Hottonia palustris, de waterviolier, is inheems

In weteringen, sloten en veenpoelen bloeit in mei tot ver in juni de waterviolier. De plant is inheems, maar het verspreidingsgebied is niet alleen beperkt tot onze contreien. In grote delen van Europa en het noorden van Azië is deze waterplant te vinden.

Een waterviolier bloeit met lange stengels, waarop kransen
met bloemen

Een waterviolier heeft niet alleen mooie bloemen, maar het is ook een uitstekende zuurstofleverancier en vissen schieten graag kuit in het loof.

De waterviolier (Hottonia palustris) groeit onder water (submers). Voorwaarde is, dat de bodem in de winter niet bevriest. Op beschutte plaatsen kan de plant ook overwinteren in een moeras. Vanwege uitstekende eigenschappen als fraaie bloem, zuurstofproducent en geschikte plant om eieren door vissen op af te zetten is het een gewilde plant voor een natuurlijke vijver. In Europa komt maar &eacuteén soort waterviolier voor. In Noord-Amerika groeit een andere soort, Hottonia inflata. Deze plant blijft lager en heeft beduidend kleinere bloemen. De waterviolier behoort tot de familie van de primula-achtigen (Primulaceae).

De bloeistengels van de waterviolier kunnen boven de waterspiegel tot 60 centimeter hoog worden.

Een waterviolier groeit in stilstaand
of langzaam stromend water

Elke plant kan verscheidene bloemstengels voortbrengen. Soms ook kan de bloei onder water plaatshebben. De bloemen staan onderling ver uiteen in bloemkransen. Elke krans bestaat uit ongeveer zes bloemen. De bloemen hebben een stervorm en zijn bleekpaars tot wit van kleur en tot ruim twee centimeter groot. De bloemen verbloeien vrijwel altijd naar een witte kleur. In het hart van de bloem staat een gele vlek nabij de kroonbuis. Daar waar veel bloeiende planten bij elkaar staan, ontstaan gemakkelijk bastaarden als nakomelingen. Dit kan leiden tot geringe afwijkingen aan en in de bloemen (dimorf), variërend tot bloemen in overwegend een witte of bleeklila bloemkleur of afwijkingen in de lengte van de stijl en de plaats van de helmknoppen. De bladen van een waterviolier bevinden zich of onder water of aan de oppervlakte. Het zijn kamvormige, diep ingesnden bladen, bestaande uit zeer fijn loof. Aan een stengel bevinden zich veel van die kamvormige bladen.

Als u een waterviolier in een vijver wilt planten, moet u er rekening mee houden, dat de plant circa 30 centimeter breed wordt. Plant op een waterdiepte van 30 tot 90 centimeter. De waterviolier is volkomen winterhard en verlangt een plaats in de zon of halfschaduw. Een waterviolier is te vermeerderen door bewortelde stengelstukken in de modder te planten. Lichtzuur water is wel aan te bevelen om mooie planten te krijgen en te houden.

Het cleistogame moerasviooltje

De vrolijke en frisse kleuren van violen spreken iedereen aan. In het voorjaar of al in de herfst wordt tuin of balkon ermee opgevrolijkt. Deze violen (Viola tricolor) vallen op door de grootte van de bloem. Omstreeks half mei rekken deze violen in de lengte, tot de dood erop volgt.

Viola palustris heeft een vrijwel cirkelvormig blad

Anders is het gesteld met het moerasviooltje, dat in het wild voorkomt en met helder lichtpaarsblauwe bloemen bloeit op soms ongeziene plaatsen in moerassen en langs greppels in bossen.

Van nature groeit het moerasviooltje (Viola palustris) in door zure veenmos – rietland gekenmerkte situaties of in door veenmos op pleistocene zandgrond getypeerde situaties. Samen met Tormentil (Potentilla erecta), ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) en blauwe knoop (Succisa pratensis) is het moerasviooltje dan te vinden. Het

Viola palustris groeit hier samen met dotterbloemen in een heempark
(Jac.P. Thijssepark, Amstelveen)

moerasviooltje is soms te koop bij een in moeras- en waterplanten goed gesorteerd en gespecialiseerd tuincentrum.

Het moerasviooltje groeit in natte situaties. Daarom is dit plantje te gebruiken op een plek nabij vijvers of in drassige situaties. Zowel in de volle zon of in de halfschaduw is de groei en bloei uitstekend. Voorwaarde is een zuur milieu. Dit is na te bootsen door gebruik te maken van een mengsel van tuinturf vermengd met verteerde bladgrond. Een groep moerasviooltjes bij elkaar geplant is uiteraard aantrekkelijker dan een enkel plantje.

