Ravenea rivularis

Een Nederlandse naam bestaat er niet voor deze palmachtige. De palm wordt geteeld om een huiskamer te sieren of om een groene uitstraling te verlenen aan een grote ruimte. Van oorsprong komt Ravenea uit China, waar de plant langs waterlopen in de laaglanden bij de Himalaya op grote schaal voorkomt.

Ravenea rivularis is nog maar sinds kort (2003) te koop op de Nederlandse markt.

Ravenea rivularis heeft sierlijke uitgebogen stengels met grasachtig blad

Het is een uitstekende plant om vooral binnen te gebruiken. In de zomer kan de plant buiten worden gehouden op een licht beschaduwde plaats. De palm heeft een opgaande groeiwijze en buigt halverwege de stengel licht naar buiten. De stengels met bladen worden twee tot tweeëneenhalve meter lang. De lichtgroene bladen staan langs de stengel verspreid. De bladen zijn 20 tot 25 centimeter lang. Stengel en bladen hebben dezelfde lichtgroene kleur, alleen aan de basis is de stengel geelachtig tot grijs. Ravenea wordt in een grote pot geteeld.

De tweede naam (rivularis) zegt al veel over de eisen, die de plant stelt. Rivularis betekent ‘langs beken voorkomend’. Dus moet de grond permanent vochtig worden gehouden, zonder dat er sprake van is, dat er water aan de voet van de wortels blijft staan. Plant Ravenea in een ruime pot met palmengrond. In het groeiseizoen gedurende de zomer moet er om de twee weken vloeibare mest voor groenblijvende planten worden gegeven. In het winterseizoen wordt eens per maand een beetje vloeibare mest aan het gietwater toegevoegd. In de zomer de plant geregeld met water bespuiten. De bladen blijven zo mooi schoon en de plant reageert door nieuwe stengels met bladen te maken. Haal de plant in het najaar voor de herfststormen losbarsten binnen en zet hem op een lichte plaats. Bij een temperatuur van minimaal 17 °C. kan de plant overwinteren.

Trachycarpus fortunei, de Chinese waaierpalm

‘Iemand inpalmen’ is gelijk aan iemand voor een standpunt winnen. Nu slaat dit niet direct op een boomachtige palm, maar meer op iemands handpalm. Het heeft een wat negeatieve bijklank; greep op iemand krijgen.

Trachycarpus fortunei

Voor de Chinese waaierpalm zou ik u wel willen inpalmen. Dit tot de meest winterharde palmen behorende geslacht is zeker voor beginners, die eens een palm in de tuin zouden willen laten groeien, het meeste aan te bevelen. Er zijn enkele goed te gebruiken Trachycarpus-variëteiten te koop.

Het geslacht Trachycarpus telt zes soorten. Daarvan zijn enkele soorten geschikt om buiten in de tuin te groeien. Deze soorten zijn redelijk winterhard. Met wat voorzorgsmaatregelen komen ze goed de winter door. Het geslacht behoort tot de familie van de palmachtigen (Arecaceae of Palmae).

Waaiervormig samengesteld blad

Trachycarpus fortunei groeit van nature in het zuiden van China en tot op betrekkelijk grote hoogte in het Himalayagebergte. Grote verschillen in temperatuur op de natuurlijke groeiplaats maakt deze palm zo geschikt voor ons klimaat. Een temperatuur tot -16 °C wordt door de palm verdragen. Bij een lang aanhoudende winter of een winter met veel sneeuw is bescherming nodig. Deze palm heeft rondom de stam rafelige vezels; een welhaast natuurlijke bescherming tegen een lage temperatuur. Plant Trachycarpus op een tegen wind beschutte plaats in de halfschaduw of volle zon. Het is een oppervlakkig wortelende palm, die zich wel goed laat verplanten, mocht dat nodig zijn. De bladen staan op lange stengels in waaiervorm. Het zijn samengestelde bladen bestaande uit spitse segmenten. Een waaier kan tot anderhalve meter breed worden.

 
Trachycarpus fortunei kan tot 9 meter hoog worden Vruchten van Trachycarpus fortunei

Bloemen en vruchten

Trachycarpus kan in goede zomers met gelige bloemen bloeien. De bloemen staan in lange, opvallende tuilen. Na de bloei vormen zich donkerblauwe bessen in trosvorm. De bessen zijn zo groot als een flinke knikker en iets wit bewaasd. Het is een spectaculair gezicht als er veel trossen met bessen zijn.

