Erwtenstruik voor de armste grond

Een erwtenstruik groeit van nature in gebieden van het midden en zuiden van Azië. In die gebieden is het ‘s zomers heet en water in de vorm van regen valt er dan maar heel zelden. De struik neemt dus genoegen met een uiterst schrale grond. Hoe de struik desondanks kan overleven, zit ‘m in de opslag van voedsel en vocht in de wortels. Bovendien kan een erwtenstruik de strengste winters vrijwel met gemak overleven.

De erwtenstruik (Caragana) behoort tot de familie van de vlinderbloemigen (Leguminosae). Ondanks dat er ruim tachtig soorten erwtenstruik bekend zijn, worden er maar weinig voor de tuin gekweekt. Caragana arborescens is meestal

Caragana arborescens
De erwtenstruik (Caragana arborescens) bloeit vanaf halverwege het voorjaar tot aan het begin van de zomer

wel te koop. Deze soort is voor het eerst beschreven door de Fransman J.B.A.P. Monnet de la Marck (1744 – 1829). Sinds de eerste introductie (1748) is een aantal variëteiten van deze soort in gebruik. De soort zelf is de hoogst wordende struik of kleine boom van het geslacht. Maximaal kan de struik/boom tot zes meter hoog uitgroeien. Het herkomstgebied van deze struik ligt vanaf Siberi&euml, Mongolië tot in Klein-Azië.

De erwtenstruik is sterk, verdraagt extreme koude en hitte en is daarom een struik waar iedere tuinbezitter mee op safe speelt. De bloei met losse trossen, bleekgele bloemen tussen de lichtgroene bladen, begint halverwege het voorjaar en kan tot aan het begin van de zomer voortduren. Een erwtenstruik bloeit het beste na een zeer koude winter, gevolgd door een warme zomer. Sommige soorten bloeien behalve met citroengele ook met roodachtige tot oranjekleurige bloemen. Na de bloei verschijnen in de herfst geelachtige, lange peulen aan de struik.
Van Caragana arborescens zijn de bekendste soorten en variëteiten:
C. arborescens ‘Lorbergii’, met lange smalle bladen aan overhangende takken.
C. arborescens ‘Pendula’, treurvorm met afhangende, groengele takken. Langzame groeier.
C. aurantiaca, heeft gele bloemen met een oranje vlek. Brede en lage struik, bloeit in mei – juni

Snoeien

De erwtenstruik bloeit op kortloten aan tweejarig hout. Meestal wordt de struik niet gesnoeid. Het is ook niet echt nodig. Aangezien de struik nogal langzaam groeit, moet je blij zijn met scheuten waaraan bloei verschijnt. Snoeien kan wel op jonge leeftijd van de struik worden uitgevoerd. Snoeien is dan vooral gericht op het bevorderen van vertakken en een bossige groei.

Cassia didymobotrya

Cassia didymobotrya, een mond vol, maar dat mag ook wel met zulke mooie bloemen

‘t Is een heel bijzondere en heel sierlijk bloeiende, niet alledaagse plant, die het goed doet als serre- of balkonplant. Om op ontdekkingsreis te gaan hoef je niet altijd naar verre landen. Werden vroeger expedities uitgerust om nieuwe planten te verzamelen, tegenwoordig brengen ze je de nieuwigheden haast thuis. Wat botanici vroeger vonden, werd verscheept en het duurde maanden voor enkelingen op de hoogte waren. Die enkelingen waren vooral leden van de society. Nu zijn nieuwe ontdekkingen er voor iedereen. Aanvoer door de lucht houdt ook in dat er, in één keer, een flinke kwantiteit van ter beschikking komt en gewoon in het tuincentrum te bewonderen valt.

Nauwelijks bekend geslacht

Van Cassia bestaat een aantal soorten (Cassia artemisioides, Cassia marilandica), daaronder zijn ook bomen en struiken. De Nederlandse naam voor Cassia is senne. Het geslacht behoort tot de Leguminosae. Veel bekendheid heeft het geslacht in Nederland niet; de meeste zijn ongeschikt voor ons klimaat.

Middelpunt vliedende bloeiwijze

Cassia didymobotrya bloeit met drie tot vier centimeter grote,

Cassia didymobotrya
De struik wordt tot ongeveer twee meter hoog

diepgele bloemen. De bloei gaat van onderaf naar boven toe. Bloemen in knop zijn omgeven door bruinzwarte bloemdekbladen. In totaal zijn er vijf gele kelkbladen met aan de binnenkant een donkerbruin honingmerk. In een openstaande bloem vallen de stamper en dikke meeldraden enorm op.
Bladeren en stengels van Cassia zijn frisgroen en licht behaard. Bladeren zijn geveerd geplaatst langs de stengel. Knip de uitgebloeide bloem uit de struik.

Verzorging

Cassia bloeit de hele zomer tot ver in de herfst. Na de bloei gaat de struik in rust. In de rusttijd moet licht worden vormgesnoeid. Stengels worden met eenderde van hun lengte ingekort en dode stengels worden verwijderd. Minder het water geven, maar zorg ervoor dat de aarde vochtig blijft. De struik moet op een vorstvrije plaats overwinteren bij een temperatuur tussen 10 en 15 °C. In het voorjaar moet de struik worden verpot naar een grote potmaat of kuip. Gebruik hiervoor gewone potgrond vermengd met cocopeat. Begin dan ook weer meer water te geven, zonder dat de struik in het water zwemt. Controleer vooral tijdens de bloei de vochtigheid van de grond. Geef met regelmaat water en voeg elke veertien dagen vloeibare plantenmest aan het water toe of gebruik korrelplantenmest.
Geef Cassia een tegen wind beschutte plaats. Het voorkomt bladluis en verbranding van het blad. Bij een goede verzorging heb je jarenlang plezier van deze bijzonder mooi en goed bloeiende struik.

