Deinende en wiegende siergrassen

In natuurlijke vegetaties spelen grassen een belangrijke rol. In een welgekozen samenspel met bloem- en bladplanten verlenen siergrassen een landelijk en melodieus sfeerbeeld aan de beplanting.

Er zijn bijzonder veel kleuren, hoogtes en vormen te krijgen, waarvan vooral de sierlijke aren de tuin verfraaien op een tijdstip, waarop de meeste heesters en vaste planten hun hoogtepunt al lang gehad hebben. Soms zijn de bladeren flinterdun en stekelig of hangen ze in sierlijke bogen naar beneden. Of ze steken fors en stevig uit de halmen omhoog.
Siergrassen doen het vooral goed in de omgeving van vijvers en in oosterse tuinen. Ze kunnen dienen als rustpunt in een verder veelkleurige tuin. Siergrassen zijn sterk en weinig ziektegevoelig, niet duur in aanschaf en ze groeien op ieder plekje met voldoende zon.

Siergrassen zijn makkelijk in onderhoud en de vrees voor het woekeren van siergrassen is ongegrond. De meeste gecultiveerde soorten vormen mooie pollen, die makkelijk in bedwang kunnen worden gehouden door ze in het voorjaar op maat af te steken of te scheuren. Eenmaal aangeslagen vragen siergrassen bijzonder weinig aandacht. Deze duurzame en onderhoudsvriendelijke planten geven niet alleen een prachtig accent aan elk type tuin in de zomer, maar geven het tuinbeeld ook in de winter een heel bijzonder accent.

Pampasgras

Siergrassen zijn in drie families ingedeeld

1. Grassenfamilie (Poaceae, ook wel Gramineae)
2. Cypergrassenfamilie (Cyperaceae)
3. Russenfamilie (Juncaceae)

Grassenfamilie

De grassenfamilie is een van de meest geslaagde plantenfamilies op aarde. Er zijn zo’n beetje 8.000 soorten. Een paar soorten zijn het prachtriet (Miscanthus), het bekende lampenpoetsersgras (Pennisetum), het pampasgras (Cortaderia), vedergras (Stipa) en zwenkgras (Festuca). Een paar eenjarige siergrassen zijn onder andere het hazenstaartje (Lagurus ovatus), nevelgras (Agrostis), de sierhaver (Helictotrichon sempervirens) en het trilgras (Briza). Ook gazongrassen en granen, zoals tarwe, gierst, haver, gerst, maïs en rogge, vallen onder de echte grassen.

Oosters prachtriet (Miscanthus) is wel de

Miscanthus

bruikbaarste siergrassengroep. Prachtriet bestaat uit een grote hoeveelheid soorten en variëteiten, zodat er voor ieders smaak, omstandigheid en toepassing wel een prachtriet is. Prachtriet groeit op vrijwel iedere grondsoort in de zon. Je hoeft niet benauwd te zijn, dat binnen de kortste keren de tuin door prachtriet overwoekerd is. Prachtriet heeft een imposant voorkomen en vooral mooie bloeipluimen.
Het zijn gewilde, kruidachtige, overblijvende planten. Door hun polvormige groeiwijze zijn het ‘nette’ grassen, die niet door middel van een afbakening in de grond binnen de perken hoeven worden gehouden. Aan het begin van het voorjaar worden de halmen van het voorgaande jaar bij de grond af afgeknipt. Miscanthus groeit het beste op een grond, die permanent vocht kan vasthouden. Pollen kunnen aan het begin van het voorjaar, vlak voor het uitlopen van de nieuwe halmen, worden gedeeld. Delen kan door aan de buitenkant van de plant kleine pollen af te steken of door de pol doormidden te delen.

Miscanthus sinensis is een van de minst woekerende. Vanuit de pol groeien de halmen formeel rechtop of buigen lichtjes. Het lange,

Miscanthus sinensis ‘Strictus’

smalle blad heeft in het midden een witte nerf.
Miscanthus sinensis ‘Strictus’ heeft op het blad onregelmatig, dwars geplaatste, geelwitte strepen, wordt tot 1.80 meter hoog en groeit stijf rechtop. De plant bloeit in augustus en september met wit tot lichtroze bloempluimen. Het is een opvallend en aandacht trekkend siergras. In het najaar worden de bladen zilverkleurig wit. Deze variëteit kan jarenlang op dezelfde plaats blijven staan.
Miscanthus sinensis ‘Zebrinus’ lijkt veel op ‘Strictus’, maar groeit wat losser. Het is door de onregelmatige, zebra-achtige, gele strepen over de bladeren een zeer markante verschijning. Bloeitijd en hoogte zijn gelijk aan die van ‘Strictus’. Op plaatsen in de halfschaduw is dit gras een vrolijke noot, die de somberheid weet om te toveren in een aantrekkelijk stukje border. In het najaar zijn de halmen crèmewit.

Lampenpoetsersgras (Pennisetum) bestaat uit meer dan

Pennisetum alopecuroides ‘Hameln’ (syn. P. compressum)

tachtig soorten met daarbinnen vele variëteiten. Daaronder zijn eenjarige en overblijvende grassen. Het zijn typische grassen voor de open vlakte en veel licht is belangrijk. De meeste soorten vermeerderen zich door middel van rizomen.
Kenmerkend zijn de platte bladschijven en vanzelfsprekend de langwerpig ronde, pluimvormige bloei. De pluim werd vroeger wel als rager voor de cilindervormige glazen kap van de olielamp gebruikt. Vandaar de naam lampenpoetsersgras.
De belangrijkste soort voor de tuin is Pennisetum alopecuroides, een overblijvend gras. Het lampenpoetsersgras met pluimen is niet alleen een sieraad voor de tuin, maar is ook heel geschikt voor een droogboeket. Vanaf de nazomer tot ver in de herfst staan de pluimen op het gras.

