Yucca filamentosa, palmlelie

De meeste vaste planten groeien vlakvormig en in de breedte. Om deze groeiwijze te accentueren, is een andere groeivorm een goed middel. Een voorbeeld van zo’n andere groeivorm is de palmlelie. Het zwaardvormig blad, de bladkleur en de opstaande lijnvormige bladeren accentueren al die planten, die breeduit groeien. Palmlelie is als solitair aan te planten tussen al die min of meer horizontaal groeiende planten en is specifiek goed te gebruiken als solitair in een kuip.

Natuurlijk zijn er andere planten, die een zelfde contrast teweeg kunnen brengen als de palmlelie. Te denken valt dan onder meer aan vuurpijl (Kniphovia), montbretia (Crocosmia), daglelie (Hemerocallis). Wie er een stijlvol uitziende plant met chic voor wil gebruiken, moet dan maar eens een palmlelie proberen. Van de palmlelie wordt gezegd, dat hij niet winterhard zou zijn? Oudere exemplaren overleven stenge vorst met glans. Wie op safe wil spelen, dekt de plant in de late herfst af met een dik bladerdek.

  Bloemen van Yucca filamentosa
Een palmlelie in bloei heeft een voorname uitstraling Bloemen van de palmlelie zijn groot en klokvormig

Palmlelie (Yucca filamentosa) is groenblijvend en behoort tot de lelieachtigen (Liliaceae). Deze vaste plant wordt vijftig tot zeventig centimeter hoog. De bladeren zijn grijsgroen van kleur en hebben witgrijze, draadvormige aanhangels langs de opstaande zwaardvormige bladeren. In juni tot en met augustus bloeit de palmlelie met grote (vijf centimeter), klokvormige bloemen in afhangende trossen. Met bloemstengels mee is de plant dan al gauw anderhalve meter hoog. In Franse tuinen wordt de palmlelie vaak op hoekpunten van een broderie of bloemperk gezet.

De palmlelie kan op drie manieren worden vermenigvuldigd. Zaaien is de minst gebruikelijke en ook moeilijkste manier. Zaai in de late herfst in een grond voor heideachtigen en zet het zaaisel in een koude kas of plaats het onder glas bij een koele kamertemperatuur. Scheuren en ook afsnijden van worteluitlopers heeft de meeste kans van slagen. Plant de worteluitloper en ook het afgescheurde deel de eerste tijd in een mengsel van zand en grond voor heideachtigen. Maak een verhouding van éé deel zand op drie delen grond voor heideachtigen. Soms ook worden kopstekken genomen. De resultaten daarvan vallen echter tegen.

Andere soorten van de palmlelie:

Yucca flaccida, met grijsgroen blad met brede crèmegele strepen. De bloemen hebben een licht botergele kleur. Hoogte tot anderhalve meter.
Yucca gloriosa, een schitterende soort met donker, grijsgroen blad. De soort wordt zeker 2 meter hoog en 1 meter breed.

Zauschneria, een niet alledaagse plant

Het alfabet houdt op bij z. In veel boeken over vaste planten vind je helemaal niets meer onder deze letter, hoewel… het aantal planten beginnend met een z is groeiend:

Zauschneria californica is inheems in het zuidwesten van de Verenigde Staten

Zantedeschia, Zephyranthes, Zinnia. Botanische namen, dat wel. Nederlandse namen met een z zijn er genoeg: zandblauwtje, zandanjer, zegge, zomerspar en zonnebloem. Om er maar eens een paar te noemen. Zauschneria zal je niet zo gauw tegenkomen en al helemaal niet in levende lijve. Het is een weinig gekweekte vaste plant. Je moet een goede kwekerij bezoeken, wil je kunnen kennismaken met deze fraai bloeiende vaste plant.

