4 tips voor het inrichten van uw tuinkamer en/of veranda

Wanneer u een grote tuin hebt dan is het mooi om er een veranda te plaatsen of een tuinkamer te maken. Het is mogelijk om zonder een al te grote verbouwing een mooie tuinkamer te krijgen. U profiteert van het heerlijke gevoel wat u ervan krijgt. Het zorgt voor meer sfeer en eenheid. We hebben een aantal tips om uw buitenverblijf mooi in te richten.

Kies de juiste beschutting

Er komen veel extra vierkante meters vrij aan woonruimte. Het huis en de tuin smelten ook mooier samen. Het is goed om een veranda met glazen schuifwanden of kozijnen te maken. Het is dan niet nodig om te wachten tot het mooi weer wordt. De eerste zonnestralen bieden al veel plezier. Ook een warm winterzonnetje is erg prettig en aangenaam. Er zijn steeds meer innovatieve dakconstructies om een mooie overdekte veranda te maken. Het is goed om een oplossing te kiezen die onderhoudsarm is. Kies ook de kleur die bij uw woning past.

Trek het door

Kies voor uw eigen stijl en eigen kleuren. Zorg dat het allemaal bij elkaar past. Kies de juiste meubels, materialen en kleuren om het aan te laten sluiten op uw interieur. De kleuren van de vloer dient u ook door te trekken. Het is een idee om het terug te laten komen in de schutting. Er zijn zoveel manieren om meer sfeer te krijgen. Schilderijen, foto’s en ook de verlichting spelen hierbij een belangrijke rol. Een mooi vloerkleed kan voor de nodige rust zorgen. Het is ook heerlijk om met de accessoires te spelen.

De planten

Het wordt natuurlijk helemaal mooi wanneer het ook binnen groen wordt. Kies voor de juiste kleuren en denk ook aan stijlvolle bloempotten. Kies de juiste formaten, kleuren en wissel het mooi af. Zorg dat het lekker groen wordt in de tuinkamer. Zo wordt het een geheel met de tuin. Ideaal toch! Het is ook mogelijk om met de planten een specifieke stijl te kiezen. Veel groen, veel bloemen, grote planten of juiste kleine planten zijn zeer bepalend.

Zorg dat het leefbaar is

Het is belangrijk om te zorgen dat alles mooi bij elkaar past. Het is ook belangrijk om te zorgen dat het goed te onderhouden is. Daarnaast moet u voldoende ruimte om te bewegen hebben. Een mooie tuinkamer is echter meer dan een ruimte waar de tuinmeubels staan.  Kies voor een mooi design en zorg dat het allemaal op elkaar aansluit.

Kies duurzaam en voor de lange termijn

Door voor de lange termijn te kiezen is het mogelijk om volop te genieten de tuinkamer. Een veranda is natuurlijk een investering. Het is daarom belangrijk om het goed te doen. U doet het goed of u doet het helemaal niet is dan eigenlijk het motto. We willen u adviseren om altijd voor kwaliteit te gaan als het om een veranda plaatsen gaat. Het levert op de lange termijn veel meer op. Het is een investering in uw huis. Een waardevermeerdering, zoals een veranda, is altijd een slimme investering!

Welk effect heeft het opknappen van de tuin op je woningwaarde?

Veel mensen dromen van een grote tuin bij hun woning. Het biedt hen de ruimte om te genieten van het mooie weer, samen met het gezin te dineren in de zomermaanden, enzovoorts. Toch is een mooie tuin niet vanzelfsprekend! Veel woningen worden verkocht met een overwoekerde tuin, of een tuin welke volledig bestraat is. In beide gevallen is er voldoende ruimte voor verbetering! Welk effect heeft het verbeteren van een dergelijke tuin op de waarde van je woning? Is het slim om de tuin kort voor het oversluiten van een hypotheek of bijvoorbeeld de verkoop van de woning flink op te knappen? In dit artikel lees je hier meer over.

Fraai ontworpen tuin heeft positief effect op woningwaarde

Een fraai ontworpen tuin heeft een positief effect op de woningwaarde. Denk bijvoorbeeld aan een tuin met een strak gazon, enkele borders met planten, wellicht een kleine moestuin, enzovoorts. Vanzelfsprekend mogen een terras en een plek om te eten niet ontbreken in de tuin. Voorkom dat de tuin te rommelig wordt, bij het gebruik van uiteenlopende stijlen. Een hovenier kan hulp bieden bij het ontwerp van de nieuwe tuin. Daarbij valt op internet veel inspiratie te vinden voor het inrichten hiervan.

Extra luxe toevoegen aan de tuin

Nog groter is het effect van de tuin op de woningwaarde, wanneer je hier extra luxe aan toevoegt. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van een jacuzzi of een klein zwembad in de tuin. Kies hierbij altijd voor een vast model, in plaats van een opblaasbare variant. Niet alleen gaat een vast model langer mee. Ook hoeft bijvoorbeeld het water minder vaak ververst te worden in veel gevallen. Naast een jacuzzi en zwembad kunnen ook een overkapping, veranda en bijvoorbeeld tuinhuis een positief effect hebben op de waarde van je woning.

Hogere woningwaarde bij hypotheek oversluiten

Onder meer bij een hypotheek oversluiten kan het interessant zijn om de tuin te vernieuwen, om zo de waarde van je woning te verhogen. Bij een hypotheek oversluiten zal gekeken worden naar de huidige woningwaarde, om op basis daarvan te bepalen in welke risicoklasse je valt. Des te meer je woning waard is, des te lager is de risicoklasse. Dit heeft een positief effect op de rente die een hypotheekverstrekker je zal bieden. Bekijk hier de mogelijkheden, wanneer je een hypotheek oversluiten overweegt. Een onafhankelijk adviseur kan met je meedenken over de financiële voordelen die een investering in de tuin mogelijk oplevert.

Extra bescherming voor jouw muur

Misschien herken je het wel; je hebt net de muren voorzien van een nieuwe kleur en bij het terugzetten van de meubels beschadig je per ongeluk een stukje van de muur. Het is een klein stukje, niet heel opvallend maar je weet dat het er zit. Zonde! Maar gelukkig is er een middel verkrijgbaar die zorgt voor extra bescherming van je muur. Trae Lyx Naturel Finish zorgt voor de extra bescherming van je muur, zodat deze langer mooi blijft.

Wat is Trae Lyx Naturel Finish precies?

