Succulenten, aanbidders van zon en droogte (Echeveria)

Wat alle succulenten met elkaar gemeen hebben, is dat ze in het groeiseizoen water opslaan in blad, stengel of wortels. Hierdoor is de plant in staat om extreme perioden van langdurige of fysiologische droogte te overbruggen. Het zijn uitgesproken liefhebbers van de zon. De zon zet het mechanisme in werking, dat vocht aantrekt. In koude tijden wordt het nodige vocht aan het blad of wortels onttrokken. Met wat extra zorg is een grote verscheidenheid aan succulenten bestand tegen winters weer.

Echeveria dankt zijn naam aan een Mexicaanse schilder van planten. Het geslacht behoort tot de vetplantachtigen (Crassulaceae). Van de meeste soorten staan de bladeren in de vorm van een rozet. Er zijn klein blijvende planten en planten die een rozet maken van wel dertig centimeter in doorsnede. De kleur van het blad kan variëren van diepgroen tot roodachtig met vele tussenschakeringen. Er zijn soorten met wollig behaarde bladeren en die volkomen glad zijn.

Stekken

Echeveria kan makkelijk worden vermeerderd. Vandaar dat van de plant grote aantallen op de markt komen. Vermenigvuldiging door middel van bladstek of kopstek is de meest geëgende methode. Bladstek ontstaat door voorzichtig een blad, zonder de bladvoet te beschadigen, los te maken van de plant. Leg het blad een week of drie te drogen in de zon. Hierna wordt het blad in een mengsel van (veel) zand en potgrond gestoken. Soms ook komen er tijdens het droogproces al jonge kiemplantjes aan het blad te voorschijn. Kopstek wordt gemaakt door letterlijk de kop uit de plant te breken. Ook deze wordt eerst te drogen gelegd, voordat er kan worden opgepot. Veel soorten komen voornamelijk als kamerplant op de markt. Desondanks zijn de meeste soorten wel geschikt om in de zomer in de tuin, op het balkon of als kuipplant te worden gebruikt.

Soorten en variëteiten

Echeveria pulidonis heeft een klein, maar stevig rozet. Bloemstengels zijn onbebladerd. De klokvormige bloemen zijn fris zwavelgeel.
Echeveria subrigida vormt een rozet tot wel dertig centimeter groot. De bladeren zijn blauwgroen van kleur. Bloemkleur geelrood.
Echeveria lavii heeft wit bepoederde bladeren. Het is een stengelloze soort uit Mexico met een compact gevormd rozet. Bloemstengels zijn kort gesteeld. Bleekroze bloemen.
Echeveria expatriata heeft bloemen op lange bebladerde bloemstengels. Met klokvormige geeloranje bloemen. Bladeren in een blauwgrijs, dik rozet.
Echeveria setosa met bloemen op korte bebladerde bloemstengels. Met klokvormig, oranjegele stengelloze bloemen in dichte tros. Bladeren behaard, groen en dik vlezig. Wanneer langdurig vocht tussen de rozetten blijft staan, is verrotten het gevolg.
Echeveria setosa var. deminuta met bloemen op korte bebladerde bloemstengels. Met klokvormige, in tros staande oranje bloemen met geel topje. Bladeren behaard, grijsgroen. Lijkt op de gewone setosa.
Echeveria ‘Paul Bunyan’ is een hybride, die ontstaan is uit de soort gibbiflora. Met opvallend blauwgroen blad, dat sierlijk van vorm is.
Echeveria ‘Phyllis Collis’ is ook een hybride van de soort gibbiflora. Met in een punt uitlopend blad. Vormt een mooi rozet met dikvlezige, blauwpurperen bladeren.
Echeveria ‘Party Dress’, ook een hybride van de soort gibbiflora. Met mooi gegolfd blad met witte rand. Vormt een stevig rozet met dikvlezige, blauwgroene bladeren.

Uiteraard zijn er nog meer soorten Echeveria dan hier beschreven.