‘Heb je Zauschneria al zien bloeien?’ riep de kwekerijbaas vanuit z’n versleten leunstoel met de nadruk vooral op ‘saus’ en neer’ia. ‘Ze zijn dit jaar wel heel erg aan de bloei, moet je eens proberen’. Ik wist niet eens van het bestaan van de plant, laat staan hoe die er dan wel uitziet. ‘Hoeveel kosten ze?’ vroeg ik. ‘Voor jou twee knaken’ en hij spuwde het genoegen over de winst met een dun straaltje tabakssap de oneindige ruimte in. Ze stonden wat achteraf op de kwekerij, omdat er kennelijk toch weinig interesse voor was. Toch maar eens meenemen, tenslotte is alles onder de z sowieso zeldzaam.

Zo op het eerste gezicht deed de bloeivorm mij denken aan de Fuchsia.

Zauschneria bloeit met een trechtervormige, naar boven toe versmalde bloemkroon

Zouden ze wel genoeg winterhard zijn, bedacht ik mij. ‘Ja, ze zijn voldoende doorgekweekt’, ‘ze komen uit Californië’ en ‘je kan ze gerust meenemen’, sprak de man. De variëteitsnaam ‘Western Hill’s’ was nog maar moeilijk te lezen op het verbleekte etiket. Californische fuchsia’s, dat zijn het.

Verzorging

Van Zauschneria is vrijwel alles zacht behaard: blad, stengels en zelfs de bloem. Alleen aan de basis zijn de stengels verhout en nauwelijks van haren voorzien. Behalve de typerende bloem doet er niet zoveel denken aan een gewone fuchsia. Aan de gewone fuchsia lijkt alles te zijn overdekt met een laagje was; blad en bloem glimmen duidelijk.
De Californische fuchsia moet op een humusrijke grond worden geplant, in de volle zon. Overtollige neerslag moet snel kunnen worden afgevoerd. Plantafstand: dertig centimeter. De plant wordt dertig tot zestig centimeter hoog. Bladeren staan verspreid langs de stengel(s), ze zijn lancet-lijnvormig van vorm. Soms is het blad licht getand, maar meestal gaafrandig. Bloemen zijn bij hun ontwikkeling eerst groen, worden langer en verkleuren naar felrood. Ze worden acht tot tien centimeter lang. De meeldraden zijn geel en minder lang dan de één tot twee oranjerode stampers. Hoofdbloei in de periode juli tot en met september. In het najaar, als de vorming van bloemknoppen stagneert, kunnen de stengels op enkele centimeters boven de grond worden afgeknipt. In het volgende voorjaar lopen ze echt weer uit; voldoende winterhard dus. Het lijkt ook een geschikte plant voor op het balkon.

Veronica, aar-ereprijs

Aar-ereprijs komt van nature in Europa en het noordelijke deel van Azië

Aar-ereprijs kan in een border voor een versterking in contrast zorgen tussen andere verwante kleuren.

voor. Het is een warmteminnende, overblijvende vaste plant. Op zandige en of kalkrijke gronden groeit de plant het beste. Van ereprijs zijn zo’n elf soorten van belang. Aar-ereprijs groeit met opgerichte, vertakte stengels. De intense blauwe bloemkleur is een sieraad voor iedere border.

Aar-ereprijs (Veronica spicata) behoort tot de grote familie van de helmkruidachtigen (Scrophulariaceae). Het kenmerk van tot deze familie behorende planten is dat de bloemkroon altijd tweezijdig symmetrisch en ook vaak tweelippig is. Van aar-ereprijs zijn een aantal goede variëteiten voor de tuin geschikt. De bloemvorm is een kegelvormige, opgaande aar. De bloemen staan mooi verheven boven de pol met wilgachtige bladeren. Op de foto hiernaast is Veronica te zien in combinatie met vrouwenmantel, spoorbloem en geitebaard. Plant Veronica op een zonrijke plaats in een flink grote groep. De meeste variëteiten bloeien in de periode juli – augustus.