Het lampenpoetsersgras verlangt een licht humeuze grond of grond, die goed water doorlatend is en permanent licht vochtig blijft. Deze grassoort groeit uitstekend op een plaats in de zon tot halfschaduw. Kan als solitair worden gebruikt, maar komt veel meer tot zijn recht in een grote groep. Combinaties met onder andere kattenkruid, sierdistel en pimpernel zijn heel fraai. Het lampenpoetsersgras groeit polvormig in een vrijwel ronde vorm. De meeste variëteiten worden tussen de 40 en 100 cm hoog, terwijl de breedte ongeveer tweederde van de hoogte bedraagt.

Pennisetum alopecuroides ‘Cassian’, is een goed winterharde plant met mooie herfstkleur en een compact groei. Pennisetum alopecuroides ‘Hameln’ is ook goed winterhard en compact groeiend met in augustus en september roodbruine pluimen. Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’ is een mooie, laagblijvende variëteit (40 cm) en geschikt om op het balkon of het terras in een pot te groeien. Pennisetum alopecuroides ‘Little Honey’, een bontbladige, draagt in augustus tot oktober crèmebruine pluimen.

Pijpenstro (Molinia). De naam heeft te maken met de holle stengel, die gebruikt werd om de steel van een pijp schoon te blazen.

Molinia caerulea ‘Variëgata’

Het gras stelt weinig eisen aan de bodem, maar een zure, voedselarme bodem die licht vochtig is, heeft de voorkeur. Deze polvormer is in de buurt van een vijver of in een rotstuin prima op zijn plaats. De niet gecultiveerde pijpenstro wordt 40 cm hoog. Met de pluimvormige bloemen erop bereikt het een hoogte van 120 cm. Van het pijpenstrootje is een aantal variëteiten voor de tuin van belang: ‘Dauerstrahl’, rechtop groeiend met donkerbruine pluimen, ‘Edith Dudszus’ vormt een compacte pol en krijgt donkerbruine aren, ‘Heidebraut’ heeft gele aren op lange stengels, ‘Moorhexe’ heeft bijna zwarte bloemstengels, het blad groeit stijf verticaal, ‘Strahlenquelle’ krijgt bruine pluimen op overhangende stengels en ‘Variëgata’ ten slotte heeft crème gestreept blad en gele bloemstengels met paarsachtige bloemen.

Molinia caerulea ‘Heidebraut’

Sierhaver (Helictotrichon sempervirens) is een steppeplant afkomstig uit Rusland en Azië. Ook bekend als avena. Dit mooie sierhaver heeft gracieuze, blauwgrijze bladeren en bloeit in juni en juli met lange, zachtgele bloemaren op lange stengels en is zowel geschikt voor zeer droge grond als doorlatende, voedselrijke grond. Woekert niet en bereikt een hoogte van ongeveer 120 cm.

Cypergrassenfamilie

De cypergrassenfamilie is een familie van gewassen met een gras- of rusachtig uiterlijk. De familie komt wereldwijd voor in landstreken in tropisch Azië en in het tropische deel van Zuid-Amerika, die verschillende variëteiten huisvesten. De meeste cypergrassen groeien in natte omstandigheden. Voorbeelden zijn wollegras (Eriophorum), veenpluis (Eriophorum angustifolium), waterbies (Eleocharis) en zegge (Carex).

Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum) bloeit in de

Witte, pluizige haren van het eenarige wollegras

periode maart tot en met mei. Zoals de naam al zegt, staat er maar één bloeiwijze op de stengel, die van boven stomp driehoekig van vorm is. De bloeiaar is tot 2 centimeter lang en heeft een langwerpige tot ovale vorm. De wollige, zilverwitte pluis voelt wat kleverig aan. Dit wollegras is een meerjarige plant. De vrucht heeft de vorm van een nootje; een eenzadige dopvrucht, die door de wind wordt verspreid. Wollegras heeft een lijn- of lintvormig blad, dat gaafrandig is. Het blad heeft geen bladsteel. Het plantje groeit vaak samen met veenmos (Sphagnum).
Het breedbladige wollegras (Eriophorum latifolium) is in afwijking van de overige leden van de cypergrassenfamilie bijna alleen op permanent vochtige, voedselarme graslanden te vinden. Het gemakkelijkst te onthouden kenmerk is, dat de pluizige aren in een trosvorm op een overhangende stengel staan. Het gras is een belangrijke veenvormer.

Waterbies (Eleocharis palustris) is een stevige, overblijvende plant met heldergroene, rolronde bladstengels. Ze dragen geen bladeren. Het waterbies kan flink woekeren. Plant hem daarom in een bak zonder gaten, zodat de kruipende wortelstok moeilijker zal kunnen uitgroeien. Aan het einde van de stengels verschijnen in mei tot augustus lichtbruine bloeiaartjes. Soms bloeien de planten in oktober nog een tweede keer. Ze kunnen zowel in als langs de vijver worden geplant. In de vijver hoort hij vooral thuis in de moeraszone. Plant ze niet dieper dan 5 centimeter op een zonnige, maar natte, voedselrijke grond.

Russenfamilie

De russenfamilie (Juncaceae) is een familie van eenzaadlobbige, bloeiende planten. Het zijn langzaam groeiende, kruidachtige, in enkele gevallen eenjarige, maar doorgaans overblijvende planten. Ze groeien op arme grond en hebben meestal een wortelstok en groenblijvende bladeren. De planten zijn voor het grootste gedeelte tweeslachtig en hebben kleine

Luzula
Luzula is groenblijvend

bloemen. De bekendste soorten zijn de rus (Juncus) met smalle, onbehaarde bladeren en de veldbies (Luzula) met lange, lijnvormige bladeren. De randen zijn gesierd met lange, witte haren. Langs de achterzijde van de hoofdnerf zitten zaagvormige tandjes, die een lichte irritatie van de huid kunnen veroorzaken.

