als de bloemknoppen. Na het uitlopen hebben de blaadjes een diepgroene kleur. Ze zijn glanzend en voelen leerachtig aan. Er verschijnen meestal drie blaadjes bij elkaar op korte stengels. Het blad is ongeveer 2 cm lang en één cm breed. Vanaf het uitlopen en gedurende de zomer blijven de bladeren donker glanzend groen.

De bloem onderscheidt zich weinig van de bekende Forsythia die als struik veel in de tuin voorkomt.

In het najaar na de eerste stevige vorst vallen de blaadjes af.

De bloem is kleiner van omvang en licht zwavelgeel van kleur. Jasminum nudiflorum begint al eind december te bloeien en gaat daarmee door tot het einde van februari, ongeacht de temperatuur. De bloemen komen voor over de hele stengel. Behalve als vroege bloeier in de tuin is de winterjasmijn ook uitstekend geschikt om op vaas te zetten. Nadat de bloemen een ‘koude prikkel’ hebben gekregen, lenen ze zich ook goed om in de huiskamer in bloei te worden getrokken. De bloemen zijn lang houdbaar.

Viola, winterviool

De winterviool is geschikt voor in een bloembak op het balkon. En vooral voor degenen, die in de winter wat kleur in een kale omgeving en tuin willen brengen.

De winterviool bloeit vanaf de late herfst tot ver in mei

De winterviool is volkomen winterhard en zal ondanks vorst en sneeuw bloemen produceren. Iets, wat dan van maar weinig planten kan worden verwacht. Troosteloze tuinen en balkons hoeven echt niet. De winterviool kan goed worden gecombineerd met bijvoorbeeld nieskruid (Helleborus), winterbloeiende heide (Erica) en parelbes (Pernettya).

Er zijn meer dan 500 soorten viool (Viola) bekend. De meeste soorten groeien in het noorden van Amerika, op de hoogvlakten van het Andesgebergte en in delen van Japan. Ze groeien vrijwel allemaal in gebieden met een gematigd klimaat. De meeste soorten groeien met kruipende wortelstokken (rhizomen). Tijdens de groei wordt in de rhizomen voedsel verzameld om buiten het groeiseizoen te kunnen overleven. De echt wilde soorten hebben veel kleinere bloemen dan de gekweekte vormen. De bloem van een wilde soort is zelden groter dan 2 tot 3 centimeter. Elke bloem van het viooltje heeft twee opstaande en drie uitstaande onderste kroonbladen. Sommige soorten – vooral de blauwbloemigen daaronder – bevruchten zichzelf. Dit wordt cleistogamie genoemd.

Veel gecultiveerde soorten hebben als voorouders Euraziatische soorten, zoals Viola lutea, Viola amoena, Viola cornuta of Viola x wittrockiana.

Winterviolen zijn in vele kleuren te koop

Gekweekte, vormen die bij ons bekend staan als perkplant, zijn in wezen een kortlevende, vaste plant. De viool als perkplant staat als eenjarig te boek. De winterviool verdraagt vorst goed en bloeit bovendien rijk tijdens perioden met een lage temperatuur. De winterviool kan worden gezaaid. Meestal gebeurt dit in de eerste twee weken van augustus, maar voor een paar euro heb je al een aardig kistje vol met fleurige violen. Tijdens het groeiseizoen kan een viool ook worden gestekt. Winterviolen zijn er in een verscheidenheid aan kleuren. De voornaamste kleuren, waarmee de winterviool te koop wordt aangeboden, zijn licht- en donkerblauw, wit, roodachtige tinten, geel en oranjegeel. Plant violen in een licht humeuze, goed water doorlatende grond.
Winterviolen staan bij voorkeur niet in de volle zon. Door vorst bevriest het vocht in de cellen (vacuoles) van de groene delen enigszins. Zonneschijn zet een plotselinge dooi in, waardoor cellen kunnen worden beschadigd. Als onderlinge plantafstand kan 15 centimeter worden aangehouden. Wanneer de kracht van de zon vanaf half april weer toeneemt, gaan de violen rekken: ze krijgen lange, slappe stengels. Zo omstreeks begin tot half mei is de winterviool verworden tot een complete chaos. Dan ook is het tijd om ze uit de balkonbak of tuin te verwijderen en door iets anders te vervangen.