Bloeiende Veronica is een feest om te zien   Veronica spicata 'Blaufuchs'
Een pol bloeiende Veronica trekt zeker veel aandacht V. spicata ‘Blaufuchs’ bloeit met blauwe bloemen in compacte aren

Dit valt samen met de bloei van heel veel andere vaste planten. Er zijn daarom heel veel kleurencombinaties te maken, waarin Veronica een belangrijke rol kan spelen. Of het nu gaat om een accent of om een scheiding tussen andere ‘heftige’ kleuren, Veronica is daarvoor uitermate geschikt. De mooie, slanke, lijn- of lancetvormige bladeren kunnen ook een rol spelen in contrasten met andere bladvormen (textuur).

Variëteit Hoogte (cm) Bloemkleur Bloeitijd
‘Alba’ 30 wit juni – augustus
‘Blaufuchs’ 50 lavendelblauw juli – augustus
‘Blue Peter’ 50 diep violet juli – augustus
‘Erica’ 30 zachtroze juni – augustus
‘Heidekind’ 25 wijnrood juli – augustus
‘Red Fox’ 40 karmijnrood juli – augustus
‘Romiley Purple’ 45 donkerviolet juli – augustus
‘Rosea’ 45 donkerroze juli – augustus
‘Rothfuchs’ 30 dieproze juli – augustus
subsp. incana 60 paarsblauw juli – augustus

Veronicastrum

Veronicastrum is nauw verwant aan ereprijs. In het oosten van de Verenigde Staten komt de plant in moerasachtige gebieden in grote hoeveelheden voor. Niet zelden zijn ze ook te zien in Turkije, maar dan alleen op plaatsen waar het water zoet is en niet bij de vele meren, daar die rijk aan soda zijn.

Veronicastrum virginicum heeft prachtige, kaarsvormige bloemen

Veronicastrum is uitstekend geschikt voor beplanting in de buurt van een natuurlijke vijver of voor wie te maken heeft met een permanent vochtige tot natte grond.

Veronicastrum is wat je noemt een plant met een duidelijke structuur. De bladen zitten kransgewijs in etages om de verticaal opgaande stengel. Daar boven uit steken de kaarsvormige bloemen, die wit, blauw of lichtpaars van kleur zijn. De plant is vooral mooi in combinatie met andere vochtminnende planten zoals bijvoorbeeld Molinia caerulea, duizendknoop (Persicaria amplexicaulis ‘Firetail’) of koninginnekruid (Eupatorium purpureum).

Plant Veronicastrum in een humusrijke vochtige grond op een onderlinge afstand van ca vijfentwintig centimeter.

Veronicastrum is vooral benijdenswaardig als hij in een grote groep is aangeplant

Volle zon tot halfschaduw is de beste plek om de plant zich statig te laten ontwikkelen. Een droge bodem in de zomer betekent zonder meer dat dat niet gebeurt. De plant is wel zeer goed bestand tegen vorst, maar dus absoluut niet tegen droogte. Veronicastrum wordt tot anderhalve meter hoog. De stengels zijn stevig genoeg en bestand tegen een flinke bries. De slanke stengels zijn bezet met heel fraai lancetvormig blad met een iets ingezaagde rand. Veronicastrum kan in het najaar of voorjaar worden gescheurd voor vermeerdering.

Bezwijken voor een primula

Een heel fraaie kleur en een sierlijke bloem verschaft de Primula vialii. Deze plant uit de familie van de Primulaceae wordt tegenwoordig meer aangeboden dan voorheen. Staat de plant in bloei, dan bezwijk je zonder meer voor de intens roodpaarse bloemkleur.

Toch zijn er wat kanttekeningen te plaatsen bij dit plantje.

Deze primula is afkomstig uit de provincie Yunnan in het zuidwesten van China. Van oorsprong was de naam Primula littoniàna, genoemd naar de toenmalige Britse consul Litton.
Daar in China groeit de primula in humusrijke, vochtige bossen, waarvan de ondergrond leemachtig is. Dit wijst er al op dat deze plant ook in de tuin een halfschaduwrijke standplaats moet krijgen. Geplant in combinatie met varensoorten levert het een schitterend ‘plaatje’ op.

