Viburnum tinus ‘Gwenllian’

Een struik uit het mediterrane gebied, die groen blijft. Aanvankelijk import, tegenwoordig (2002) in eigen land gekweekt. De struik wordt op den duur dik vier meter hoog en zes meter breed. Door de aansprekende toeven bloemen in februari – maart is het een van die struiken, die dan verleiden tot kopen. Opgepot als jonge struik en volop in bloei is de deal snel gemaakt. Enkele jaren verder weet je er dan geen raad meer mee, omdat het struikje zijn plaats in de tuin opeist.

 
De struik staat al vroeg in knop en bloeit al vanaf begin februari

Van Viburnum tinus bestaan verschillende klonen. Viburnum ‘Gwenllian’ is in knop roze en de geopende bloemen zijn witroze. Viburnum ‘Compactum’ heeft eveneens roze knoppen,

Viburnum tinus ‘Gwenllian’ heeft
leerachtig blad

waaruit witte bloemen te voorschijn komen. Viburnum ‘Eve Price’ heeft karmozijnrode knoppen, waaruit roze aangelopen bloemen komen. Ten slotte heeft Viburnum ‘Pink Prelud’ witte bloemen, die geleidelijk naar roze kleuren. De bloemen zijn tussen 5 tot 9 millimeter in doorsnede.
Plant deze Viburnums op een beschutte plaats in de volle zon. In strenge winters kan het gebeuren, dat de struik invriest. Verwijder dan in het voorjaar de doodgevroren takken.

De hierboven genoemde variëteiten worden als struik of op stam gekweekt. Het is zelfs mogelijk er een formele of informele haag mee te maken. Ze groeien compacter dan de meeste andere soorten, zoals Viburnum bodnantense, Viburnum rhytidophyllum en Gelderse roos.

Viburnum tinus verdraagt snoei. Snoei de struik aan het einde van het voorjaar. Snoei volgroeide struiken zo min mogelijk. Knip alleen die scheuten weg, die de vorm bederven. Wie een haag met deze Viburnum maakt of heeft, knipt halverwege de zomer de scheuten met een snoeischaar terug om de vorm een beetje in de haag te houden. Knippen met een hegschaar maakt namelijk lelijke randen aan het blad.

Klonen: de gehele door vegetatieve vermenigvuldiging verkregen nakomelingschap van één ouderplant (de moederplant of moer).

Andere soorten

Japanse sneeuwbalViburnum globosumViburnum x bodnantense
Viburnum rhytidophyllumGelderse roos

Viburnum rhytidophyllum

Je moet wel houden van deze Viburnum. Een wat stijfjes omhoog groeiende struik met lange bladeren, die een ezel niet zouden misstaan. Vooral tijdens vorst hangen de overigens groenblijvende bladeren van deze struik er wat slapjes bij. Het is de struik dan aan te zien dat hij staat te kleumen van de kou.

V. rhytidophyllum bloeit in
grote schermen

Buiten het winterseizoen hangen de bladeren er wel wat beter bij, maar je zou toch denken dat de struik gebukt gaat onder psychische zorgen. Wie nog op zoek is naar een baken voor als z’n tuin overdekt is met een laag sneeuw, vindt houvast in deze struik.

Viburnum rhytidophyllum is er één van de vele soorten van dit geslacht. In Centraal- en West-China groeit deze struik langs de randen van bossen en op open plaatsen. Het is een snel groeiende struik, die een hoogte van drie tot vijf meter kan bereiken. De omvang houdt vrijwel gelijke tred met de hoogte.

V. rhytidophyllum wordt bijna even breed als hoog

De struik is geschikt voor humeuze of zavelige, kalkrijke grond op een plaats in de halfschaduw tot volle zon. De struik is niet alleen geschikt als solitair, maar ook om voor de randen van bosachtige beplantingen of heesterbeplantingen te worden gebruikt. De tweede naam, rhytidophyllum betekent zoveel als ‘met rimpelig blad’. Het lange blad is donkergroen en diep generfd. De bovenzijde is glanzend groen en de onderzijde grijsbruin viltig behaard.

Vanaf mei tot en met juni bloeit de struik met crèmegele kleine bloemen in grote platte tuilen. De bloemen worden in het najaar al aangelegd en overwinteren in tuilen aan de uiteinden van de scheuten. Na de bloei komen er na bevruchting eerst glanzend rode ovale bessen, daarna worden de bessen zwart.
Voor bevruchting is het nodig dat meer struiken in elkaars nabijheid staan. Viburnum behoort tot de kamperfoelieachtigen (Caprifoliaceae).

De struik moet zo min mogelijk worden gesnoeid. Mocht de struik minder gaan bloeien, dan is verjongingssnoei nodig. In dat geval wordt de helft van het aantal oude stengels aan het einde van de winter verwijderd. Eén of twee jaar later worden de resterende oude stengels verwijderd. De struik zorgt geregeld voor nieuwe uitlopers vanuit de basis.

Andere soorten

Japanse sneeuwbalViburnum tinus
Viburnum x bodnantenseViburnum x globosum

Voor een vijg hoef je niet ver weg

Vijgen (Ficus carica) groeien weliswaar in het

Een vijg heeft een fraai handvormig gelobd blad

Middellandse-Zeegebied, maar ze doen het ook goed in ons klimaat. Als ze in de winter worden toegedekt, kun je er jarenlang plezier van hebben. Er zijn geschikte rassen voor de tuin. Vijgen worden zelfs hier rijp en kunnen dus worden gegeten: een plant voor de edible garden.

Een vijg is geen vrucht

Vijgen zijn al heel lang in cultuur. Ze groeien in warme streken en het liefst in de volle zon. Wat wij als vrucht zien, is in feite de vlezige bloeiwijze. De vorm van de vrucht doet denken aan een urn. Binnen het vruchtomhulsel staan de heel kleine bloemen. De bloemen rijpen zonder bevruchting of worden door een galwesp bevrucht. Vijgen worden pas na twee jaar rijp.
Vruchten worden voornamelijk in de winter vanuit het Middellandse-Zeegebied

Vijgen worden gestekt

geëxporteerd. Vijgen zijn lekker om zo te eten of kunnen in vruchtencakes of vruchtenslof worden verwerkt. De vruchten van de meeste rassen worden hier rijp vanaf september tot en met oktober.

Wortelruimte beperken

Vijgen worden als struik of als halfstam toegepast. Ze worden uit stek opgekweekt. Gezaaide planten groeien minder goed en geven nauwelijks vruchten. Om een goede groei en rijke oogst te krijgen is het nodig om de wortelruimte te beperken. Plant daarom de jonge vijgenstruik in een betonnen bak of kuip. De ruimte hoeft niet groter te zijn dan 60 x 60 x 60 cm. Als grondmengsel wordt licht humeuze grond gebruikt; voeg hieraan een flinke hoeveelheid potscherven toe. Door deze ‘plagerij’ worden eerder bloemen ‘aangelegd’ en heb je eerder vruchten.

Bijzonder blad en vruchtencyclus

De vruchtencyclus is byzonder: er kunnen tegelijkertijd in de bladoksels embryonale vruchten, vruchten van dit jaar en vorig jaar aanwezig zijn. Het eerste rijp zijn de vruchten, die in embryonale vorm hebben overwinterd in de bladoksels. Deze embryo’s zijn al gevormd in het voorgaande jaar. Vruchten die zich in het voorjaar op het nieuwe hout vormen, vormen de tweede cyclus.

Vruchten van het voorgaande jaar rijpen in het tweede jaar.

Een vijg heeft een fraai blad en er kunnen vruchten in een verschillend rijpingsstadium tegelijk aan zitten

De cycli ontstaan met name in gebieden met koele zomers. Eetbaar zijn die vruchten die in een embryonaal stadium door de winter heen gekomen zijn. De snoei van de vijg is speciaal daarop gericht.

Bladeren van de vijg zijn handvormig gelobd en frisgroen van kleur. Het is wat je noemt een decoratieve struik. Het blad is ca 20 cm lang en 15 cm breed. De bladstelen zijn geel van kleur in contrast met de diepgroene kleur van het blad. In het najaar valt het blad af. De struik wordt pas in het vroege voorjaar gesnoeid. Een volgroeide struik wordt wel 2,5 m hoog en 3 m breed.

Snoeien in voorjaar en zomer

Een vijg plant je vroeg in het voorjaar, zodat de plant nog voldoende wortels in de warme grond kan aanmaken. Begin met een vijg die ten minste twee jaar is opgekweekt. Ze zijn in pot te koop. Een tweejarige vijg heeft ten minste 3 – 4 zijscheuten aan de stam. De stamlengte moet ongeveer 60 – 90 cm zijn.

Een vijg is vorstgevoelig, plant hem dus tegen een warme muur of schutting. In de winter de voet afdekken met veel (onverteerde) humus. Bescherm de gesteltakken tegen vorst door er rietmatten tegenaan te zetten.

In de zomer moet worden gesnoeid: de toppen van de jonge scheuten worden teruggenomen; zodanig dat er 5 – 6 bladeren aan de scheut(en) blijven. Door deze wijze van snoeien wordt de aanleg van nieuwe scheuten vanuit de

‘Brown Turkey’ geeft veel vruchten

bladoksels bevorderd en kan er meer (zon)licht in de kroon komen. Aan het einde van het groeiseizoen zullen in de oksels van de nieuw gevormde jonge scheuten nog embryonale vruchtjes aanwezig zijn. De kans is groot dat deze vruchten de winter overleven en zich het volgende groeiseizoen verder zullen ontwikkelen. Aanwezige groene vruchten aan het einde van het groeiseizoen overleven de winter niet: pluk ze af.
In de lente richt de snoei zich op het ontwikkelen van een evenwichtige kroon. Stakerige, bevroren en kale scheuten worden terug geknipt op één knop om nieuwe groei te stimuleren. Overtollige zijscheuten worden van de hoofdgesteltakken geknipt. Zorg voor een open struikvorm, zodat het (zon)licht goed de hoofdgesteltakken kan bereiken.

Net zoals appels en peren kunnen worden geleid, zo is de vijg ook (op) te leiden. Een waaiervorm is een goede vorm. Bind de hoofdscheuten aan, zodat de vorm van een (brede) waaier ontstaat.

Rassen

Er zijn veel nieuwe rassen te koop. De hieronder genoemende rassen zijn geselecteerd op vroegheid, smaak en winterhardheid. Het zijn allemaal meerjarige gewassen, geschikt als tuin-, serre- of kuipplant.

Ras Vrucht Oogst
‘Belle’ Geeft grote vruchten, vruchtvlees licht violet half okober
‘Brown Turkey’ Het beste ras. Middelgrote vruchten, vruchtvlees donkerrood half oktober
‘Brunswick’ Bruinrode vrucht, langwerpig van vorm half oktober
‘Caromb’ Langwerpige vrucht, vruchtvlees donkerpaars half oktober
‘Dauphine’ Grote, ronde vruchten half oktober
‘Grise de St.Jean’ Middelgrote vrucht. Geeft veel vruchten, vruchtvlees grijs eind oktober
‘Grosse Grise’ Grote vruchten, vruchtvlees donkergrijs eind oktober
‘Pitta Lusse’ Ronde, matig grote vrucht, vruchtvlees lichtgroen begin oktober
‘Precoce’ Ronde vruchten. Draagt overvloedig, vruchtvlees zwart begin oktober
‘Rouge de Bordeaux’ Langwerpige, kleine vrucht, vruchtvlees zwart begin oktober
‘Goutte d’Or’ Grote vrucht, vruchtvlees goudkleurig eind oktober

Maagdenpalm in minor en major

Maagdenpalm is er met groot en klein blad en dito bloem. In Nederlandse

Maagdenpalm kan een stevig en dicht tapijt leggen

natuurgebieden is de plant beschermd. In België komt de plant algemeen voor. De bakermat van de twee soorten van maagdenpalm ligt in mediterrane streken. Als tuinplant is het een prima bodembedekkende plant met de eigenschappen van een woekeraar. Zowel op zwaar beschaduwde plaatsen als in de volle zon voelt maagdenpalm zich thuis. De krachtige bodembedekkende groeiwijze maakt dat er struiken en hooggroeiende andere planten in het tapijt kunnen worden geplant.

Maagdenpalm (Vinca) is groenblijvend. Wie een kleine tuin heeft en een keuze moet maken voor een bodembedekkende plant, kan beter voor maagdenpalm kiezen dan voor een klimopsoort (Hedera). Maagdenpalm is ook niet zo agressief voor struiken, bomen of andere planten als klimop. Maagdenpalm bloeit met fel blauwachtige of witte bloemen, heeft een rijke en langdurige bloei – vanaf januari tot half mei. Ook daardoor heeft de plant een streepje voor op klimop.

Het blad van Vinca minor is driemaal zo klein als dat van Vinca major. De bloem van Vinca major is tweemaal zo groot als die van minor. Vinca major groeit met lange uitlopers, tot wel anderhalve meter lang, minor groeit bescheidener met uitlopers tot een halve meter.

 
Vinca major is er met klein en met groot blad

Maagdenpalm behoort als enige tot het geslacht van de maagdenpalmachtigen (Apocynaceae). Hoewel de plant meestal uitgestald wordt tussen vaste planten is het een heester.

Vinca major is een snel groeiende
bodembedekker met grote bloemen

Plant maagdenpalm op een onderlinge afstand van vijfendertig centimeter. De plant is geschikt voor humeuze en kleiige grond. Inkorten van uitlopers wordt door maagdenpalm goed verdragen. Uitlopers wortelen zelf. Dit is de manier om aan nieuwe planten te komen.

Planten en struiken die goed in combinatie met Vinca kunnen groeien, zijn onder meer narcis, keizerskroon, Iris sibirica, Hosta, karmozijnbes, veldbies, kijkblad, salomonszegel, Primula vialii, Aucuba, Callicarpa, specerijstruik, hazelaar, Altheastruik, hortensia en Viburnum bodnantense.

Zorg ervoor dat rond solitairen of groepen planten bijtijds de grond wordt vrijgemaakt van maagdenpalm. Ook deze planten hebben water en voedingsstoffen nodig om te groeien en moeten daarin niet al te zeer worden gehinderd.

Variëteiten

Botanische naam Bijzonderheden
Vinca major Blad glimmend donkergroen
Vinca major ‘Reticulata’ Blad geelachtig geaderd
Vinca major ‘Variegata’ Blad roomwit gevlekt en gerand
Vinca major subspecies hirsuta Blad donkergroen. Opgaande groeiwijze. Bloem lichtviolet
Vinca minor Klein blad. Zeer winterhard
Vinca minor ‘Argenteovariegata’ Met geelwitte randen langs het blad. Lichtviolette bloem
Vinca minor ‘Atropurpurea’ Als de soort. Met donker purperviolette bloemen
Vinca minor ‘Aureomarginata’ Als de soort. Met goudgele rand langs het blad
Vinca minor ‘Gertude Jekyll’ Heldergroen blad. Bloemkleur wit

Sambucus nigra, vlier

De gewone vlier (Sambucus nigra) onbrak vroeger op geen enkel boerenerf. Bij huis, stal of bakkeet werd de vlier aangeplant als was het een buitengewoon sierlijke plant. Niet de schoonheid van deze struik was de ware reden, maar het bijgeloof dat de struik

bescherming zou bieden tegen onweer en kwalijke ziekten.

De hardnekkigheid waarmee de vlier zich handhaaft en vermeerdert, is tegelijkertijd z’n ondergang geworden; door velen wordt hij als ongewenst (onkruid) beschouwd. Jammer, want van de vlierbloesem en -bessen zijn lekkere dingen te maken.

Stikstofrijk

Vlieren komen in Nederland vooral voor op vochtige en stikstofrijke gronden. Van nature vergezellen ze bomen en struiken van het Populetalia en Prunetalia. De verspreiding vindt vooral plaats door vogels. De onverteerde pitten worden her en der gedropt via de uitwerpselen. Zijn de zaden eenmaal in een geschikt milieu beland, dan kan een ware plaag aan vlierstruiken ontstaan, die nauwelijks meer is te stuiten. De vlier heeft de nare eigenschap alles te verstikken, zodat er niets, maar dan ook niets onder wil groeien. Vooral de nabijheid van een kippenren is een geliefd vestigingsplaatsje. En als u nog een geschikte struik zoekt voor de volière, dan is de vlier er één die het lang uithoudt.

Bloem en bes, daar gaat het om

Zoals gezegd, is de vlier nou niet bepaald een fraaie sierstruik die je gewoon ‘moet’ hebben. Het is meer een ‘fruitboom’, die genoegen neemt met een plekje achteraf; bij de composthoop of een vochtig plekje bij het schuurtje. En als er geen plaats voor een vlier meer is in de tuin, gaat-ie gewoon ergens op zoek in het landschap.
Toch bestaan er ook een fraaie, decoratieve soorten van de vlier: de bergvlier, Sambucus racemosa, die mooi donkergroen en diep ingezaagd blad heeft, en een bonte variëteit ervan: Sambucus racemosa ‘Plumosa Aurea’. De bloemen en bessen van de bergvlier lenen zich echter niet voor consumptie.
De gewone vlier bloeit in mei tot in begin juni met witte, breed handvormige, platte schermen.

‘Een vlier hoef je niet te zien bloeien, die ruik je gewoon!’ De zware, friszoetige geur is vooral op warme dagen goed te ruiken. Zijn de bloemen helemaal open, dan is het tijd om ze te oogsten. Van de (gedroogde) bloemen kan een bloesemthee worden gezet of er kan onder andere vlierbloesemmelk of vlierbloesemsiroop van worden gemaakt.

 
Veel schermen, een rijke oogst Rijpe bessen zijn diep paarsblauw

Worden de bloemen aan de struik gelaten, dan komen er in september – oktober diep blauwpaarse bessen te voorschijn. Wie wel eens zo’n besje uit het scherm heeft geplukt en geproefd, griezelt waarschijnlijk voor de rest van z’n leven en zal niet gauw nog eens zo’n bes willen proeven. De bitterzoete smaak van de bes kan dus niet iedereen bekoren. Maar vergist u zich niet. Wanneer de bessen op de juiste wijze worden bereid, kunnen er verrassende dingen ontstaan. Pluk de bessen pas als ze helemaal rijp zijn. Ze zijn dan zacht en hebben de neiging van het scherm af te vallen. Onrijpe bessen zijn licht giftig en kunnen (bij kinderen) diarree veroorzaken.

Bloesemrecepten

Bloesemthee
Overgiet een eetlepel vlierbloesem met kokend water. Laat dit een kwartier trekken. Maak de thee op smaak met suiker of honing.

Vlierbloesemmelk
Gebruik vijf schermen. Trek de bloemen van het scherm (géén steeltjes!) en leg ze in een ondiepe schaal. Schenk er een halve liter koude melk overheen. Zet de schaal op een koele plek en laat het geheel een uur trekken. Zeef hierna het mengsel en voeg naar smaak bruine basterdsuiker toe. Ook lekker met een scheutje cognac.

Vlierbloesemcider
Neem 15 bloemschermen, 7 liter water, 750 gram suiker, een kwart liter wijnazijn en het sap van een ontpitte citroen. Meng het geheel en laat de oplossing een dag en een nacht staan. Zeef de oplossing en doe dit in goed afsluitbare flessen.
Wilt u een mousserende cider? Doe er – in de fles – dan een paar rijstkorrels bij. De cider kan maandenlang worden bewaard.

Vlierbloesemlimonadesiroop (Leonie Kroon)
30 grote bloemschermen of evenzovele kleinere, 3 liter water, 2 3/4 kg suiker, 3 zakjes vanillesuiker en 1 citroen.
De schermen plukken, wassen en overgieten met de drie liter water. Afgedekt 3 (!) dagen laten trekken. Zeven door een doek en opkoken met de suiker, de vanillesuiker en de uitgeperste citroen. 5 minuten door laten koken en voilà, erg lekkere limonadesiroop: 1 deel siroop met ongeveer 5 delen water. Erg verfrissend en apart.

Bessenrecepten

Vlierbessenjam
Gebruik een pond goed rijpe vlierbessen. Laat de bessen zachtjes sudderen. Roer voortdurend en voeg een pond suiker toe. Voeg ten slotte het sap van een hele citroen toe en laat de jam verder inkoken tot de gewenste dikte. Jam zonder pitten: haal dan – voordat het citroensap wordt toegevoegd – de gelei door een roerzeef.

Vlierbessenlikeur
Kneus 400 gram vlierbessen. Zeef de gelei en giet er een kwart liter brandewijn op. Doe het mengsel in een goed afsluitbare fles. Doe in de fles twee kaneelstokjes, een stukje vanille en een kruidnagel. Laat het geheel twee weken trekken. Kook een kwart liter water, waarin anderhalf kopje suiker is opgelost. De afgekoelde suikeroplossing aan de drank toevoegen. Vul de drank in nieuwe flessen. De drank kan maandenlang worden bewaard.

In het voorjaar bloeiende struiken

Krijgt u ook dat voorjaarsgevoel als de zon weer na een winter voelbaar uw bleke huid beschijnt? Krijgt u de kriebels om bij wijze van spreken de blaadjes wel aan uw bomen kijken? Als uw tuin er (nog) doods en zonder fleurigheid bijligt, is daar wel iets aan te veranderen. Plant eens een vroeg in het voorjaar bloeiende heester. Dat hoeft niet per se met een felgeel bloeiende Forsythia, die alle aandacht in al (te) veel tuinen opeist. Ook de lang in winter en voorjaar rose bloeiende Prunus subhirtella ‘Autumnalis’ is zo langzamerhand een overbekende struik.
Er zijn veel meer mogelijkheden om een bloeiend accent in de late winter of het vroege voorjaar in de tuin te hebben. Daarom hier een paar van die vroegbloeiende heesters, die de moeite waard zijn.