Blauwe regen is niet altijd blauw

Blauwe regen is de verzamelnaam voor een aantal soorten van Wisteria. Gouden regen is wel familie van de blauwe regen en de bloemen lijken er ook wel op, maar behoort tot een ander geslacht. Wisteria behoort tot de familie van de Papilionaceae of vlinderbloemigen.

Wisteria heeft als steun een stevige constructie nodig

De hoofdbloei valt in mei.

Van Wisteria zijn floribunda en sinensis de belangrijkste soorten. Hoe raar het ook klinkt: van blauwe regen zijn er witte, blauwe en violetroze variëteiten. Goede soorten zijn onder meer Wisteria floribunda ‘Alba’, die wit bloeit, Wisteria floribunda ‘Rosea’ met licht lilaroze bloemen en Wisteria floribunda ‘Macrobotrys’ met de langste bloemtros van alle soorten en een violetblauwe bloei.

Ik ben meer gecharmeerd van Wisteria sinensis, die welriekende, bijna naar viooltjes ruikende bloemen heeft. Ook deze soort bloeit met blauwviolette bloemen. Overigens bestaat er van die heerlijk geurende sinensis een witte variëteit: ‘Alba’.

De plant is niet zelfhechtend. Wisteria moet worden geleid; aan/langs muren of over een pergola. Een stevig geconstrueerde pergola is nodig. Een volgroeide blauwe regen vertegenwoordigt een behoorlijk gewicht. Wordt de blauwe regen langs een muur geleid, dan zijn flinke haken nodig om de aanbinders eraan vast te maken. Blauwe regen in wat voor kleur ook is een mooie en goede bedekker voor een carport of een rozenboog bij de ingang van de tuin.

Een berceau gevormd door gouden regen

‘Loofgangen’ of ‘berceaux’ zijn ook vaak gevormd met behulp van blauwe regen. Het is een fantastische ervaring om door zo’n bloeiende loofgang te lopen. Blauwe regen doet, wanneer de bloemtrossen in groten getale aan de ranken hangen, sterk denken aan een kas waarin hangende druiventrossen het beeld bepalen. Op de afbeelding hiernaast is de loofgang gevormd uit gouden regen. Gouden regen behoort tot het geslacht Laburnum, maar is ook familie van Wisteria.

Snoeien bevordert bloei

Wisteria is geen moeilijke plant. Een lichte, humusrijke grond die voldoende vochtig is, zorgt voor een flinke groei en bloei. Wisteria houdt van zon en anders wordt die wel opgezocht. Alleen de bladeren van Wisteria zijn al de moeite waard om te zien. Wisteria‘s leven lang en hebben zelden verjongingssnoei nodig. Is dat na vele jaren wel nodig, dan duurt het jaren voordat er weer bloemen verschijnen. Oppassen dus.

Na de aanschaf en het planten moet blauwe regen worden ‘opgeleid’. In zomer en winter kan de leiplant worden gesnoeid. Direct na het planten moet de hoofdgesteltak worden ingenomen. Knip de ‘kop’ terug tot zo’n 80 – 90 cm boven de basis. Cultuurvarëteiten (cv’s) worden geënt; knip dus nooit onder de entplaats, anders wordt het nooit meer wat. Knip alle zijscheuten die horizontaal uit de gesteltak groeien, in tot op één oog.

Dikke bloemtrossen typeren de bloei van blauwe regen

In het tweede levensjaar wordt de plant in de winter gesnoeid: de hoofdgesteltak wordt opnieuw ingesnoeid, maar laat 40 – 50 cm van de jonge topscheut boven het gedeelte van het vorige jaar staan. Alle zijscheuten worden gesnoeid tot op drie ogen, behalve die van de onderste zijscheuten. Deze mogen 30 – 40 cm lang blijven en worden horizontaal uitgebogen en aangebonden. In de volgende jaren worden alle zijscheuten wel gesnoeid en de lengte ervan teruggebracht tot 40 – 50 cm ten opzichte van de hoofdgesteltak. Elk volgend jaar worden de zijscheuten uitgebogen en aangebonden. Is de plant eenmaal op hoogte en breedte, dan wordt de snoei aangepast aan het beheersen van de vorm en de productie van (meer) bloemen. Blauwe regen wordt maximaal 10 meter hoog.