Andere Trachycarpus-soorten/variëteiten

Trachycarpus fortunei ‘Charlotte’ is een gekloonde variëteit afkomstig uit Charlotte in North Carolina. Deze variëteit is redelijk winterhard.
Trachycarpus fortunei ‘Queensboro’ is heel goed bestand tegen vorst tot -18 °C. Deze variëteit is ook afkomstig uit de Verenigde Staten.
Trachycarpus nanus groeit met meer blauwgroen blad. Het is een dwergvorm met waaiers tot dertig centimeter groot. Goed bestand tegen een temperatuur rond -15 °C. De palm is geschikt voor een zonnige standplaats op wat droge grond.
Trachycarpus takii komt van nature voor in vochtige eikenbossen in de Himalaya. Deze palm kan tot zes meter hoog worden. Het is een langzame groeier. De stam is aanvankelijk glad, maar aan de top bedekt met bruine vezels (restanten van afgestorven blad). Deze palm kan lage temperaturen van -13 tot -18 °C aan. De bloemen zijn wit en er komen paarsachtige, niervormige besvruchten aan. Het waaiervormige blad wordt 30 tot 40 centimeter breed.

Washongtonia filifera

Washingtonia is een waaierpalm. Het geslacht telt twee soorten. De ene soort groeit in Arizona en het zuiden van Californië, de andere in Mexico. Deze palm maakt een rechte stam.

Washingtonia filifera heeft katoenachtige
draden aan de bladen

In Californië wordt deze palm ook wel petticoatpalm genoemd, omdat de afgestorven bladen als een rok rond de stam blijven hangen. De palm kan in de zomer buiten staan, maar moet ‘s winters binnen overwinteren.

Washingtonia behoort tot de familie van de Arecaceae (Palmae). In het zuiden van de Verenigde Staten is deze palm op grote schaal als laanbeplanting te zien. De palm kan tot achttien meter hoog worden. Bij ons is een hoogte van vier meter al formidabel. De petticoatpalm groeit met een rechte, onvertakte stam. De grote bladen groeien aan de top. Daaronder hangen de afgestorven bladen tegen de stam aangedrukt om daar uiteindelijk door de wind vanaf te vallen. De bladen zijn opgebouwd uit spitse segmenten. Tussen de segmenten en aan de bladen groeien lange, witte, katoenachtige draden, die kenmerkend zijn voor Washingtonia filifera.

De palm kan in doorsnede viereneenhalve meter breed worden. In de loop van het seizoen verschijnen aan een volwassen palm kleine witte bloemen op lange stengels, die ver buiten de kroon uitsteken. De bloemen staan zeer regelmatig langs de bloemstengels. De bevruchte bloemen worden later geelbruine (steen)vruchten, die in de winter volkomen zwart worden. Zaden kunnen in het voorjaar worden gezaaid.
Washingtonia robusta groeit voornamelijk in Mexico. Deze palm kan meer dan vijfentwintig meter hoog worden. De palm lijkt op Washingtonia filifera, maar is slanker van vorm. De bladen zijn minder spits en minder gesegmenteerd. De vruchten zijn bruin.

Overwinteren

Beide palmen kunnen in de zomer op een heel zonrijke plaats buiten worden gehouden;. Het zijn liefhebbers van warmte en zon. Vanaf het najaar moeten de palmen binnen overwinteren bij een temperatuur, die niet lager mag zijn dan 18 °C. Verpot deze palmen ieder jaar naar een grotere pot of kuip. Gebruik palmengrond. Die bevat de noodzakelijke voedingsstoffen en is goed water doorlatend.

Palmen, algemeen

Palmen en palmachtigen zijn er te kust en te keur. Er zijn steeds meer (2002) palmen te koop, zowel voor de huiskamer en kantoren en als voor de tuin. Palmen en palmachtigen zijn er te kust en te keur. Er zijn steeds meer (2002) palmen te koop, zowel voor de huiskamer en kantoren en als voor de tuin. We staan wat sceptisch tegenover het gebruik van palmen in de tuin. Onze associatie met palmen en warme gebieden is zo sterk, dat we niet snel geneigd zijn om eens uit te proberen of een bepaalde palm niet in de tuin zou kunnen worden geplant. De voorzichtigen onder ons kunnen eens proberen een palm in de zomer buiten in een kuip te houden. Een stapje verder gaan door de palm ook in de winter buiten in de volle grond te houden is de moeite van het proberen waard. Met enige bescherming tegen vorst kun je er een betoverende tuin aan overhouden.