Deze finish is een twee-componenten watergedragen toplaag, dat onder andere gebruikt wordt om je muren te beschermen na het schilderen. Ook kan het op stuc- en spackwerk gebruikt worden. Maar ook wanneer je jouw muren en vloeren graag af zou willen werken met een betonlook, kun je hier Trae Lyx Naturel Finish voor gebruiken. Het product hoeft niet verdund te worden, is volledig gebruiksklaar en overschilderbaar na zes uur.

Altijd een mooie afwerking

De finish is transparant, dus je kan hem op iedere ondergrond gebruiken, ongeacht de kleur van de ondergrond. Ook zorgt hij voor een ultra-matte uitstraling en vergeelt hij niet. Nog een groot voordeel is dat het product reukarm is, waardoor hij ook goed geschikt is voor het gebruik binnenshuis. En ben je van plan de finish op een vloer te gebruiken die intensief wordt belast? Ook dat is geen probleem, want hij is bestand tegen intensieve belasting.

Finish bestellen

Wil je de Trae Lyx Naturel Finish bestellen, dan kan dat natuurlijk. Het product is altijd op voorraad, tenzij het op de website anders aangegeven staat. Je kan de finish makkelijk in je winkelwagentje plaatsen, en vervolgens nog verder winkelen als dat nodig is. Heb je bijvoorbeeld ook nog rollers of kwasten nodig om de finish op de muren of vloeren aan te brengen? Dan kun je dit direct mee bestellen. Bestellingen boven de €50,- worden gratis verzonden, en bestel je voor 23:00 uur? Dan wordt je bestelling dezelfde dag nog verzonden. Wel gelden er voor bepaalde producten andere regels. Daarom staat er op de website bij elke productpagina en in de winkelwagen duidelijk aangegeven tot hoe laat een bepaald product besteld kan worden en wanneer deze vervolgens verzonden wordt. Ook grote bestellingen kunnen gewoon thuisbezorgd worden. Heb je echter een zeer grote bestelling geplaatst? Dan kan er afgesproken worden dat dit persoonlijk bij je langs gebracht wordt. Hiervoor kun je het beste telefonisch contact opnemen met het bedrijf, zodat de mogelijkheden besproken kunnen worden.

Wat zijn de meest voorkomende buitenvloeren?

Ga jij de tuin verbouwen? Dan ben je vast op zoek naar een nieuwe tuin vloer. Maar tussen al die verschillende soorten buitenvloeren zie je misschien door de bomen het bos niet meer. Daarom hebben wij de drie meest voorkomende vloeren voor je op een rijtje gezet. 

De natuurstenen vloer 

Een natuurstenen buitenvloer is misschien wel de meest voorkomende in de Nederlandse tuin. Een stenen vloer is super mooi en daarnaast ook nog eens makkelijk te onderhouden. Een nadeel van een stenen vloer is vaak wel dat hij in de herfst een groenige aanslag krijgt. Door dit goed bij te houden is het niet moeilijk om te verwijderen. Heb je kinderen? Ook dan is een stenen tuin niet altijd even handig. Ze kunnen hem goed gebruiken om op de fietsen en stoepkrijten, maar als ze vallen, vallen ze wel hard.

Een houten vloer 

Ook houten buitenvloeren zien we steeds vaker terug. Een houten vloer geeft je tuin een rustige, fijn en warme uitstraling. Ook zorgt een houten buitenvloer voor een fijn geluid en gezellige sfeer. Een houten vloer is verkrijgbaar in veel verschillende kleuren. Het nadeel van een houten vloer is dat het om de aantal maanden voor wat onderhoud zorgt. 

Losse ondergrond 

Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om kiezels of houtsnippers in de tuin te leggen. Dit heeft als groot voordeel dat het makkelijk te onderhouden is en voor een hele natuurlijke sfeer in je tuin zorgt. Kinderen vinden losse ondergrond alleen vaak iets te leuk om mee te spelen, wat ervoor kan zorgen dat je kiezels of grind aan de andere kant van de tuin liggen aan het einde van de dag. 

 

Houdt de vloer zo lang mogelijk mooi 

Wat voor buitenvloer je ook kiest, je wilt natuurlijk dat de vloer zo lang mogelijk mooi blijft. Nu is dat buiten vaak een stuk moeilijker dan binnen, maar zeker niet onmogelijk. Zo kun je net als binnen zelfklevend teflon of wolvilt onder je tuinmeubels plakken. Buiten gebruik je alleen geen vilt of teflon, maar kies je bijvoorbeeld voor rubber. Dit zorgt ervoor dat je vloer wordt beschermt tegen het schuiven van je meubels.

Tuinhuisje opknappen? Zo doe je dat!

Heb je een tuin bij jouw woning? Dan is de kans aanwezig dat hier ook een tuinhuisje staat. Dit huisje doet bij veel mensen vaak dienst als opbergruimte. Zo kunnen er bijvoorbeeld fietsen in gestald worden, maar ook tuingereedschap. Door dit op te bergen in jouw tuinhuisje, hoef je dit niet allemaal in huis te bewaren. Is jouw tuinhuisje inmiddels al behoorlijk oud? Dan is dit er waarschijnlijk ook wel aan af te zien. Sommige mensen kiezen er in dat geval voor een nieuw tuinhuisje aan te schaffen. Dit kan, maar dat hoeft niet. Je kunt jouw tuinhuisje namelijk ook opknappen. Wij vertellen je hier hoe je dat doet.

Stap 1: verven of beitsen?

Voordat je begint met het opknappen van jouw tuinhuisje, moet je eerst weten hoe je dit aan gaat pakken. Ga je het tuinhuisje verven of kies je toch voor beitsen? Het verschil is dat je bij beitsen het karakter van het hout terugziet, iets wat bij verven niet het geval is. Bedenk dus goed wat je zelf het mooiste vindt. Je moet ook weten dat er verschillende kleuren verf en beits zijn. Kijk dus ook direct welke kleur jouw tuinhuisje straks moet krijgen.

Stap 2: wat doet het weer?

Heb je en keuze gemaakt tussen verf en beits? Dan wil je ongetwijfeld zo snel mogelijk beginnen met het opknappen van jouw tuinhuisje. Begin echter nooit zonder naar het weerbericht te kijken. Waarom? Omdat dit een belangrijke factor is, zeker wanneer je gaat verven. Verven bij 30 graden is bijvoorbeeld geen aanrader, omdat je dan onregelmatigheden in het verfwerk krijgt. Jouw tuinhuisje krijgt zodoende nooit een egale kleur en dat is natuurlijk niet mooi. Ook bij een te lage temperatuur is verven echter niet aan te raden. Wanneer je jouw tuinhuisje het beste kunt verven? In het voor- of najaar. De ideale temperatuur om verf vaan te brengen is namelijk 15 graden.