Bloei te bevorderen

Knip de zijscheuten af op 2 – 3 knoppen vanaf de hoofdgesteltak. De aanleg van bloemsporen wordt hierdoor opgewekt. Let op: bladknoppen van de blauwe regen zijn lang en spits; bloemknoppen zijn dik en bolrond. ‘t Kan haast niet missen: dit onderscheid is duidelijk te zien.
Een juiste snoei (elk jaar) en wat zon (ook elk jaar graag) is het enige waar de blauwe regen op is gesteld.

Lycopodium clavatum, wolfsklauw

De wilde wolfsklauw (Lycopodium) is in Nederland inmiddels zeer zeldzaam geworden. Soms is de plant te vinden in naaldbossen in het noordoosten van Nederland of in kalkarme duinen. In berggebieden komen soorten wat frequenter voor.

Er is een aantal soorten wolfsklauw.

Kleine wolfsklauw (Lycopodium complanatum)

Van de grote wolfsklauw werden sporen in de farmacie gebruikt.
De wolfsklauw behoort tot de familie van de wolfsklauwen (Lycopodiaceae). De soorten hebben schubvormige bladen, die tegen de stengel aanstaan. Alle soorten dragen sporen in de oksel van het blad, hoewel het er bij bepaalde soorten op lijkt, dat sporen in een min of meer aarvorm aanwezig zijn. De wolfsklauw is voornamelijk een pionierplant. Hij komt een aantal jaren op een bepaalde plaats voor om vervolgens weer te verdwijnen. Boomachtige soorten kwamen in het primaire tijdvak voor. Hieruit is voornamelijk steenkool gevormd. Wolfsklauwen zijn specifiek, omdat ze hun sporen niet, zoals bij andere sporenplanten, in een groep bijeenhouden, maar omdat elke spore afzonderlijk in de bladoksel staat.

 
Dennenwolfsklauw (Lycopodium selago) Grote Wolfsklauw (Lycopodium clavatum)

De kleine wolfsklauw (Lycopodium complanatum) lijkt op de grote wolfsklauw, maar heeft geen witte haren aan de top van de stengels. De sporen staan op dunner bebladerde stengels aan de top. De bladen staan stijf tegen de stengel aangedrukt. Aren staan op lange losbebladerde stelen. Vruchtbare bladen zijn kort toegespitst. De stengels kruipen in hoofdzaak onderaards.

De dennenwolfsklauw (Lycopodium selago) groeit in open dennenbossen en aan de rand van vochtige heidevelden. De sporen zitten tussen de bladoksels. De plant groeit met een opgerichte, meestal vertakte stengel.
De grote wolfsklauw (Lycopodium clavatum) heeft lange, kruipende stengels. Het einde van de stengel eindigt met geelachtige aren. Dit zijn onvruchtbare bladen. De plant komt voor in dennenbossen en op open heidevelden vanaf Midden-Europa tot aan de poolcirkel.

Wolfsmelk, een landveroveraar

Wolfsmelk is een goed gekozen naam voor een hele reeks bekende en minder bekende tuinplanten. Sommige soorten wolfsmelk slaan onmiddelijk toe om opengevallen plaatsen in de border te veroveren. Verder zijn de planten onschuldig van aard hoewel sommige mensen gevoelig zijn voor het melksap wanneer de huid daarmee in aanraking komt.
Wolfsmelk of Euphorbia heeft niet alleen een kleurrijke en opvallende bloeiwijze; het zijn ook heel decoratieve planten door de grijsgroene, blauwgroene en vooral lijnvormige bladeren die soms merkwaardig op de stengel geplaatst zijn. Wolfsmelk heeft een warme en vooral zonnige plaats in de tuin nodig.

Euphorbia polychroma bloeit van april tot ver in mei.

Euphorbia polychroma

Het is een echte voorjaarsbloeier. De bloei valt gelijk met de voorjaarszonnebloem (Doronicum) en is daarmee in de border goed te combineren. De bloemen zijn hel zwavelgeel. Bladeren en bloemen staan in dichte kransen bij elkaar. Verscheidene planten bij elkaar gezet vormen pas echt een mooie, compacte groep in de border. De hoogte en breedte van deze plant is zo’n 50 cm. De bladeren zijn mooi frisgroen. Vermenigvuldiging gebeurt door delen of scheuren van de plant. Deze wolfsmelk is goed te combineren met grijsbladige planten of planten die blauw bloeien.