Dwergrus (Juncus ensifolius) is een echte moerasplant (of langs de vijverrand) met een leuke bloeiwijze. De bloembouw is duidelijk als bloem te herkennen met de verschillende onderdelen, zoals bloemdekbladen, vruchtbeginsel met stijl en stempels en meeldraden. De bloemdekbladen zijn bruin of groen en kunnen een vliezige rand hebben. De bladeren van russen zijn priemvormig en onbehaard. De meeste soorten zijn overblijvend en houden in de winter hun groene blad.

Veldbies (Luzula) is een groenblijvend siergras voor in diepste schaduw alsook op licht zonnige plaatsen. Permanente schaduw en een vochtige standplaats lijken belangrijke voorwaarden voor de groei, maar ook op vrij droge en minder zure plaatsen is de groei nog goed te noemen. Plant een veldbies niet als eenling; een grote groep is veel aantrekkelijker. De plant breidt zich langzaam uit en is goed in bedwang te houden. Het veldbies is goed te combineren met bijvoorbeeld Stipa gigantea, Alopecurus pratensis (vossenstaart) en Eschscholzia (slaapmutsje). Groeit een veldbies te breed uit, scheur de planten dan in het najaar of voorjaar. Door het uitgroeien van de plant bestaat het risico, dat het hart van de moederplant bruin wordt. De bruine bladeren kunnen eruit worden getrokken. In het hart groeien dan weer nieuwe bladeren.
Deze familie telt vele soorten als veldbies, ruige veldbies, grote veldbies, witte veldbies en veelbloemige veldbies. Drie goed gecultiveerde soorten voor de tuin zijn: Luzula x borreri ‘Botany Bay’ met brede bladeren enin juli en augustus met perkamentkleurige bloemen.
Luzula nivea met sierlijk smal blad, kan in de zon en in de schaduw. Bloeit in juli en augustus en krijgt na de bloei mooie, roodbruine zaden.
Luzula sylvatica ‘Marginata’ heeft bladeren, die zijn afgezoomd met witte haren, is bodembedekkend, bloeit in maart en april en wordt niet hoger dan 45 centimeter.

Met siergrassen kunnen door hun sierlijke, altijd ruisende halmen, exotische hoekjes worden gemaakt. Hoge planten kunnen het beste als solitair of als achtergrondbeplanting worden gebruikt en kleinere soorten kunnen de overgang van de droge tuingrond naar de vijver opfleuren. En… siergrassen hoeven niet te worden gemaaid.

Rietgras alleen voor botanisten?

Rietgras is maar weinig te zien aan oevers en in het moerasgedeelte van een vijver. Dat is jammer. Het is een fier groeiende grassoort en inheems in Noord-Europa.

Rietgras lijkt op gewoon riet

De lange stengel, waarop de bloeiwijze in pluim staat, schittert in het zonlicht als was het een fonkelende hellebaard.

De wetenschappelijke naam voor rietgras is Phalaris arundinacae. De plant is van het geslacht kanariegras, lid van de omvangrijke Gramineae-familie. Zelden wordt de plant gekweekt. Tevergeefs zal je ernaar zoeken, zelfs op gespecialiseerde kwekerijen zul je hem niet aantreffen. Wie wel eens botaniseert, zal de plant ongetwijfeld tegenkomen. In moerassen en langs de oevers van strangen, resten van rivierarmen en kreken groeit rietgras in het wild.

Oppervlakkig gezien lijken de groene delen van de plant sprekend op gewoon riet (Phragmites communis).

Close-up bloemaren van rietgras

Het blad is vrijwel even breed, spits en scherp langs de randen. Wanneer rietgras in bloei staat, wordt het verschil pas duidelijk: bij rietgras is de bloempluim symmetrisch geplaatst ten opzichte van de as, bij gewoon riet staat de pluim asymmetrisch op de as en is bovendien meer vertakt.

De kleur van de rietpluim is roestbruin, die van rietgras in de toestand als aar zilverkleurig en pas bij het opengaan roodbruin van tint.

Rietgras is een overblijvende plant. De plant breidt zich uit door middel van onderaardse worteluitlopers. Een sompig natte en humusarme bodem is vereist. Het gras komt het meest tot z’n recht als er een grote groep van wordt geplant. De fier rechtopstaande stengels met pluimen worden anderhalf tot twee meter hoog.

Gewoon riet is mooi, maar rietgras nog fraaier (spoordok in Sneek)

De bloei is in de periode juni – juli.
Een flinke vijver moet er tegenover staan, wil het effect van ruimte door het water niet verloren gaan. In het najaar verdorren de groene delen en worden geelbruin van kleur.

Net zoals bij gewoon riet kan om de twee jaar het verdorde loof worden afgemaaid. Is rietgras eenmaal geplant, dan heb je er in feite weinig werk meer aan; het bedruipt zichzelf. De vraag rijst welke kweker de uitdaging wil aannemen om dit fraaie oevergras op de markt te brengen. Rietgras hoeft dan niet meer alleen in de natuur te groeien om uitsluitend botanisten te boeien. Het leent zich zeker ook uitstekend voor de particuliere tuin en oever(s) in het publieke domein.