De bladeren zijn breed lancetvormig en staan in rozetvorm. Die lijken sprekend op die van de in het voorjaar bloeiende Primula elatior. De bladeren worden wel 10 – 20 cm lang. De hoogte ervan bedraagt niet meer dan 10 – 15 cm. De bloemen verschijnen vanaf juni tot en met augustus. Deze primula is daarmee een echte zomerbloeier.

Per plantje zijn 2 à 3 bloemen mogelijk. De lengte van de steel met bloeiaar wordt zo’n 30 – 45 cm. Aan de top van de bloemsteel vormt zich de ‘bloeiaar’, die in lengte varieert van 8 – 13 cm. De krans van bloemen aan de aar bloeit van onder naar boven. De bloem verkleurt van violetpaars naar crèmewit. Een bloeiende aar lijkt wel iets op een orchidee en trekt tijdens de bloei alle aandacht door de intense kleur ervan.

Overhouden

Uit eigen ervaring weet ik dat het overhouden van deze primula geen gemakkelijke zaak is. De plant wordt in de meeste tuincentra gerangschikt onder de vaste planten, maar in feite is het een tweejarige plant. Na de bloei wordt de aarkrop met zaden gevormd. Na drogen kan het zaad in maart worden uitgezaaid in kistjes met een mengsel van potgrond en veel zand. Na het opkomen van de kiemen moeten ze worden verspeend.

In mei kunnen de plantjes worden uitgepoot.
Om de plant over te houden, is afdekken in de winter noodzakelijk. Een luchtig dek met halfverteerd blad is effectief. Van natte en zelfs vochtige voeten in de winter moet de plant al helemaal niets hebben. Is dit wèl zo, dan bevriest hij vrijwel zeker. Voeg daarom in het najaar een flinke hoeveelheid scherp zand toe rond de planten en woel dit om tot een diepte van 10 – 15 cm. Daarna met blad afdekken.
De goede verzorging is zeker de moeite waard. Deze primula beloont u het jaar erop met meer bloemen per plant.

Primula florindae voor moeras en drasland

Onopordum acanthium, wegdistel

Wegdistel komt in het wild en verwilderd voor: in Zuid-Limburg, in het gebied van de grote rivieren en in de duinen. De opvallende verschijning bestaat uit aluminiumkleurige stengels en bladeren.

Wegdistel zie je van verre al blinken

De opvallende verschijning bestaat uit aluminiumkleurige stengels en bladeren. Je zult hem niet snel over het hoofd zien. De plant heeft een rijzige gestalte van maar liefst twee meter. Dichterbij ziet wegdistel er niet aantrekkelijk uit door zijn stekelig puntige blad en scherp getande bladranden. Wegdistel wordt ook gekweekt en is dan meestal tweejarig. In het wild kan de plant soms meer jaren op dezelfde plaats groeien.

Wegdistel behoort tot de Compositae. De botanische naam (Onopordum acanthium) is een samenstelling en afgeleiding van de Griekse woorden: onos = ezel, poda = blad en acanthium = doorn; vrij vertaald plant met gedoornde ezelsoren.

Eisen groeiplaats

Wegdistel groeit op zand, zandige klei en krijtrijke grond. Voorwaarde voor een goede ontwikkeling is een hoog percentage ammoniak (NH4) en weinig humus in de grond. Geef wegdistel een plaats in de volle zon. De plant schuwt natte zomers. Na een winter met weinig vorst komt de plant meestal weer terug.

 
Wegdistel heeft puntige stekels langs bladranden en de stengel Het bloemhoofd staat eindstandig
op de stengel

Overige kenmerken

Wegdistel heeft wel degelijk bladgroen. Stengels en blad zijn grijs berijpt. De grijze berijping ligt als een spinrag over alle levende delen. Stengels zijn massief. De plant is tweeslachtig. Na de bloei zwelt het onderstandig vruchtbeginsel op en vormt zich een éénzadige dopvrucht of nootje. De hoofdbloei valt in juli – september. Wegdistel groeit met een lange penwortel.