Euphorbia cyparissias komt in het wild voor.

Euphorbia cyparissias

In heel Europa is de plant te vinden op droge, zandige gronden. Het melksap is giftig. Het is een goede bodembedekker die zichelf door uitzaaien verspreidt. De bladeren zijn iets groenblauw gekleurd en bevinden zich beneden de mat citroengeel gekleurde bloemen. De bloemen staan op lange stengels en zijn schermvormig. De bladeren zijn smal lijnvormig. Na de bloei blijft het blad lang mooi en fris.
Deze wolfsmelk groeit goed in de schaduw of halfschaduw. Op een lichte en humusrijke grond groeit de plant ongebreideld uit. Een mooie combinatie is te maken met vrouwenmantel (Alchemilla mollis. De kleine handvormige bladeren en de licht olijfgroene kleur van de vrouwenmantel passen er heel fraai bij.

De hoge en bossige Euphorbia characias ssp. wulfenii heeft bijna net zo’n lange naam als de duur van zijn bloei.

Euphorbia characias
subspecies wulfenii

Vanaf mei tot ver in oktober zijn de bloemen zichtbaar. Vroeg in de zomer staat deze wolfsmelk op z’n hoogtepunt van bloei. De lichtgele bloemen zitten geborgen in ronde kleine groene tuilen. De bladeren zijn afhangend smal lijnvormig en staan gekransd rondom de stengel. Het is wat je noemt een ‘architectonische plant’. Elke stengel met bladeren en bloemen staat apart. Aan de tweejarige stengels komen het ene jaar grijsgroene bladeren en het jaar daarop komen daarbij de bloemen. Deze wolfsmelk wordt wel anderhalve meter hoog en één meter breed. Op een humusrijke grond groeit te plant het beste. Mooie combinaties zijn te maken met Ligularia, Epimedium en hoog groeiende Hosta-soorten.
In het najaar verkleuren het blad en de bloemen naar roestbruin-geel. Ook dan is deze wolfsmelk van een bijzondere schoonheid.

Euphorbia mellifera is buitengewoon fraai.

Euphorbia mellifera

De plant is moeilijk verkrijgbaar. Het is een bossig groeiende plant met smalle lijnvormige bladeren en een opvallende gele middennerf op het blad. De plant groeit alleen maar op een warme en beschutte plaats in de tuin. Tegen een muur op het zuiden zal deze wolfsmelk het uitstekend doen. Door z’n flinke hoogte van 150 – 200 cm en een breedte van 150 cm is een ruime plaats nodig. De bol-schermvormige bloemen zijn bruinoranje gekleurd. Daaronder bevinden zich de bladeren in een krans rond de stengel. Bloem en bladeren lijken in hun verschijningsvorm wel wat op een ster. De plant moet volop zon en ruimte om zich heen hebben om goed te kunnen uitgroeien. Pas dan komt deze fabelachtig mooie wolfsmelk goed tot z’n recht.

Euphorbia lathyrus komt vaak spontaan als ongenode gast te voorschijn.

Euphorbia lathyrus

Waarschijnlijk meegevoerd door compost of tuingrond verspreidt de plant zich tot ver boven de grote rivieren. Deze wolfsmelk komt in Limburg vaker in het wild voor. Oorspronkelijk komt deze wolfsmelk uit Zuid-Europa. Wanneer de plant niet bewust gezaaid is, komt er meestal maar één exemplaar in de tuin voor. Een grote groep gezaaide planten is een sierlijke aanwinst in de tuin. Het is een tweejarige plant.
In het eerste jaar wordt de bruingroene stengel gevormd, waaraan kruisgewijs de lancetvormige, diepgroene bladeren komen. In het tweede jaar komen er onopvallende gele bloemen, waaruit na bevruchting een kogelvormig groengeel vruchthuis ontstaat. De vruchten zijn giftig.
De plant wordt 50 – 100 cm hoog. Wanneer de vruchten in augustus rijp zijn, schieten ze spontaan uit het vruchtomhulsel. Dit gaat gepaard met een duidelijk hoorbare knal. Het wegschieten van de rijpe vrucht gebeurt in de namiddag en is een gevolg van verandering in temperatuur. Het gevolg daarvan is dat een volgend jaar de plant op de meest onverwachte plaatsen in uw tuin te voorschijn komt.