Al onze siergrassen

Molinia (pijpenstro)Miscanthus sinensis (prachtriet)Holcus (witbol)Deschampsia (ruwe – bochtige smele)Carex (zegge)Calamagrostis (struisriet)Cyperus involucratus (parapluplant)Cortaderia selloana (pampasgras)Phalaris (rietgras)

Lampenpoetsersgras

Het lampenpoetsersgras (Pennisetum) bestaat uit meer dan tachtig soorten en daarbinnen bestaan weer vele variëteiten. Daaronder zijn eenjarige en overblijvende grassen.

De pluim van Pennisetum alopecuroides ‘Hameln’ heeft roodbruine, borstelachtige aren

Pennisetum komt van nature voor in tropische, subtropische en gematigde streken. De meeste soorten vermeerderen zich door middel van rizomen. Kenmerkend zijn de platte bladschijven en vanzelfsprekend de langwerpig ronde, pluimvormige bloei. De pluim werd vroeger wel als rager voor de cilindervormige glazen kap van de olielamp gebruikt. Vandaar de naam lampenpoetsersgras.

De belangrijkste soort van lampenpoetsersgras voor de tuin is Pennisetum alopecuroides. In het verleden werd dit siergras Pennisetum compressum genoemd. Het is een overblijvend gras, dat voornamelijk in delen van Australië en Azië van nature voorkomt. Pennisetum behoort tot de grassen (Graminae).

P. alopecuroides ‘Hameln’ wordt
tot maximaal 70 centimeter hoog

Het lampenpoetsersgras met pluimen is een sierraad voor de tuin, maar ook heel geschikt om te worden gebruikt in een droogboeket. Voor dit laatste wordt de plant ook wel commercieel geteeld. Vanaf de nazomer tot ver in de herfst staan de pluimen op het gras.

Het lampenpoetsersgras verlangt een licht humeuze grond of grond, die goed water doorlatend is en permanent licht vochtig blijft. Deze grassoort groeit uitstekend op een plaats in de zon tot halfschaduw. Het kan als eenling (solitair) worden gebruikt, maar veel meer komt het tot zijn recht in een grote groep. Een combinatie van lampenpoetsersgras met onder meer kattenkruid, sierdistel, pimpernel en Liriope is heel fraai. Het lampenpoetsersgras groeit polvormig in een vrijwel ronde vorm. De meeste variëteiten worden tussen de 40 en 100 centimeter hoog, terwijl de breedte ongeveer tweederde van de hoogte bedraagt.

De beste variëteiten

Variëteit Hoogte (cm) Bijzonderheden
‘Cassian’ 60 Goed winterhard. Mooie herfstkleur. Compact groeiend.
‘Hameln’ 40 – 70 Roodbruine pluimen in augustus – september. Goed winterhard. Compact groeiend.
‘Little Bunny’ 40 Voor balkon of terras. Laagblijvende variëteit. Geschikt om in pot te groeien.
‘Little Honey’ 80 Crèmebruine pluimen in augustus – oktober. Bontbladig.
‘Woodside’ 60 Bladen overhangend. Pluimen crèmekleurig.

Siergras: prachtriet – Miscanthus

Prachtriet behoort ongetwijfeld tot de belangrijkste groep siergrassen voor de tuin. Er zijn vele soorten en variëteiten van, zodat voor ieders smaak,

Miscanthus sinensis groeit in een polvorm

omstandigheid en toepassing wel een prachtriet in aanmerking komt. Prachtriet groeit op vrijwel iedere grondsoort in de zon. Je hoeft niet benauwd te zijn, dat binnen de kortste keren de tuin door prachtriet overwoekerd is. Prachtriet heeft een imposant voorkomen en vooral mooie bloeipluimen.

Miscanthus sinensis is een van de minst woekerende siergrassen. Vanuit de pol groeien de halmen stijfjes rechtop of buigen de halmen lichtjes sierlijk over. De wilde vorm die uit Azië afkomstig is, kan een hoogte van drieëneenhalve meter bereiken. Het lange, smalle blad heeft in het midden een witte nerf.

Miscanthus sinensis ‘Strictus’ groeit stijf rechtop

In de winter sterft het blad af, maar dan nog is de sierwaarde enorm groot.

Miscanthus sinensis ‘Strictus’ heeft onregelmatig, dwars geplaatste, geelwitte strepen op de bladen. Dit siergras wordt tot één meter tachtig hoog en groeit stijf rechtop. De bloeiperiode is in augustus – september. De bloempluimen zijn wit tot lichtroze. Het is een opvallend en aandachttrekkend siergras. In het najaar worden de bladen zilverkleurig wit. Aan het begin van het voorjaar worden de oude stengels bij de basis af weggeknipt. Deze variëteit kan jarenlang op dezelfde plaats blijven staan.

Miscanthus sinensis ‘Zebrinus’ is een zeer opvallend siergras

De pol wordt dan groter en groter en des te indrukwekkender.

Miscanthus sinensis ‘Zebrinus’ lijkt veel op ‘Strictus’, maar groeit wat losser. Het is eveneens een zeer opvallende verschijning onder de siergrassen door de onregelmatige, zebra-achtige, gele strepen over de bladen. Bloeitijd en hoogte zijn gelijk aan die van ‘Strictus’. Op plaatsen in de halfschaduw is dit gras een vrolijke noot, die de somberheid weet om te toveren in een aantrekkelijk stukje border. ‘Zebrinus’ is zonder meer een bonte verschijning in de tuin. In het najaar zijn de halmen crèmewit.

Verzorging

Miscanthus groeit van nature in grote delen van Oost-Azië en Afrika. Het zijn gewilde, kruidachtige, overblijvende planten. Door hun polvormige groeiwijze zijn het ‘nette’ grassen, die niet door middel van een afbakening in de grond binnen de perken hoeven te worden gehouden. Aan het begin van het voorjaar worden de halmen van het voorgaande jaar bij de grond af afgeknipt. Miscanthus groeit het beste op een humushoudende grond, die permanent vocht kan vasthouden. Pollen kunnen aan het begin van het voorjaar, vlak voor het uitlopen van de nieuwe halmen, worden gedeeld. Deel door middel van het afsteken van de kleine pollen aan de buitenkant van de plant of door de pol door midden te delen.