Eigenschappen

Uit de nootjes van wegdistel wordt distelolie geëxtraheerd. Sap van wegdistel wordt in de farmacie gebruikt tegen aandoeningen van de gal, in hoestdrank en in preparaten tegen slecht helende wonden. Het grijze spinrag dat op de bladeren aanwezig is en ook draden die in de buurt van de kelkbladen voorkomen, worden in de textielindustrie verwerkt.
Kortom: wegdistel is er voor meer dan sier alleen.

Viola, winterviool

De winterviool is geschikt voor in een bloembak op het balkon. En vooral voor degenen, die in de winter wat kleur in een kale omgeving en tuin willen brengen.

De winterviool bloeit vanaf de late herfst tot ver in mei

De winterviool is volkomen winterhard en zal ondanks vorst en sneeuw bloemen produceren. Iets, wat dan van maar weinig planten kan worden verwacht. Troosteloze tuinen en balkons hoeven echt niet. De winterviool kan goed worden gecombineerd met bijvoorbeeld nieskruid (Helleborus), winterbloeiende heide (Erica) en parelbes (Pernettya).

Er zijn meer dan 500 soorten viool (Viola) bekend. De meeste soorten groeien in het noorden van Amerika, op de hoogvlakten van het Andesgebergte en in delen van Japan. Ze groeien vrijwel allemaal in gebieden met een gematigd klimaat. De meeste soorten groeien met kruipende wortelstokken (rhizomen). Tijdens de groei wordt in de rhizomen voedsel verzameld om buiten het groeiseizoen te kunnen overleven. De echt wilde soorten hebben veel kleinere bloemen dan de gekweekte vormen. De bloem van een wilde soort is zelden groter dan 2 tot 3 centimeter. Elke bloem van het viooltje heeft twee opstaande en drie uitstaande onderste kroonbladen. Sommige soorten – vooral de blauwbloemigen daaronder – bevruchten zichzelf. Dit wordt cleistogamie genoemd.

Veel gecultiveerde soorten hebben als voorouders Euraziatische soorten, zoals Viola lutea, Viola amoena, Viola cornuta of Viola x wittrockiana.

Winterviolen zijn in vele kleuren te koop

Gekweekte, vormen die bij ons bekend staan als perkplant, zijn in wezen een kortlevende, vaste plant. De viool als perkplant staat als eenjarig te boek. De winterviool verdraagt vorst goed en bloeit bovendien rijk tijdens perioden met een lage temperatuur. De winterviool kan worden gezaaid. Meestal gebeurt dit in de eerste twee weken van augustus, maar voor een paar euro heb je al een aardig kistje vol met fleurige violen. Tijdens het groeiseizoen kan een viool ook worden gestekt. Winterviolen zijn er in een verscheidenheid aan kleuren. De voornaamste kleuren, waarmee de winterviool te koop wordt aangeboden, zijn licht- en donkerblauw, wit, roodachtige tinten, geel en oranjegeel. Plant violen in een licht humeuze, goed water doorlatende grond.
Winterviolen staan bij voorkeur niet in de volle zon. Door vorst bevriest het vocht in de cellen (vacuoles) van de groene delen enigszins. Zonneschijn zet een plotselinge dooi in, waardoor cellen kunnen worden beschadigd. Als onderlinge plantafstand kan 15 centimeter worden aangehouden. Wanneer de kracht van de zon vanaf half april weer toeneemt, gaan de violen rekken: ze krijgen lange, slappe stengels. Zo omstreeks begin tot half mei is de winterviool verworden tot een complete chaos. Dan ook is het tijd om ze uit de balkonbak of tuin te verwijderen en door iets anders te vervangen.