Het moerasviooltje behoort tot de viooltjesfamilie (Violaceae). Het bloeit vroeg in april tot halverwege juni. Zoals het geval is met alle blauw bloeiende viooltjes, worden de bloemen op twee manieren bevrucht: door bijen, wespen of vlinders of door zelfbevruchting. Bij zelfbevruchting

Viola palustris bloeit met bleekblauwe bloemen.

groeien de stuifmeelbuizen al, voordat de bloemknop zich heeft geopend, het vruchtbeginsel binnen. Dit worden cleistogame bloemen genoemd. Het onderste bloemblad is bij viooltjes verlengd tot een spoor. Twee van de vijf meeldraden scheiden honing af, de overige niet. In het centrum van de bloem staat de stempel, omgeven door de meeldraden. Zaden van het viooltje zijn eenhokkig. Als ze rijp zijn, worden ze ver weg geslingerd. Aan het zaadje zit een aanhangsel, dat mieren aantrekt. Mieren zorgen dan ook voor de verspreiding van de zaden. De kleine groene blaadjes van het moerasviooltje zijn rond tot niervormig of soms zwak hartvormig en onbehaard.

Het moerasviooltje is geen zeldzame plant. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van IJsland en de Noordkaap tot in de landen langs de zuidkust van de Middellandse Zee en in vrijwel heel Noord-Amerika.

Vijververwarming… het overwegen waard

Wanneer de herfst langzaamaan naar de winter kruipt, gaan we alweer aan kou, sneeuw en ijs denken. Langdurig strenge vorst komt in onze streken niet zo vaak voor, maar de temperatuur van het vijverwater gaat in elk geval fors omlaag en de thermometer zal vaak fors schommelen.

   

Veel vijveraars zullen zich dan (weer?) de vraag stellen: de vijver verwarmen?

Sterk wisselende watertemperaturen kunnen bij vissen zowel stress als afbraak van het afweersysteem veroorzaken. In noodgevallen kunnen vissen op één dag een temperatuurdaling of -stijging van vijf graden verdragen. Ze moeten dan wel heel secuur worden overgewend en nog weken lang goed worden geobserveerd om eventuele problemen snel te ontdekken.
Zo’n temperatuursprong is dus geen plezierige gebeurtenis. In de praktijk blijkt dat veel vijveraars in het najaar de vissen toch aan zulke ‘schokken’ blootstellen. Het najaar is de opmaat naar de lente. Gezond de winter in betekent meestal een goede start in het voorjaar.
In de vrije natuur is de kans op grote temperatuurwisselingen niet zo groot. Openbare wateren staan in verbinding met andere watermassa’s. Met grondwater of een sloot, kanaal of meer. Het duurt heel lang, voordat grote watervolumes bevriezen en heel grote zullen altijd open blijven. In de tuin bootsen we de natuur wel na, maar verder dan dat komen we over het algemeen niet. Tuinvijvers zijn minder diep, staan niet in contact met openbare wateren en zijn daardoor gevoelig voor grote temperatuurschommelingen. Er ligt op de bodem geen modderlaag, waarin de vissen kunnen wegduiken, en ook is er geen natuurlijke voedselbron. In de vijver moeten we het voederregime zelf regelen en ook de kwaliteit van het water. Als we nu ook de watertemperatuur in de hand kunnen houden, zodat sterke ‘schokken’ uitblijven, zullen we (en de vissen) daar veel voordeel van hebben.
Vijververwarming is in veel gevallen dan ook minstens het overwegen waard.

Niet afwachten

Zo lang het nog niet echt wintert, is er nog tijd om een keuze te maken. Ga ik

verwarmen of doe ik niks? Enkele graadjes winnen is eenvoudiger dan een paar graadjes opwarmen. Een deugdelijke isolatieconstructie kan nog voordat de winter invalt, tot stand worden gebracht. Die dient aan de volgende eisen te voldoen:
Voldoende stevigheid.
Lichtdoorlatend, zodat de vissen niet uit hun dag- en nachtritme worden gehaald. Bovendien kan het zonlicht er doorheen.
Moet opengezet kunnen worden, zodat bij geschikt weer de ‘binnenlucht’ eens flink kan worden ververst.
Taps toelopend. Water en sneeuw moeten niet op de constructie blijven liggen. Het gewicht kan de constructie immers in elkaar laten zakken. Bovendien verduistert sneeuw de vijver.