Als u uw vakantie in Zuid-Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland of Turkije wel eens doorbrengt, dan zult u ongetwijfeld hebben gezien, dat daar andere planten, bomen en struiken groeien. Daaronder zijn ook veel palmsoorten. Wat men zich niet zo snel realiseert, is het feit, dat ook in die landen de winter guur en koud kan zijn. Soms bereiken ons via de tv beelden van sneeuwlandschappen uit die landen, waar we hier jaloers op kunnen zijn. Toegegeven, in die landen vriest het niet zo streng en langdurig als het bij ons wel voorkomt in goede winterjaren. Maar bedenk wel, dat zelfs in hete woestijngebieden de temperatuur in de nacht vaak tot enkele graden onder nul daalt. De conclusie kan worden getrokken, dat er palmsoorten bestaan die wel een paar graden kou kunnen verdragen. Daar ligt dan een goede uitdaging om in de tuin eens met palmen te gaan experimenteren.

Beschermen

Jonge palmen moeten in ons klimaat beschermd worden tegen felle wind. Geef een palm een beschutte plaats. Felle wind zorgt voor snelle verdamping van vocht en beschadigingen van blad en groeipunt of ‘speer’. Sommige palmsoorten wortelen oppervlakkig, waardoor kans op omwaaien aanwezig is. Een palm die al geruime tijd in de tuin staat, is op den duur beter opgewassen tegen wind. Aan het begin van de winter is het nodig om de palm(en) in te pakken tegen vrieskou. Gebruik van stro of dennentakken in combinatie met rietmatten is dan een geëigend middel. Vooral de kop moet goed worden afgeschermd tegen invallende regen. Immers, bij een lage temperatuur kan dit vocht overgaan in ijs. Tegen sneeuw is een zelfde bescherming nodig. Al die maatregelen moeten vooral gericht zijn op het beschermen van het groeipunt. Pas in het voorjaar, als de kans op vorst nihil, is kan de winterverpakking worden verwijderd.

Grond en bemesten

Palmen groeien in humusrijke grond die verschraald is met zand. Zand zorgt voor een goede doorlatendheid van water. Blijft water rond de wortels lange tijd aanwezig, dan is de kans op verrotten groot. Onder humusrijke grond wordt verstaan: een mengsel van goed verteerde bladaarde, oude koemest en verteerde houtsnippers of boomschors. In plaats van zand zijn styroporkorrels, hygromul of perlite heel goed te gebruiken. Er is speciale palmengrond te koop. Zonder zelf te hoeven experimenteren vergemakkelijkt dit het planten. Palmen hebben voor hun groei veel water nodig. Hoe meer doornen een palm heeft, des te groter is de behoefte aan water. Sommige palmen hebben voor hun groei vloeibare mest nodig. Deze mest kan het beste in het voorjaar worden gegeven; voor de rest van het seizoen is bemesten uit den boze. In plaats van vloeibare mest is een kleine gift oude, verteerde koemest erg goed.

Temperatuur

Naar gelang het geslacht stellen palmen eisen aan de standplaats. Er zijn palmsoorten, die redelijk goed tegen kou kunnen (Chamaerops excelsa, Corypha australis, Phoenix canariensis, Areca sapida, Areca baueri, Seaforthia elegans, Jubaea chilensis, Nannorrhops ritchiana, Rhapidiophyllum histrix, Sabal minor, Sabal x texensis, Serenoa repens, Trachycarpus fortunei, Trachycarpus fortunei ‘Charlotte’, Trachycarpus fortunei ‘Queensboro’, Trachycarpus nanus, Trachycarpus takii) en Trachycarpus wagnerianus. Palmen die in de winter wel warmte moeten hebben, zijn onder andere Brahea armata, Butia capitata, Chamaerops humilis, Livistonia chinensis, Sabal mexicana, Cocos weddelliana, Cocos flexuosa en Cocos nucifera. Deze laatste palmensoorten moeten in de winter absoluut worden ingepakt.
Vertrouw er niet op, dat palmen goed winterhard zijn; pak ze dus altijd in. Behalve het inpakken van een palm is het nodig de grond rondom de voet goed te bedekken met een dikke laag blad.