Wolfsmelk, een landveroveraar

Wolfsmelk is een goed gekozen naam voor een hele reeks bekende en minder bekende tuinplanten. Sommige soorten wolfsmelk slaan onmiddelijk toe om opengevallen plaatsen in de border te veroveren. Verder zijn de planten onschuldig van aard hoewel sommige mensen gevoelig zijn voor het melksap wanneer de huid daarmee in aanraking komt.
Wolfsmelk of Euphorbia heeft niet alleen een kleurrijke en opvallende bloeiwijze; het zijn ook heel decoratieve planten door de grijsgroene, blauwgroene en vooral lijnvormige bladeren die soms merkwaardig op de stengel geplaatst zijn. Wolfsmelk heeft een warme en vooral zonnige plaats in de tuin nodig.

Euphorbia polychroma bloeit van april tot ver in mei.

Euphorbia polychroma

Het is een echte voorjaarsbloeier. De bloei valt gelijk met de voorjaarszonnebloem (Doronicum) en is daarmee in de border goed te combineren. De bloemen zijn hel zwavelgeel. Bladeren en bloemen staan in dichte kransen bij elkaar. Verscheidene planten bij elkaar gezet vormen pas echt een mooie, compacte groep in de border. De hoogte en breedte van deze plant is zo’n 50 cm. De bladeren zijn mooi frisgroen. Vermenigvuldiging gebeurt door delen of scheuren van de plant. Deze wolfsmelk is goed te combineren met grijsbladige planten of planten die blauw bloeien.

Euphorbia cyparissias komt in het wild voor.

Euphorbia cyparissias

In heel Europa is de plant te vinden op droge, zandige gronden. Het melksap is giftig. Het is een goede bodembedekker die zichelf door uitzaaien verspreidt. De bladeren zijn iets groenblauw gekleurd en bevinden zich beneden de mat citroengeel gekleurde bloemen. De bloemen staan op lange stengels en zijn schermvormig. De bladeren zijn smal lijnvormig. Na de bloei blijft het blad lang mooi en fris.
Deze wolfsmelk groeit goed in de schaduw of halfschaduw. Op een lichte en humusrijke grond groeit de plant ongebreideld uit. Een mooie combinatie is te maken met vrouwenmantel (Alchemilla mollis. De kleine handvormige bladeren en de licht olijfgroene kleur van de vrouwenmantel passen er heel fraai bij.

De hoge en bossige Euphorbia characias ssp. wulfenii heeft bijna net zo’n lange naam als de duur van zijn bloei.

Euphorbia characias
subspecies wulfenii

Vanaf mei tot ver in oktober zijn de bloemen zichtbaar. Vroeg in de zomer staat deze wolfsmelk op z’n hoogtepunt van bloei. De lichtgele bloemen zitten geborgen in ronde kleine groene tuilen. De bladeren zijn afhangend smal lijnvormig en staan gekransd rondom de stengel. Het is wat je noemt een ‘architectonische plant’. Elke stengel met bladeren en bloemen staat apart. Aan de tweejarige stengels komen het ene jaar grijsgroene bladeren en het jaar daarop komen daarbij de bloemen. Deze wolfsmelk wordt wel anderhalve meter hoog en één meter breed. Op een humusrijke grond groeit te plant het beste. Mooie combinaties zijn te maken met Ligularia, Epimedium en hoog groeiende Hosta-soorten.
In het najaar verkleuren het blad en de bloemen naar roestbruin-geel. Ook dan is deze wolfsmelk van een bijzondere schoonheid.

Euphorbia mellifera is buitengewoon fraai.