Stap 3: verwijder de oude verflaag

De kans bestaat dat je jouw tuinhuisje jaren geleden ook al geverfd hebt. In dat geval zit de verf er ongetwijfeld nog gedeeltelijk op. Het kan zijn dat er hier en daar wat afgebladderd is, maar er is vast en zeker ook nog verf aanwezig. Voordat je begint met het aanbrengen van de nieuwe verf, raden wij je aan om de oude verf te verwijderen. Je kunt deze verf verwijderen met een verfbrander, afbijtmiddel of een verfkrabber. Dit duurt echter betrekkelijk lang. Schuren gaat een stuk sneller. Doe dit niet met een schuurpapiertje, maar gebruik een schuurmachine. De oude verf is zodoende binnen de kortste keren van jouw tuinhuisje verdwenen.

Stap 4: verf aanbrengen

Indien je voor verven kiest, moet je weten dat je vaak twee lagen verf aan moet brengen. Om het hout goed onder de verf te krijgen, is grondverf namelijk noodzakelijk. Wil je dat de grondverf meteen dekt? Gebruik dan de Sigma S2U Primer. Deze halfglanzende grondverf is in elke gewenste kleur te mengen, dus ook in de kleur die jouw tuinhuisje straks moet krijgen. Zodoende hoef je jouw tuinhuisje vaak maar twee keer te verven om hem goed te bedekken onder de verflaag. Vergeet overigens niet om jouw tuinhuisje schoon te maken voordat je begint met verven. Er kleeft namelijk geregeld zand en rommel aan het huisje. Door dit te verwijderen zorg je dat jouw tuinhuisje straks een mooie, egale kleur krijgt.

Stippelmot spint zich in

Aan het begin van de zomer, wanneer alle bomen en struiken weer getooid zijn met fris nieuw blad, valt een kaal gevreten boom of struik des te meer op. Larven van de stippelmot vreten aan zaden en bladeren van appelachtigen

Stippelmotten overdekken in mei sommige bomen of struiken met hun nesten

(Rosaceae) en spinnen zich helemaal in. Enorme nesten van gesponnen draden geven bomen of struiken een spookachtige gedaante. In deze nesten verpoppen de larven zich eerst tot rups en later tot vlinder.

De stippelmot of spinselmot (Hyponomeuta padellus (syn. Yponomeuta padellus) is een ware plaag. In korte tijd worden o.a kers, sierkers, appel, meidoorn, kardinaalsmuts of peer van hun groene bladeren ontdaan door de vraatzucht van de larven en rupsen. Ook de olijf kan door een stippelmot (Prays oleellus) worden aangetast, al komt dat in Nederland zelden voor. Gelukkig brengt stippelmot maar één generatie per jaar voort. Volwassen exemplaren van de vlinder zetten een reeks eitjes in groepen van twintig tot vijftig stuks af. De eieren worden dakpansgewijs op de takken van de boom afgezet. De uitkomende larven bevrijden zich in eerste instantie niet uit het ei, maar doorboren op een punt de schaal.

 
Stippelmot leeft in het stadium van jonge rups in een dicht spinsel Hyponomeuta padellus, in het stadium van rups, leven in kolonies

Met de beschutting van de schaal en wat spinsel daaromheen, brengen ze de winter door. In mei verlaten de larven de beschutting van de eischaal. In deze gedaante omgeven ze zich met een wirwar aan spinseldraden en beginnen te vreten aan alles, wat van hun gading is. In de volgende cyclus veranderen ze van gedaante en worden rups. Wat dan nog groen is, vindt geen genade bij deze onverzadigbare rupsenkolonie. Ze hebben dekking tegen vogels binnen het dichte spinselnet.

De stippelmot of spinselmot ontwikkelt zich in later stadium (juni) tot een onaanzienlijk klein vlindertje. De hoofdkleur van de vlinder is wit met

Ook op de meidoorn (Crataegus) komen nesten van stippelmot voor

zwarte spikkels op de vleugels. De stippelmot richt grote schade aan. Sierheesters herstellen zich meestal in de loop van de zomer en krijgen opnieuw blad. Wie toch van het leed door stippelmot wil worden verschoond, zal een bestrijdingsmiddel moeten gebruiken. De bestrijding moet plaatsvinden, voordat de spinselwebben met rupsen worden gevormd.

Bestrijdingsmiddelen:

Bromofos, een weinig giftig middel, dat niet giftig is voor bijen. Merk: Asepta Nexion.
Deltamethrin, een giftig middel tegen tal van insecten. Giftig voor bijen en vissen. Merk: Denka Decis.

Lees altijd de voorschriften op de verpakking, voorkom ongelukken!

Slakkeninvasie is ongelijk aan slakkengang

Op het veld, in de tuin en ook in hun blootje: slakken kunnen een ware plaag zijn. Door aangevreten bladeren en stengels verraden ze hun aanwezigheid. Een enkele soort laat een zilvergrijs spoor na op tegels en andere verhardingen. Hun dagelijks leven lijkt een mysterie? Een tipje daarvan lichten we hier op. Aan de hand van de bekendste slakken: de tuin-, de veld- en de naaktslak. En mocht u last hebben van een invasie – door natte zomers voelen ze zich héééérlijk: we eindigen met een remedie.

Een beetje anatomie

Van alle in Nederland voorkomende slakken is de tuinslak wel de bekendste. De tuinslak, veldslak en naaktslak behoren alle tot de familie van de Gastropoda, dat zoveel betekent als ‘over de buik bewegend’ (gaster = buik,maag; poda = voet). Ze behoren tot de orde van de Stylommatophora of landlongslakken. De tuinslak, de wijngaardslak, de veldslak en de naaktslak behoren op hun beurt weer tot de onderfamilie van de Pulmonata en dat verklaart het woord long (pulmon = long).