Tunnel bouwen

Voor de constructie kunnen verschillende materialen worden gebruikt. Een dubbelbeglaasde kas over de vijver bouwen kost nogal wat geld en de zomeropslag vergt veel bergruimte. Een alternatief is: oprolbaar plastic. Het is ook mogelijk een ‘tunnel’ te bouwen. Maak van gebogen elektriciteitsbuizen een geraamte, dat stevig in de grond wordt verankerd of – als dat mogelijk is – aan de randafwerking van de vijver wordt bevestigd. Maak de tunnel niet hoger dan circa 1 meter, zodat de wind er zo weinig mogelijk vat op krijgt. Over het buizenskelet wordt dan zo strak mogelijk noppenfolie gespannen. Zorg ervoor dat daarin gemakkelijk een opening kan worden gemaakt, zodat doorluchten mogelijk blijft.
Het isoleren van het filter en de aan- en afvoerbuizen voorkomt, dat ze kapotvriezen. Spoel het filter vooraf nog enkele malen flink door, zodat het redelijk schoon is. Eventueel kunnen nog bacteriën worden toegevoegd.

Temperaturen om te onthouden

Het tijdstip waarop we moeten gaan isoleren is: als de

 

omgevingstemperatuur (vooral ‘s nachts) lager wordt dan die van het water en als we mogen aannemen dat daarin vooralsnog geen verandering zal komen. Op die manier vertragen we het kouder worden van het water een heel stuk.
‘Graadjes pikken’ noem ik dat.
De temperaturen die in de gaten moeten worden gehouden, zijn:
Twaalf graden. Daarbij kunnen de vissen veilig overwinteren. Geef ze licht verteerbaar voer. Het afweersysteem functioneert nog goed en de filterbacteriën blijven aan het werk.
Tien graden. Dit is een omslagpunt. De vissen kunnen nog wel gevoerd worden. Ze zijn immers nog actief, hoewel hun afweersysteem aan kracht gaat inboeten. De vissen verbruiken dus (te) veel energie, waardoor ze in het voorjaar vatbaar worden voor ziekten. (Ziekteverwerkende bacteriën worden minder actief bij lagere temperaturen. Ze functioneren trager, maar hun stofwisseling blijft wel in werking en ze groeien ook nog steeds in aantal. Dit kan voor zwakke vissen tijdens de winter een bedreiging vormen).
Zes graden. De vissen trekken zich terug op de bodem en stoppen met zoveel mogelijk activiteiten: sterk vertraagde ademhaling, uitgeschakelde reuk- en tastzin. Ze zullen wel reageren op waterbeweging en ook de ogen blijven functioneren.
Nul graden. Bij deze temperatuur wordt het voor de vissen heel moeilijk te overleven. Op de kieuwmembranen ontstaan ijskristallen die de fijne cellen daarin vernietigen. Einde van de vis…

Elektrische verwarming

Isoleren kost geen energie. We kunnen het reguleren van de temperatuur ook technisch aanpakken met een dompelaar of een warmtewisselaar. Dat vergt wèl energie: elektriciteit.
Een warmtewisselaar functioneert zoals de centrale verwarming in huis en de vijververwarming wordt daar dan ook meestal op aangesloten. Daar zit één nadeel aan vast: ‘s nachts slaat de huisverwarming meestal niet aan, omdat de thermostaat dan op een laag pitje staat. Met een apart systeem met eigen ketel voor de vijververwarming is dit op te lossen. Maar de aanschaf en het installeren daarvan vergt wel een aanzienlijk grotere investering. De energiekosten kunnen echter beperkt worden als de stroomvoorziening via een aparte meter voor laag (nacht)tarief loopt. Warmtewisselaars, verkrijgbaar in capaciteiten van 3 tot 18 kW, functioneren heel goed in kleinere, goed geïsoleerde vijvers.

Dompelaars bestaan uit een verwarmingselement, dat het beste in het filter kan

worden gehangen, en een thermostaat, die in het water hangt. De beste plaats voor het bedieningskastje is binnenshuis. Dan kan het niet nat worden en is het risico van doorbranden dus uitgesloten. Het installeren van een verwarmingssysteem kunt u het beste aan de vakman overlaten.

Vijververwarming: wel of niet doen? Het is een kwestie van strikt persoonlijke overwegingen. Vaststaat dat de vissen er baat bij zullen hebben. Dat ze er kwalijke gevolgen van zouden ondervinden, is nog nooit aangetoond, integendeel. Ook het filter vaart er wel bij, omdat er niet opnieuw gestart hoeft te worden. En het vijveren is geen mooi-weer-hobby meer, maar geeft het jaar rond genoegen.