Verzorging

Plant Echeveria in gewone potgrond, waaraan eenderde klei is toegevoegd. Geef de planten in de groeiperiode altijd een matige hoeveelheid water; liever te weinig dan te veel. In de rustperiode een keer per veertien dagen een beetje water geven. Verpot uitgegroeide planten in maart – april. Een gift van opgeloste voedingsstoffen is onnodig. Zet de plant(en) in de volle zon. Haal de plant(en) voor half oktober binnen en overwinter ze bij een temperatuur van 5 – 10 °Celcius. Wie Echeveria buiten wil laten overwinteren, moet ze afdekken met (noppen)folie ter bescherming tegen vocht en koude. Dek de folie af met een laag onverteerd blad.

Nog meer succulenten

Echeveria – – Sempervivum – – Aloë & AgaveSedumSedum ‘Matrona’

Succulenten, aanbidders van zon en droogte (Sempervivum)

 

Kwekerij De Croon, bijvoorbeeld Sempervivum, te koop bij o.a. Intratuin.

Wat alle succulenten met elkaar gemeen hebben, is dat ze in het groeiseizoen water opslaan in blad, stengel of wortels. Hierdoor is de plant in staat om extreme perioden van langdurige of fysiologische droogte te overbruggen. Het zijn uitgesproken liefhebbers van de zon. De zon zet het mechanisme in werking, dat vocht aantrekt. In koude tijden wordt het nodige vocht aan het blad of wortels onttrokken. Met wat extra zorg is een grote verscheidenheid aan succulenten bestand tegen winters weer.

Van Sempervivum (huislook) zijn tot nu 25 soorten beschreven.

Sempervivum tectorum (gewone huislook) is algemeen verspreid in Europa

Een groot deel hiervan is voldoende winterhard. Het zijn overwegend droogteminnende planten (xerophyten) en minnaars van zon. Veel soorten groeien in bergachtige gebieden. Sempervivum vormt stengelloze rozetten en kent een meerjarige groeiwijze. De bloeiwijze komt uit het centrum van het rozet (monocarpie). Na de bloei en vruchtzetting sterft de (moeder)plant af. Jonge uitlopers nemen dan de taak over. Het geslacht behoort tot de grote familie van de vetplantachtigen (Crassulaceae).

Vermeerdering

Sempervivum is niet moeilijk te kweken. Jonge planten op uitlopers van de moederplant worden opgepot. Gebruik een mengsel van gewone potgrond vermengd met zand en klei. Daaraan mag grind of steenslag worden toegevoegd. Pot de jonge uitlopers vanaf april op. Dit is het begin van het groeiseizoen. Sempervivum-soorten zijn geschikt voor een rotstuin, begroening van daken en in potten of kuipen voor op het balkon. Er zijn inmiddels veel gekweekte cultuurvormen van Sempervivum te koop.

Soorten en variëteiten

Sempervivum arachnoideum, steenbreek (Hauswurtz), is een echte bewoner van de bergen.

Sempervivum arachnoideum (steenbreek of huislook) wordt het meest gekweekt

In de Alpen, de Karpaten en Pyreneeën zijn er met een beetje geluk mooie pollen van te vinden. In het wild komen verscheidene variëteiten van de soort voor. Op een schrale voedingsbodem of vrijwel kale rotsen groeit dit look. De dofroze, rode bloemen zijn op hun mooist in juli – augustus. De bloemen zijn klein (1,5 – 2 centimeter) van stuk en staan op bruin geschubde stengels. De plant doet het uitstekend op een pannendak en in kuip. De plant neemt met weinig vocht genoegen. Een lange tijd van droogte wordt door de plant goed verdragen.

Sempervivum arachnoideum, spinnenwebhuislook, dankt zijn naam aan de typisch spinnenwebachtige beharing op de bladtoppen. De rozetten zijn twee centimeter in doorsnede. Het uiteinde van de rozetbladen is roodbruin van kleur. Bloemen komen in juli te voorschijn en zijn helder karmijnrood van kleur.

Sempervivum arachnoideum is er
in vele variëteiten

Een goede plant voor in pot of trog.

Sempervivum marmoreum is inheems op de Balkan. De rozetten zijn bezet met heldergroene, eironde bladen die rood dooraderd zijn. Bloemen zijn rood van kleur met op het uiteinde een witte rand. Ze staan in tuilen op stengels van twintig centimeter hoog.

Sempervivum tectorum (gewone huislook) komt in heel Europa algemeen voor. Het is ongetwijfeld de beste plant om een dak mee te bedekken. De plant vorm in korte tijd veel zijdelings staande rozetten. De spitse bladtop is roodbruin van kleur. Rode tot roze bloemen staan in tuilen op korte stelen.