Ziekten en gebreksverschijnselen

Het groeipunt van een palm is is gevoelig voor bacterie- en schimmelaantastingen. Schimmels krijgen een kans als het groeipunt beschadigd raakt. Daarom is beschermen en droog houden van het groeipunt gedurende de winter van buitengewoon belang. Het is aan te raden, uit voorzorg, aan het begin van lente het groeipunt te bespuiten met een middel tegen schimmel, zoals Sulphon of Baycor. Bladen die tijdens de winter afsterven, worden in het voorjaar verwijderd. Al bevriezen alle bladen, dan nog is er geen sprake van verlies van een palm. Zolang het groeipunt niet beschadigd is, kan een palm weer uitlopen en nieuwe bladen maken. Natuurlijk moet er wel naar worden gestreefd om de bladen gezond en wel door de winter te helpen. De bladen van palmen kunnen lichtgeel worden, terwijl de bladaanzet langs de stengel wel groen is. Dit verschijnsel is een gevolg van ijzergebrek. IJzergebrek (chlorose) treedt vooral op als de grond kalkrijk is of een hoge pH (zuurgraad) heeft. Een gift ijzer is dan op zijn plaats. Op gronden die juist lichtzuur tot zuur zijn (lage pH), kan een palm magnesiumgebrek vertonen. Ook in dit geval wordt de bladkleur lichtgroen tot gelig groen. Een bemesting met magnesium is dan nodig.

Vermeerderen

Het vermeerderen van een palm is niet eenvoudig. In de meeste gevallen wordt een palm gezaaid. De moeilijkheid begint al bij het verkrijgen van zaden. Vervolgens kom je erachter, dat er grote verschillen zijn in kiemkracht, zelfs als het zaden betreffen van een en dezelfde palm. De keiharde zaden moeten worden voorgeweekt in water. Of – liever – wikkel ze in vochtige watten en plaats ze op een warme ondergrond. Het water/vocht moet warm blijven. Weken gedurende vierentwintig uur.
Hierna worden de zaden in een luchtig grondmengsel gestoken. Voor een goede kieming is een bodemtemperatuur tussen de twintig en dertig graden nodig. Steek elk van de zaden in een aparte, diepe en grote pot. Zijn de kiemen eenmaal opgekomen, dan moeten de jonge planten drie tot vijf jaar in een kas of warme serre verder groeien. Met een enkele palmsoort is delen mogelijk: Chamaerops en Rhapidophyllum laten zich vrij gemakkelijk delen.

Phoenix canariensis, de Canarische dadelpalm

De Canarische dadelpalm behoort tot een geslacht met meer dan vijftien van elkaar verschillende soorten. De palm wordt gebruikt voor laanbeplanting in Griekenland, Turkije en andere landen ten zuiden van de Middellandse Zee.

Een Canarische dadelpalm met verse, niet te eten dadels

Typerend zijn de eikelachtige vruchten en de fraaie stam.

De Canarische dadelpalm is bij ons een geliefde kamerplant. Deze palm kan zeker in de zomer buiten staan. Oudere exemplaren kunnen mits ze in de winter worden beschermd buiten blijven. De meeste soorten komen van nature voor in de tropen en subtropen. De echte dadelpalm (Phoenix dactylifera) is inheems in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De Canarische dadelpalm komt, zoals de naam al zegt, voor op de Canarische eilanden. De vruchten van deze palm zijn niet te eten; die van de echte dadelpalm wel.

Bloem, blad en stam

Een dadelpalm bloeit met bloemen in hangende tuilen. Het zijn kleine bloemen, die weinig opvallen. Voor vruchtzetting zijn palmen van verschillend geslacht nodig; de dadelpalm is tweehuizig. Bloemtuilen komen aan lange stelen, die tussen de bladen in de kroon ontspruiten. Na de vruchtzetting vormen zich lange en dikke trossen met gelige dadels. De bladen staan op stevige stengels in kransen aan de top van de boom.

De stam van een dadelpalm is bezet met resten van voormalige stengels

Stengels met bladen kunnen enkele meters lang worden. De stengels zijn aan de top licht naar beneden gebogen, iets wat heel karakteristiek voor de dadelpalm is. De bladen zelf voelen hard aan. Aan de basis van de stengel staan scherpe stekels.

Een dadelpalm kan wel tot dertig meter hoog worden, terwijl de kroonomvang tien meter kan bedragen. De stam kan tot één meter dik worden. De stam is bezet met de oude aanhechtingen van bladen. Elke oude aanhechting verspringt rondom de stam en vormt daarmee een karakteristiek patroon voor de stam. De dadelpalm heeft als laanbeplanting de ruimte nodig. De Canarische dadelpalm wordt minder hoog; vijftien meter maximaal.