1. Mantel
2. Anale opening
3. Afgescheiden schelp in de mantel
4. Sluitspier
5. Voet (voor voortbeweging)
6. Darm
7. Mond
8. Voelhorens

Van alle slakkensoorten leeft maar een beperkt deel op het land; de meeste leven in het water. Ook niet alle slakken hebben een typische spiraalvormige schelp. Wanneer een schelp het omhulsel vormt van deze weekdieren, dan kan die heel verschillend van tekening en kleur zijn. Soms ook heeft de schelp scherpe stekels of vertoont ronde bobbels. Ook niet alle schelpen hebben dezelfde vorm: er zijn torenvormige, grof kegelvormige, afgeplatte en ronde schelpen. De schelp is – populair gezien – het huisje, waarin het dier leeft. Het heeft als doel om het weke en weerloze dier te beschermen tegen vijanden en al te felle zonneschijn.
De schelp is opgebouwd uit drie lagen: de buitenste laag (periostractum) bestaat uit een chitineachtige stof die afgedekt is met parelmoer, de tweede laag is opgebouwd uit kleine kalkprisma’s die loodrecht op het oppervlak staan. De derde laag bestaat uit een afwisselende reeks van kalkprisma’s en chitine. De opening in de schelp, waardoor het lichaam van de slak naar buiten steekt, heet de mondrand (peristoom) (peri = buiten; stoma = opening). De slak kan deze opening afsluiten met een slijmerige stof (epifragma), die behoorlijk hard kan worden.

Slakken kenmerken zich door een goed ontwikkelde voet en de kop. In de voet bevindt zich een huidplooi, de mond, die in verbinding staat met de buitenwereld. De mond staat ook in verbinding met de darm en die eindigt uiteindelijk in de anale opening. Achter de mond zit een soort rasptong (radula), die uit een reeks hoornen tandjes bestaat. De tandjes staan in drie rijen naast elkaar. Het eerste deel van de slokdarm is verwijd en wordt krop genoemd. In de maag is een grote, dikke klier (hepato-pancreas) aanwezig, die een stof afscheidt om het voedsel te verteren.

De voet is een langgerekte spiermassa en voorzien van een voetzool. De voetzool sleept over de grond. De voortbeweging vindt plaats door een afwisselend samentrekken en ontspannen van de spiermassa in de voet, waarbij het middendeel (mesopodium) het leeuwenaandeel verzorgt. Op de kop van een slak staan de twee typerende ‘voelhorens’. De ogen liggen aan het buiteneinde van die voelhorens. In de mantelholte van de schelp bevindt zich het hart, de ingewandszak, het ademhalingsorgaan, het reukorgaan, het voortplantings- en uitscheidingsorgaan.

Frisse en schaduwrijke plaatsen

Bijna alle slakken leven vrij en een klein aantal parasitair. In volwassen stadium kleven de landslakken zich aan de bodem vast door een stof die ze afscheiden van hun schelp. Slakken ontvluchten altijd de felle zonnestralen en zoeken frisse, koele plaatsen op. Het schelpvormige omhulsel helpt ze te beschermen tegen uitdroging. Vochtige plaatsen zijn dan ook favoriet als schuilplaats. Na een regenbui is het opvallend dat ze de beschutte plaatsen snel verlaten; immers, alles is vochtig geworden. Tegen de winter, wanneer het kouder wordt, zoeken de slakken een geschikt plaatsje onder

De tuinslak: een veel geziene, maar ongenode gast

bladeren of in de grond om te kunnen overwinteren. Ze sluiten de schelpopening af met het epifragma. In feite kunnen slakken een heel lange tijd koude weerstaan zonder daar te nadelige schade van te ondervinden.

Tuin- en naaktslakken

De lekkerste slak is ongetwijfeld de wijngaardslak (Helix pomiata), de vervelendste zijn de tuinslak (Cepaea nemoralis) en de veldslak (Helix nemoralis) en de vraatzuchtigste is de akkeraardslak (Limax agrestis), die bovendien ook nog eens naakt is.

De tuinslak is overwegend bruin met gele of crème strepen of

De naaktslak: de vraatzuchtigste

spikkels op de schelp. Beide soorten leven of op de grond of op planten. Hun hoofdvoedsel bestaat uit verkauwde gronddeeltjes die worden aangevuld met sappen van planten.

De naaktslak heeft geen schelp maar soms een verhoornd middendeel op de rug. Echt vraatzuchtig wordt grote schade toegebracht aan allerlei groeiende gewassen.

De veldslak is de meest voorkomende slak in Nederland. De schelp is niet groter dan 3 cm, gedraaid en met gele, roze en bruine lengtestrepen getooid.

Remedie

Hoeveel slakken u in uw tuin hebt of krijgt, kan nog wel eens van jaar tot

De veldslak: een weinig opvallende scharrelaar

jaar verschillen. Dit heeft te maken met temperatuur en vocht en vooral de combinatie van die twee op een voor de slak gunstig moment. In droge zomers is het aantal slakken beduidend minder dan in vochtige en warme zomers. Bij het optreden van grote aantallen speelt de beschikbaarheid van voedsel een grote rol: planten moeten het dan extra ontgelden. Desondanks zijn er planten in de tuin waarop slakken zich so-wie-so graag ophouden om zich er te goed aan te doen. Onder andere Hosta, Ligularia, Iberis, sla enzovoort worden steevast bezocht.

Bestrijding

De bestrijding van slakken is geen eenvoudige zaak. Denk je de plaag onder de knie te hebben, dan kunnen ze plotseling weer, en in grote aantallen, verschijnen. Voortdurende waakzaamheid is zonder meer geboden. Natuurlijke vijanden hebben slakken ook wel zoals de egel, kraaien en eksters. Waar die beesten zich echter ophouden en wanneer het hun behaagt om de tuin eens te ontdoen van die lastige slakken, is een vraag die zoveel tijd vergt om een antwoord op te bedenken, dat het aantal slakken zich in die tijd wel verdrievoudigd heeft.
Een huis-, tuin- en keukenmiddeltje is letterlijk ‘zout op slakken leggen’. Maar dat is alleen van toepassing op naaktslakken en… het werkt. Het is geen aantrekkelijk gezicht om een slak zo te zien verschrompelen. Oppakken en via de vuilnisemmer afvoeren kan natuurlijk ook nog. De tuin- en veldslak kunnen worden geraapt of met een middeltje worden bestreden. Tegenwoordig zijn er goede (biologische) bestrijdingsmiddelen te koop. Het bijeenrapen kan wat versneld worden door een schotel of ondiepe pot met wat bier te vullen. Het gist in het bier lokt slakken naar ‘de val’ toe. Zolang het bier niet verslagen of verdund is door regenwater, werkt het redelijk goed. Eenvoudiger is het om een middel te strooien: dan heb je er geen omkijken meer naar en de slakken verdwijnen vanzelf. Die middelen zijn onschadelijk voor kat, hond en mens.