Ceanothus, de Amerikaanse sering

Van de Amerikaanse sering zijn er bladverliezende en bladhoudende soorten. Het is een (nog) niet veel geziene struik in Nederland. De winterhardheid laat te wensen over. Als u over een heel warme plaats in tuin of op balkon/dak beschikt of een muur pal op het zuiden hebt, dan kan Ceanothus een optie zijn. Steeds meer wordt de Amerikaanse sering aangeboden. Meestal als plant om in een kuip te zetten. Daar zou ik het zelf ook maar op houden. De Amerikaanse

Ceanothus ‘Southmead’ is een bladhoudende cultuurvariëteit van de Amerikaanse sering en heeft klein blad, dat langs de rand gegolfd is

sering is vorstgevoelig in ons klimaat.
Van de Amerikaanse sering zijn zo’n veertien soorten en tien cultuurvariëteien bekend. De meeste daarvan groeien langs de kust van Californië. Deze sering houdt absoluut niet van kalk in de grond en zeker niet van een vochtige, koele en natte zomer. Plant Ceanothus in een goed gedraineerde, luchtige en humusrijke grond. De soorten die het beste in Nederland voldoen, zijn de groenblijvende. Aan het einde van de zomer moet Ceanothus binnen worden gehouden op een koele plaats met een temperatuur boven 10&deg C.

Ceanothus is een snelle groeier, maar de struik heeft een betrekkelijk korte levensduur: circa tien jaar. Ceanothus bloeit in de voor- of nazomer, afhankelijk van de soort of variëteit. Er zijn er die wit, witroze, licht- of diepblauw bloeien. De bloemtrossen zijn beduidend kleiner dan van de gewone sering. Aan het eind van de bloei verschijnen mahoniekleurige, glanzende vruchten.

Snoeien

Alle soorten van de Amerikaanse sering worden aan het begin van het voorjaar gesnoeid. De scheuten worden tot ten hoogste met tweederde van hun lengte ingekort. Snoei op een naar buiten gericht oog.
Van volgroeide struiken worden de scheuten met de helft van de lengte ingekort. Te dichte struiken worden open gemaakt, zodat licht en lucht in de hele struik kunnen komen. Ceanothus bloeit op hout van het voorgaande jaar.

Bekende soorten en variëteiten:

Ceanothus ‘Autumnal Blue’, ‘Blue Mound’, ‘Burkwoodii’, ‘Concha’, ‘Edinburgh’, ‘Gloire de Versailles’, ‘Percy Picton’, ‘Purget Blue’, ‘Southmead’,
Ceanothus arboreus ‘Trewithen Blue’, Ceanothus thyrsiflorus ‘Skylark’, Ceanothus x veitchianus.
Witte soorten zijn onder meer: Ceanothus integerrimus, Ceanothus incanus, Ceanothus griseus en Ceanothus x mendocinensis en Ceanothus spinosus zijn roze bloeiend.

Celastrus orbiculatus, een mooie wurger

Het leek wel een verlate Koninginnedag. Een kleurrijk, zonovergoten feestje en dat midden oktober. Feloranje en -gele tinten fonkelden in de laagstaande zon. De met druppels gesierde vruchten van de boomwurger weerkaatsten licht in alle richtingen, als waren het prachtig facet geslepen diamanten. Maar voor dat schoons was ik niet geroepen. De eigenaar van de

Knaloranjerode zaden van de boomwurger duizelen je tegemoet

tuin maakte zich zorgen over het voortbestaan van zijn al even mooie lindeboom.

Wie klimop in bomen heeft zien groeien, weet dat op den duur een boom het aflegt tegen de wurgende omarming van klimop. Hetzelfde gebeurt met de overigens lieflijk uitziende boomwurger (Celastrus orbiculatus). De windende ranken van de boomwurger laten diepe striemen achter in de bast van een boom. Uiteindelijk wordt de sapstroom meer en meer geremd. De kroon wordt hierdoor steeds ijler, taksterfte in de kroon ontstaat en de boom geeft het stille gevecht ten leste op. Over de kracht van de boomwurger om een boom te laten stikken hoeft geen twijfel te bestaan: een boom legt op den duur beslist het loodje. Ondanks dit dramatische aspect is er geen reden om de boomwurger daarom maar helemaal niet te gebruiken.

Herkomst, bloem en bes

De oorspronkelijke groeiplaats van de boomwurger ligt in China, Japan en het oosten van Siberië. In 1736 is de plant ingevoerd in Engeland door de Zweedse botanicus Thunberg. In Engeland zijn later meer soorten van de boomwurger ingevoerd door von Siebold.
Op plaatsen waar de boomwurger inheems groeit,

Als de boomwurger is afgeladen met kleurige vruchten, is het echt een feestje

is het een dicht struikachtig gewas in struikvegetaties, bossen en op weiden.
Boomwurger bloeit in juni met groenachtige pluimen. Ze vallen nauwelijks op tussen het donkergroene gebladerte. Bevruchte bloemen zijn aan het begin van de herfst lichtgoen van kleur en erwtvormig. Bij het vorderen van het herfstseizoen verkleuren de ‘erwten’ naar lichtgeel. Op het einde van de herfst barsten de vruchten open. Een vermiljoenkleurige vrucht komt tevoorschijn omgeven door okerkleurige zaadvliezen. Al die opengebarsten vruchten bij elkaar vormen een spectakel van jewelste, een overweldigende kleurpracht.
Wie een beetje thuis is in de botanie, ziet aan de vrucht ogenblikkelijk de gelijkenis met die van de kardinaalsmuts (Euonymus). Zowel de boomwurger als de kardinaalsmuts behoort tot de familie van kardinaalshoedachtige

De boomwurger is rechts windend

(Celastraceae).