Verzorging

Een dadelpalm groeit op matig humeuze grond. De grond moet overtollig water snel kunnen doorlaten. Een plaats in de volle zon is het beste, op een plaats in de halfschaduw groeit de dadel wat minder goed. De dadelpalm kan redelijk goed tegen felle wind. Dat maakt hem aantrekkelijk voor een plaats in de tuin. Vergeet niet de dadelpalm in de late herfst goed in te pakken of – als hij nog niet zo hoog is geworden – binnen te zetten om te overwinteren. Overwinter de palm dan in een temperatuur niet lager dan 16 °C.

Cycas revoluta, de meest geteelde cycaspalm van de wereld

De cycas- of valse sagopalm heb je voor je leven. Deze palmvaren kan tot wel honderd jaar oud worden. In de hele wereld is de palm te vinden op pleinen, in patio’s, langs winkelstraten en in kantoorgebouwen.

Cycas revoluta is in trek voor versiering van patio’s (El Real Alcázar de Sevilla)

De palm is niet winterhard, maar kan gedurende de zomer op een plaats in de halfschaduw op een tegen wind beschutte plaats in de tuin staan. Deze palmvaren neemt genoegen met een kuip of grote pot. Het is een gemakkelijk te verkrijgen palm.

De valse sagopalm (Cycas revoluta) groeit van nature op enkele eilanden in het zuiden van Japan. Het is een uiterst trage groeier. Grote exemplaren zijn daarom kostbaar. Het is de enige palmsoort van het geslacht, die in niet tropische gebieden kan groeien. Andere leden van het geslacht groeien in warme gebieden van Australië, op Madagaskar en in Zuid-Oost-Azië. Cycas behoort tot de orde van de Cycadopsida (palmvarens) en in engere zin tot de familie van de Cycadaceae. Een valse sagopalm kan uitgroeien tot een hoogte van drie meter, maar dat is bij ons uitzonderlijk hoog.

Voortplantingsorganen

Aan de top van de stam groeit een geveerde kroon, gevormd door stengels met hard aanvoelende, geveerde bladen.

Een palmvaren kan wel een doorsnede drie meter hebben

De smalle, lange bladen zijn tot twintig centimeter lang. Ze staan langs tot anderhalve meter lange stengels. De palm kan één- of meerstammig zijn. Het is een zetmeelhoudende stam. Cycas is een naaktzadige plant (Gymnospermae) en tweehuizig. De vrouwelijk organen zijn te vinden rondom de stam bij de top als bladachtige organen. Ze zijn donzig zacht. De mannelijke organen staan als kegels op de stam. Ze zijn roestbruin. De zaden zijn bijzonder hard en hebben een eivorm.

Verzorging

Cycas groeit in een goed doorlatende en luchtige grond. Het beste is speciale palmengrond. De grond moet licht vochtig worden gehouden. Te veel water of een stagnerende waterafvoer leidt tot het afsterven van de palm. Zet deze palm in de zomer buiten. Jonge palmvarens prefereren halfschaduw; oudere exemplaren kunnen in getemperde zon staan. Het is geen palm om in de winter buiten te houden. Laat de palm vorstvrij op een koele plaats overwinteren.
Cycas kan worden vermeerderd door zaaien of door zijscheuten te laten wortelen in palmgrond.

Howea fosteriana, kentiapalm

De kentiapalm (Howea fosteriana) is tegenwoordig (2002) een veel gevraagde huispalm. Deze palm heeft niet veel verzorging nodig. In de zomer kan hij op een licht beschaduwde plaats in tuin en patio worden gehouden. In het gebied waar Howea van nature groeit, kan de palm tot bijna twintig meter hoog worden.

Kentiapalm is een goede kamer- en patioplant

In pot of kuip kunnen ze jaren lang blijven staan zonder dat er verpot moet worden. De kentiapalm wordt in dat geval tot zo’n drie meter hoog. Het is een vorstgevoelige palm, die toch wel bij een lage temperatuur kan worden gehouden.