Middelen

– Naaktslakken
Te bestrijden met behulp van Nematoden (Phasmarhabditis). Middel onder de merknaam ‘Nemaslug’ van Brimex (postbus 4784, 4803 ET Breda). Het is werkzaam bij een bodemtemperatuur van tussen 5 – 20° Celcius. De aaltjes worden in een kleisubstantie geleverd. De klei moet in water worden opgelost. De verpakking is goed voor 40 m². Gebruik 1 liter per m².
Strooimiddelen: Escar-Go van ECOstyle of Slakkendood van ASEF.
Het middel Escar-Go bevat als werkzame stof ferrifosfaat. Het middel is onschadelijk voor kinderen, huisdieren, egels, padden en vogels. Na toepassing blijven er geen resten van de slak of slijmsporen over. In de natuur komt de verbinding vrij voor in de bodem; het wordt in de bodem omgezet tot voedingsmiddel voor gewassen.
– Tuin- en veldslakken
Te bestrijden met Slakvrij en Escar-Go van ECOstyle en Slakkendood van ASEF.

Het duist’re leven van pissebedden

Pissebedden (Oniscus asellus L.) zijn tamelijk platte, grijze, veelpotige dieren. De rug van een pissebed bestaat uit over elkaar liggende schubben, die een pantser vormen. Aan iedere kant van de onderbuik bevinden zich zeven poten. Toch bewegen deze beestjes zich wat sloom. Bij aanraking hebben ze zelfs de neiging zich als een balletje op te rollen.

Dat is geen probleem, want met de maaibeweging van hun poten kunnen ze zich laten kantelen, zodat ze weer op hun pootjes terechtkomen. Het rugpantser is in het algemeen grijs-zwart of bruin. De onderbuik (ook geleed met schubben) is meestal grijs of licht-bruin. De over elkaar liggende schubben hebben een functie in de verdediging tegen vijanden. Bij aanraking of aantikken van het pantser schuiven de schubben razendsnel over elkaar; het volume wordt teruggebracht tot een bolvorm. In normale toestand is de pissebed langgerekt van vorm.
Aan de voorzijde, bij de kop, bevinden zich tussen de ogen twee lange voelsprieten. Zowel voelsprieten als poten zijn de meest kwetsbare delen. Ze zijn echter niet van belang in het voortbestaan van de pissebed. Uiteraard kunnen niet alle poten worden gemist, essentieel als ze toch wel zijn om voedselbron en schuilplaats te bereiken…

Voortplanting

Pissebedden planten zich voort door middel van eieren. Zelden kun je deze met het blote oog waarnemen. Uit de eieren komen de larven voort. Deze lijken op de oudere dieren, maar zijn aanvankelijk wit van kleur.

Waar en waarvan leven pissebedden?

De beestjes zult u zelden overdag waarnemen. Ze zijn het meest actief bij donker weer en vooral in de nacht. Het is daarom niet zo verwonderlijk dat ze aan te treffen zijn onder gevallen blad, onder puin en onder los geplaatste bloempotten. In ieder geval zijn het bewoners van schemerige situaties, die vooral enigszins vochtig zijn. Kenmerkend is verder dat ze in groepen leven. Overigens is er betrekkelijk weinig bekend over de pissebed, dus veel literatuur is er niet.
De belangrijkste voedingsbron wordt gevormd door het uitkauwen van humeuze grond. De bijna verteerde humeuze resten in de aarde bevatten kennelijk voldoende stoffen voor een goed, maar kort leven. Bij gebrek aan voldoende humeuze aarde wil het voorkomen dat de beestjes vraat veroorzaken aan vooral vlezige plantendelen. Pissebedden leven ongeveer één tot anderhalf jaar, mits ze een goede schuilplaats om te overwinteren vinden. Al in het vroege voorjaar wordt gezorgd voor nakomelingen. Ze vermenigvuldigen zich voortdurend, behalve in hete zomers.

Wat doe je ertegen?

Pissebedden veroorzaken weinig schade aan planten in pot of tuinplanten. Is er wel schade, dan kan dit waargenomen worden aan afstervende plantendelen. De schade zal echter nooit groot zijn!
De natuurlijke vijand van pissebedden is de egel. Deze scharrelt ook bij uitstek in de avond en nacht z’n voedsel bij elkaar. Op een balkon zal echter geen egel kunnen komen, zodat bij grote overlast een andere manier van verdelgen nodig is. De eenvoudigste manier is de beestjes te vangen. Snel een bloempot oplichten en ze met stoffer en blik bij elkaar vegen. Dit wel later geregeld herhalen!
Lukt dit niet voldoende, dan is er een aantal middelen, ook milieuvriendelijke, te koop. Onder andere pissebeddenlijmvallen (de lijmvellen hiervoor zijn los te koop) en ongediertesprays van diverse fabrikanten ter bestrijding van kruipende insecten, zoals pissebedden, kakkerlakken, mieren e.d.

De topvijftien van lastige onkruiden

Wat zijn onkruiden? Voor de één is onkruid een acceptabele plant, voor de ander een plant waar je het liefst zo snel mogelijk vanaf wil. In ieder geval ga ik er maar van uit dat het woordje ‘on’ op ongemak, onmogelijk, ongewenst of ongepast slaat. Onkruiden zijn dan planten die we niet willen hebben naast wel gewenste planten. Waarom willen we ze niet hebben?
Meestal omdat we ze niet mooi vinden of omdat ze met andere, mooiere planten in concurrentie staan. Concurrentie op leven en dood. Daarmee speelt de wet van de jungle ofte wel het recht van de sterkste zich ook af in ons miniparadijs. Met de mens als intermediair en beslisser over leven en dood.

Selectie is er in het milieu altijd. Bodem, vochtgehalte en temperatuur zijn belangrijke factoren in het voorkomen, waar ook ter wereld, van vegetaties. Daarin heeft de mens zich gemengd. In de beheersing van de natuur slaagt hij maar ten dele. Selectie van welk kruid mag en welk kruid niet, is bijna een dagtaak geworden. Naast de taak om zelf te overleven. Van oudsher speelde de hak (landbouwwerktuig) een belangrijke rol in de totstandkoming van cultuurlandschappen. De vindingrijkheid van de mens heeft ertoe geleid dan een systematische uitroeiing binnen zijn mogelijkheden is gekomen. Chemische onkruidbestrijding leek het einde en was ook bijna het einde geworden van diezelfde mens. De schadelijke gevolgen van al die tovermiddelen bleven niet uit; stapeling van negatieve milieu-effecten leidde ertoe dat de voedselketen van de mens in het geding is gekomen. Terug naar af?