Zoals de naam boomwurger al aangeeft, komen struiken of bomen in een wurgende greep aan hun einde. De boomwurger vegeteert dus niet op ander levend materiaal. Hij voorziet zichzelf van voedsel door opneming via de eigen wortels. De boomwurger slingert zich rechts windend om alles, waarin hij maar omhoog kan gaan. Wees dus bedachtzaam als er bomen of struiken in de buurt staan. Mocht de boomwurger zich vergrijpen aan een boom of struik, waarin je hem liever niet ten hemel ziet stijgen, knip dan bijtijds (in de zomer of aan het begin van de lente) de stengels terug. De boomwurger groeit snel en haalt met gemak een hoogte van dertig meter.

De boomwurger is een geschikte plantaardige bedekker voor lelijke schuttingen, muren en zelfs lelijke bomen. Of er vruchten aan de boomwurger komen, is wel afhankelijk van of beide geslachten op/aan de plant aanwezig zijn.
Takken met vruchten zijn goed te gebruiken in tal van bloemdecoraties, vooral in kerststukjes worden takken gebruikt.

Soorten

Twee soorten zijn meestal te koop:
Celastrus orbiculatus: met overwegend eirond blad. Bloemen in okselstandige trossen. Bloeitijd: april. Vruchten vermiljoenrood.
Celastrus scandens: blad langwerpig toegespitst eirond. Bloemen in eindstandige pluimen. Bloeitijd: juni. Vruchten oranjerood.

De johannesbroodboom is een bijzondere boom

Een mondvol alleen al is de naam van deze boom. Van de vruchten worden producten gemaakt voor een volle buik of waarvan je lollig kunt worden (hik). En of dat nog niet genoeg is, de aanduiding voor het gewicht van zuiver goud en edelstenen wordt in karaat uitgedrukt. Ook dat heeft alles te maken met

Een johannesbroodboom heeft peulen, die wel 30 – 40 cm lang worden

de johannesbroodboom.
Alleen het feit dat de boom moeilijk te krijgen is, maakt hem al bijzonder. Soms lukt het nog wel eens ‘ergens’ een exemplaar te bemachtigen in het subtropische gedeelte van een plantenkas.
Johannesbroodboom heet in het Latijn Ceratonia siliqua en behoort tot de familie van de Fabaceae. Oorspronkelijk komt de plant uit Arabië.
Zelf zaaien vergt geduld, omdat de zaden er maanden over doen om te kiemen. Het grootbrengen van de zaailingen is eenvoudig; dat lukt iedereen. De zaden zitten in lange peulen en die peulen zou je zelf kunnen verzamelen, ergens in het gebied van de Middellandse Zee.
De aanvankelijke struik kan op een beschutte plek in de tuin uitgroeien tot een aardige boom van zo’n 4 – 5 m hoog. Als struik is hij op een balkon of binnenshuis een dankbare plant. Groen blijvend met min of meer ronde, glimmende bladeren. In een ruimte met een hoge luchtvochtigheid groeit de struik het beste. Vanaf mei tot oktober kan hij buiten worden gezet.

In de gebieden rond de Middellandse Zee worden de bomen 15 – 25 m hoog. Hoe ouder ze worden, des te meer schilderachtige kwaliteiten ze krijgen vanwege hun

De bloemen van de johannesbroodboom vallen niet op vanwege hun schoonheid, maar eerder door cauliflorie

weerbarstige en knoestige uiterlijk. In die gebieden komen de bloemen in maart – april en/of oktober – november te voorschijn. De bloemen zijn onaanzienlijk, niet voornaam en hebben een roestbruine kleur. De bloemen komen uit de takken te voorschijn, een verschijnsel dat ook de judasboom niet vreemd is. ‘Cauliflorie’ is de botanische aanduiding voor het verschijnen van bloemen op naakt hout.

De bloemen zijn eenslachtig en bezitten geen kroonblaadjes. Ze zijn of mannelijk en hebben dan vijf meeldraden of vrouwelijk en hebben dan een stamper. De vrouwelijke bloemen worden in hoofdzaak door vliegende insecten en via de wind bevrucht. In het najaar worden de groene peulen geoogst en te drogen gelegd. De peulen geven een doordringende zoete geur af die naarmate ze droger worden afneemt.

Van veevoer tot eau de vie

De peulen worden in massa’s tot veevoer verwerkt. Dat is hier

De zaden hebben een sterk aroma

verder niet interessant. Wel is van belang dat de zaden worden gemalen en zo als vervanging van cacao worden gebruikt.
Denk niet, dat het surrogaat alleen in slechte tijden als grondstof voor chocolade wordt gebruikt. Het wordt vaker gebruikt dan menigeen denkt of weet. De zaden zijn een goed vervangingsmiddel van cacao, die gewonnen wordt uit de vrucht van de cacaoplant.

Vrucht van de cacaoboom

De cacaoplant is ook een groen blijvende boom of struik. Theobroma cacao is de Latijnse naam; die is afgeleid van de Griekse woorden theos = god en brooma = spijs. Hij is er één uit de familie van de Sterculiaceae en is een aardige kamerplant. Van de vruchten van de johannesbroodboom wordt verder nog siroop gemaakt en het wordt als aromatiseringsmiddel aan pijptabak toegevoegd. In Portugal wordt eau de vie uit de vruchten gedestilleerd. Daar moet je dan wel van houden.

Gewichtsbepaling goud en edelstenen

Ceratonia is afkomstig van het Griekse woord keras, dat hoorn betekent. De hoorn slaat in dit verband op de vorm van de peul, die met enig voorstellingsvermogen daarvan wel wat weg heeft. De Grieken ontdekten dat de zaden een constant gewicht hebben. Het begrip karaat is dan ook te danken aan deze eigenschap.
In de metallogie werd het constante gewicht verbonden aan het gewicht van zuiver goud: het aantal delen goud op 24 delen van een legering = 24 karaat goud. Nu is de waarde van 1 karaat gelijk aan 200 mg (bij edelstenen en parels). In de mineralogie wordt de aanduiding karaat gehanteerd als gewichtseenheid voor edelstenen en parels.