Howea fosteriana groeit van nature op Lord Howe Island voor de oostkust van Australië. De eerste naam is afgeleid van de hoofdstad op het eiland: Howeia. De tweede naam is afkomstig van de Duitse plantkundige H. von Forster (1847 – 1930). Het geslacht behoort tot de familie van de Arecaceae, waartoe onder meer ook Brahea, Butia en Trachycarpus behoort. Howea heeft sierlijk geveerd blad aan lange, gladde stelen. De bladen bevinden zich aan het topeinde van de gladde stam. Van nature groeit deze palm op tussen andere bomen in. Ook direct aan het strand is de palm in groepen te vinden. Een licht beschaduwde plaats is vereist. Zeker als het een jonge palm betreft.

Verzorging

De kentiapalm groeit op luchtige, goed water doorlatende grond. In een mengsel van palmengrond en wat humus kan deze palm jarenlang groeien. Naast een licht beschaduwde plaats mag de luchtvochtigheid niet te laag zijn; anders wordt het blad of de bladrand eerst geel en later bruin. Ook als water kalkrijk is of de grond te veel kalk bevat, worden de bladpunten bruin. Spuit de palm af en toe met water af. De bladen worden er mooi schoon van en behouden hun groene kleur beter. Let ook op de vochtigheid van de grond. Die mag nooit uitdrogen.
Howea kan uit zaad worden vermeerderd. Om zaden te laten kiemen is een constant warme grond van 27 °C vereist. Een kas is onontbeerlijk om de palm verder groot te brengen. In de winter moet de plant binnen worden gehouden. De temperatuur mag niet lager zijn dan 10 °C en niet veel hoger dan 16 °C. De onderste bladen kunnen bruin worden. Dat is normaal. Verwijder deze bruine bladen.

Chamaerops humilis, een Europese dwergpalm

De dwergpalm komt van nature voor langs de kust van de Middellandse Zee. Het is één van de weinige palmsoorten, die ook op het Europese continent groeit. Daarnaast komt deze palm ook voor in Algerije, Tunesië, Libië, Egypte en Turkije. De dwergpalm kan in de tuin worden gehouden, mits in de winter bescherming wordt geboden tegen vrieskou en sneeuw.

De dwergpalm (Chamaerops humilis) is één van de bekendste palmen.

Chamaerops humilis in een jong stadium

De soort is altijd wel te koop. Deze palm behoort tot de waaierpalmen en is een soort van de familie van de palmachtigen (Arecaceae of Palmae). Het is ook de meest variabele palmsoort. De bladkleur en hoogte kunnen sterk verschillen. Soms is de bladkleur donkergroen en in een ander geval meer grijsgroen. De dwergpalm kan uiteindelijk tot drie meter hoog worden. De bladen van deze dwerg onder de waaierpalmen bestaan uit stijve segmenten van dertig tot veertig centimeter lang. De bladsteel is ook niet langer dan zo’n vijftig centimeter en is bezet met forse stekels.

Bloem en vrucht

Een dwergpalm is voornamelijk meerstammig te koop. De stam is bezet met resten van oude bladen en ziet er daardoor rafelig uit. De palm kan aan het begin van de zomer bloeien met korte pluimen. De mannelijke bloemen geuren naar parfum. De vrouwelijke bloemen staan in een korte pluim. Voor vruchtzetting heb je wel twee palmen van de soort nodig; het is een tweehuizige palm. Aan de vrouwelijke palm kunnen trosjes met op dadels lijkende vruchten komen. De vruchten zijn oranjebruin van kleur.

Grond

De dwergpalm is niet echt kieskeurig wat grond betreft. Op vrijwel alle grondsoorten groeit hij. Al moet er wel sprake zijn van een kalkrijke, goed water doorlatende grond. Van nature komt deze palm voornamelijk voor op kalkrijke grond. Plant of zet een dwergpalm op een zonrijke plaats, hoewel hij ook wel in de halfschaduw kan groeien. Om een hoog exemplaar te krijgen moet je of veel geld neertellen of engelengeduld hebben. Het is een langzame groeier.

Vermeerderen

Een dwergpalm kan worden gezaaid. Zaaien is niet zo moeilijk als bij andere palmsoorten. Het zaad kiemt vrijwel altijd. Zaaien in een koude kas of gewoon in huis gaat heel goed. Gebruik een goede potgrond, waaraan wat verteerde stalmest en kalk zijn toegevoegd. Na het opkomen van de kiemplanten moet de luchtvochtigheid hoog zijn. De palm kan ook worden vermeerderd door een zijscheut bij de wortels af te nemen. De ervaring leert, dat het minder goed groeiende planten zijn dan die uit zaad worden verkregen.

Als u een dwergpalm in de winter buiten wilt houden, moet u hem wel beschermen.