Sempervivum wulfenii komt in de Alpen van nature voor. De lange spatelvormige bladen zijn zilverkleurig. De bloembladen zijn opvallend citroengeel van kleur en hebben een paarse vlek aan de bladvoet. Paarse meeldraden staan in een uitdagend contrast met de felgele bloembladen. Op een stengel staan tien tot vijftien bloemen.

Sempervivum calcareum vormt schitterende, gezond ogende rozetten

Een aanrader voor wie een goed bloeiende look wenst.

Sempervivum calcareum heeft blauwgroen dooraderd blad. Ze staan in een tot vijftien centimeter groot rozet. Het blad is spatelvormig en heeft een bruine, ruitvormige vlek op het bladeinde. De purperrode bloemen staan in tuilen bijeen op rode gewimperde stengels.

Sempervivum ruthenicum komt in het zuidoosten van Europa voor. De uiteinden van de bladen zijn licht naar binnen gebogen en hebben een bruine vlek. De bladen hebben een lichte beharing. De matgroengele bloemen staan op een tot dertig centimeter lange steel en krijgen later een donkerpaarse dooradering. Het is een prima plant voor een rotstuin of op een dak.

Sempervivum x christii is inheems in Zwitserland en het noorden van Italië. De bladvorm en bloemkleur zijn sterk variabel. In hoofdzaak is de bloemkleur lichtgeel tot geelgroen. Het is een sterke plant voor de rotstuin.

Sempervivum caucasicum groeit in de Kaukasus. De rozetbladen zijn spatelvormig van vorm en licht naar binnen gebogen. Deze look bloeit uitbundig met rozerode bloemen, die in twaalf tot veertien stuks bij elkaar staan.

Sempervivum octopedes vormt lange, straalsgewijze uitlopers, waaraan jonge planten groeien.

De inktvisachtige structuur van Sempervivum octopedes ziet er bizar uit

Het rozet bestaat uit een dichte opeenpakking van lancetvormige, eironde bladen. De plant wordt niet hoger dan vijf tot acht centimeter. De bloemen zijn lichtgeel met paarse aders. De plant is niet helemaal winterhard en moet in het najaar worden binnengehaald.

Verzorging

Alle hiervoor genoemde soorten Sempervivum, met uitzondering van Sempervivum octopedes, kunnen buiten blijven staan. Ze zijn voldoende winterhard. Toediening van meststoffen is absoluut niet nodig. Look haalt het overgrote deel van z’n voedingsstoffen uit de lucht en neerslag.
Voor gebruiksmogelijkheden van de diverse soorten look: Een daktuin als minilandschap.

Nog meer succulenten

Echeveria – – Sempervivum – – Aloë & AgaveSedumSedum ‘Matrona’

Succulenten, aanbidders van zon en droogte (Aloe en Agave)

Wat alle succulenten met elkaar gemeen hebben, is dat ze in het groeiseizoen water opslaan in blad, stengel of wortels. Hierdoor is de plant in staat om extreme perioden van langdurige of fysiologische droogte te overbruggen.

Aloë plicatilis heeft lange, riemvormige bladen

Het zijn uitgesproken liefhebbers van de zon. De zon zet het mechanisme in werking, dat vocht aantrekt. In koude tijden wordt het nodige vocht aan het blad of wortels onttrokken. Met wat extra zorg is een grote verscheidenheid aan succulenten bestand tegen winters weer.

Aloë

Aloë behoort tot het omvangrijke geslacht van de lelieachtigen (Liliaceae). In het Midden-Oosten is de plant al lang in cultuur. Van Aloë barbadensis (syn. Aloë vera) werd het sap al door de Egyptenaren gebruikt om hun mummies mee te balsemen.

Sap van Aloë barbadensis wordt in cosmetica-
artikelen gebruikt

In veel cosmeticamiddelen is Aloë nog steeds een wezenlijk bestanddeel. Aloë arborescens is in West-Europa het langst in cultuur. Het is een forse plant met lange bladen en stekelige punten op de bladzoom. Ze zijn vaak te vinden als kuipplant op buitenplaatsen en kastelen. Er bestaat een volledig groene en een bonte variëteit.

Alle Aloë’s moeten in het najaar binnen bij een koele temperatuur overwinteren. Het zijn planten die je in een kuip te pronk zet. De planten bereiken een respectabele leeftijd bij een goede verzorging. Zorg er wel voor dat Aloë in de zomer niet verdroogt. Juist in het groeiseizoen (april – september) heeft de plant veel water nodig. In de winter wordt er geen water meer gegeven. Plant Aloë in een mengsel van potgrond met daaraan toegevoegd een hoog percentage klei of leem.
Goede soorten van het geslacht zijn o.m: Aloë ferox met blauwgroen blad en pittige stekels (deze soort wordt vaak te koop aangeboden), Aloë plicatilis, Aloë cilliaris, Aloë mitriformis, Aloë saponaria.

   
Agave americana wordt wel de ‘honderdjarige Aloë’ genoemd.
Hier afgebeeld: Agave americana ‘Mediopicta’
Agave arborescens is nog
steeds de meest geziene
succulent in voorname tuinen.
Agave ferox lijkt op Agave arborescens, maar heeft donkergroene en meer naar binnen gekromde bladen

Agave

Columbus heeft Agave americana naar Europa gebracht. In de volksmond wordt deze plant de ‘honderdjarige Aloë’ genoemd. Aanvankelijk werd deze plant gerangschikt onder de Aloë’s. Men dacht dat de plant eens in de honderd jaar bloeide. Dat is een misverstand. Hij bloeit na zeven jaar en sterft vervolgens wel af, maar niet zonder een nieuwe loot aan de basis te hebben gevormd. De bonte variëteiten groeien langzamer dan hun groene of blauwgroene soortgenoten.

Agave victoriae-reginae heeft spatelvormige bladen. Het rozet wordt tot veertig centimeter in doorsnede

De meeste soorten Agave komen in Mexico voor, maar ook in andere droge en warme streken op de aardbol is Agave te vinden.

Verzorging

Agave kan in tegenstelling tot Aloë in de zomer wel een beetje vloeibare mest gebruiken. De planten kunnen beter tegen droogte dan Aloë. Verkleuringen in het blad of zelfs het verwelken ervan het blad duidt meestal op een teveel aan vocht in de grond. Een grijze gloed over het blad of vertraging in de groei is in hoofdzaak een gevolg van wortelluis of schildluis onder op de bladen. Plant Agave in een mengsel van schrale potgrond, waaraan wat grind is toegevoegd. Breng onder in de kuip of pot een laag potscherven aan. Agave heeft een hekel aan natte voeten. Ook Agave moet voor half oktober worden binnengehaald. Stop vanaf dat moment met water geven.

Zet Aloë en Agave na de rustperiode niet direct in de volle zon. Laat ze eerst wennen aan de licht- en zonintensiteit door de planten af te schermen. Direct plaatsen in het zonlicht geeft verbrandingsverschijnselen op de bladen.

Nog meer succulenten

Echeveria – – Sempervivum – – Aloë & AgaveSedumSedum ‘Matrona’

Succulenten, aanbidders van zon en droogte (Sedum)

Wat alle succulenten met elkaar gemeen hebben, is dat ze in het groeiseizoen water opslaan in blad, stengel of wortels. Hierdoor is de plant in staat om extreme perioden van langdurige of fysiologische droogte te overbruggen. Het zijn uitgesproken liefhebbers van de zon.

S. pilosum sterft af na de bloei, gelukkig zaait de plant zichzelf uit

De zon zet het mechanisme in werking, dat vocht aantrekt. In koude tijden wordt het nodige vocht aan het blad of wortels onttrokken. Met wat extra zorg is een grote verscheidenheid aan succulenten bestand tegen winters weer.

Veel soorten, grote verscheidenheid

Sedum voelt zich het beste thuis op een zandige en droge grond. Alle Sedum-soorten zijn goed te gebruiken in een rotstuin, maar ze zijn ook heel mooi als ze in een grote groep worden geplant.
Er is een grote verscheidenheid aan soorten. Er zijn er die vrijwel plat over de grond groeien en andere die een bossig uiterlijk in groeiwijze hebben. Sedum kan jaren achtereen op dezelfde plaats blijven staan.

S. acre is veruit de bekendste soort. Komt vaak voor op bermen langs wegen

Ze hoeven niet zoals bij veel andere vaste planten om de paar jaar te worden gescheurd of gedeeld. Verrassend in het sortiment is de enorme verscheidenheid in kleurnuances van het loof. Er zijn geelgroene, blauwgroene, roodbruine en geelbonte soorten onder. Een aantal soorten vertoont in de herfst de schitterendste kleurenpracht door verkleuring van het loof.
Sommige soorten zijn van een betoverende schoonheid wanneer het ruig heeft gevroren, heeft geijzeld of als er een dun sneeuwdek overheen ligt. Je kunt gerust stellen dat er aan Sedum altijd wel iets moois is te zien.
Muurpeper (Sedum acre) breidt zich in een mum van tijd uit tot flinke plakkaten. Op schrale bermen van wegen is het een veel geziene gast; de massale aanwezigheid had (in het verleden) te maken met het gebruik van systemische bestrijdingsmiddelen. Het is een prima bodembedekker of om tussen stenen in een rotstuin te groeien.

   
S. spurium is een rijke bloeier en heeft een overhangende groeiwijze,
hoogte 10 – 15 cm
Sedum villosum is tweejarig. De plant groeit in het hoge noorden tot ver in Noord-Afrika,
hoogte 15 – 20 cm
Sedum pachyclados is een mooie bodembedekkende plant uit de Himalaya,
hoogte 5 – 10 cm
 
Sedum sphatyphyllum heeft een fluweelzachte bloem,
hoogte 5 – 15 cm
Sedum ewersii is van tere schoonheid,
hoogte 15 – 25 cm
 
Een trog met vetplanten… …bijna een bergtafereel op zich.
     
Sedum platyphyllum heeft vlezige bladen. Bloeit wit en heeft een kruipende groeiwijze,
hoogte tot 30 cm
Sedum furfuraceum is zodevormend, stamt uit Mexico
hoogte 5 – 15 cm
Sedum lineare ‘Variëgatum’ met lijnvormig gestreept blad,
hoogte 15 – 25 cm
Sedum rubrotinctum heeft rood aangelopen, spatelvormig groen blad,
hoogte 30 cm

Verzorging Plant Sedum in een mengsel van gelijke delen potgrond en kleigrond.

Sedum aizoon is de best bloeiende Sedum. De plant wordt tot 60 cm hoog. Tijdens de bloei is de plant overdekt met een zee van gele tuilen. Na de bloei vormen zich oranje doosvruchten. Zowel bloem als vrucht is lang houdbaar op vaas. In het najaar kan de plant bij de grond worden afgeknipt, anders sterft hij vanzelf wel tot de grond toe af. Verplant Sedum aizoon regelmatig om er een goede bloei in te houden.
De plant zaait zichzelf uit.

Winterharde soorten kunnen op een vaste plaats blijven staan. Plant alle Sedum-soorten in de volle zon. In het geval van een warme zomer moeten de planten twee keer per week worden begoten; in het groeizeizoen nemen ze het meeste vocht op. In de winter wordt er helemaal niet meer begoten. Na twee tot drie jaar moeten de planten worden opgerooid, gescheurd en opnieuw worden uitgeplant. Oudere planten kunnen ook worden verjongd door deling van de pol(len) of door het maken van stek. Stek kan vanaf het voorjaar tot aan het einde van het najaar worden genomen. Vermeerdering van niet winterharde soorten gebeurd door het maken van top of bladstek. De stek moet drie tot vier weken op een koele plaats drogen. Tijdens het droogproces ontwikkelen zich worteltjes en nieuwe knoppen aan het blad. Zodra die zijn te zien kan de stek op een met bladaarde gevulde bloempot worden gelegd. Geef in de eerste week geen water. De wortels moeten eerst contact maken met de potgrond. Na het uitgroeien van de stek(ken) mogen ze worden verpot of worden uitgeplant in de tuin.

Nog meer succulenten

Echeveria – – Sempervivum – – Aloë & AgaveSedumSedum ‘Matrona’

Sedum ‘Matrona’, vetter kruid kan niet

Een wel heel bijzonder vetkruid, Sedum ‘Matrona’. Eén van de allergrootste van het geslacht Sedum. In omvang wel te verstaan en bovendien plant van het jaar 2000. Slakken en konijnen zien er geen brood in, dat is dan mooi meegenomen voor wie sukkelt met zo’n plaag.