Chimonanthus

Chimonanthus is een van de vroege voorjaarsbloeiers. De bleekgele bloemen verspreiden een plezierige geur. De Engelsen voerden de struik in 1766 in uit China. De struik verwierf daar al snel de bijnaam ‘winter sweet’.

De wasachtige bloemen hangen de hele winter aan kale takken

Chimonanthus praecox is inheems in China. Hij groeit in het gebergte van Sichuan en Hubei tot op een hoogte van 3.000 meter. De bloemen van Chimonanthus lijken op die van de specerijstruik of het meloenboompje (Calycanthus). Aanvankelijk werd de struik daarom ook wel ‘vroege carolinapiment’ genoemd.

Chimonanthus, in het Nederlands ook wel eens bitterzoet genoemd, behoort tot de specerijstruikachtigen (Calycanthaceae). Ondanks de heerlijke geur en leuke bloemen zie je de struik niet zo vaak in volwassen toestand. Waarschijnlijk komt dit, omdat je veel geduld moet hebben om de struik te zien bloeien. 5 tot 6 jaar na aanplanten komen de eerste spaarzame bloemen. Het is een langzaam groeiende struik. Op bijna alle gronden kan Chimonanthus worden geplant. Een beschutte plaats tegen een muur bevordert de ontwikkeling van de bloemen. Na een koele zomer bloeit de struik bescheidener dan na een warme zomer.

De klokvormige bloemen zijn
2 tot 3 centimeter groot

Door ons klimaat met onregelmatige zomertemperaturen gedraagt Chimonathus zich daarnaar: wisselvalligheid in bloeiomvang. De hoofdbloei is vanaf begin januari tot eind maart.
De bloemen zijn contrastrijk; de buitenste bloembladen zijn helder- tot bleekgeel en geven de indruk alsof ze met was zijn bespoten. De kern van de bloem is bruinrood. Zeker als de zon erop schijnt, verspreiden ze ook nog eens een heerlijke geur.

De bladeren voelen ruw aan en zijn eirond tot lancetvormig. Ze staan tegenover elkaar langs de steel en zijn eigenlijk weinig opvallend. Dat geldt voor de gehele struik, die buiten de bloeitijd om geen andere bijzonderheden kent. De donkergroene bladeren verkleuren in de herfst naar felgeel. In de winter en tijdens de bloei is de struik bladloos.

Chimonanthus wordt na vele jaren ongeveer 3 meter hoog en breed en is ook redelijk winterhard: temperaturen tot -10 °C worden moeiteloos getrotseerd.
Van Chimonanthus praecox zijn enkele cultivars te koop: ‘Lutea’, waarvan de binnenste bloembladen geel zijn, en ‘Grandiflora’. Die heeft, zoals de naam al aangeeft, grotere bloemen, die ook nog eens een beetje roodgeaderd zijn.

Snoeien

Chimonanthus moet zo min mogelijk worden gesnoeid. Als er al gesnoeid moet worden, moet dit direct na de bloei gebeuren. Snoeien benadeelt de bloei. Het kan heel lang duren, voordat de struik weer gaat bloeien. Snoeien om meer licht in de struik te brengen of om de struik te verjongen kan weleens nodig zijn. Daartoe worden enkele ‘in de weg zittende’ takken volledig bij de spil weggesnoeid. Oud hout wordt met ten hoogste 15 tot 20 centimeter ingekort. De struik ziet er beduidend beter door uit.

Vermeerderen kan vlak na de oogst door in potten in een koude bak te zaaien. De jonge plantjes moeten wel op een beschutte plaats goed worden beschermd tegen de kou. Afleggen of kruidachtige stekken nemen in de zomer is ook goed mogelijk.

In de koudste periode van het jaar is het de tijd om te genieten van bijzondere winter- en voorjaarsbloeiers, zoals Chimonanthus en Stachyurus, maar ook de bekendere Hamamelis laat zijn bloemen overal volop zien. In arboreta als Arboretum Kalmthout (vlakbij Antwerpen), maar ook in Arboretum Trompenburg in Rotterdam kunt u verscheidene van deze bijzondere winterbloeiers aantreffen.

Choisya

Choisya groeit van nature als struik in het zuiden van de Verenigde Staten en in Mexico. De bladen geuren heerlijk als je ze kneust. De bloei mag rijk genoemd worden. Tijdens de bloei is de struik overdekt met groepjes stervormige bloemen. Bij ons kan Choisya het beste in een flinke pot of kuip worden gehouden, maar ook in een border komt de struik tot zijn recht.

Choisya behoort tot de familie van de ruitachtigen (Rutaceae). Daartoe behoren ook tal van citrusachtigen. Wie eens een blad van Choisya heeft gekneusd, zal de verwantschap niet ontgaan. Het geslacht telt zo’n acht groenblijvende struiken. De meeste daarvan hebben

Choisya ‘Aztec Pearl’ kan
twee keer in een jaar bloeien.

glanzend groen blad. De bladen zijn samengesteld, 3 – 7 bladen staan in een kransvorm aan de steel. De bladen hebben een kenmerkende ‘geul’ als hoofdnerf. De stervormige bloemen komen te voorschijn uit de bladoksels. Choisya ‘Aztec Pearl’ is een hybride, ontstaan uit een kruising van Choisya ternata en Choisya arizonica. De struik kan tot 2 meter hoog worden. De bloemen hebben in knop een roze gloed, eenmaal open zijn ze zuiver wit en ruiken bovendien lekker. Choisya ‘Aztec Pearl’ bloeit zowel in het voorjaar als de nazomer. In de herfst kan de plant door topstek worden vermeerderd.

Andere soorten

Bekender is Choisya ternata, een winterharde, groenblijvende struik, die goed te gebruiken is op een (half)schaduwrijke plaats in de tuin. De tweede naam ternata betekent ‘in groepjes van drie’, wat op de drie glimmend groene blaadjes van de struik slaat. Ook deze struik bloeit in het voorjaar en de nazomer met groepjes witte bloemen. De struik kan 2 meter hoog worden en is dan iets meer dan 1 meter breed.
Choisya ternata ‘Sundance’ wordt meer dan 2 meter breed en hoog. Bij het uitlopen zijn de bladen goudgeel van kleur, later in het jaar worden ze geelgroen.