Eenarig wollegras, een hoogveenplant

Nog levende hoogvenen zijn zeldzaam geworden in Nederland. Hoogveen- gebieden liggen letterlijk op de hoge delen van Nederland. Ze ontvangen uitsluitend regenwater, hetgeen leidt tot een voedselarme (oligotrofe) situatie. Voedselarme situaties zijn zeldzaam in het landschap. In Drente en langs de oostgrens van Salland en Twente bestaan nog enkele situatie waarin een dergelijk milieu aanwezig is. In maart tot en met mei kunnen hoogvenen wit gekleurd zijn door de bloei van het eenarige wollegras.

Eenarig wollegras in het hoogveen

Het eenarige wollegras (Eriophorum vaginatum) bloeit in de periode maart – mei. Zoals de naam al zegt, staat er maar één bloeiwijze op de stengel, die van boven stomp driehoekkig van vorm is. De bloeiaar is tot 2 centimeter lang en heeft een langwerpige tot ovale vorm. Het wollige, zilverwitte pluis voelt wat kleverig aan. Dit wollegras is een meerjarige, grasachtige plant. De vrucht is in de vorm van een nootje; een eenzadige dopvrucht, die door de wind wordt verspreid.

Het eenarige wollegras is een van de belangrijkste bestanddelen en vormers van (hoogveen)turf. Het gras behoort tot de familie van de cypergrassen (Cyperaceae). Het wollegras heeft een lijn- of lintvormig blad, dat gaafrandig is.

Witte, pluizige haren vormen de bloeiwijze van het eenarige wollegras

De bladen hebben geen bladsteel, terwijl de nervatuur parallel loopt.
Het eenarige wollegras groeit dikwijls samen met veenmos (Sphagnum) en kan ook voorkomen met de berk en de grove den in hoogveengebieden. De verbreiding van dit gras is vanaf de poolcirkel, Midden-, Noord- en Noordoost-Europa tot ver in Spanje, Noord-Italië, Macedonië en hoog in de Alpen (tot 2600 meter).

Buiten het eenarige wollegras is breed wollegras (Eriophorum latifolium) bijna uitsluitend op permanent vochtige, voedselarme graslanden te vinden, waarvan het grondwater veel calcium bevat en/of ijzerrijk is. Het breedbladige wollegras heeft brede bladen. Iets, wat in afwijking is van de overige leden van de cypergrassenfamilie. Het gemakkelijkst te onthouden kenmerk is, dat de pluizige aren in een trosvorm op een overhangende stengel staan. Breed wollegras heeft een groot verspreidingsgebied: vanaf de poolcirkel tot ver in Azië en Siberië en Noord-Amerika. Verder in bijna heel Europa tot en met de zuidkant van de Alpen. Ook dit gras is een belangrijke veenvormer.

Yucca filamentosa, palmlelie

De meeste vaste planten groeien vlakvormig en in de breedte. Om deze groeiwijze te accentueren, is een andere groeivorm een goed middel. Een voorbeeld van zo’n andere groeivorm is de palmlelie. Het zwaardvormig blad, de bladkleur en de opstaande lijnvormige bladeren accentueren al die planten, die breeduit groeien. Palmlelie is als solitair aan te planten tussen al die min of meer horizontaal groeiende planten en is specifiek goed te gebruiken als solitair in een kuip.

Natuurlijk zijn er andere planten, die een zelfde contrast teweeg kunnen brengen als de palmlelie. Te denken valt dan onder meer aan vuurpijl (Kniphovia), montbretia (Crocosmia), daglelie (Hemerocallis). Wie er een stijlvol uitziende plant met chic voor wil gebruiken, moet dan maar eens een palmlelie proberen. Van de palmlelie wordt gezegd, dat hij niet winterhard zou zijn? Oudere exemplaren overleven stenge vorst met glans. Wie op safe wil spelen, dekt de plant in de late herfst af met een dik bladerdek.