Met een lans breken voor weer gaan schoffelen of ongewenste kruiden handmatig verwijderen, word je niet populair. De mens heeft haast en weinig geduld. Zeker wanneer het inzicht groeit dat het in feite vechten tegen de bierkaai is. Ongewenste kruiden komen en groeien, daar hebben wij geen vat op. Grijpen naar chemische bestrijding, ook al hangt het etiket ‘verantwoord biologisch’ eraan, is het inslaan van de weg van de minste weerstand. Gewin op korte termijn, dat zeker. Op langere termijn gezien een heel schadelijke manier met als afloop vernietiging van complexe (eco)systemen, waarvan wij nota bene zelf onderdeel zijn.

Het motto is dan ook: grijp de schoffel, de schrepel of steek de handen uit de mouwen om niet gewenste kruiden te verwijderen, ook al is de strijd ongelijk.

Wortel- en een- of meerjarige onkruiden

Het verschil tussen wortelonkruid en onkruidgroei die voortkomt uit zaden, zal u waarschijnlijk een zorg zijn. Wie serieus, ongewenst kruid te lijf wil

Haagwinde groeit in hagen en bomen. Het is een snel woekerend onkruid, dat met aardige, witte bloemen bloeit

gaan, zal toch iets moeten weten over hoe zo’n kruidje groeit.
Wortelonkruid blijft (meestal) meer jaren uit de grond naar boven komen. Ze hebben een uitgebreid wortelgestel of penwortels.
Een- of meerjarige kruiden zaaien zich meestal uit. Je moet goed opletten wanneer ze uitgebloeid raken en ingrijpen door te wieden nog voor ze zaad kunnen vormen.
Beide vormen van onkruid zijn lastig om ervan af te komen. Zaadvormers zijn ons vaak te snel af. Voordat je er erg in hebt, staat de tuin weer vol met ongewenste nakomelingen. Schoffelen van wortelonkruid staat gelijk aan vermeerdering ervan. Zolang de (pen)wortel niet volledig is weggehaald, blijven het komen.

Bestrijding

De meest gestelde vraag rond het thema onkruid is wel: ‘Hoe kom ik ervan af?’ Definitief begrijpen wij dan meestal. Het antwoord is teleurstellend: nooit. Hulpmiddelen, in de vorm van een chemisch middel helpt natuurlijk wel, al is het soms maar voor even. Ook hier geldt het motto opgestaan, plaatsje vergaan. Is het ene lastige kruid verdwenen, dan staan er weer andere kruiden klaar om hun plaats in te nemen. De consument (en de natuur) armer, de chemische industrie rijker. In dit geval: gebrek aan tijd en geduld kost geld. Na al dit trieste is er ook nog wel iets positiefs te melden over onkruiden. Sommige kruiden zijn indicatoren voor een bepaalde gesteldheid van de bodem.

‘Klaproos’ is een indicatorplant voor een opengemaakte, losse grond. ‘Muur’ groeit op vette, voedingsrijke grond. ‘Zevenblad’ staat voor losse grond. ‘Schapenzuring’ is typisch voor arme, uitgemergelde grond. ‘Brandnetel’ komt aan z’n trekken op stikstofrijke grond.

Een- of meerjarige onkruiden

    Kleine veldkers
Muur groeit op goede grond Canadese fijnstraal groeit op zandgrond Kleine veldkers is bijna onuitroeibaar

– Muur (Stellaria media)
groeit op voedselrijke grond, vooral na een bemesting met stalmest. Het kruid is gemakkelijk te schoffelen of met de hand te rapen. Voordat het bloeit, is de beste tijd om het te verwijderen.
– Canadese fijnstraal (Erigeron canadensis)
kan worden gewied en met de schoffel worden verwijderd. Het groeit op verwaarloosde grond.
– Kleine veldkers (Cardamine hirsuta)
groeit en bloeit het hele jaar. Door de kleine bloempjes springt de bloei nauwelijks in ‘t oog. Voordat je het weet staat de tuin er vol mee. Het kan worden weggeschoffeld.

 
Kruiskruid loopt zelfs nog in het zaad, nadat er is geschoffeld Tuinwolfsmelk komt algemeen
in tuinen voor

– Kruiskruid (Senecio vulgaris)
is een veel voorkomend onkruid. Op vochtige en voedinghoudende grond groeit die als de beste. De bloemhoofdjes bevatten honderden zaden. Zelfs als de plant wordt geschoffeld, kan er zich nog zaad vormen. Voor je er erg in hebt, staat je tuin er vol mee.
– Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus)
komt algemeen voor. Het is door schoffelen en handmatig wieden goed onder de duim te houden. Enkele keren per jaar is wieden wel nodig. Hoe meer de grond door gewenste kruiden is bedekt, des te minder is het nodig om te wieden.

Wortelonkruiden

   
Kweekgras verspreidt zich razendsnel met ondergrondse worteluitlopers Zevenblad brengt menig tuinier tot wanhoop, maar het is net zo lekker als spinazie Akkermelkdistel moet met wortel en al worden gerooid

– Kweekgras (Elytriga repens)
is een lastig onkruid. Het woekert door andere planten heen om zo snel mogelijk territorium te veroveren. Laten we het uitgroeien, dan verstikken andere planten. Rooien met een riek en eventueel zeven van de grond is een goede manier om er vanaf te komen.
– Zevenblad (Aegopodium podagraria)
hanenpoot is een heel lastig onkruid. Als je er eenmaal mee bent opgezadeld is het moeilijk er weer vanaf te komen. Via worteluitlopers zwermt de plant in een hoog tempo over grote oppervlakten uit. Zijn ze uitgegroeid, dan verstikken de bladeren en het ondergrondse wortelgestel al het andere leven. Ze bloeien met witte bloemen. Het jonge blad is voor sommige mensen een lekkernij en wordt als spinazie bereid. Telkens opnieuw rooien van de wortels is de enige manier om er vanaf te komen.
– Akkermelkdistel (Sonchus arvensis)
moet met wortel en al worden gerooid. Achterblijven van de wortel leidt onherroepelijk tot een nieuwe plaag. Rooien met een greep is het beste om alle worteldelen boven de grond te krijgen. Het onkruid groeit niet overal.
– Haagwinde (Convolvulus sepium)
slingert zich in bomen, struiken en hagen. Het kruid is algemeen voorkomend en soms lastig te bestrijden als je er niet op tijd bij bent. De witte bloemen worden bezocht door bijen, hommels en avondvlinders.