Het mooie voorjaarslandschap

Laat uw tuin nog even liggen en trek eerst eens het voorjaarslandschap in!

Daar is het misschien wel het mooiste. De verscheidenheid aan bomen en struiken toont haar pracht in een veelheid aan tinten groen, bruin en geelbruin bij het uitlopen van blad. Frisgroen en kraakhelder van kleur. De frêle zonnestratitlejes twinkelen gevoelig door het ijle lover en accentueren de donkere stammen en takken van bomen. Het geraamte van bomen en struiken tekent zich extra scherp af tegen het lichte groen en het heldere zonneschijnsel. Loop en fiets door het landschap en snuif de frisse buitenlucht op in uw longen. Een enkele wolk in de lucht geeft alleen maar diepte aan het weidse panorama en de vergezichten. Stoor u niet aan drukdoende boeren, die akkers en weiden van verse mest voorzien. Neem de onwijze stank voor lief. Consumeer naar hartelust de vele indrukken die u in stilte kunt opdoen. Kijk, gebruik uw ogen en oren en zwelg in al dat schoons; bevrijd uzelf even van dat benauwde gevoel dat het ‘stadse’ tuintje al een te lange tijd gaf.

Weer terug… katjes in de tuin? Of…

Misschien hebt u in het landschap goed opgelet. Daar staan wat ‘gewone’

soorten heesters en bomen, die je nou niet meteen op het idee brengen om ze eens wat dichter bij huis te planten. Toch hebben ook gewone heesters hun bekoring. ‘t Is maar hoe je ernaar kijkt en wat je dan ziet. Het gewone wilgenkatje is zo’n heester die in het voorjaar met z’n blinkend zilverkleurige katjes de show steelt. Nu moet u niet meteen roepen dat dit ook het enige is, waarin deze heester uitblinkt. Het ‘rijp’ worden van zo’n katje is schitterend om te zien. Dat gezien worden kan in uw tuin, maar ook op vaas. De gele meeldraden, die bij het rijp worden te voorschijn komen tussen al dat wollige pluis, zijn toch mooi om te zien?

De wol beschermt de meeldraden tegen de nog kille nachtlucht in het voorjaar.

Er is leven na een sombere winter: elskatje

Wiegend op de vlagen van de wind slingeren de katjes van de els heen en weer. De gele sliertige hangertjes verstuiven het stuifmeel naar soortgenoten die hun verleden doorgeven aan een nieuwe generatie. De bruinzwarte proppen lijken wel star en onverzettelijk te hangen om toe te zien of alles wel goed gaat.

Eenmaal uitgestoven vallen de slierten voldaan af, moe gewiegd door de wind.

Er is leven na een sombere winter: berkkatje

Het katje van de berk lijkt veel op dat van een elzenstruik. Het doel is hetzelfde: bevruchten van de soortgenoot en zorgen voor nakomelingschap.
Waarom bloeien katjesdragers zo vroeg? Hebt u zich dat wel eens afgevraagd? De reden is dat soorten (berk, wilg, els) op het hele noordelijk halfrond groeien en tot ver in de poolstreek voorkomen. Daar is de winter lang en de zomer kort. Er is dus maar een korte, warmere tijd om te zorgen voor nakomelingschap. Vandaar dat de bloei vroeg vtitle. Het korte voorjaar en de zomer worden rap benut om te bloeien en te groeien.

Er is haast. Het is echt een ‘struggle for life’ voor deze planten.

Er is leven na een sombere winter: hamameliskatje

Een bloeier die kou en sneeuw trotseert is Hamamelis. De frêle bloemen ontspruiten op een donker-roodbruine bloembodem. Takken zijn overdekt met deze pluizige bloemdotjes. Vooral wanneer de zon in het voorjaar laag aan de hemel staat, is de bloemrijkheid opvallend en goed te zien. De struik bloeit voor het blad eraan komt. Hamamelis is bijzonder goed winterhard. Als solitair komt de struik het beste tot zijn recht. De bladeren komen vroeg in de voorzomer te voorschijn en lijken wel op de bladeren van de hazelnoot. De bloemen van alle soorten en variëteiten zijn tinten van geel. Er zijn lichtgele en donkergele tot bijna bruine soorten.

Er is leven na een sombere winter: Magnolia, statige voorjaarsbloeiers

Magnolia’s waren in de Franse tuinen en op de Nederlandse buitenplaatsen een teken van rijkdom. Nu is het allemaal wat gewoner. Iedereen kan dat rijke gevoel realiseren. ‘Da’s een tulpenboom, roepen mensen als een Magnolia in bloei staat.

Nee hoor, dat is toch echt niet de goeie naam. ‘Valse beverboom’ is de goede. Van Magnolia zijn heel veel soorten en variëteiten in cultuur. Allemaal wondermooi. Je moet wel de tijd nemen om een volgroeid exemplaar te krijgen.

Jaren duurt het eer de struik zijn karakteristieke vorm heeft bereikt. Maar geduld wordt ook hier goed beloond. De bloemen lijken wel wat op tulpen. Tulpen op stam, dus?