Grond en snoeien

Choisya is liefhebber van een goed doorlatende, humusrijke grond. Een plaats in de volle zon of halfschaduw is het beste. Ook een plaats tegen een muur op het zuiden is een prima.
In het najaar worden scheuten die de vorm bederven, teruggeknipt met tweederde van hun lengte. Choisya moet aan het einde van het voorjaar direct na de bloei worden gesnoeid om een tweede bloei in de nazomer mogelijk te maken. De bloei in de nazomer is wel minder dan de voorjaarsbloei. Knip de uitgebloeide scheuten met 30 centimter terug. Knip in het voorjaar doodgevroren scheuten bij de grond weg.

Cistus, ook in Nederland voor aanplant geschikt?

Tuinliefhebbers, die regelmatig over de grens kijken, zullen ze wel kennen. Prachtige, uitbundige bloeiers zijn het; in de voorzomer overdekt met witte, roze of purperen bloemen. Tot voor kort dacht vrijwel elke liefhebber, dat deze aantrekkelijke bloeiheesters niet of nauwelijks in aanmerking kwamen om in ons klimaat in de volle grond aan te planten. Zuid-Frankrijk, Griekenland, Malta en Spanje: daar kunnen we Cistus verwachten. Akkoord, ook nog in Zuid-Engeland, maar in Nederland?

Cistus onder Betula

Onder de ongelovigen mocht ook ik zich scharen. Enkele recente (2004) ervaringen hebben mij echter ten zeerste aan het twijfelen gebracht. Los hiervan verdienen deze uitbundige bloeiende heesters het om eens in Nederland op een zonnige, droge plaats te worden aangeplant. Hoewel, droog… Zelfs op een vrij vochtige, lees zompige, plaats in het veen blijken deze planten nog te floreren.

Tijdens een tuinreisje naar Schotland kwam ik in contact met een kweker, die in West-Nederland een flinke kwekerij bestiert. Naast een

Clematis armandii
‘Appleblossom’

prachtig sortiment Clematis sp. kweekt hij ook een fors aantal soorten Cistus. Enigszins bekend met zowel het Nederlandse als het Engelse sortiment, meende ik dat het kweken van deze in mijn ogen vorstgevoelige planten toch minstens in de kas moest gebeuren. Groot was dan ook mijn verbazing, toen ik hoorde, dat deze planten in pot – dus extra vorstgevoelig – in de buitenlucht werden gekweekt en alleen in geval van extra strenge vorst met een fleecedoek worden afgedekt. Dit betekent echter niet, dat deze heesters gegarandeerd winterhard zijn in heel Nederland. Klimaatomstandigheden in Zuid- en West-Nederland kunnen sterk verschillen van die van Noord- en Oost-Nederland. Kweker Kuijff garandeert echter, dat zijn planten onder normale omstandigheden de gemiddelde Nederlandse winters moeiteloos overwinteren. Ter illustratie: een Cistus purpureus was ooit in een grote pot gezet om te worden gefotografeerd. Daarna was de plant met pot en al ergens geparkeerd en vergeten. Deze plant bivakkeert (het regenwater, afkomstig van een dak van een kas, wordt precies in de pot geloosd) al vier seizoenen lang op deze ongunstige plaats.

 
Cistus dansereaui ‘Decumbens’ Cistus pulverulentus

Elk jaar reist Kuijff meermalen af naar Zuid-Europa om met stekken uit botanische tuinen en kwekerijen terug te keren. De daaropvolgende seizoenen moeten de nieuw verworven species en cultivars zich bewijzen. Alleen die soorten en variëteiten die gezond groeien en bloeien, komen daarna in aanmerking om tot het sortiment te worden toegelaten. Pas door een echt koude winter, zo één waarin een Elfstedentocht wordt georganiseerd, gaat het wel eens fout. Dan zullen er ongetwijfeld ook de nodige slachtoffers vallen onder de minder winterharde planten. Aangezien u al Cistus al kunt kopen voor de prijs van een redelijk zomerboeket, hebt u van de aangeschafte planten in ieder geval oneindig meer tuinplezier dan van een bos bloemen, die immers al na een week het veld ruimen. -10 °Celsius schijnen de meeste soorten en cultivars in ieder geval moeiteloos te overleven.

Cistus komt in de vrije natuur voor in de landen rondom de Middellandse Zee: Griekenland, Italië, Zuid-Frankrijk en de Spaanse eilanden. Hier kleuren deze heesters de rotsachtige gebieden in

Cistus florentinus ‘Prostratus’

het voorjaar met hun uitbundige bloei. Daarna, onder een dikwijls verzengende zon, verschrompelen de blaadjes en bloemen en lijken ze weer te wachten tot het prille voorjaar om dan weer vol energie en groeikracht te voorschijn te komen. Er bestaan meer dan 60 soorten, die dankzij kruisingen en veredelen inmiddels ook vele fraaie cultivars en hybriden hebben opgeleverd.
Cistus is wintergroen, het blad is ovaal tot lancetvormig, groen of soms grijs behaard, afhankelijk van de soort of cultivar. De bloemen hebben vijf papierachtige kroonblaadjes rond geelkleurige, uitstekende meeldraden. Deze bloemen blijven één, hoogstens twee dagen mooi, maar verschijnen in zulke grote aantallen over een periode van enkele weken, dat de relatief korte bloeitijd per bloem niet opvalt. Ook kent een aantal soorten een vrij goede en langdurige nabloei. Bloeikleuren zijn wit, roze en purper. Soms zijn de witte, roze of purperen bloembladen tegen de kroon aan voorzien van een donkere vlek, die rood tot zwart kan zijn. De groei van de struiken is enigszins gedrongen.
De snoei kan worden beperkt tot het licht innemen van de takken na de bloei, zodat de bloemen in het volgende voorjaar weer op het eenjarige schot kunnen verschijnen. Een ander opvallend aspect is de sterke, maar niet onaangename harslucht, die sommige soorten afscheiden. Deze hars kan zelfs zo sterk aanwezig zijn, dat bij mediterrane geiten en schapen rond hun bek in de wol harsachtige ballen verschijnen. Die schijnen te worden afgeknipt en gesmolten om daarna weer te worden verwerkt als geurstoffen.