Euphorbia mellifera

De plant is moeilijk verkrijgbaar. Het is een bossig groeiende plant met smalle lijnvormige bladeren en een opvallende gele middennerf op het blad. De plant groeit alleen maar op een warme en beschutte plaats in de tuin. Tegen een muur op het zuiden zal deze wolfsmelk het uitstekend doen. Door z’n flinke hoogte van 150 – 200 cm en een breedte van 150 cm is een ruime plaats nodig. De bol-schermvormige bloemen zijn bruinoranje gekleurd. Daaronder bevinden zich de bladeren in een krans rond de stengel. Bloem en bladeren lijken in hun verschijningsvorm wel wat op een ster. De plant moet volop zon en ruimte om zich heen hebben om goed te kunnen uitgroeien. Pas dan komt deze fabelachtig mooie wolfsmelk goed tot z’n recht.

Euphorbia lathyrus komt vaak spontaan als ongenode gast te voorschijn.

Euphorbia lathyrus

Waarschijnlijk meegevoerd door compost of tuingrond verspreidt de plant zich tot ver boven de grote rivieren. Deze wolfsmelk komt in Limburg vaker in het wild voor. Oorspronkelijk komt deze wolfsmelk uit Zuid-Europa. Wanneer de plant niet bewust gezaaid is, komt er meestal maar één exemplaar in de tuin voor. Een grote groep gezaaide planten is een sierlijke aanwinst in de tuin. Het is een tweejarige plant.
In het eerste jaar wordt de bruingroene stengel gevormd, waaraan kruisgewijs de lancetvormige, diepgroene bladeren komen. In het tweede jaar komen er onopvallende gele bloemen, waaruit na bevruchting een kogelvormig groengeel vruchthuis ontstaat. De vruchten zijn giftig.
De plant wordt 50 – 100 cm hoog. Wanneer de vruchten in augustus rijp zijn, schieten ze spontaan uit het vruchtomhulsel. Dit gaat gepaard met een duidelijk hoorbare knal. Het wegschieten van de rijpe vrucht gebeurt in de namiddag en is een gevolg van verandering in temperatuur. Het gevolg daarvan is dat een volgend jaar de plant op de meest onverwachte plaatsen in uw tuin te voorschijn komt.

Tradescantia, vaderplant

Wonderlijke Nederlandse namen kunnen planten hebben: de vaderplant is er één van. Tradescantia is de Latijnse naam.

Tradescantia vormt na de bloei dikke zaadknoppen, de stengel buigt in dit stadium naar beneden

De meesten zullen deze plant kennen door de weinig romantische naam eendagsbloem. Zo op het oog een nietszeggende naam, omdat meer planten met dat predikaat zijn gesierd. Voor Tradescantia is het echter veelbetekenend. De bloem bloeit maar één dag. Aan de rest van de plant kun je langer plezier beleven.

Tradescantia (John Tradescant was een tuinman in dienst van de Engelse koning Karel I) is een beetje een slordig groeiende, vaste plant. De lancetvormige bladeren ontspruiten her en der aan de plant. De stengels, waaraan bloemen komen, groeien recht opgaand. Door deze wijze van groeien zou de plant kunnen worden gerangschikt onder de bodembedekkers, maar in feite is dit schijn vanwege de ordeloze ligging van de bladeren over de grond. Tradescantia is zeker een over de grond kruipende plant, vooral geteeld om het decoratieve blad voor de bloemschikkunst.

Bloemen van Tradescantia verschijnen in juni tot en met oktober in bundels aan (soms) lange stelen. Een bundel bevat altijd drie bloemen, die meestal kort na elkaar bloeien. Bloemen bestaan uit drie kroonbladen met in het centrum vijf tot zes meeldraden op lange buisjes. Bloemen openen zich in de morgen en sluiten zich voor altijd in de namiddag. De kroonbladen vouwen zich samen tot een dikke knop, die al of niet bevrucht is. De rijpende zaden blijven lange tijd omgeven door van groen naar bruin kleurende bloembladen. Gedurende dit proces buigt de stengel, waaraan de bloem en vrucht zitten, zich neerwaarts.