Sedum 'Matrona'
S. ‘Matrona’ heeft lijvige bladen… …en wordt tot 60 centimeter hoog

Sedum ‘Matrona’ (Crassulaceae) kan natuurlijk in de border of een rotstuin worden geplant. Veel indrukwekkender is het als een flinke kuip ermee wordt volgeplant. Plant deze reus van een Sedum op een onderlinge afstand van dertig centimeter. Hierdoor ontstaat een mooie sluiting en zie je geen aarde meer als ze zijn uitgegroeid. Sedum vereist een humeuze grond, volle zon en op tijd water. De verrassing van deze Sedum is niet alleen de grootte, maar vooral de verkleuring die in de loop van het seizoen optreedt: van lichtgroen in het voorjaar naar paarsrood in de zomer.
Het worden pollen met lijvige, paarsberijpte bladen. In augustus verschijnen stervormig afgeplatte schermen met roze bloemen. De schermbloemen staan op felrood gekleurde, lange stengels. Pas bij de eerste nachtvorst knikken de stengels om.
Konijnen en slakken laten deze Sedum dus ongemoeid. Door de zoutzurige smaak van het vocht in het blad.

Nog meer succulenten

Echeveria – – Sempervivum – – Aloë & AgaveSedumSedum spectabile

Opuntia, schijfcactus,

Sommigen haten cactussen en anderen maken er hun grootste hobby van om de vele geslachten en soorten uit de familie van de Cactaceae te verzamelen, groot te brengen en in bloei te krijgen. Van deze familie bestaan meer dan honderd geslachten en een veelvoud daarvan aan soorten.

De schijven van Opuntia kunnen rijkelijk bezet zijn met ‘vijgen’.

Wie in het najaar in zuidelijke landen nog even gaat genieten van de laatste warme zonnestralen boven de evenaar, kan in een restaurant als delicatesse wat vijgcactussen op z’n bord krijgen. Behalve op het bordje is een vijgcactus best leuk als decoratieve kuipplant op terras of balkon.

Alleen al van het geslacht Opuntia zijn meer dan tweehonderd soorten bekend. Vele daarvan groeien op het Noord- en Zuid-Amerikaanse continent, de zuidelijke gebieden van Europa en het Afrikaanse continent. Cactussen groeien niet alleen in warme, maar ook in koele gebieden. De vijg- of schijfcactus (Opuntia ficus-indica) is dikwijls te zien in landen rondom de Middellandse Zee. Daar zijn er hagen van te vinden of ze staan als solitair in een tuin. Bij ons is een schijfcactus meestal te koop als potplant, die bloeiend wordt aangeboden. Met een beetje (voor)zorg en geduld kunnen we ze de pot laten ontstijgen. Het kan een flinke plant voor in een kuip worden.

Opuntia groeit met min of meer platte schijven. Die schijven zijn eigenlijk platte stengels. Aan het uiteinde van zo’n schijf staan heel kleine, succulente blaadjes (areolen). Op de schijf staan flinke doorns, meestal in een fascinerend en regelmatig patroon. Bloemen en vruchten ontstaan langs de randen van de schijf, meestal geel of rood. Het zijn felle kleuren, waar je niet zonder te kijken aan voorbijgaat. Het aardige van de vijgcactus is dat de vruchten eetbaar zijn. Ze hebben wat je noemt een wat laffe smaak, een beetje melig zoetzuur tot zoet. Het eetbare deel moet je wel uit het vruchtomhulsel met stekels (glochiden) pellen. Het helpt goed tegen dorst.

Opuntia vereist een voedselarme, zanderige en goed water doorlatende grond. Plant ze in een ruime kuip of grote bloempot. Verwaarloos ze, geef ze niet te veel aandacht! Cactussen gaan vaker dood door te veel water dan door droogte. De plant moet binnen overwinteren. Een temperatuur van 10 – 12 °C is genoeg voor een jonge plant. Een oudere plant kan 2 – 3 °C vorst verdragen. Voor de zekerheid dek je planten die buiten overwinteren af met sparrentakken.
In de lente kan worden gezaaid, maar makkelijker is het om losgelaten leden of een door de midden gesneden schijf te planten. Zet Opuntia op een warme en door de zon beschenen plaats.

Agave striata

Agave striata komt uit Midden-Mexico. Het is een van de vele soorten, die daar groeien als overblijvende, vaste plant. Bij ons zou deze Agave niet misstaan in een grote border of gewoon in een kuip ter versiering van terras of een ruim balkon. In de winter moet de plant binnen overwinteren.

Heel kenmerkend voor Agave striata zijn de stijve, lange bladen, die in een ritmische compositie bij elkaar staan.

De Agave striata bloeit met aarvormige bloemaren die wel bijna 3 meter hoog kunnen worden (Orto Botanico in Napels)

De bladen zijn in de lengte iets gebogen en monden uit in een nare, scherpe doorn. Op die scherpe doorn moet je zeker letten, omdat die een diepe verwonding kan veroorzaken. De randen van de bladen zijn glad en gaaf. De bladen zijn tot 50 centimeter lang en hebben een groene tot dofgroene kleur. Ze staan op heel korte stelen.

Agave striata behoort tot de familie van de Agavaceae/Amaryllidaceae. De plant verlangt een goed humueze grond, die goed water doorlatend is. Daarnaast is een standplaats in de volle zon een absolute voorwaarde om een fraaie ontwikkeling van de bloem te krijgen.

De bloemen zitten aan een lange, spectaculaire aar in langwerpige trossen. De bloemkleur is groenachtig geel, soms ietwat paarsachtig. Uitgebloeide aren worden diep roestbruin.

In de winter kunnen de uitgebloeide aren worden afgesnoeid. Halverwege het najaar moet de plant in een kas of in een kamer overwinteren bij een temperatuur tussen 15 °C en 20 °C. Geef gedurende de herfst en wintertijd eens per maand een beetje water, maar beslist geen voedingsstoffen.

Aeonium arboreum

In kleurrijke perken in Marokko, Tunesië en het zuiden van Spanje is Aeonium als solitaire plant dikwijs te zien. Meestal markeert de plant een hoekpunt van zo’n perk. Je vraagt je soms af hoe zo’n plant in staat is te groeien in de harde grond daar met de constant hete zon op z’n kop.

De bladen zijn samengevoegd tot een compact gevormd rozet

Dat zijn nu net de omstandigheden, die ideaal zijn voor deze plant.

Aeonium arboreum is een succulent. De bladen zijn gezwollen dik en gevuld met sappen. Die sappen zijn elektrolytisch. Ze zorgen voor de ontrekking van vocht uit de bodem. De bladen zijn bedekt met een vettige laag; water valt er in dikke druppels vanaf.

Van Aeonium zijn meer dan veertig soorten bekend. Soorten van dit geslacht (Crassulaceae) groeien vooral in mediterrane landen, Noord-Afrika en de Canarische eilanden.

De bladrozetten staan op lange stengels

Er zijn soorten, die kruidachtig of struikachtig zijn. Ze overwinteren met groen blad. Het zijn wintergroene succulenten. De rozetten met bladen staan op stengels of zijn tengelloos. In het vroege voorjaar bloeien deze planten met stervormige gele, rode, roze of witte bloemen. Uitgebloeide bloemen worden uitgeknipt. Soms ook gaat het hele rozet, waaruit de bloem is voortgekomen, dood.

Aeonium arboreum in een kuip kan een flinke omvang krijgen

Aeonium kan worden vermeerderd uit zaad of door stengel- of bladstek in het voorjaar te nemen.

Aeonium arboreum groeit zowel in de volle zon als in een halfschaduwrijke situatie in een goed doorlatende, zandige grond en een overwegend warme temperatuur. De plant komt van nature voor in de kustgebieden van Marokko. Daar wordt de plant tot zestig centimeter hoog en bloeit met kegelvormige trossen, goudgele bloemen. Na de bloei sterft de hele stengel af.

Een verzameling succulenten is te zien in de Hortus Botanicus van de Vrije Universiteit van Amsterdam, Van der Boechorststraat 8. Open van 8.00 – 16.30 uur. De toegang is gratis.

Nog meer succulenten

Echeveria – – Sempervivum – – Aloë & AgaveSedumSedum ‘Matrona’