Zomaar een vijvertje

 

Weelderig

Eind mei

Weelderig groen toch al, zo eind mei.
Er staat nog van alles te gebeuren.
Reigers, die in kikkertje Prins menen te moeten prikken.
Dwerglelies, die liggen te wachten op hun natuur.
Om uit de voegen te barsten. Ja, ja!
Wordt het zomer?
Niet echt, dat jaar.
De Elfstedentocht volgde.
(zoek de kat)

* Kikkertje Prins * Nachtuiltje * Stikdonk’re nacht *
* Geraniums * Potten en pannen *

Victoria amazonica

Af en toe brengt een krantenkop mensen op de been. Zo ook de aankondiging dat ‘de koningin der waterlelies’ weer zou gaan bloeien. Een bijzonderheid? Ja, de plant bloeit niet ieder jaar. Vooral omdat deze waterplant in een nagebootst milieu wordt gehouden: een tropische kas of verwarmde vijver.

De eerste nacht is de bloem van Victoria amazonica friswit van kleur

En het is een nachtbloeier, waardoor je wel een gemotiveerd liefhebber moet zijn om je nachtrust voor zo’n bezienswaardigheid op te offeren.

Victoria amazonica is alleen al merkwaardig om z’n bloei. De waterlelie bloeit dus uitsluitend ‘s nachts en bovendien voltrekt zich dan het wonderlijke schouwspel van het verkleuren van de bloem. De bloem kan een doorsnede van twintig centimeter bereiken en bloeit maar twee nachten achtereen. De eerste nacht opent de bloem zich in een smetteloos witte kleur om vervolgens heel langzaam naar lichtroze te verkleuren. Hierna sluit de bloem zich weer. De tweede nacht verkleurt de bloem van lichtroze naar diep paarsroze.

Victoria amazonica wordt beschouwd als de koningin der waterlelies. De plant komt van nature voor in het Amazonegebied (Brazilië). Het is een in tropische wateren levende plant uit de familie van de Nymphaceae. De bloem verspreidt een ananasachtige geur als hij geopend is. Deze geur lokt ‘s nachts actieve kevers. Als de bloem zich sluit, worden deze kevers in de bloem opgesloten en raken bedekt met stuifmeel. De volgende nacht brengen de kevers het stuifmeel over op andere bloeiende bloemen, die vervolgens bevrucht raken.

Een Victoriawaterlelie legt een groot beslag op het wateroppervlak
Victoria amazonica heeft grote, drijvende bladen
Waterdruppels op het blad van Victoria amazonica
De structuur van het blad is ook aan de buitenkant zichtbaar
Een doornige bladrand

Deze waterlelie heeft drijvende bladen van exhorbitante afmetingen tot wel 2 meter in doorsnede. Gezien deze omvang en het ruimtebeslag van circa 6 meter op het wateroppervlak, waarbij ook nog eens een flinke waterdiepte wordt verlangd, is het bepaald geen plant, die in aanmerking komt voor een doorsneevijvertje. De bladen zijn zo groot en stevig, dat een klein kind er met gemak op kan zitten, terwijl het blad blijft drijven.

Het blad van Victoria amazonica heeft tal van nerven, die zijn gevuld met lucht. Hierdoor heeft het blad een groot drijvend vermogen. Joseph Paxton liet zich voor zijn ontwerp voor de kas in Chatsworth inspireren door de nervenstructuur van deze plant. In deze kas ook bloeide de eerste Victoria amazonica buiten het stroomgebied van de Amazonerivier. De kas was groot genoeg om koningin Victoria – naar wie de waterlelie is vernoemd – met rijtuig en al erdoor te laten rijden.

Victoria amazonica stelt hoge eisen aan de watertemperatuur. Die moet ten minste 30 °C. bedragen. Het is een snelgroeiende lelie, die doorgaans uit zaad wordt opgekweekt. Jonge planten moeten binnen korte tijd regelmatig worden verpot. Ze groeien in iets kleiïge grond, vermengd met verteerde stalmest en kunstmest. Vermeerderen gebeurt uiteraard ook in ‘tropische’ omstandigheden in een kas.

Victoria cruziana, de kleiner blijvende zuster van Victoria amazonica, verdraagt lagere temperaturen en kan bij een temperatuur van 20° – 24° C worden gehouden. Het blad heeft een bruinrode zweem en een bobbeliger uiterlijk. De opstaande rand langs de buitenkant van het blad is fel wijnrood tot paars, maar is lager dan die van Victoria cruziana. De bloem is over het algemeen ook kleiner en minder stekelig.