 
Tradescantia hybr. ‘J.C.Wequelin’ is de bekendste eendagsbloem Tradescantia hybr. ‘Alba’

De beste Tradescantia’s uit de Andersoniana-groep

Variëteit Bloemkleur Bijzonderheden
‘Alba’ wit 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober
‘Blue and Gold’ paars 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober.
Blad met goudkleurige gloed
‘Innocense’ helder wit 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober
‘Isis’ donkerblauw 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober
‘Jazz’ magentaroze 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober
‘J.C. Wequelin’ lavendelblauw 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober.
Grootbloemig
‘Leonora’ violetblauw 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober
‘Osprey’ wit met
violetblauwe meeldraden
70 cm hoog. Bloei: juni – oktober
‘Red Cloud’ cerise, kersrood 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober
‘Rubra’ purperrood 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober
‘Valour’ violetrood 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober
‘Zwanenburg Blue’ diepblauw 70 cm hoog. Bloei: juni – oktober

Tricyrtis, paddelelie

De paddelelie of armelui’s orchidee zijn twee niet zo fraaie

T. formosana groeit polvormig

synoniemen voor een plant, die je eigenlijk op handen zou moeten dragen. De schitterend mooie bloemen en bladen van rechtvaardigen een ereplaats in de tuin. Een paddelelie moet op een permanent vochtige plaats in de halfschaduw staan. Dan word je beloond met een buitengewoon boeket fraaie bloemen.

De paddelelie Tricyrtis komt van oorsprong uit vochtige bossen in Japan en Azië. De plant groeit met korte, kruipende rhizomen en vormt een pol. Het geslacht behoort tot de lelieachtigen (Liliaceae). Een paddelelie groeit met opgaande groene stengels, die zich bovenin vertakken. De bladen zijn langwerpig toegespitst, hebben diepliggende nerven en een hartvormige, stengelomvattende voet.

T. formosana

De bloemen verschijnen in de oksels van de bovenste bladen, zijn alleenstaand of vormen tuilen in korte trossen.

Tricyrtis formosana bloeit met klok- of trechtervormige bloemen. De bloemen zijn diep paarsroze gespikkeld. Met aan de keel een gele tint. Door de spikkels is de link met een paddelijf gelegd. Deze soort wordt zestig tot negentig centimeter hoog. Bloeit van augustus tot en met oktober. De bladen hebben net als de stengels een frisse, diepgroene kleur.
Tricyrtis suzukii komt uit Taiwan. De bloemen zijn overwegend wit en hebben paarse spikkels. De plant is hier niet te koop.
Tricyrtis hirta bloeit vanaf het einde van de zomer tot ver in oktober met een overwegend witte bloem met langs de randen paarse spikkels.

T. hirta

De bloemen zijn kleiner dan die van Tricyrtis formosa en ongeveer vijf centimeter groot. Tricyrtis hirta wordt tot één meter hoog. De stengels zijn sterk vertakt.
Tricyrtis macranthropsis is eigenlijk de beste soort voor de tuin. Helaas is deze plant maar zelden te koop. Deze soort heeft lichtgele, knikkende bloemen, die bruinpaars gespikkeld zijn. Plant de paddelelie op een door de zon beschenen plaats in de tuin.

Groep van T. hirta

De stengels vertakken zich niet. De bladen zijn smal lancetvormig en lopen in een spitse punt uit. Een uitstekende snijbloem.

Het hoeft geen plaats te zijn, die de hele dag door zon wordt beschenen. Een plaats in de halfschaduw mag ook. De grond moet rijk aan humus zijn en permanent vocht bevatten. Plant de paddelelie in een grote groep, dan komt hij goed tot z’n recht. De plantafstand bedraagt vijftien tot twintig centimeter onderling. In het voorjaar kan door het delen van een pol de plant worden vermeerderd. Dek de planten aan het begin van de winter toe met een laag blad. In strenge winters zal de plant anders kunnen bevriezen.
Tricyrtis is onder andere goed te combineren met herfstaster, zilverkaars (Cimicifuga), koninginnenkruid (Eupatorium) en soorten vlambloem (Phlox).