Variëteiten Bloeitijd Hoogte (cm) Bijzonderheden
‘Afrika’ 9-11 160 cm Prachtige herfstkleur.
‘China’ 9-11 180 Smal, olijfgroen blad. Fraaie herfstkleur.
‘Ferner Osten’ 9-11 200m Groen blad. Pluimen rood met witte punt.
‘Flamingo’ 8-10 200 Bloeit rozerood. Mooie herfstkleur.
‘Flammenmeer’ 8-10 180 Compact groeiend. Rode herfstkleur.
‘Gewitterwolke’ 8-10 210 Groeit stijf rechtop. Witte pluimen.
‘Ghana’ 8-10 175 Zeer rechtop groeiend. Licht vorstgevoelig.
‘Giraffe’ 9-11 300 Rechtop groeiend. Met dwars geplaatste, gele strepen.
‘Goldfeder’ 8-10 180 Goudgerand blad. Groeit langzaam.
‘Gracillimus’ 120 Met sierlijk gebogen halmen. Witte middennerf.
‘Graziella’ 9-10 170 Met grote, zilverwitte pluimen.
‘Grosze Fontaine’ 8-10 250 Met groot blad. Pluimen verbloeien van rood naar wit.
‘Kaskade’ 9-10 200 Met overhangende, roze pluimen.
‘Kleine Fontaine’ 8-11 160 Bloeit lang. Rode pluimen.
‘Kleine Silberspinne’ 150 Compact groeiend. Zilverwitte pluimen.
‘Krater’ 10-11 170 Compact groeiend. Pluimen zilverkleurig.
‘Malepartus’ 8-10 225 Zeer mooie variëteit. Rood tot goudbruin bloeiend.
‘Morning Light’ 160 Smal blad, zilverkleurig. Licht vorstgevoelig.
‘Nippon’ 8-10 150 Bruine naar geelbruin verkleurende pluimen.
‘Poseidon’ 8-10 280 Met bleekgroen, breed blad. Zeer goede groeier. Pluimen bruincrème.
‘Roland’ 9-11 250 Pluimen zilverwit.
‘Rostsilber’ 8-10 170 Met zilverkleurige, rode pluimen.
‘Sarabande’ 8-10 160 Pluimen zilverwit.
‘Strictus’ 180 Bladen met gele dwarsstrepen.
‘Variegatus’ 8-10 180 cm Bloeit alleen in warme zomers met roze pluimen.
‘Yakushima Dwarf’ 10 100 Compact groeiend. Blad lichtgroen. Pluimen rozebruin.
‘Zebrinus’ 8-9 175 Met gele dwarsstrepen op het blad. Crèmegele pluimen.
‘Variegatus’ 8-10 180 Bloeit alleen in warme zomers met roze pluimen.

Soorten Bloeitijd Hoogte (cm) Bijzonderheden
M. floridus 9-10 350 cm De enige soort, die goed in de schaduw kan groeien. Bloeit alleen na een lange, warme zomer. Vormt een compacte pol met veel stengels, waaraan lichtgroen blad.
Miscanthus oligostachys 8-10 120 cm Groeit in halfschaduw tot schaduw als de grond vochtig is. Pluimen zilverkleurig.
Miscanthus saccharifolius 10-11 250 cm Pol wordt tot 1,20 m breed. Blad heldergroen met witte middennerf. Pluimen zilverwit. Woekert met een wortelstok, maar kan met Flex-wortelgeleiding binnen de perken worden gehouden.
Miscanthus saccharifolius ‘Robustus’ 10-11 250 cm Pol wordt tot 1,20 m breed. Blad heldergroen met witte middennerf. Pluimen zilverwit. Deze variëteit groeit mooier dan de soort.
Miscanthus sinensis var. purpurascens 10-11 200 cm Blad verkleurt in een goede zomer naar purperrood.
Miscanthus transmorrisonensis 8-10 150 cm Kan in kuip worden gehouden. Blad blijft in winter lange tijd groen. Voor lichte schaduw.

Al onze siergrassen

Molinia (pijpenstro)Miscanthus sinensis (prachtriet)Holcus (witbol)Deschampsia (ruwe – bochtige smele)Carex (zegge)Calamagrostis (struisriet)Cyperus involucratus (parapluplant)Cortaderia selloana (pampasgras)Phalaris (rietgras)

Siergras: pijpenstro – Molinia

Pijpenstro komt in Nederland en grote delen van Europa van nature voor. De naam heeft te maken met de holle stengel, die gebruikt werd om de steel van een pijp schoon te blazen.

Molinia caerulea ‘Transparant’

Van pijpenstrootje zijn een aantal variëteiten van belang voor de tuin.

Binnen Nederland is Molinia caerulea te vinden op zure, voedselarme bodem, schraal grasland, vochtige heidegebieden, duinvalleien en in hoog- en laagveengebieden. Het gras stelt weinig eisen aan de bodem, maar een zure, voedselarme bodem, die licht vochtig is, heeft de voorkeur. Pijpenstro is een polvormer. In de buurt van een vijver of in een rotstuin is het gras op zijn plaats. Bekend van het pijpenstrootje is, dat graanboeren er een hekel hebben. Het gras is de gastheer van de moederkoorn (Claviceps purpurea), een schimmelaantasting, die op o.a rogge de gevreesde brandziekte veroorzaakt. De niet gecultiveerde pijpenstro wordt veertig centimeter hoog. Met de pluimvormige bloemen erop bereikt het een hoogte van één meter twintig.