Omdat Cistus in de natuur op droge plekken floreert, kunt u deze planten ook in de zon op een droge plek aanplanten. Volgens overlevering hebben de meeste soorten behoefte aan een kalkrijke grond, die ook vrij arm is. Enkele andere soorten zouden weer de voorkeur geven aan een grondsoort met een wat hogere zuurgraad. Toch kweekt Kuijff al zijn soorten en cultivars in slechts één soort potgrond, die een neutrale pH kent: niet kalkrijk en niet echt zuur. Zeg

Cistus ‘Gold Prize’

maar de gemiddelde tuingrond. Ook blijken de planten zich op minder droge grond uitstekend te ontwikkelen zonder last van een teveel aan water te hebben. Omdat ze als potplant worden opgekweekt, kunnen ze ook prima in grotere potten worden verwerkt. Bedenk echter wel, dat iedere plant, in potten aangeplant, in het algemeen eerder vatbaar is voor ziekten en extreme weersomstandigheden: veel zon, vorst of regen.

Enkele aanbevelenswaardige soorten en hybriden of cultivars:
Cistus albidus: een soort, die uiteindelijk een kleine 2 meter hoog en breed kan worden. De bloemen zijn in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden roze met soms geelachtige vlekken op de bloembladen. Het blad wordt tot 5 centimeter lang en is wollig behaard.
C. ladanifer: een opgaande soort, die een hoogte kan bereiken van 1 tot 1½ meter. De bladeren zijn langwerpig en smal met een lengte tot 10 centimeter. Opvallend is de sterke, harsachtige lucht, die van de bladeren afkomt en door vrijwel iedereen als aangenaam wordt ervaren. De ietwat gekrulde bloemen bereiken een doorsnede van 8 tot 10 centimeter, zijn wit met tegen de kroon aan een rode vlek op elk bloemblad. De cultivar ‘Maculatus’ heeft karmozijnrode vlekken op de witte bladeren.
C. aquilari: dit is een hybride tussen C. ladanifer en C. populifolius. De struik kan uiteindelijk een omvang en hoogte van 1½ meter bereiken. De bloemen zijn geheel wit en bereiken een

Cistus aguilari ‘Maculatus’
Cistus purpureus

doorsnede van 10 centimeter.
C. lusitanicus: een hybride tussen C. ladanifer en C. hirsutus. Ook deze plant heeft een opgaande groeiwijze, maar wordt aanmerkelijk minder hoog: slechts 60 centimeter. Het lancetvormig, aromatisch geurend blad is donkergroen en bereikt een lengte van 6 centimeter. Ook de bloemen hebben deze doorsnede, zijn wit en hebben weer rode vlekken tegen de kroon aan.
C. lauriifolius ‘Silver Pink’ is een prachtige cultivar, die van deze minder winterharde soort nog het best tegen onze winters bestand is. Roze bloemen van circa 8 centimeter hebben een zilverkleurige waas.
C. purpureus: deze kent een vrij compacte, ronde groeiwijze en heeft opvallend donkere vlekken tegen de gele meeldraden aan. De struiken hebben een omvang van ongeveer 1 meter.
C. pulverulentus: purperen bloemen met opvallend donkere vlekken tegen de gele meeldraden aan. Bijzonder is ook het opvallend grijze blad. De struiken blijven compact en worden niet veel groter dan 60 x 60 centimeter.
C. salviifolius var. adpressus: de laagste soort. Klein blad wordt in de voorzomer bedekt door witte bloemen, die in grote massa’s aan de takken verschijnen.
C. corbariensis: een struik, die ongeveer 1 meter hoog wordt bij een breedte van 1½ meter. De bloemen, die overvloedig verschijnen, zijn ongeveer 4 centimeter groot en hebben een witte kleur. Soms zijn de bloembladen geel gevlekt.

Onderhoud en snoei beperken zich tot een lichte snoei na de bloei, uit te voeren met een heggenschaar. De nieuwe knoppen ontstaan daarna op het nog te vormen eenjarige schot.

Om alle beweringen te staven zijn er inmiddels in meer dan zes

Cistus salviifolius

verschillende tuinen Cistus aangeplant om te zien of hun winterhardheid inderdaad zo groot is. De grondsoort in deze tuinen varieert van veen tot zand en zelfs redelijk zware kleigrond.
15 december: nog geen enkele plant heeft maar een krimp gegeven, ze staan er even fris bij als net na de aanplant.
2 februari: nog steeds geen krimp, zelfs de planten aangeplant in de klei in België hebben 12 °C vorst zonder bescherming moeiteloos doorstaan.
26 maart: de ergste nachtvorsten zijn achter de rug, rodo’s en hortensia’s hebben ervan geleden, maar de cistussen zien er nog even goed uit.
15 april: alhoewel wat blad verloren, zien ze er in ieder geval zo goed uit, dat aangenomen kan worden, dat ze moeiteloos de afgelopen winter hebben doorstaan.

Buiten en in Nederland opgekweekte planten blijken zich zonder enige moeite door een gemiddelde Nederlandse winter heen te slaan. Met hun uitbundige bloei en hun gelijkmatige groei zijn deze heesters absoluut een aanwinst voor het sortiment in Nederland.

Bougainvillea voor een tropische illusie

Wie kent niet in Spanje, Portugal of Italië de wit gekalkte muren, waartegen de roze, rode, lila of oranje bloemen van Bougainvillea zich scherp aftekenen? De struik groeit daar blijkbaar probleemloos. In ons klimaat moet Bougainvillea overwinteren.