    Brandnetel
Paardebloem moet met penwortel worden gerooid Adelaarsvaren komt op zure grond voor; worteluitlopers zorgen voor een ware plaag Brandnetel kent iedereen wel, al is ‘t maar door de brandharen

– Brandnetel (Urtica dioica)
kan gemene jeuk veroorzaken bij aanraking. De plant moet met wortel en al worden gerooid. Van de brandnetel kan brandnetelgier worden gemaakt. Brandnetelgier wordt als bestrijdingsmiddel tegen onder meer bladluis gebruikt. De gier is stikstofrijk en als biologische meststof te gebruiken.
– Adelaarsvaren (Pteridium aquilinium)
kan een hardnekkig onkruid worden als je hem niet tijdig rooit. De plant gedijt op zure grond en schaduwrijke plaatsen. Worteluitlopers verspreiden de plant over een groot gedeelte van de tuin. Geregeld afknippen van het loof vermindert de groeikracht van de plant, maar daarmee ben je hem nog niet kwijt.
– Paardebloem (Taraxacum officinale)
leeft op een penwortel. De penwortel moet zo diep mogelijk worden weggestoken. Paardenbloem groeit in open vegetaties zoals op weiden en in gazons. Voor de bloem het mooie wolkje witte pluis krijgt, moet die toch echt worden gemaaid of gerooid worden. In het voorjaar is de paardenbloem in grote aantallen in het weidelandschap te zien; een gele steppe.

   
Stinkende gouwe is eerder een welkome plant dan een onkruid Kruipende boterbloem is niet moeilijk te bestrijden; de plant groeit met wortelrozetten Paardestaart lijkt wel op een miniatuurdennenbos

– Stinkende gouwe (Chelidonium majus)
is een papaverachtige. De plant groeit langs randen van struwelen of bossen op voedselrijke en dichtgeslagen grond. Het blad is prachtig olijfgroen van kleur.
In bloei valt de plant extra op. Het oranjegele melksap uit de steel schijnt te helpen tegen wratten. Een groepje stinkende gouwe in een verloren hoek van de tuin kan geen kwaad. Wanneer het een plaag wordt, kan er worden geschoffeld of helpt regelmatig plukken van het loof.
– Kruipende boterbloem (Ranunculus repens)
heeft bladeren in rozetvorm. De (boter)gele bloem staat in het midden van de krans. De plant groeit op een penwortel. Krijgt boterbloem eenmaal de kans zich uit te breiden, dan verstikt het andere vegetaties. Uitgraven of uitsteken met een onkruidsteker.
– Paardestaart (Equisetum arvense)
groeit op vochtige gronden. Geregeld het loof afsnijden dringt de aanwezigheid uiteindelijk terug. De bladnaalden staan etagegewijs op een gelede steel. Het lijken wel kleine dennenboompjes.

Toch chemisch bestrijden?

Bedenk wel dat een chemisch onkruidbestrijdingsmiddel

niet zelf kan kiezen. Bespuiten van onkruid moet zeer nauwlettend worden uitgevoerd, zodat alleen het te vernietigen kruid wordt geraakt en niet de te handhaven vaste planten, heesters of bomen. Voor gebruik altijd goed de gebruiksaanwijzing lezen.

Middelen zijn onder andere:

Merknaam Toepassingsgebied
Roundup (glyfosaat) tegen hardnekkige wortelonkruiden
TopGun op verhardingen, onder heesters en bomen, op onbeteelde grond
AATisin op verhardingen; doodt onkruid en voorkomt kieming
AANETOS-M Vloeibaar tegen brandnetels en ridderzuring
AA MIX Vloeibaar tegen onkruid in het gazon
AA KARMEX tegen onkruidgroei, mossen en algen
AA KARMEX Granulaat tegen onkruid, mos- en algengroei
AA KARZOL tegen onkruid en onkruidkiemen, mos
Casoron G tegen onkruiden op wegen en paden, onbeteelde terreinen en onderhoutige gewassen
Corsage tegen onkruiden onder heesters
Rokade tegen kweekgras, eenjarige onkruiden, werkt selectief

Help! Een mol in de tuin!

‘Die mol moet dood.’ Had het laatste uur van een mol werkelijk geslagen? Een tuin met een geteisterd gazon en een met heuvels gesierde bloemenborder grensde aan een weiland, vanwaar kennelijk al het onheil vandaan kwam. Tenminste, het weiland lag er al even pokdalig en heuvelachtig bij. De vrijwel nieuwe tuin was in de ogen van de trotse tuinbezitter

Is hier nog wat eetbaars?

geruïneerd. Een goed verhaal over het nut van de mol kon hem kennelijk niet deren. Hij werd er niet koud of warm van. ‘t Zal je ook maar gebeuren, je wordt er wanhopig van. Of is er wel iets tegen te doen?

Wat wij als mollenschade ervaren, heeft meer van doen met schade die is toegebracht aan ons netheidssyndroom. Ja, het staat natuurlijk niet mooi al die hopen op onderling keurige afstanden van elkaar. Zo’n beest moet ook leven, maar vooral niet in ons knusse territorium. Helaas staat er geen verwijzingsbord waar de mol wel z’n gangen en hopen kan maken. Het beestje is gewoon op zoek naar een geschikt eigen territorium waar voedsel te over is.
Goed, we vinden het niet mooi wat hij in onze tuin doet. Toch doet de mol wel degelijk goed werk. Dat daarbij gangen en hopen grond ontstaan, is het beestje eigen. ‘Hij’ heeft er ook niet om gevraagd dat wij juist ‘daar’ onze tuin wilden hebben. Een beetje bezitterig gedrag vertonen wij wel; van ongevraagde indringers moeten wij niets hebben.

Stel, dat uw planten plotseling omvallen en doodgaan. Wat doet u dan? In paniek raken of NEÊRLANDs Tuin vragen hoe dat kan en of we even een bestrijdingsmiddel aan de hand kunnen doen? Zeker weten, dat u op zoek gaat naar de oorzaak van dat alles met het doel een einde te maken aan die plotselinge verandering in uw territorium. En… misschien komt u er wel achter dat veenmollen de planten mollen of dat engerlingen de boosdoeners zijn van die gele plekken in het gazon. Toch bepaald niet leuk allemaal. In plaats van naar een chemisch of biologisch verantwoord middeltje te verwijzen zou ik u ook het advies kunnen geven om eens een mol aan te schaffen. Jawel, u leest het goed, gewoon een mol. Zo’n lief, zacht, zwart diertje dat onder de grond leeft. Eenmaal losgelaten heb je er geen omkijken meer naar. ‘Het’ redt zichzelf door wormen, engerlingen, veenmollen, ritnaalden, emelten en wat niet allemaal nog meer voor eng spul te verorberen.
Vreselijk nuttig, toch?