Variëteiten Molinia caerulea

Variëteit Hoogte (cm) Breedte Bloeitijd Bijzonderheden
‘Dauerstrahl’ 90 40 7 – 10 Donkerbruine pluimen. Rechtop groeiend.
‘Edith Dudszus’ 90 50 7 – 10 Donkerbruine aren. Vormt een compacte pol.
‘Heidebraut’ 120 60 7 – 10 Gele aren op lange stengels.
‘Moorflamme’ 50 30 7 – 10 Roodbruine aren aan slappe stengels met pluimen.
‘Moorhexe’ 60 30 7 – 10 Heeft bijna zwarte bloemstengels. Blad groeit stijf verticaal.
‘Overdam’ 60 40 7 – 10 Stijf opgaande en uitstaande bladen. Korte bloemstengels.
‘Strahlenquelle’ 110 50 7 – 10 Bruine pluimen op overhangende stengels.
‘Variëgata’ 60 30 7 – 10 Blad crème gestreept. Bloemstengels geel met paarsachtige bloemen.

Variëteiten Molinia caerulea ssp. arundinacea

Variëteit Hoogte (cm) Breedte Bloeitijd Bijzonderheden
‘Bergfreund’ 150 80 7 Mooie, gele herfstkleur van stengels en blad.
‘Fontäne’ 200 90 7 Overhangende stengels. Mooie pluimen.
‘Karl Foerster’ 235 100 7 Transparante, crèmekleurige bloeiwijze.
‘Skyracer’ 250 125 7 De hoogste variëteit. Rechtopgaande stengels.
‘Transparant’ 240 80 7 Met lange, opgaande dunne stengels. Silhouet ijl.
‘Windspiel’ 230 90 7 Met stevige stengels en bruine bloempluimen.

Al onze siergrassen

Molinia (pijpenstro)Miscanthus sinensis (prachtriet)Holcus (witbol)Deschampsia (ruwe – bochtige smele)Carex (zegge)Calamagrostis (struisriet)Cyperus involucratus (parapluplant)Cortaderia selloana (pampasgras)Phalaris (rietgras)

Siergras: Holcus – witbol

In Nederland komt witbol algemeen voor. Er zijn twee soorten: gestreepte witbol en gladde witbol. Gestreepte witbol is de meest voorkomende grassoort in ons land.

Holcus mollis ‘Variegatus’

Van gladde witbol zijn inmiddels een aantal variëteiten gekweekt.

Gestreepte witbol (Holcus lanatus) is massaal te vinden langs zomen van akkers en in wegbermen. De hele plant is licht behaard. Gladde witbol (Holcus mollis) is minder behaard en is vooral te vinden in duingebieden en delen van Zuid-Limburg. In bossen en graslanden met een matige voedselrijkdom komt dit gras algemeen voor. De naam witbol heeft te maken met de pluizige en pluimvormige bloeiwijze, die alleen op beschaduwde plaatsen lange tijd aan de plant blijft. Gestreepte witbol bloeit van mei tot september; gladde witbol bloeit van juni tot augustus. Beide planten zijn overblijvend. Bladen zijn stengel omvattend, lijn of lintvormig en gaafrandig. De bladen staan dikwijls in een v-stand; ze zijn iets gevouwen. De bladkleur varieert van donkergroen tot blauwgroen. Witbol groeit uit met behulp van worteluitlopers. Op lichte grond kunnen ze flink uitdijen. In het voorjaar kunnen planten door delen worden vermeerderd.

Soort/variëteit Hoogte (cm) Breedte Bloeitijd Bijzonderheden
Holcus mollis ‘Albovariegatus’ 40 60 6 – 8 Bladen met witte, onregelmatige strepen. Deze witbol kan ook gebruikt worden als gazon. Het gras kan worden gemaaid en loopt weer prima uit. Bloempluimen komen niet altijd tot ontwikkeling.
Holcus mollis ‘Variegatus’ 40 cm 80 6 – 8 Met duidelijke zilverwitte bladnerf. Kan ook worden gebruikt als van gazon. Geschikt voor vochtige grond in de halfschaduw.

Al onze siergrassen

Molinia (pijpenstro)Miscanthus sinensis (prachtriet)Holcus (witbol)Deschampsia (ruwe – bochtige smele)Carex (zegge)Calamagrostis (struisriet)Cyperus involucratus (parapluplant)Cortaderia selloana (pampasgras)Phalaris (rietgras)

Pampasgras, hét gras van de rijken

Lang was pampasgras in de mode. Het sierde de grote tuinen van de rijken. Een prominente plaats in het ruim bemeten gazon viel het sierlijke gras ten deel. Wie minder bedeeld was, moest genoegen nemen met de gedroogde witte pluimen op vaas.

Cortaderia heeft toch echt
ruimte nodig

Pampasgras is van het begin af aan een dure grassoort geweest. Dat zal er de oorzaak van kunnen zijn geweest dat de plant alleen was voorbehouden aan wie over een ruim budget beschikte. Tegenwoordig is dit siergras nog niet echt goedkoop, maar de prijs ervan ligt binnen een aanzienlijk groter bereik van tuinliefhebbers dan voorheen.
Wie pampasgras wil hebben, moet wel over de ruimte beschikken om het goed te laten uitkomen.

Oorspronkelijk komt pampasgras uit Zuid-Amerika en groeit o.a. in Zuid-Brazilië en Argentinië. Wie dichter bij huis een kijkje wil nemen, moet eens goed opletten in rivierbeddingen in Zuid-Oost-Turkije (het gebied tussen Konya, Kayserie en Oerfa). Daar staat pampasgras aan de randen van rivieren, die afwateren van de Turkse hoogvlakten. Hiermee hebben we meteen al belangrijke kenmerken van pampasgras te pakken: het groeit op een plek waar geregeld aanvoer is van verse voedingsstoffen en het groeit solitair.

Witte bloempluimen
zijn meestal manlijk

Pampasgras (Cortaderia selloana) is tweehuizig. Er zijn dus planten met manlijke of vrouwelijke bloemen. De manlijke bloei is witgrijs en zonder witte haren. Vrouwelijke bloemen zijn minder mooi, zijn bruinwit, stijver van vorm en bezet met pluizige zijharen. Pampasgras bloeit vanaf augustus tot en met oktober. De pluimen kunnen wel tot tachtig centimeter lang zijn. In de winter verkleuren de groene delen van het gras naar strogeel.

De lijnvormige bladen ontspruiten uit een rozet. Ze zijn v-vormig geplooid en buitengewoon scherp gezaagd. Je hand kan er behoorlijk door worden opengereten. De bladen zijn anderhalf tot twee meter lang, aan het uiteinde sierlijk uitgebogen.
Het is raadzaam voor de winter het blad bij elkaar te binden en goed in te pakken met stro of dennentakken. De plant is aan de voet gevoelig voor vorst. Aan het einde van de winter wordt het blad afgeknipt op een hoogte van dertig centimeter.

Andere pampasgrassen

Soort/variëteit Hoogte x breedte (m) Bijzonderheden
Cortaderia richardii 3 x 2 roomwitte, smalle overhangende pluimen
Cortaderia selloana
‘Aureolineata’
2,25 x 1,50 hoge bloeipluimen, blad met goudgele randen
Cortaderia selloana
‘Goldband’
2,25 x 1,50 met goudkleurige lijn over blad
Cortaderia selloana
‘Monstrosa’
2,50 x 1,25 roomwitte bloeipluimen
Cortaderia selloana
‘Pumila’
1,20 x 1,25 zilvercrème bloeipluimen, laagblijvende soort
Cortaderia selloana
‘Rendatleri’
2,50 x 2,00 rozeviolet kleurige pluimen, maakt brede pol
Cortaderia selloana
‘Silver Comet’
1,20 x 1,50 zilverwitte pluimen, randen van blad wit
Cortaderia selloana
‘Silver Stripe’
1,75 x 2,00 zilverwitte pluimen, randen van blad wit
Cortaderia selloana
‘Sunningdale Silver’
3,00x 2,50 zilverwitte pluimen, een van de beste cultivars

Al onze siergrassen

Molinia (pijpenstro)Miscanthus sinensis (prachtriet)Holcus (witbol)Deschampsia (ruwe – bochtige smele)Carex (zegge)Calamagrostis (struisriet)Cyperus involucratus (parapluplant)Cortaderia selloana (pampasgras)Phalaris (rietgras)

Deschampsia, ruwe en bochtige smele

Smele groeit van nature in alle gebieden met een gematigd klimaat. Dit siergras komt het beste tot zijn recht in flinke groepen. Er zijn goede variëteiten te koop. Ruwe smele (Deschampsia caespitosa) groeit op humusrijke grond verrijkt met compost.

Deschampsia caespitosa ‘Goldtau’

Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) groeit op meer zure gronden.

Smele groeit zowel in de zon als in halfschaduw. Bochtige en ruwe smele komen van nature in Nederland voor. Bochtige smele vooral in het zuidoosten van Nederland en in de Belgische Ardennen en de Kempen in verdroogde veengebieden, grindrijke gebieden en in loof- en naaldbossen; ruwe smele is vrij algemeen in heel Nederland.
De bochtige smele ontleent zijn naam aan de gekronkelde aarsteeltjes. De stengels van verkleuren na de bloei in een wijnrode kleur.
Ruwe smele groeit op enigszins zure gronden in de rivierkleigebieden, beekdalen en bij kwelplekken. Dit gras groeit graag in gebieden met een schommelende grondwaterstand. Ruwe smele is te herkennen aan stekeltjes langs de bladrand. De bloeiwijze in de vorm van een pluim staat op een lange steel.
Deschampsia behoort tot de familie van de grassen (Graminae). Beide soorten vormen pollen, die zich concentrisch uitbreiden. Smele is geschikt om in een border met andere vaste planten te worden gecombineerd. Het zijn rustpunten te midden van kleurgeweld.

Soort/variëteit Hoogte (cm) Breedte Bloeitijd Bijzonderheden
D. caespitosa 100 60 6 – 8 Crèmewitte bloeiwijze in brede pluimen. Groenblijvend. Grof gebogen blad.
Deschampsia caespitosa
‘Bronzeschleier’
120 80 6 – 8 Pluimen zilver tot bronskleurig.
Deschampsia caespitosa
‘Goldgehänge’
100 80 6 – 8 Pluimen groengeel tot goudgeel.
Deschampsia caespitosa
‘Goldschleier’
120 70 6 – 8 Met goudkleurige pluimen, zilverachtig oplichtend.
Deschampsia caespitosa
‘Goldtau’
90 50 6 – 8 Bloemen roodbruin, verkleurt naar goudkleurig.
Deschampsia caespitosa
‘Trauträger’
100 60 7 – 10 Goudkleurig bruine pluim. Pluim blijft hele winter aan de plant.
Deschampsia flexuosa 30 20 6 – 7 Met donkergroene bladen. Pluim zilverkleurig tot bruin. Zaait zichzelf uit.
Deschampsia flexuosa
‘Tatra Gold’
30 30 6 – 7 Blad goudgroen, later meer mat strogeel. Pluimen zacht bronskleurig.

Al onze siergrassen

Molinia (pijpenstro)Miscanthus sinensis (prachtriet)Holcus (witbol)Deschampsia (ruwe – bochtige smele)Carex (zegge)Calamagrostis (struisriet)Cyperus involucratus (parapluplant)Cortaderia selloana (pampasgras)Phalaris (rietgras)

Een zuchtje wind laat trilgras ratelen

Trilgras komt vrij algemeen voor in delen van Europa en ver daarbuiten. In Zuid-Limburg, in het Savelsbos, is trilgras op vrij grote schaal aan te treffen. In de tuin is het een minder geziene gast, terwijl het zo’n mooie grassoort is.

Briza media  heeft hartvormige, goudbruine zaadhoofdjes

De bloemen zijn minder opvallend, maar dat wordt goedgemaakt door de ratelende pluimen met zaadhoofdjes.

Van het trilgras zijn twee soorten geschikt voor de tuin: Briza media en Briza minor. In Nederland komt ook Briza maxima in het wild voor. Het geslacht behoort tot de familie van de Poaceae (Graminae) en de orde van Commeliniflorae. Van het geslacht zijn meer dan twintig soorten bekend, maar weinig daarvan is als plant in cultuur.
Trilgras groeit het liefst in de halfschaduw of schaduw. Een blijvend vochtige, goed humusrijke of zavelige grond is bij uitstek geschikt. Trilgras groeit polvormig. Het zijn bladpollen. De bladpollen kunnen in de herfst of aan het begin van het voorjaar worden gedeeld. Midden zomer bloeit het trilgras onopvallend, snel gevolgd door de karakeristieke zaadhoofdjes. De zaadhoofjes zitten aan fragiel dunne steeltjes. Een beetje wind zorgt ervoor, dat er een ratelend of ritselend geluid hoorbaar is. De zaadhoofdjes zijn goudbruin van kleur met een zweem van violet daarover. De grootte van de zaadhoofdjes hangt samen met de soort. Bij minor zijn ze ongeveer tien millimeter en bij media ongeveer twintig millimeter groot.
Trilgras wordt dertig tot veertig centimeter hoog en leent zich als een prima, vrijwel bodembedekkende beplanting onder struiken. Het trilgras is volkomen winterhard, sterft in het najaar af, maar er hoeft niets aan gedaan te worden. Soms kunnen schimmelziekten de plant belagen. Trilgras kan in een droogboeket worden gebruikt.

Siergras: Struisriet

Struisriet groeit van nature op het noordelijk halfrond. Op vochtige tot natte plaatsen is dit riet op zijn plaats. In de omgeving van een natuurlijke vijver voelt struisriet zich heel happy.

Calamagrostis x acutiflora ‘Karl Foerster’ is beslist
het mooiste struisriet

Als struisriet het echt naar de zin heeft, schroomt het niet om door middel van uitlopers nog meer grond in zijn omgeving te annexeren.

Struisriet (Calamagrostis) is een omvangrijk geslacht met meer dan tweehonderd soorten. Omdat siergras steeds meer in de belangstelling staat (2003), komen er ook goede variëteiten bij. Struisriet koop je om de sierlijk vertakte pluimen, die in het najaar net als de halmen prachtig goudbruin worden. De pluim wordt gevormd door honderden zaadhoofdjes op een lange stengel, een decoratief geheel. De bladen van struisriet zijn tot een meter lang en hangen sierlijk gebogen van de stengel af. Plant struisriet in de volle zon; op een plaats in de halfschaduw groeien de stengels te slap. Als de pluimen op de halmen staan, kiepen ze daardoor om.

 
Calamagrostis x acutiflora ‘Karl Foerster’ heeft in de zomer al fraai gekleurde pluimen Calamagrostis benetucha

Aan het begin van de lente kan struisriet door delen van de pol worden vermeerderd. In de winter worden de halmen bij de grond afgeknipt. Ze lopen in het voorjaar vanzelf weer met nieuwe stengels uit. Deel de pollen regelmatig om de groei binnen de perken te houden. U bent dan tevens verzekerd van een gezonde groei en bloei.
Struisriet is geschikt om solitair te worden geplant, maar fraaier is het als er een grote groep van wordt geplant. Het is een prima achtergrond voor andere grassen, bamboes of opgaande vaste planten. In alle seizoenen mag het struisriet worden gezien.

Soort/variëteit Hoogte (cm) Breedte Bloeitijd Bijzonderheden
Calamagrostis benetucha 180 100 8 – 10 Met blauwgroene bladen. Pluim goudbruin. Compact groeiend.
Calamagrostis brachytricha 120 80 8 – 10 Borderplant. Pluim grijsroze. Blad vroeg uitlopend.
Calamagrostis varia 100 60 7 – 9 Zoden vormend gras. Kan op zeer droge plaatsen groeien. Pluimen geelgroen.
Calamagrostis x acutiflora 175 60 6 – 8 Pluim beigekleurig. Loopt vroeg uit.
Calamagrostis x acutiflora
‘Karl Foerster’
175 60 6 – 8 Beige pluim. Een van de mooiste variëteiten. Vroeg uitlopend.
Calamagrostis x acutiflora ‘Stricta’ 150 60 8 – 9 Pluimen roodbruin. Loopt vroeg uit.
Calamagrostis x acutiflora ‘Overdam’ 130 50 8 – 10 Siergras met bonte bladen. Lijkt verder op ‘Karl Foerster’.

Al onze siergrassen

Molinia (pijpenstro)Miscanthus sinensis (prachtriet)Holcus (witbol)Deschampsia (ruwe – bochtige smele)Carex (zegge)Calamagrostis (struisriet)Cyperus involucratus (parapluplant)Cortaderia selloana (pampasgras)Phalaris (rietgras)