Magnolia is er in vele kleuren en grootte van de bloem.

Zo zijn ze er met zuiver witte bloemen, rose met wit, rose en bordeaux-rode bloemen. Niet alleen de uitgekomen bloem is van een tere schoonheid, maar ook de behaarde knop in bruine of grijsgroene kleur is de moeite waard om te zien.
Opeens barst de knop open en puilt al haar schoonheid naar buiten om de zonnestralen te vangen en te weerkaatsen. Magnolia’s bloeien voordat er blad aan de struik is. Tegen de avond sluiten de bloemknoppen zich en is de bloem weer veilig opgeborgen tegen de vrieskou en de kilte van de nacht.

De vuurdoorn trekt zich weinig aan van luchtvervuiling

Rode, gele of oranje bessen sieren muren in de nazomer tot het begin van de winter. De vuurdoorn is een struik die in aanzien staat, tenminste als je afgaat op het feit hoe vaak je hem in het straat- en tuinbeeld tegenkomt. Het is een ouwe getrouwe, want al sinds het einde van de zestiende eeuw in cultuur.

Ongevoelig voor schurft

Er zijn perioden geweest dat vuurdoorn maar niet meer werd geplant, gevoeligheid voor schurft (Spilocaea pyracanthae) was daar debet aan.

Pyracantha ‘Golden Charmer’ is een flinke struik

De ziekte kwam zoveel voor dat de voornaam van vuurdoorn (Pyracantha) aan de wetenschappelijke naam voor deze ziekte werd toegevoegd. Maar zelden komt de aantasting nog voor: zwarte vlekken op blad, takken en vruchten ontsieren dan de struik. Dikwijls luidde dit het voortijdige einde in van vuurdoorn. Met name appelsoorten (Malus) kunnen door dezelfde schimmelsporen worden aangetast.

Pyracantha coccinea ‘Golden Charmer’ heeft grote oranjegele vruchten

Onder meer is vuurdoorn een waardplant voor schurft en bacterievuur (Nectria).
Gelukkig is men er inmiddels goed in geslaagd om vuurdoorn’s gevoeligheid voor schurft terug te dringen door nieuwe kruisingen op de markt te brengen.

Vuurdoorn Pyracantha coccinea en de vele cultuurvariëteiten hiervan, zijn het resultaat van een kruising van P. coccinea x P. rogersiana ‘Kasan’. De uitkomst hiervan is beslist resistent tegen schurft. Alle cultuurvariëteiten hiervan zijn goed bestand tegen strenge winters.

Vuurdoorns zijn mooie, wintergroene struiken met scherpe doorns op de twijgen. Deze eigenschap maakt ze bijzonder geschikt als (ook) heg en dat zie je maar weinig. Meestal wordt vuurdoorn tegen een muur geplant, hetzij vrij groeiend of in leivorm. De struik kan een hoogte bereiken van twee tot drie meter. Een voedzame, humusrijke grond is nodig voor een goede groei en mooi donker glimmend blad.

 
Pyracnatha coccinea ‘Mohave’ draagt oranjegele bessen tot in december… tot 1 centimeter groot

In mei – juni bloeit vuurdoorn met een overdaad aan crèmewitte bloemen. Na de vruchtzetting veranderen de bloemen in een zee van vruchten, die graag door vogels (lijster, merel, spreeuw) worden gegeten. Na de eerste vorst verschrompelen de vruchten en verslijmt het vruchtvlees. De zaden komen dan vrij, maar kiemen niet niet eerder dan na veel kou te hebben geleden.

Snoeien

Pyracantha kan worden geleid en heeft daarvoor steun (houten of plastic rooster) aan een muur of schutting nodig. De hoofdgesteltak wordt aangebonden op het midden van het steunrooster.

Pyracantha coccinea ‘Orange Glow’ is de meest gebruikte variëteit

Zijscheuten worden zoveel mogelijk min of meer horizontaal aangebonden. Alle haaks op het platte vlak staande scheuten worden weggeknipt. De uitgebonden scheuten worden met eenkwart van hun lengte ingesnoeid om vertakking te stimuleren. Na aanbinden en snoei moet vuurdoorn eruit zien als een volkomen platte struik. In de volgende jaren wordt de hoofdvorm in stand gehouden: alle haaks op de struik groeiende scheuten worden zonder pardon weggeknipt, zijscheuten op de gesteltakken worden met de helft van hun lengte ingekort. Oude gesteltakken, die weinig vrucht gaven in het voorgaande jaar, worden zo mogelijk vervangen door jonge scheuten. Opnieuw aanbinden. Als de struik te dicht dreigt te worden moet worden gedund, zodat licht, lucht en zon goed kunnen doordringen op alle scheuten. Vuurdoorn bloeit op hout dat ten minste twee jaar oud is.
Snoeitijd: midden voorjaar. In de zomer kunnen ‘verkeerd’ groeiende scheuten worden weggeknipt. Vuurdoorn kan door sterk snoeien worden verjongd.

Wanneer Pyracantha aan z’n lot wordt overgelaten, zal de struik verwilderen met als gevolg dat je er letterlijk niet meer omheen kunt, er nog maar weinig bessen aan komen en de struik een kort leven is beschoren. Op de juiste wijze snoeien bevordert de vorming van bloei- en vruchtsporen. Verjong de struik tijdig. Alleen door snoeien kun je er jaren lang plezier aan beleven.