Wat ondergronds levend, eng spul

     
Een veenmol (Gryllotalpa gryllotalpa) knaagt aan wortels en stengels   Emelt (Tipula-soort) is de larve van de langpootmug; in de nazomer en het voorjaar vreten de larven wortels aan   Ritnaalden (Elate’ridae) (koperwormen) zijn de larven van de kniptor. Ze leven van vlezige plantendelen   Engerling (Scarabae’idae) is de larve van de mei- en junikever. Ze vreten aan ondergrondse plantendelen

Echte graversuitrusting

Een mol scharrelt per dag een hoeveelheid voedsel bij elkaar, die gelijk is aan wel drie keer z’n eigen lichaamsgewicht. In de kaken van de mol staan scherpe tanden, waarmee met z’n prooi direct korte metten wordt gemaakt. Kikkers, slakken en muizen staan ook op het menu, mochten die onverhoopt in het gangenstelsel ronddolen. Een volwassen mol is ongeveer veertien cm lang en weegt tussen de tachtig en honderdveertig gram. Z’n zachte pels bestaat uit een dichte zwarte vacht, die op z’n buik grijs is. Van vocht of kou heeft de mol geen last, daar zorgt z’n (water- en zand)dichte jas wel voor. Alleen de vier poten zijn aan de onderkant onbehaard. De bleekroze huid ziet eruit als het velletje van een pasgeboren baby. De vijf tenen aan de vier schopvormige voeten zijn uitgerust met elk een scherpe, platte nagel waarmee al het onheil, zoals het graven van tunnels en het opwerpen van molshopen, wordt uitgevoerd. Twee miniscuul kleine

Een spoor van ‘vernieling’: molshopen zijn ervoor de beluchting van het gangenstelsel

ogen, zo groot als een flinke speldenknop, heeft de mol wel, maar geen oren. ‘Horen’ doet-ie met z’n tast- en snorharen, die ingeplant staan boven de spitse snuit.

Grotendeels solitair

In de paartijd en als er jongen zijn, leeft de mol samen met z’n vrouwtje. In mei – juni worden drie tot vier jongen geboren. Zolang de jongen nog niet hun eigen kostje bij elkaar kunnen scharrelen, genieten ze gastvrij onderdak. Daarna is het afgelopen en leeft elke mol strikt solitair. De jongen worden grootgebracht in een kogelronde ruimte, die aan een apart gemaakte zijgang ligt. De gang wordt door vader mol goed bewaakt tegen ongewenste indringers.
Om voedsel te verzamelen is een uitgebreid gangenstelsel nodig. Graven wordt dus gedaan om voedsel te verzamelen. De verblijfsgangen en holtes waar voedselvoorraden worden aangelegd, waar wordt geslapen en waar het nest wordt gemaakt beslaan een lengte van om en nabij honderdvijftig meter. Ondergronds heeft de mol maar één vijand en dat zijn zijn soortgenoten. Het eigen territorium wordt fel verdedigd tegen andere voedselzoekende mollen. Iedere dag worden de gangen geïnspecteerd op aanwezig voedsel en op indringers. Zo nodig wordt een ingestorte gang gerepareerd. Bij het graven van het gangenstelsel wordt regelmatig grond omhoog geduwd. Dat zijn de voor ons mensen nare molshopen, die geheel onverwacht her en der opduiken. Voor de mol betekent zo’n molshoop letterlijk een adempauze: de hoop luchtige aarde dient als luchttoevoer voor de gangen.

De mol leidt een geregeld leven: vier uur werken en eten worden gevolgd door vier uur rusten. Boven de grond waagt de mol zich

Het enige nare van een mol is dat het gazon naar de bliksem gaat door flinke hopen grond

zelden. Alleen wanneer een onoverkomelijke barrière op z’n gangpad ligt, moet hij wel eens boven over. Natuurlijke vijanden (predatoren) heeft hij ook: de vos, buizerd, kiekendief, uil en reiger lusten graag een molletje.

Het leven zuur maken

Behalve dat je gazon moeilijker te maaien valt door de verspreid liggende bulten grond of omdat je meent nu net in die ene mollengang je been te moeten breken, valt de schade die een mol veroorzaakt reuze mee. Overigens: de grond die een mol opwerpt in de vorm van een heuvel is prima potgrond.

Een mol met geavanceerde techniek verjagen

Wie een permanente bewaking wil instellen tegen overlast van de mol/mollen,

 
Aandrijving via zonnepaneel Schematische weergave

zonder zelf in het geweer te moeten komen, kan een anti-mollenapparaat aanschaffen. De voeding van de mollenverdrijver ("moller"…) gebeurt met behulp van een zonnepaneel (doorsnede 15 cm).

De mollenverdrijver heeft een effectieve werking voor 800 m2 oppervlakte. Elke dertig seconden wordt ondergronds een irritante hoge toon voortgebracht. Het apparaat is te koop voor € 49,95 (incl. btw).
Leverancier: Olman Handelsmaatschappij BV, tel. 0172 424100, of Shop4Home.

Hieronder nog wat andere manieren (?) om mollen te verjagen, opgetekend uit de monden van door mollen geplaagde tuiniers.

Een mol vriendelijk verjagen:

Graaf een fles in de mollengang. De open fles brengt een fluittoon voort.
Laat de gangen vollopen met water; zet de tuinslang de hele dag erop.
Strooi visafval in de mollengang.
Strooi uiensnippers.
Leg mottenballen in de gangen.
Mollen houden niet van hoge tonen. Koop een mollenverdrijver.
Plant keizerskronen (Fritillaria imperialis).
Graaf ‘dubbeltjesgaas’ in rondom je tuin.
Trap elke dag de gang(en) dicht.
Steek zoveel mogelijk stokken in de gangen.
Drum de hele dag op een ijzeren staaf, die in de mollengang is geslagen.

Helpt dit allemaal niet – meer – en u bent ten einde raad?

Laat de mollenvanger ‘hem’ nu eindelijk eens vangen.
Breng ‘Mollenschrik’-geurstaafjes aan (ECOstyle).
Gebruik Luxan-mollenpatronen.
Gebruik een mollenklem.