  Bloemen van Yucca filamentosa
Een palmlelie in bloei heeft een voorname uitstraling Bloemen van de palmlelie zijn groot en klokvormig

Palmlelie (Yucca filamentosa) is groenblijvend en behoort tot de lelieachtigen (Liliaceae). Deze vaste plant wordt vijftig tot zeventig centimeter hoog. De bladeren zijn grijsgroen van kleur en hebben witgrijze, draadvormige aanhangels langs de opstaande zwaardvormige bladeren. In juni tot en met augustus bloeit de palmlelie met grote (vijf centimeter), klokvormige bloemen in afhangende trossen. Met bloemstengels mee is de plant dan al gauw anderhalve meter hoog. In Franse tuinen wordt de palmlelie vaak op hoekpunten van een broderie of bloemperk gezet.

De palmlelie kan op drie manieren worden vermenigvuldigd. Zaaien is de minst gebruikelijke en ook moeilijkste manier. Zaai in de late herfst in een grond voor heideachtigen en zet het zaaisel in een koude kas of plaats het onder glas bij een koele kamertemperatuur. Scheuren en ook afsnijden van worteluitlopers heeft de meeste kans van slagen. Plant de worteluitloper en ook het afgescheurde deel de eerste tijd in een mengsel van zand en grond voor heideachtigen. Maak een verhouding van éé deel zand op drie delen grond voor heideachtigen. Soms ook worden kopstekken genomen. De resultaten daarvan vallen echter tegen.

Andere soorten van de palmlelie:

Yucca flaccida, met grijsgroen blad met brede crèmegele strepen. De bloemen hebben een licht botergele kleur. Hoogte tot anderhalve meter.
Yucca gloriosa, een schitterende soort met donker, grijsgroen blad. De soort wordt zeker 2 meter hoog en 1 meter breed.

Veronica, aar-ereprijs

Aar-ereprijs komt van nature in Europa en het noordelijke deel van Azië

Aar-ereprijs kan in een border voor een versterking in contrast zorgen tussen andere verwante kleuren.

voor. Het is een warmteminnende, overblijvende vaste plant. Op zandige en of kalkrijke gronden groeit de plant het beste. Van ereprijs zijn zo’n elf soorten van belang. Aar-ereprijs groeit met opgerichte, vertakte stengels. De intense blauwe bloemkleur is een sieraad voor iedere border.

Aar-ereprijs (Veronica spicata) behoort tot de grote familie van de helmkruidachtigen (Scrophulariaceae). Het kenmerk van tot deze familie behorende planten is dat de bloemkroon altijd tweezijdig symmetrisch en ook vaak tweelippig is. Van aar-ereprijs zijn een aantal goede variëteiten voor de tuin geschikt. De bloemvorm is een kegelvormige, opgaande aar. De bloemen staan mooi verheven boven de pol met wilgachtige bladeren. Op de foto hiernaast is Veronica te zien in combinatie met vrouwenmantel, spoorbloem en geitebaard. Plant Veronica op een zonrijke plaats in een flink grote groep. De meeste variëteiten bloeien in de periode juli – augustus.

Bloeiende Veronica is een feest om te zien   Veronica spicata 'Blaufuchs'
Een pol bloeiende Veronica trekt zeker veel aandacht V. spicata ‘Blaufuchs’ bloeit met blauwe bloemen in compacte aren

Dit valt samen met de bloei van heel veel andere vaste planten. Er zijn daarom heel veel kleurencombinaties te maken, waarin Veronica een belangrijke rol kan spelen. Of het nu gaat om een accent of om een scheiding tussen andere ‘heftige’ kleuren, Veronica is daarvoor uitermate geschikt. De mooie, slanke, lijn- of lancetvormige bladeren kunnen ook een rol spelen in contrasten met andere bladvormen (textuur).

Variëteit Hoogte (cm) Bloemkleur Bloeitijd
‘Alba’ 30 wit juni – augustus
‘Blaufuchs’ 50 lavendelblauw juli – augustus
‘Blue Peter’ 50 diep violet juli – augustus
‘Erica’ 30 zachtroze juni – augustus
‘Heidekind’ 25 wijnrood juli – augustus
‘Red Fox’ 40 karmijnrood juli – augustus
‘Romiley Purple’ 45 donkerviolet juli – augustus
‘Rosea’ 45 donkerroze juli – augustus
‘Rothfuchs’ 30 dieproze juli – augustus
subsp. incana 60 paarsblauw juli – augustus