Amorphophallus, de grootste bloem op aarde

0
11

Om de grootste bloem op aarde in zijn natuurlijke omgeving te kunnen zien bloeien, moet je naar tropische gebieden reizen. Tegenwoordig is dat geen probleem meer. Binnen vierentwintig uur kan je er al zijn.

A. titanum heeft
een indrukwekkende hoogte

Soms is een uurtje reizen al voldoende en kun je binnen de landsgrenzen blijven. In een botanische tuin is Amorphophallus soms als curiositeit te bewonderen.

Amorphophallus is een aronskelkachtige (Araceae). De plant groeit vanuit een bol. Om een droge periode te kunnen overleven wordt in de bol voedsel opgeslagen. Zodra het na zo’n periode gaat regenen en de moesson begint, komt er uit de bol één enkel blad, gevolgd door één enkele bloem. De plant groeit uitsluitend in de tropen in gebieden met een hoge temperatuur en luchtvochtigheid, zoals Sumatra.

De bloem van Amorphophallus titanum kan tot twee meter zeventig hoog worden en een middellijn van ruim anderhalve meter krijgen. Centraal in de bloem staat een knop, een vlezige bloemkolf, die ver boven het urnvormige schutblad uitsteekt.

 
De vlezige kolf van Amorphophallus is bedoeld om insecten aan te trekken Het schutblad, dat de vlezige kolf omgeeft, heeft een regelmatige plooiing, gevormd door ribben

De kolf verspreidt een doordringende geur van rotte vis en is bedoeld om insecten van heinde en ver aan te trekken. De geur kan kilometers ver door insecten worden opgemerkt. Insecten zijn van belang om de bloem te bevruchten.

Aan de vlezige kolf ontleend Amorphophallus zijn naam, die letterlijk vertaald misvormde penis betekent. Op het einde is de kolf kaal en wordt daarom het onvruchtbare aanhangsel genoemd. Nabij de basis van de kolf staan massa’s manlijke bloemen en nog iets lager talrijke vrouwelijke bloemen. Insecten moeten dus van hoog in de bloem tot ver naar beneden afdalen om de stampers te kunnen bevruchten. Maar aangelokt door de penetrante geur van rotte vis, die naar beneden toe alleen maar sterker wordt, hebben ze dat er graag voor over.

  Insect op stamper
Nabij het onderste deel van het schutblad zijn meeldraden en
stampers aanwezig
Insecten bevruchten de stampers

Amorphophallus komt voor in Indonesië, delen van Azië en in Zuid-Afrika. De plant is vorstgevoelig en kan in ons klimaat alleen maar in een tropische kas worden opgekweekt. De plant vereist een tegen zon beschutte plaats en een zeer humusrijke grond. Na het afsterven van het blad wordt de knolvormige bol gerooid en vorstvrij bewaard en kan dan in het voorjaar weer worden geplant. Van Amorphophallus is Amorphophallus rivieri ‘Konjac’ in Japan in cultuur. Konjaku wordt voornamelijk geteeld om de eetbare wortel. In de tropen komt Amorphophallus paeoniifolius vrij algemeen voor. De doorsnede van de kolf van deze plant bedraagt circa vijfentwintig centimeter en is dus minder indrukwekkend van omvang dan van Amorphophallus titanum.

Amorphophallus rivieri ‘Konjac’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here