Het witte goud, dat asperge heet

De aspergeplant komt bij ons in het wild voor. Het vermoeden bestaat, dat de plant van oorsprong uit het westen van Azië, uit het mediterrane gebied komt. De cultuur van de plant stamt al van voor de jaartelling. Aanvankelijk geteeld om de geneeskrachtige werking en later vanwege de voortreffelijke smaak van de gebleekte stengels, die wij als asperge kennen.

Asperge wordt op bedden geteeld
Sorteren
Asperge wordt – na op het veld te zijn gesneden – in een bak verzameld
Asperge wordt gewaterd
Verse asperges, geprijsd en wel

Het geslacht Asparagus telt meer dan 60 soorten. Daartoe behoren ook kamerplanten als Asparagus densiflorus, Asparagus falcatus, Asparagus myriocladus en Asparagus setacus. Het bekendst echter is de eetbare Asparagus officinalis. Het geslacht behoort tot de lelieachtigen (Liliaceae). Het geslacht is verder in families onderverdeeld, waaronder Protasparagus en Myrsiphyllum.

Tegenwoordig is de teelt van asperge geen exclusieve Nederlandse aangelegenheid meer. Import vanuit onder andere Peru verlengt de periode, waarin asperges kunnen worden gegeten. Nederlandse asperges worden geoogst vanaf begin april tot traditioneel 24 juni, de dag waarop het Sint-Janfeest wordt gevierd.

De teelt van asperges vond voornamelijk plaats op zogenoemde gezinsbedrijven, omdat het steken – zeker in de oogsttijd – een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid is. Tijdens het oogstseizoen moet er zeker twee keer per dag en soms zelfs meer keren per dag worden geoogst. Na het oogsten worden de asperges op kwaliteit gesorteerd. Er bestaan zo’n negen klassen, waarin gewicht, vorm, dikte en het wit van de aspergekop bepalend zijn.

Als de asperges van het land komen, worden deze direct gewassen om de eventueel aanhangende grond te verwijderen. De asperges worden na het sorteren op kwaliteit in kistjes gewaterd. Het water moet van goede kwaliteit zijn en regelmatig worden ververst, Hiermee wordt voorkomen, dat de asperges zuur worden en verdrogen.

Nadat de asperges gesorteerd zijn worden ze verpakt en/of in kistjes verhandeld. Per gebied van herkomst kan de smaak verschillen. Er is echter geen verschil in smaak wat de dikte van betreft. De smaak wordt vooral bepaald door de aspergevariëteit, de grondsoort, de leeftijd van de planten, de goede zorg die gegeven is aan de opslag in het bedrijf en bij de detailhandel.

 Aspergeteelt 

Asperge kan in de volle grond of in de kas worden geteeld. Het laatste gebeurt vooral om de oogst te vervroegen. Asperge groeit met een korte wortelstok, waarop knoppen staan. Uit deze knoppen kunnen stengels groeien, die tot wel 1 meter hoog kunnen worden. Om eetbare asperges te oogsten worden de wortelstokken afgedekt met een laag grond van ten minste 40 centimeter. Hierdoor ontstaan de zo genoemde aspergebedden. Aan de voet zijn die zo’n 70 centimeter breed. Een trapeziumvormig bed is gebruikelijk. De onderlinge afstand tussen de bedden bedraagt circa 1,40 meter.
Asperge groeit niet op alle grondsoorten: de grond mag niet te licht en te zwaar zijn. Naarmate de grond zwaarder is, gaat het steken moeilijker.

Een aspergeplant heeft vertakte stengels met een lijnvormig blad

De aspergeplant is tweehuizig. Er zijn dus planten met of stampers of meeldraden. Vrouwelijke planten (met stampers) blijken minder opbrengst te geven (circa 20%) dan mannelijke planten (met meeldraden). Asperge wordt gezaaid (circa 3 kg/ha). Er komen uit dit zaad evenveel mannelijke als vrouwelijke planten. Om het uitgangsmateriaal zo zuiver mogelijk te houden wordt het zaad in de kas gewonnen. Bijen zorgen hierbij voor bevruchting. Na de bevruchting komen er groene bessen aan de plant, die later rood worden. Elke bes heeft 3-5 zaden.
Aspergezaad is vrij zwaar. Er zitten circa 600 zaden in 10 gram. Nadat de zaden rijp zijn, worden ze in april in rijen met een onderlinge afstand van 30-40 centimeter op zaaibedden gezaaid. De afstand in de rij bedraagt 5 centimeter. Wanneer het zaaisel twee jaar lang op het zaaibed blijft staan, dan is de afstand in de rij groter. Het voordeel van zaaien op een zaaibed is, dat er selectie gepleegd kan worden. Vrouwelijke planten die toch minder opbrengen, kunnen in het tweede jaar worden verwijderd. Het kiemen van aspergezaad gaat niet gemakkelijk. Veelal wordt het zaad voorgekiemd, maar dan nog is er vrij veel uitval tijdens het uitzaaien.

Jonge aspergeplanten worden op een onderlinge afstand van 40 centimter geplant; tussen de rijen bedraagt de afstand 1,40 meter. De ‘neus’ van de wortelstok wordt in de lengterichting van het bed geplant. In het derde jaar na het planten wordt het bed opgehoogd. Al in het derde jaar kan op bescheiden schaal worden geoogst. Aspergebedden zijn circa 10 jaar productief. Daarna worden de planten gerooid en kan er de eerste 25 jaar (!) geen asperge op die plek worden geteeld.
Bekende aspergerassen zijn onder meer: ‘Vroege van Argenteuil’, ‘Roem van Brunswijk’, ‘Mary Washington’ en F1-hybriden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *