Typha, lisdodde

Het zicht op plassen en meren wordt dikwijls ontnomen door brede randen met riet of lisdodde. Watersporters horen te weten, dat deze natuurlijke oeververdediging kwetsbaar is. Aanmeren in een rietkraag is dan ook uit den boze.

Kleine lisdodde met zaadhoofden

Wandelaars en fietsers kunnen vanaf de oever genieten van het zacht golvende riet en in de zomer van de chocoladekleurige sigaren. Wie over een vijver beschikt, zal proberen deze biotoop na te bootsen. De lisdodde is zo’n oeverbewoner, die deze illusie kan waarmaken.

De lisdodde is er in soorten en maten. Voor elke vijver van welke omvang dan ook is er wel een passende lisdodde te krijgen:

De grote lisdodde (Typha latifolia) groeit langs oevers van waterlopen en meren. Deze soort is inmiddels een beschermde plant. In natuurlijke omstandigheid wordt deze soort tot tweeëneenhalve meter hoog. De grote lisdodde is alleen geschikt voor vijvers met een natuurlijke bodem. De plant neemt vrij gemakkelijk delen van de oever in beslag. Het zaad kiemt goed als de omstandigheden gunstig zijn: een slikrijke, ondiepe oeverrrand met vijf tot dertig centimeter water boven de bodem. De grote lisdodde kan zodanig uitgroeien in een ondiepe vijver, dat er in de vijver geen water meer is te zien. Dus kan een vijver dichtgroeien als er niet op tijd wordt ingegrepen.

De kleine lisdodde (Typha angustifolia) is geschikt voor een middelgrote of grote vijver.

De kleine lisdodde heeft sierlijk, slank blad

De plant is te koop als het tuincentrum tenminste ook waterplanten verkoopt. Deze soort heeft slanker blad dan z’n grote broer. In hoogte ontloopt de kleine lisdodde de grote lisdodde niet veel. Een hoogte van twee meter is bereikbaar. Op de foto hiernaast is te zien dat ook de kleine lisdodde een dicht opeenstaand oevergewas kan worden. De term ‘kraag’ langs de oever is er zeker op van toepassing. De kleine lisdodde kan geplant worden in een vijver met een kunstmatige bodem. Gebruik dan de speciale korven, waarin waterplanten kunnen worden neergelaten op de bodem. Plant deze lisdodde langs de oever tot op een waterdiepte van vijf tot vijftien centimeter. In mei bloeien alle soorten lisdodde met lichtbruine bloemen, gevolgd door diepbruine, chocoladekleurige zaadhoofden; de sigaren.

De dwerglisdodde (Typha minima) is een kind vergeleken bij de twee andere soorten. De plant wordt niet hoger dan dertig tot vijfenveertig centimeter. De dwerglisdodde kan in elke vijver met een kunstmatige bodem worden geplant, mits er vijf tot tien centimeter water boven de zodde staat. De sigaren van deze soort zijn kleiner en ronder dan die van de andere soorten. Het blad is grasachtig. De plant woekert niet.

Victoria amazonica

Af en toe brengt een krantenkop mensen op de been. Zo ook de aankondiging dat ‘de koningin der waterlelies’ weer zou gaan bloeien. Een bijzonderheid? Ja, de plant bloeit niet ieder jaar. Vooral omdat deze waterplant in een nagebootst milieu wordt gehouden: een tropische kas of verwarmde vijver.

De eerste nacht is de bloem van Victoria amazonica friswit van kleur

En het is een nachtbloeier, waardoor je wel een gemotiveerd liefhebber moet zijn om je nachtrust voor zo’n bezienswaardigheid op te offeren.

Victoria amazonica is alleen al merkwaardig om z’n bloei. De waterlelie bloeit dus uitsluitend ‘s nachts en bovendien voltrekt zich dan het wonderlijke schouwspel van het verkleuren van de bloem. De bloem kan een doorsnede van twintig centimeter bereiken en bloeit maar twee nachten achtereen. De eerste nacht opent de bloem zich in een smetteloos witte kleur om vervolgens heel langzaam naar lichtroze te verkleuren. Hierna sluit de bloem zich weer. De tweede nacht verkleurt de bloem van lichtroze naar diep paarsroze.

Victoria amazonica wordt beschouwd als de koningin der waterlelies. De plant komt van nature voor in het Amazonegebied (Brazilië). Het is een in tropische wateren levende plant uit de familie van de Nymphaceae. De bloem verspreidt een ananasachtige geur als hij geopend is. Deze geur lokt ‘s nachts actieve kevers. Als de bloem zich sluit, worden deze kevers in de bloem opgesloten en raken bedekt met stuifmeel. De volgende nacht brengen de kevers het stuifmeel over op andere bloeiende bloemen, die vervolgens bevrucht raken.

Een Victoriawaterlelie legt een groot beslag op het wateroppervlak
Victoria amazonica heeft grote, drijvende bladen
Waterdruppels op het blad van Victoria amazonica
De structuur van het blad is ook aan de buitenkant zichtbaar
Een doornige bladrand

Deze waterlelie heeft drijvende bladen van exhorbitante afmetingen tot wel 2 meter in doorsnede. Gezien deze omvang en het ruimtebeslag van circa 6 meter op het wateroppervlak, waarbij ook nog eens een flinke waterdiepte wordt verlangd, is het bepaald geen plant, die in aanmerking komt voor een doorsneevijvertje. De bladen zijn zo groot en stevig, dat een klein kind er met gemak op kan zitten, terwijl het blad blijft drijven.

Het blad van Victoria amazonica heeft tal van nerven, die zijn gevuld met lucht. Hierdoor heeft het blad een groot drijvend vermogen. Joseph Paxton liet zich voor zijn ontwerp voor de kas in Chatsworth inspireren door de nervenstructuur van deze plant. In deze kas ook bloeide de eerste Victoria amazonica buiten het stroomgebied van de Amazonerivier. De kas was groot genoeg om koningin Victoria – naar wie de waterlelie is vernoemd – met rijtuig en al erdoor te laten rijden.

Victoria amazonica stelt hoge eisen aan de watertemperatuur. Die moet ten minste 30 °C. bedragen. Het is een snelgroeiende lelie, die doorgaans uit zaad wordt opgekweekt. Jonge planten moeten binnen korte tijd regelmatig worden verpot. Ze groeien in iets kleiïge grond, vermengd met verteerde stalmest en kunstmest. Vermeerderen gebeurt uiteraard ook in ‘tropische’ omstandigheden in een kas.

Victoria cruziana, de kleiner blijvende zuster van Victoria amazonica, verdraagt lagere temperaturen en kan bij een temperatuur van 20° – 24° C worden gehouden. Het blad heeft een bruinrode zweem en een bobbeliger uiterlijk. De opstaande rand langs de buitenkant van het blad is fel wijnrood tot paars, maar is lager dan die van Victoria cruziana. De bloem is over het algemeen ook kleiner en minder stekelig.

Van de Victoriawaterlelies (Victoria amazonica x Victoria cruziana) bestaat een hybridenakomeling, die zelfs winterhard is en rijkelijk bloeit. Victoria ‘Longwood Hybrid’ is gekweekt in Longwood Gardens door Patrick Nutt. Wie niet over een vijver beschikt, maar toch wil kennismaken met een bloeiende Victoria-waterlelie, kan hiervoor in de Amsterdamse Hortus Botanicus terecht. Let ook op aankondigingen van andere botanische tuinen. De Victoriawaterlelie behoort tot onze Nationale Plantencollectie. Dit is een levende plantencollectie, die voor Nederland in wetenschappelijk of maatschappelijk opzicht van bijzondere betekenis is.

Andere en tropische waterlelies.

Hottonia palustris, de waterviolier, is inheems

In weteringen, sloten en veenpoelen bloeit in mei tot ver in juni de waterviolier. De plant is inheems, maar het verspreidingsgebied is niet alleen beperkt tot onze contreien. In grote delen van Europa en het noorden van Azië is deze waterplant te vinden.

Een waterviolier bloeit met lange stengels, waarop kransen
met bloemen

Een waterviolier heeft niet alleen mooie bloemen, maar het is ook een uitstekende zuurstofleverancier en vissen schieten graag kuit in het loof.

De waterviolier (Hottonia palustris) groeit onder water (submers). Voorwaarde is, dat de bodem in de winter niet bevriest. Op beschutte plaatsen kan de plant ook overwinteren in een moeras. Vanwege uitstekende eigenschappen als fraaie bloem, zuurstofproducent en geschikte plant om eieren door vissen op af te zetten is het een gewilde plant voor een natuurlijke vijver. In Europa komt maar &eacuteén soort waterviolier voor. In Noord-Amerika groeit een andere soort, Hottonia inflata. Deze plant blijft lager en heeft beduidend kleinere bloemen. De waterviolier behoort tot de familie van de primula-achtigen (Primulaceae).

De bloeistengels van de waterviolier kunnen boven de waterspiegel tot 60 centimeter hoog worden.

Een waterviolier groeit in stilstaand
of langzaam stromend water

Elke plant kan verscheidene bloemstengels voortbrengen. Soms ook kan de bloei onder water plaatshebben. De bloemen staan onderling ver uiteen in bloemkransen. Elke krans bestaat uit ongeveer zes bloemen. De bloemen hebben een stervorm en zijn bleekpaars tot wit van kleur en tot ruim twee centimeter groot. De bloemen verbloeien vrijwel altijd naar een witte kleur. In het hart van de bloem staat een gele vlek nabij de kroonbuis. Daar waar veel bloeiende planten bij elkaar staan, ontstaan gemakkelijk bastaarden als nakomelingen. Dit kan leiden tot geringe afwijkingen aan en in de bloemen (dimorf), variërend tot bloemen in overwegend een witte of bleeklila bloemkleur of afwijkingen in de lengte van de stijl en de plaats van de helmknoppen. De bladen van een waterviolier bevinden zich of onder water of aan de oppervlakte. Het zijn kamvormige, diep ingesnden bladen, bestaande uit zeer fijn loof. Aan een stengel bevinden zich veel van die kamvormige bladen.

Als u een waterviolier in een vijver wilt planten, moet u er rekening mee houden, dat de plant circa 30 centimeter breed wordt. Plant op een waterdiepte van 30 tot 90 centimeter. De waterviolier is volkomen winterhard en verlangt een plaats in de zon of halfschaduw. Een waterviolier is te vermeerderen door bewortelde stengelstukken in de modder te planten. Lichtzuur water is wel aan te bevelen om mooie planten te krijgen en te houden.

Nuphar lutea, gele plomp

Wat is er nu Hollandser dan weidse meren en plassen met daarin op golven wiegende plompbladen? In de zomertijd vertoeven velen op en langs het water en trekken voorbij aan velden vol met drijvende plompbladen. Af en toe steekt daar een opvallend gele bloem tussendoor, verbonden met de zwarte diepte van onder water.

Een gele plomp kan in de schaduw groeien en bloeien

De gele plomp hoort in onze meren en brede weteringen van het lage veenlandschap.
De gele plomp (Nuphar lutea) komt in Nederland algemener voor dan de witte waterlelie (Nymphaea alba). Het verspreidingsgebied van de gele plomp binnen Nederland ligt vooral buiten de zeeklei-, löss- en krijtgebieden. Over de landsgrenzen is de waterplant te vinden in het Caribisch gebied, het oosten van de Verenigde Staten, in het noorden van Afrika en in Eurazië. De gele plomp behoort tot de waterleliefamilie (Nymphaceae). De gele plomp houdt van stilstaand tot licht stromend water. De waterplant wordt in een vijver in voedselrijke grond gehouden. Het liefste groeit de plant in een waterdiepte van 2 meter. Hoe dieper het water, des te groter de drijvende bladen worden. Een gele plomp ontleent zijn schoonheid vooral aan de grote, eironde bladen.

De gele plomp bloeit van mei tot augustus

Deze bladen verschijnen zowel aan de oppervlakte als onder water. Met reusachtig lange en taaie stengels zijn de bladen en bloemen verbonden met de kruipende wortelstokken.
Door zich met wortelstokken te verbreiden kan de gele plomp zelfs tot een plaag uitgroeien.
De komvormige bloem van de gele plomp is alleenstaand. De kelk bestaat uit vijf bladen met meer dan twintig kroonbladen en meeldraden. Daarbinnen bevindt zich één stijl met per stijl 6 tot 20 stempels. De plant is tweeslachtig. De stengels zijn glad, rolrond en massief. En mocht u langs zo’n veldje met gele plomp komen en een cognacachtige geur gewaarworden, dan is er geen dronken schipper langs gevaren, maar zijn het de geurende bloemen van de gele plomp.

Nymphaea, waterlelie

Water, gras, bomen, struiken en planten behoren tot de uitrusting van de tuin. Niet elke tuin heeft een omvang, waar al die elementen in passen. De maat van de tuin is veelal bepalend voor wat daarin aan bod kan komen en natuurlijk ook voor iemands voorkeur.

Nymphaea hybr. ‘Missouri’ is een ‘nachtbloeiende’ waterlelie.

Voor velen is een vijver, van welke omvang dan ook, een must. Water is een element van rust in de tuin. Anderen zijn meer geïnteresseerd in de planten in de vijver en/of ook de vissen daarin. Hoe dan ook: in een zelf gebouwde vijver in een strakke vorm, een vijver met een natuurlijke vorm of een kant en klaar gekochte vijver zijn waterplanten op hun plaats. Hierop is wel een speciale vijver met koikarpers een uitzondering.  

De waterlelie (Nymphaea) is een van de meest begeerde waterplanten vanwege de schitterende bloemen, die de plant kan voortbrengen. Onder de waterlelies zijn meer dan vijftig soorten en een honderdtal hybriden. De groep is in te delen in winterharde waterlelies, tropische waterlelies, waterlelies die overdag bloeien, en soorten en hybriden, die alleen ‘s nachts bloeien. Hoe begeerlijk tropische waterlelies ook zijn, de winterharde soorten zijn in ons klimaat meer op zijn plaats. Winterharde soorten zijn, mits goed geplant, een lang leven beschoren.

Geen onbezonnen aankoop doen

Wie een waterlelie in z’n vijver wil planten, doet er goed aan zich vooraf goed te oriënteren op de eigenschappen en de eisen die de soort of variëteit stelt. Belangrijke zaken die de revue moeten passeren, zijn vooral de diepte van de vijver en de omvang daarvan. Eisen aan de diepte variëren bij de waterlelie. Grofweg zijn er lelies, die in een maximale waterdiepte van tien centimeter kunnen groeien, maar ook zijn er lelies, die ten minste vier meter water boven zich eisen. Daartussenin zijn er talrijke soorten en variëteiten, die in een minder grote waterdiepte groeien.

Nymphaea hybr. ‘General Pershing’ is een tropische waterlelie. Deze waterlelie moet overwinteren bij een minimale
watertemperatuur van 10 °C.

Op de tweede, niet onbelangrijke plaats speelt de uiteindelijke bedekkingsgraad van het wateroppervlak door een lelie een grote rol. Waterlelies hebben hun wortelstok op de bodem (submers): hetzij in een natuurlijke bodem, hetzij in vijversubstraat in een mandje. De bladen van een waterlelie drijven op het wateroppervlak (epilimnion) en de bloemen groeien daarbovenuit. Wanneer de keuze voor een waterlelie gebaseerd is op de beschikbare ruimte, dan is de waterlelie een lang leven beschoren.

Alle soorten en variëteiten van waterlelie hebben stilstaand, voedselrijk water nodig om te kunnen groeien en bloeien. Daarnaast is de waterlelie zeer gediend met de aanwezigheid van een paar vissen in de vijver. Zij zijn onontbeerlijk om kleine insecten en waterslakken van de waterlelie af te houden. Een waterlelie kan vanaf een leeftijd van drie tot vier jaar worden vermeerderd door de wortelstok te scheuren of er wortelspruiten van te nemen. Vermeerderen kan in het voorjaar worden uitgevoerd. Daarnaast kan het soms lukken om rijp geworden zaden in het voorjaar te zaaien. Zaaien in zand met daarboven permanent een laagje water van ten minste één centimeter water.

Goede hybriden van de waterlelie

Nymphaea hybr. ‘Isabelle Pring’ behoort tot de tropische waterlelies en bloeit overdag. De plant is levendbarend. Bloeit het beste in een ondiepe vijver, waar het water door de zon kan opwarmen. Bloeiperiode juni – augustus. Plantdiepte 45 – 75 centimeter. Plant de lelie in een mand. Nymphaea hybr. ‘Isabelle Pring’ kan 2 – 3 meter breed uitgroeien. Bloemen zijn roomwit en fijn gepunt. Centraal een botergeel hart. De bloem kan 20 – 25 centimeter in doorsnede worden.

Nymphaea hybr. ‘Firecrest’ is een geheel winterharde waterlelie. De plant bloeit eind mei – eind september. De plant wordt tot 1,50 meter breed en is geschikt voor een waterdiepte van 45 – 75 centimeter. De bloem is egaalroze en heeft een vlammend. oranje hart.

Nymphaea hybr. ‘Formosa’ is geheel winterhard. De plant bloeit beter naar gelang hij langer vaststaat. Plant in een mandje op een waterdiepte van 45 – 70 centimeter. De bloemen zijn bij een jonge plant zachtroze, bij een oudere plant is de kleur hardroze.

Nymphaea hybr. ‘Caroliniana Perfecta’ is winterhard. De plant bloeit overdag. Het is een dieproze bloeiende waterlelie. De lelie kan een wateroppervlakte van 1,50 meter bedekken. Plant deze lelie in een mand op een waterdiepte van 45 centimeter. Het is een vroeg bloeiende hybride. Bloei vanaf mei tot in augustus. Er bestaat ook een witte hybride: Nymphaea hybr. ‘Caroliniana Nivea’.

Nymphaea tuberosa var. maxima is winterhard. De plant bloeit overdag. Het is een Amerikaanse hybride. De plant bloeit met zuiver witte bloemen. Het is een lelie, die uitsluitend geschikt is voor een vijver met een groot wateroppervlak. Deze waterlelie groeit snel uit. Plant de lelie op een waterdiepte van 40 – 60 centimeter.

Nymphaea hybr. ‘Snowball’ is winterhard. De plant bloeit overdag. Het is een Amerikaanse hybride. De plant bloeit met halfgevulde tot geheel gevulde witte bloemen. Het is een langzaam groeiende waterlelie, die een betrekkelijk klein oppervlak, 1.00 – 1,50 meter, van de vijver zal bedekken. Plant de lelie op een waterdiepte van 40 – 60 centimeter.
Aponogeton distachyos is de Kaapse waterlelie. De plant valt op door het lintvormige blad, dat soms paars gemarmerd is. Bloemen zijn zuiver wit. De zwarte helmknoppen steken fraai af tegen de kelkbladen. Bloemen geuren licht naar vanille. De lelie kan het hele jaar bloeien, maar soms is dit beperkt tot het voor- en najaar. Door middel van uitzaaien vermeerderen de planten zichzelf. Scheuren van de blaasvormige knolkluiten kan in het voorjaar. 

Tropische waterlelies zoals Nymphaea hybr. ‘Leopardess’, Nymphaea hybr. ‘General Pershing’, Nymphaea hybr. ‘Isabella Pring’, Nymphaea hybr. ‘Emily Grant Hutchinos’ (‘nachtbloeiend’), Nymphaea hybr. ‘Missouri’ (‘nachtbloeiend’), Nymphaea hybr. ‘William B. Shaw’, Nymphaea hybr. ‘Magaret Randig’ moeten in de winter binnen in een kas overwinteren. De minimale watertemperatuur moet gehouden worden op 10° C. Vandaar dat het handig is om tropische waterlelies in ons klimaat in een mandje te houden. Overwinteren van de wortelstokken in permanent vochtig zand kan ook.

De waterhyacint, een (verboden) warme schoonheid

In landen met een warm klimaat is de teelt van de waterhyacint verboden. De plant vermeerdert zich zo razendsnel, dat rivieren verstopt kunnen raken en scheepvaart vrijwel onmogelijk wordt. Ons koele klimaat overleeft de plant niet. In de winter bevriezen de sponsachtige bladvoeten direct en sterft de plant af.

Eichhornia crassipes
De waterhyacint bloeit met bleekviolette bloemen en een goudgele markering

De waterhyacint is hier daarom een tijdelijke bewoner van vijver of een met water gevulde bak op balkon of terras.

De waterhyacint behoort tot de familie van de snoekkruiden (Pontederiaceae), waartoe ook een andere interessante waterbewoner, snoekkruid behoort. De waterhyacint (Eichhornia crassipes) is een drijvende plant, die zich niet aan de bodem verankert. In luttele tijd groeit een klein plantje uit tot een geweldig veld en beneemt andere planten, die wel aan de bodem zijn verankerd, al het licht. Gelukkig maar dat dit verschijnsel alleen in tropische en subtropische wateren voorkomt.

Een waterhyacint heeft een gezwollen, bolvormige bladvoet. Wie zo’n bladvoet eens opensnijdt, zal zien dat zich daarin een wit sponsachtige substantie bevindt. De bladvoet is voornamelijk gevuld met lucht en daardoor blijft de plant goed drijven. Onder de bladvoet bevinden zich ragfijne wortels, die voedsel uit het water opnemen. De glimmende, ronde, dikke en vettige bladen staan in rozetvorm boven de bladvoet. De waslaag op het blad zorgt ervoor dat de huidmondjes niet door water en verontreinigingen daarin verstopt raken. De plant neemt via de groene delen zuurstof uit de lucht op, maar ook zuurstof via de wortels uit het water.

Eichhornia crassipes bloeit in juni – juli met eindstandige lilablauwe bloemen in aren. De bloem lijkt op die van een hyacint. Het bovenste bloemblad draagt een donkerlila macule. Het midden van de macule wordt gemarkeerd met een diepgele vlek, omgeven door verticaal lopende donkerlila lijnen.
Een waterhyacint kan vanaf half mei buiten worden gehouden: in een vijver of een met water gevulde bak. Aan het einde van de herfst moeten enkele exemplaren apart worden gehouden om te overwinteren op een vorstvrije plaats. Het beste is de planten in een verwarmde kamer te laten overwinteren op een lichte plaats.

Ook in EU verboden

De Europese Commissie heeft besloten, dat de waterhyacint per 3 augustus 2016 in de Europese Unie een verboden plant is. Dat geldt ook voor andere schadelijke, exotische planten.

Meer informatie (ministerie van Economische Zaken):
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

Schizostylis coccinea, kafferlelie

De kafferlelie groeit in delen van Zuid-Afrika langs stroompjes met snelstromend water. Het woord kaffer is afgeleid van het Arabische woord kafir, dat ongelovige betekent.

Schizostylis coccinea ‘Mrs. Hegarty’

Iets meer betekenis krijgt de kafferlelie als hij in verband wordt gebracht met de kaffers. Een verzameling bantoestammen, waartoe zoeloes en bantoes worden gerekend. Deze twee stammen voerden in Zuid-Afrika ettelijke oorlogen tegen de Engelse kolonisten. Uiteindelijk werden de bantoes in 1878 voor het laatst verslagen door de Engelsen.

De kafferlelie (Schizostylis) behoort tot de familie van de lisachtigen (Iridaceae). De oorspronkelijke kafferlelie (Schizostylis coccinea) is scharlakenrood van kleur. De tweede naam coccinea duidt daarop. De kafferlelie groeit voornamelijk in het zuidoosten van Zuid-Afrika. Daar komt de plant in grote aaneengesloten groepen voor op vochtige oevers langs stromende rivieren. De plant heeft grasachtig blad en groeit op een warme plaats in de zon. Een kafferlelie is een vaste plant, die het vooral in de omgeving van een vijver uitstekend zal doen. Naast een vochtige grond is een voedzame, humusrijke grond van belang voor een goede groei en bloei. Wie geen vijver heeft, maar toch deze schitterende plant in bloei wil zien, kan de plant (ook op het balkon) met (gebakken) bloempot en al in modderige grond zetten. Let erop, dat een kafferlelie niet lang zonder vocht kan.

De kafferlelie is variabel
wat bloemkleur betreft

Te laat water geven een onherroepelijk dood.

In ons koele klimaat heeft de kafferlelie in de winter wel enige bescherming in de vorm van bladdekking nodig. De plant is een overblijvende, vaste plant. Een nadeel van de kafferlelie is dat slakken graag van de bladen eten en ook komt een aantasting door trips voor.
Langs de stengel staan zwaardvormige, diepgroene bladen. De bladen kunnen, als ze al te slordig en overheersend aan de stengel groeien, worden bijgesneden. Bloemen verschijnen langs de tot 80 centimeter lange stengel aan het begin van het voorjaar en onder gunstige omstandigheden tot aan het invallen van de winter. De kafferlelie is heel goed houdbaar als snijbloem en is daarom in zomerboeketten dikwijls aan te treffen.

Vermeerderen

Als een kafferlelie het goed naar de zin heeft, kan hij flink uitgroeien. Naarmate de planten elkaar meer en meer gaan beconcurreren, wordt de groei en bloei minder. Dit verschijnsel is vooral zichtbaar als de planten 3 tot 4 jaar vaststaan. Dan wordt het tijd om de planten in het najaar te scheuren en op afstand van elkaar opnieuw uit te planten. Soms worden onder gunstige onstandigheden zaden gevormd. Die kunnen in het voorjaar in een een verwarmde kas of in de vensterbank op een warme plaats tot kiemen worden gebracht.

Variëteiten Bloemkleur
‘Grandiflora’ karmozijnroze
‘Mrs. Hegarty’ roze
‘Sunrise’ zalmroze
‘Viscountess Byng’ lichtroze

De gele lis is beschermd

In mei – juni bloeit de gele lis. Gele lis (Iris pseudacorus) behoort

Drie stadia van de gele lis: (boven) bloem in knop, (midden onder) in bloei en (midden links) het vruchtbeginsel

tot het vertrouwde beeld van Hollandse poldersloten en moerassen. Tot voor kort (december 2002) helaas, de plant neemt in aantal af. Met uitsterven bedreigd, zoals zoveel andere planten. Een bosje met deze fraaie bloemen was gauw geplukt. Tegenwoordig moet je ernaar zoeken.

Het opvallendst aan de gele lis zijn de drie afhangende bloemdekslippen. Dicht bij het centrum van de bloem zijn op deze bloemdekslippen opvallend getekende macules (honingmerk) te zien. De binnenste slippen staan min of meer rechtop en hebben geen tekening op de slippen. Tussen deze binnenste slippen bevindt zich de stempel, daaronder de stijl en weer daaronder het vruchtbeginsel. De meeldraden zitten onder de stempellobben, goed beschermd tegen regen en opspattend water.

Gele lis groeit in het ondiepe gedeelte langs waterkanten en in moerassen

Bijen en hommels bevruchten de bloem met stuifmeel, dat boven op hun rug zit.
Bevruchting gebeurt wanneer ze honing diep weghalen uit de honingbakken aan de onderkant van de stempellobben.

Gele lis wordt gekweekt voor gebruik in vijvers en gebruik op vaas. Het is dus niet meer te rechtvaardigen om lissen uit het wild te halen. Gele lis wordt negentig cm hoog en groeit in een waterdiepte van ca dertig cm. Vermeerdering door zaad en scheuren van wortelstokken. De plant is het meest geschikt voor grote vijvers; in kleine vijvers groeit de oever te snel dicht.
Naast gele lis zijn er tal van andere gekweekte irissen geschikt als oeverbeplanting.

 Andere soorten

Botanische naam Kenmerken
Iris laevigata – blauwpaarse bloemen
– heeft een opvallend geel honingmerk
– groeit in een waterdiepte van 10 cm
– hoogte 60 – 90 cm
Iris laevigata ‘Dorothy Robinson’ – intens blauwe bloemen
– hoogte 40 – 45 cm
Iris laevigata ‘Black Gamecock’ – fluweelachtige, paarse bloemen
– hoogte 60 cm
Iris laevigata ‘Bayou Comus’ – diepgele bloemen
– hoogte 60 cm
Iris pseudacorus ‘Flore Pleno’ – bleekgele bloemen, die klein van stuk zijn
– hoogte 40 – 45 cm
Iris robusta ‘Gerald Darby’ – mauveroze bloemen
– wordt 60 – 90 cm hoog
Iris versicolor – blauwe lis
– is geschikt voor middelgrote vijvers
– wordt 60 cm hoog
Iris versicolor ‘Kermesina’ – donkerroze, blauwe bloem
– hoogte 50 – 60 cm
Iris versicolor ‘Rosea’ – licht rozigpaarse bloem
– hoogte ca 60 cm

Dotterbloem bloeit boven mooi glanzend blad

De dotterbloem brengt het moeraslandschap tot leven. Randen van sloten en sompige plaatsen zijn ermee gesierd. Boven het glimmend groene blad schitteren de oranjegele bloemen in de stralen van de zon, die nog niet gehinderd wordt door een nieuw bladerdak aan bomen. Meerkoet en zwaan nestelen zich te midden van dit voorjaarsspektakel. De dotterbloem is een favoriet van de meeste vijverbezitters.

Groot... ...en veel
De dotterbloem heeft
niet alleen grote…
…maar ook heel veel bloemen

Voor de dotterbloem (Caltha palustris) is een blijvend vochtige grond nodig om grote pollen te vormen. Schommelingen in het bodemvocht zijn de oorzaak van het klein blijven van de plant. Ook het blad verliest dan snel glans. Op zouthoudende, vochtige gronden groeit de dotterbloem al helemaal niet. Wie z’n collectie dotterbloemen wil uitbreiden, moet de plant aan het begin van de groei in kleinere stukken scheuren of ervoor zorgen dat zaad in vochtige grond kan ontkiemen. Bij vochtig weer in september of oktober openen de kokervormige bruine vruchten zich. Wie nieuwe plantjes uit zaad wil laten groeien, kan de zaden ook in pot zaaien en later uitplanten. Ben je er niet op tijd bij om zaden op te vangen, dan doet de natuur zelf zijn werk.

De dotterbloem behoort tot de familie van de ranonkelachtigen (Ranunculaceae).

De dotterbloem heeft bijna rond tot niervormig blad

In grote delen van de wereld komt de plant algemeen voor. De hoogte van de plant wordt vijftien tot zestig centimeter. Hoofdmoment van de bloei: maart – april en soms nog augustus – september. De bloemen kunnen goed op vaas worden gehouden. De dotterbloem groeit op beschutte plaatsen in halfschaduw of zon. Was na het snijden van de bloem(en) goed de handen en houdt kinderen uit de buurt van het water in de vaas: de plant is licht giftig.

De dotterbloem bloeit met zestallige bloemkelkbladen. In het midden staan concentrisch geplaatste rijen van meeldraden rond de bloembodem. Kroonbladen zijn volledig afwezig. Bloemen worden graag bezocht door kevers en bijen, die voor bevruchting zorgen. In het najaar zijn er aan de dotterbloem mooie, bruine, langwerpige vruchten te zien.

Gekweekte tuinsoorten

Botanische naam Bloemkleur Hoogte (cm)
Caltha palustris goudgeel 45 – 60
Caltha palustris var. alba wit met goudkleurig hart 30
Caltha palustris ‘Multiplex’ feloranje, dubbelbloemig 15 – 30
Caltha polypetala geel 45 – 75