Van de Victoriawaterlelies (Victoria amazonica x Victoria cruziana) bestaat een hybridenakomeling, die zelfs winterhard is en rijkelijk bloeit. Victoria ‘Longwood Hybrid’ is gekweekt in Longwood Gardens door Patrick Nutt. Wie niet over een vijver beschikt, maar toch wil kennismaken met een bloeiende Victoria-waterlelie, kan hiervoor in de Amsterdamse Hortus Botanicus terecht. Let ook op aankondigingen van andere botanische tuinen. De Victoriawaterlelie behoort tot onze Nationale Plantencollectie. Dit is een levende plantencollectie, die voor Nederland in wetenschappelijk of maatschappelijk opzicht van bijzondere betekenis is.

Andere en tropische waterlelies.

Typha, lisdodde

Het zicht op plassen en meren wordt dikwijls ontnomen door brede randen met riet of lisdodde. Watersporters horen te weten, dat deze natuurlijke oeververdediging kwetsbaar is. Aanmeren in een rietkraag is dan ook uit den boze.

Kleine lisdodde met zaadhoofden

Wandelaars en fietsers kunnen vanaf de oever genieten van het zacht golvende riet en in de zomer van de chocoladekleurige sigaren. Wie over een vijver beschikt, zal proberen deze biotoop na te bootsen. De lisdodde is zo’n oeverbewoner, die deze illusie kan waarmaken.

De lisdodde is er in soorten en maten. Voor elke vijver van welke omvang dan ook is er wel een passende lisdodde te krijgen:

De grote lisdodde (Typha latifolia) groeit langs oevers van waterlopen en meren. Deze soort is inmiddels een beschermde plant. In natuurlijke omstandigheid wordt deze soort tot tweeëneenhalve meter hoog. De grote lisdodde is alleen geschikt voor vijvers met een natuurlijke bodem. De plant neemt vrij gemakkelijk delen van de oever in beslag. Het zaad kiemt goed als de omstandigheden gunstig zijn: een slikrijke, ondiepe oeverrrand met vijf tot dertig centimeter water boven de bodem. De grote lisdodde kan zodanig uitgroeien in een ondiepe vijver, dat er in de vijver geen water meer is te zien. Dus kan een vijver dichtgroeien als er niet op tijd wordt ingegrepen.

De kleine lisdodde (Typha angustifolia) is geschikt voor een middelgrote of grote vijver.

De kleine lisdodde heeft sierlijk, slank blad

De plant is te koop als het tuincentrum tenminste ook waterplanten verkoopt. Deze soort heeft slanker blad dan z’n grote broer. In hoogte ontloopt de kleine lisdodde de grote lisdodde niet veel. Een hoogte van twee meter is bereikbaar. Op de foto hiernaast is te zien dat ook de kleine lisdodde een dicht opeenstaand oevergewas kan worden. De term ‘kraag’ langs de oever is er zeker op van toepassing. De kleine lisdodde kan geplant worden in een vijver met een kunstmatige bodem. Gebruik dan de speciale korven, waarin waterplanten kunnen worden neergelaten op de bodem. Plant deze lisdodde langs de oever tot op een waterdiepte van vijf tot vijftien centimeter. In mei bloeien alle soorten lisdodde met lichtbruine bloemen, gevolgd door diepbruine, chocoladekleurige zaadhoofden; de sigaren.

De dwerglisdodde (Typha minima) is een kind vergeleken bij de twee andere soorten. De plant wordt niet hoger dan dertig tot vijfenveertig centimeter. De dwerglisdodde kan in elke vijver met een kunstmatige bodem worden geplant, mits er vijf tot tien centimeter water boven de zodde staat. De sigaren van deze soort zijn kleiner en ronder dan die van de andere soorten. Het blad is grasachtig. De plant woekert niet.

Vijvers in soorten: niet meer dan drie

2 De natuurlijke plantenvijver: de vijver die de natuur als uitgangspunt heeft. Die is aangelegd om te kunnen genieten van de vaak heel opvallende groei- en bloeiwijzen van waterplanten en het interessante dierenleven, dat zich in en rond het water afspeelt. Belangrijkste kenmerken: er wordt niet gevoerd, moerasplanten zorgen voor de waterkwaliteit.

2 De natuurlijke vijver: hierin zwemt een beperkt aantal vissen als windes en zonnebaarzen. Er wordt nauwelijks gevoerd. Wel staat er als ondersteuning van de moerasplanten een klein biologisch filter op de kant.

3 De professionele koi/visvijver is speciaal aangelegd voor vissen, meestal sierkarpers en steur. De waterkwaliteit wordt in orde gehouden met grote biologische meerkamerfilters. Vaak aangevuld met uv-stralers, ozongeneratoren en eiwitafschuimers. Belangrijkste kenmerken: te veel vissen en daardoor te veel voer.