Pyracantha als (bijna ondoordringbare) haag wordt 2 tot 3 keer per jaar met een heggenschaar in vorm geknipt. De hoogte en breedte zijn instelbaar. Ook zo gebruikt zal een vuurdoorn in de nazomer rijkelijk met bessen zijn getooid.

Meer variëteiten

Variëteit Kleur vruchten
‘Fiery Cascade’ vuurrood
‘Golden Charmer’ oranjegeel
‘Lalandei’ oranjerood
‘Mohave’ oranjerood
‘Orange Charmer’ dieporanje
‘Orange Glow’ dieprood, later dieporanje
‘Soleil d’Or’ zuiver geel
‘Teton’ oranje
‘Watereri’ vuurrood

Weigela groeit op elke grondsoort

Weigela bloeit met opvallende, klokvormige bloemen. In mei – juni bloeien de meeste soorten en variëteiten van dit geslacht. Een enkele hybride bloeit tot ver in de nazomer. Deze sierheester neemt elke grondsoort voor lief. Het is daarom niet voor niets, dat er ontzettend veel hybriden van te koop zijn. Met wat

Weigela hybr. ‘Abel Carrière’ bloeit met grote bloemen

aandacht voor het snoeien direct na de bloei, kun je een tuinmans leven lang plezier beleven aan deze rijk bloeiende struik.

De soorten van het geslacht Weigela komen van oorsprong uit Korea, Japan en het noorden van China. Het geslacht behoort tot de kamperfoelieachtigen (Caprifoliaceae). Bloemen zijn er in de kleuren rood, roze en wit. Ze zijn klein- of grootbloemig. De bloemen van Weigela geuren niet. De struik zelf wordt, afhankelijk van de soort, zestig centimeter tot drie meter hoog. Alle soorten en variëteiten van Weigela lenen zich om in een groep te worden geplant: in de border als achtergrond voor vaste planten, als randbeplanting en om er een losgroeiende haag mee te maken. Weigela is bladverliezend en geheel winterhard.

Snoeien

Weigela bloeit op hout van het voorgaande jaar. Ze reageren goed op snoeien. Direct nadat de struik is uitgebloeid, mag er worden gesnoeid. De uitgebloeide scheuten worden ingekort tot op een zijscheut, die doorgaans al onder de uitgebloeide bloemen is gegroeid. Om de struik jong te houden worden één of meer oudere scheuten bij de basis afgesnoeid. Zorg voor een evenwicht tussen jonge scheuten en bloeirijpe scheuten. Te lange jonge scheuten worden met de helft van hun lengte ingekort, ze zouden de vorm van de struik kunnen bederven.

 
Weigela hybr. ‘Boskoop Glory’ Weigela hybr. ‘Newport Red’

Variëteiten met geel- of paarsachtig blad moeten anders worden gesnoeid. Van deze struiken wordt driekwart van alle scheuten weggeknipt, terwijl alle overige scheuten met driekwart van hun lengte worden ingekort. Wanneer de noodzaak aanwezig is om Weigela te verjongen (terug lopen van de bloei of omdat de struik te zeer is verwilderd), dan worden alle scheuten in het voorjaar voor de bloei bij de grond af weggesnoeid. Midden zomer wordt het aantal nieuwe scheuten gereduceerd, zodanig dat de struik een open vorm heeft. Staat Weigela u in de weg of is eens een andere plaats voor deze struik in de tuin aantrekkelijk, dan laat hij zich in het najaar gemakkelijk verplanten.

De beste Weigela’s

Soort/variëteit Bloemkleur Bijzonderheden
Weigela florida ‘Follis Purpureis’ roze Groeit gedrongen. Tot 1,75 meter hoog. Blad purperkleurig.
Weigela florida ‘Nana Variegata’ lichtroze Blad heldergeel gerand. Tot 1,25 meter hoog.
Weigela florida ‘Tango’ rood Grootbloemig. Tot 80 centimeter hoog. Blad purperkleurig.
Weigela florida ‘Victoria’ rood Blad brons-/purperkleurig. Tot 1 meter hoog. Bloemen in bundels bijeen.
Weigela middendorffiana zwavelgeel met oranje vlekken Tot 1,50 meter hoog. Bloei mei – juni.
Weigela praecox ‘Floréal’ zachtroze met karmijn 1,25 meter hoog. Bloei april – mei.
Weigela hybr. ‘Abel Carrière’ diep karmijnroze 1,75 meter hoog. Bloei mei – juni. Zeer grootbloemig.
Weigela hybr. ‘Boskoop Glory’ satijnroze 2,50 meter hoog. Bloei juni. Grootbloemig.
Weigela hybr. ‘Bristol Ruby’ dieprood 2,50 meter hoog. Bloei juni. Grootbloemig. Sterk groeiend.
Weigela hybr. ‘Bristol Snowflake’ wit 3,00 meter hoog. Bloei juni tot in nazomer. Fors groeiend.
Weigela hybr. ‘Candida’ wit 2,50 meter hoog. Bloei juni. Fors groeiend.
Weigela hybr. ‘Eva Rathke’ donkerrood 2,00 meter hoog. Bloei juni – juli. Zwak groeiend.
Weigela hybr. ‘Eva Supreme’ dieprood 3,00 meter hoog. Bloei mei – juni. Grootbloemig. Sterk groeiend.
Weigela hybr. ‘Evita’ donkerrood 1,25 meter hoog. Bloei mei – juni. Groeit steil opgaand.
Weigela hybr. ‘Féerie’ lichtroze 1,25 meter hoog. Bloei mei – juni. Rijk bloeiend.
Weigela hybr. ‘Lucifer’ donkerrood 60 centimeter hoog. Bloei mei – juli. Rijk bloeiend. Ook voor bloembak.
Weigela hybr. ‘Minuet’ donkerrood 80 centimeter hoog. Bloei mei – juni. Rijk bloeiend.
Weigela hybr. ‘Newport Red’ diep karmijnrood 2,25 meter hoog. Bloei mei – juni. Grootbloemig, rijk bloeiend. Krachtig groeiend.
Weigela hybr. ‘Red Prince’ helderrood 1,50 meter hoog. Bloei mei – juni. De roodste hybride. Breed opgaande groeiwijze.
Weigela hybr. ‘Rosabella’ roze met lichtroze rand 2,50 meter hoog. Bloei mei – juni. Grootbloemig. Opgaande groeiwijze.
Weigela hybr. ‘Rosea’ roze 3,50 meter hoog. Bloei mei – juni. Groeiwijze grof.
Weigela hybr. ‘Rumba’ rood 1,00 meter hoog. Bloei mei – juni. Blad geelgroen met purper. Rijke bloei.
Weigela hybr. ‘Samba’ rood 1,00 meter hoog. Bloei mei – juni. Blad grijzig groen. Rijke bloei.
Weigela hybr. ‘Styriaca’ karmijnroze 1,75 meter hoog. Bloei mei – juni. Kleinbloemig. Rijke bloei.