Bougainvillea-struik
Bougainvillea bloeit bij
een juiste verzorging uitbundig

Bougainvillea komt uit Zuid-Amerika en om nog preciezer te zijn uit Brazilië. De plant is genoemd naar de Franse ontdekker ervan L.A. de Bougainville, die in de periode 1766 – 1769 in opdracht van zijn regering een reis om de wereld maakte. De plant is er een uit de familie van de Nyctaginaceae. Het Griekse woord nux (nuktos) betekent nacht. Gelukkig laat de plant ook overdag z’n bloemen volop zien.

Bougainvillea is altijd nog een betrekkelijk dure kamerplant. De toepassing van de plant hoeft helemaal niet beperkt te zijn tot de huiskamer alleen. Op terras, balkon of tegen een warme muur kan ook hier een illusie van het mediterrane zuiden worden nagebootst. Als de plant buiten staat is de verzorging simpeler, in ieder geval is de luchtvochtigheid daar meestal beter dan in een huiskamer. Door regelmatig vloeibare plantenmest te geven wordt de groei en bloei bevorderd. Af en toe de plant flink nat broezen zorgt voor fris blijvend blad. Wie de plant in de open lucht heeft staan, wordt vanzelf wel geholpen door de regen. Bij langdurige regen kan de plant beter weer naar binnen verhuizen.

Het enige waaraan aandacht moet worden geschonken om de bloei er goed in te houden, is het tijdig ‘nijpen’ van alle jonge scheuten en hun

De bloem van Bougainvillea ‘Crimson Lake’

vertakkingen. Telkens worden de scheuten teruggezet op vier blaadjes, waarna weer een vertakking ontstaat. Ook de vertakking wordt weer op vier blaadjes genepen. Als tegenwerping kunt u natuurlijk inbrengen: ‘dat doen ze in die zuidelijke landen toch ook niet?’. Dat is juist, maar in ons klimaat moet het wel.

Wie de plant in pot wil houden, moet wel een grote potmaat gebruiken; ten minste 30 centimeter. En geef de plant steun in de vorm van een klim- of steunrek.
Laat de plant in pot of kuip licht en zonnig overwinteren, bijvoorbeeld in een gematigd warme serre of een lichte, koele kamer, waar hij geen mest meer krijgt en tamelijk droog wordt gehouden. Eenmaal per veertien dagen water geven is voldoende. In de winter is wat bladverlies mogelijk, maar dat kan geen kwaad. In het voorjaar loopt de plant immers toch weer uit. In januari of februari kan Bougainvillea weer op een wat warmere plek worden gezet, zo tussen 16 en 20 °C.
Wordt de pot of kuip te klein, dan is het tijd om te verpotten. Gebruik een pot die één of twee maten groter is dan de oude. De beste tijd om te verpotten of om aarde te verversen is het voorjaar. Gebruik een mengsel van drie delen goede potgrond, één deel scherp zand met eventueel wat leem of klei en wat goed verteerde koemest. De plant moet na het verpotten op een warme en lichte plaats worden gezet. Ook is het aan te raden om dagelijks de bladerkroon te bespuiten om knopvorming te bevorderen.

Schutbladen

Bloemen van Bougainvillea staan altijd met z’n drieën bij

Bloem van Bougainvillea
De bloem van Bougainvillea bestaat
uit drie schutbladen

elkaar. Centraal in de bloem staan de stamper en drie meeldraden. Wat wij als bloem zien, is niet meer en minder dat de fraai gekleurde schutbladen. Er staan altijd drie schutbladen rondom het vruchtbeginsel.

Soorten

Van Bougainvillea zijn twee soorten van belang: B. glabra en B. spectabilis. Het onderscheid tussen deze twee is simpel: de soort glabra heeft onbehaard blad; spectabilis heeft behaarde bladeren. Beide hebben doornen. Onderling zijn de soorten ook nog eens gekruisd, zodat het meestal moeilijk is na te gaan met welke we van doen hebben. Belangrijke cultuurvariëteiten zijn o.m. ‘Albo Ora’ (geel), ‘Alexandra’ (licht violet), ‘Sanderiana’ (donker violet), ‘Crimson Lake’ (scharlakenrood), ‘Grusz aus Badenweiler’ (roze), ‘Miggi Ruser’ (geel), ‘Mrs. Helen Mclean’ (oranje) en ‘Orange King’ (geeloranje).

Stekken

Bougainvillea kan het hele jaar door worden gestekt. Stekken in winter en voorjaar gaat meestal iets beter dan in de rest van het seizoen. Neem stekken met hieltje

Bougainvillea 'Orange King'
De bloem van Bougainvillea
‘Orange King’

of snij stek onder een blad af. In ieder geval stek van hout dat niet te jong en niet te oud is. Behandel de stek met Rhizopon (bewortelingspoeder). Steek de stekken in vochtige turfmolm, dat afgedekt is met scherp zand. Het substraat (de turfmolm) moet vers/nieuw zijn om zo min mogelijk ziektekiemen te hebben. Welslagen van de beworteling hangt af van de bodemtemperatuur, die ten minste 22 – 25 °C. moet zijn. Stek je in de zomer, dan is bodemverwarming niet nodig. Na drie tot vier weken zijn de stekken beworteld. De bewortelde stekken worden (voorzichtig, breekbare wortels) opgepot in een humusrijk, luchtig grondmengsel. Veel licht en zon doet de rest: ze groeien uit tot flinke planten, mits dus op tijd wordt genijpt. Verpot de groter wordende stekken regelmatig in grotere potten. Geef geregeld water en vloeibare kamerplantenmest.

