Serissa foetida is er voor de liefhebber

0
11

Serissa groeit van nature in Zuidoost-Azië. Serissa foetida is de enige soort van het geslacht. Het is typisch een struikje voor iemand die iets bijzonders wil hebben. Alhoewel je daarvoor wel over een kasje of serre moet beschikken. De struik is niet winterhard en moet dus overwinteren.
Serissa foetida behoort tot de orde van de Araliiflorae en in engere zin tot de familie van de walstro-achtigen (Rubiaceae).

Serissa foetida bloeit lang

Tot deze familie behoren o.a ook bedstro (Asperula), Bouvardia, knoopschatenbloem (Gardenia) en Pentas.

Serissa is een groenblijvend struikje. De struik wordt niet hoger dan zestig centimeter en één meter breed. In juni – september bloeit de struik met talloze, babyroze bloemen. De bloemen bestaan uit vijf teruggeslagen kelkbladen, die met elkaar vergroeid zijn. De bladen doen wat denken aan die van een azalea en zijn vanuit de randen omhooggebogen. Ze hebben een min of meer roomwitte rand. De bladen verspreiden een niet zo aangename geur als ze gekneusd worden. Er bestaan cultuurvariëteiten met bonte bladen en ook met dubbele bloemen. Serissa foetida ‘Pink Snow Rose’ is een variëteit met roze bloemen.

Serissa groeit in de volle zon in een vruchtbare, goed doorlatende grond. Omdat de struik niet bestand is tegen vorst moet hij vanaf het najaar binnen worden gehouden. Geef vanaf dat moment minder water, maar zorg er wel voor dat de grond licht vochtig blijft. In het voorjaar, na de laatste nachtvorst, kan de struik buiten worden gehouden. Eventueel kunnen lange scheuten worden ingekort met eenderde van hun lengte. Serissa is te vermeerderen door stekken in het voorjaar of door middel van afleggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here