Ziekten en aantastingen

* Bladluis – te bestrijden met: Spruzit, Fleur Bladluis.
* Spint – te bestrijden met: Plantschoon, AA Fleur Spuitbus.
* Vergeling van het blad – is een gevolg van tekort aan stikstof.
Los kunstmest met een hoog percentage stikstof (N) in water op en dien een matige hoeveelheid toe. Herhaal de toediening na veertien dagen opnieuw.

Abelia, een andere muurbloem

Aan Abelia’s wordt maar al te vaak voorbij gelopen. Terwijl deze mooie, breed uitgroeiende struik toch

Abelia 'Grandiflora'
Abelia ‘Grandiflora’ is een halfwintergroen struikje met een fraaie nazomerbloei

uiterst geschikt is voor de zonnige border. De omvang van de diverse soorten kan nogal verschillen. Er zijn er van 1 tot 5 meter hoog en tussen de 1½ en 4 meter breed. Er zijn bladverliezende en groenblijvende soorten, die vanaf de zomer tot aan het najaar een overvloed aan trossen van witte, roze of kersenrode bloemen dragen. De bloemen zitten aan ranke, licht gebogen takken. De bloemen van Abelia chinensis, A. mosanensis en A. schumannii geuren heerlijk.
De meeste soorten bloeien op het aangemaakte hout van het vorige jaar. Hebben ze het naar hun zin, dan bloeien ze soms later in het seizoen nog een keer, maar dan aan de eerste scheuten van het huidige seizoen.

Abelia behoort tot de familie Caprifoliaceae (kamperfoelieachtigen). Het geslacht telt ongeveer 23 soorten, waarvan de meeste in Noordoost-Azië en drie in Mexico te vinden zijn. Dokter Clarke Abel (1780-1826) ontdekte de plant, die wij nu kennen als de soort Abelia chinensis, tijdens een plantenexpeditie in China.
Abelia-soorten variëren van vorstgevoelig tot goed winterhard. Vooral de winterharde soorten

Abelia 'Conti'
Abelia ‘Conti’ heeft graag
een zonnige standplaats

zijn makkelijke planten, die de vrieskou goed zullen doorstaan. Wel verlangt Abelia een warme, luwe plek en kan daarom het beste tegen een warme, beschutte muur worden geplant. Het liefst in de volle zon of wat lichte schaduw. Bij het laten begroeien van muren is het van belang, dat de takken meteen worden aangebonden, voordat ze gaan hangen. Plant Abelia in goed vruchtbare, goed doorlatende en iets kalkrijke grond.

Snoeien

Abelia is goed bestand tegen snoeien. Ze vormen aan de basis regelmatig nieuwe groei en het is daarom nuttig geregeld vervanging- of verjongingssnoei toe te passen. Dan wel de takken tot aan de grond afknippen. Om de vorm te behouden kunnen bladverliezende soorten aan het einde van de winter of begin voorjaar worden gesnoeid. Verwijder dan dood hout, verkeerd geplaatste of kruisende takken. Groenblijvende soorten kunnen na de bloei licht worden teruggesnoeid. Ook kunnen dan uitgebloeide takken, die de vorm bederven, worden weggenomen. Of zet één op de vier uitgebloeide takken terug tot op een sterk gedeelte van de tak. Of tot op de grond.

Vermeerderen

De plant is makkelijk te vermeerderen door zomerstekken of halfhoutige stekken aan het einde van de zomer.

Het is een prima plant, die uitstekend kan worden gebruikt als lage haag. En een aantal soorten is bruikbaar als potplant voor op het balkon of op het terras. Behalve zo af en toe wat last van luis is de plant tamelijk ongevoelig voor ziekten en plagen.

soort hoogte kleur bloeitijd diverse
Abelia ‘Conti’ 125 cm bleekroze juli-aug. bontbladig, goed winterhard
Abelia ‘Compacta’ 90 cm wit  
Abelia ‘Edward Goucher’ 100 cm lila-roze juni-aug. matig winterhard
Abelia biflora 80 cm bleekroze juni-aug. matig winterhard
Abelia chinensis
(Chinese abelia)
200 cm roze aug.-okt. dwergstruikje voor beschutte standplaats, matig winterhard
Abelia engleriana 150 cm crèmewit juni-aug., breed uitgroeiend, matig winterhard
Abelia floribunda 300 cm kersenrood juni-aug. breed uitgroeiend struikje, glad, donkergroen, eirond blad, matig winterhard
Abelia grandiflora 125 cm roze juni-aug. sierlijk breed uitgroeiend struikje met een fraaie nazomerbloei, matig winterhard.
Abelia grandiflora ‘Compacta’ 125 cm wit juli-aug. groenblijvend
Abelia grandiflora ‘Francis Mason’ 100 cm roze juli-sept. geelbladig, matig winterhard.
Abelia grandiflora ‘Gold Spot’ 100 cm lichtroze juli-sept. geelbladig, zeer beschutte plaats, matig winterhard
Abelia grandiflora ‘Hopleys’ 150 cm bleekroze juli-sept. bontbladig, matig winterhard
Abelia grandiflora ‘Prostrata’ 100 cm roze juli-aug. breed uitgroeiende struik, matig winterhard
Abelia grandiflora ‘Sherwood’ 125 cm lichtroze juni-sept. breed uitgroeiend, matig winterhard
Abelia grandiflora ‘Sunrise’ 150 cm bleekroze aug.-sept. groen blad met goudgele rand, wintergroen, goed winterhard
Abelia mosanensis 150 cm wit aan de buitenkant karmijnrood getint, geurend mei-juni glimmend groen blad, in de herfst verkleurend naar oranjerood, bladverliezend, goed winterhard
Abelia parvifolia
(voorheen A. schumanii)
100 cm roze mei-aug. breed uitgroeiend, matig winterhard
Abelia parvifolia ‘Bumble Bee’ 125 cm roze juli-aug. breed uitgroeiend, matig winterhard, uit de wind zetten
Abelia spathulata 100 cm geelwit mei-juni kleine heester, matig winterhard
Abelia triflora 100 cm roze juli-aug. matig winterhard