Wijnruit, Ruta graveolens

Wijnruit of ruite is afkomstig uit Zuid-Europa en het groeit voornamelijk van nature rondom het Middellandse-
Zeegebied. In de oudheid was winruit bij de Romeinen bekend als een geneeskrachtig kruid. Wijnruit is een geslacht van 60 soorten winterharde, groenblijvende heesters en halfheesters en het wordt zo’n 100 cm hoog. De stengels zijn aan de voet soms houtig. Wijnruit bloeit in juli en augustus met tuilvormige, groengele bloemen. Met hun grijsachtige, blauwgroene, dubbel geveerde en lancetvormige bladeren en gele bloemen staan ze bijna overal mooi.

Ruta graveolens verspreidt een vrij sterke geur. Wijnruit houdt van een arme, goed gedraineerde grond in de volle zon. De plant kan zeer goed tegen hitte en droogte.

De bloeiwijze van het wijnruit is merkwaardig. Als eerste verschijnt een bloemetje aan het uiteinde van een soort spil, een centraal staande bloemstengel. Daaromheen vormen zich andere bloemstengels met ook weer aan het uiteinde gele bloemetjes. Het uitzonderlijk is, dat de bloem aan het uiteinde van de centrale spil vijf bloemkroonblaadjes bezit en alle andere bloemetjes, die zich daaromheen ontwikkelen, hebben er maar vier.

De planten hebben veel ruimte nodig, waarbij een onderlinge afstand van 30 x 40 cm minimaal is. Gedurende de winter moet wijnruit worden aangeheuveld door een hoopje aarde van ongeveer 10 cm aan de voet van de plant. Tijdens erge (vries)kou is het aan te raden de plant af te dekken met een laag humus, schors of compost van circa 5 cm of met een jutezak.
Wijnruitstruiken kunnen op den duur wild en warrig worden. Fatsoeneer de struik dan door hem in het voorjaar terug te snoeien tot 10 tot 20 cm boven de grond, zodat hij fris en mooi bossig weer terugkomt.

Keukenkruid

De soort die in het algemeen gekweekt wordt, werd in het verleden veel als keukenkruid gebruikt. De blaadjes kunnen worden fijngehakt en spaarzaam aan salades, sauzen en kaas- en eigerechten worden toegevoegd om de gerechten een kruidige, ietwat zure smaak te geven.
Het kruid werkt tegen hoge bloeddruk, hoofd- en kiespijn, versterkt de botten en helpt ook goed tegen reumatische pijnen. Uitwendig kan wijnruit worden toegepast bij huidziekten en verstuikingen. Vroeger werd het ook gebruikt om heksen en andere plagen mee te verjagen.
Zwangere vrouwen mogen zeker geen wijnruit gebruiken; het kan leiden tot een miskraam. De plant is een weinig giftig en bij overmatig gebruik is wijnruit schadelijk voor het centrale zenuwstelsel. Maar let wel, de tijdens de bloei geplukte bladeren hebben een bittere geur en zijn dan veel giftiger. Wijnruit wordt nauwelijks meer voorgeschreven. Voor de kwalen die dit kruid kan genezen, zijn er betere middelen. Tegenwoordig wordt wijnruit voornamelijk gekweekt als sierplant voor in de border.

Huidirritatie

Sommige mensen zijn allergisch voor wijnruit. Omdat de plant fototoxisch is, kan er tijdens warm en zonnig weer door aanraking van de bladeren huidirritatie ontstaan. Vooral het plantensap van wijnruit werkt onder invloed van de ultraviolette zonnestralen irriterend op de huid. Bent u gevoelig voor de plant, pas dan bij het wieden goed op of doe dit karweitje tijdens bewolkte dagen.

Vermeerderen

Zaaien is mogelijk, maar kost veel geduld. Het kiemresultaat van het zaaisel is vaak wisselend. Overigens, een eenmaal geplante wijnruit, die zich goed op zijn plaats voelt, zaait zichzelf uit. Zaai ze in het voorjaar in humusrijke grond, waarmee ze ook lichtjes moeten worden afgedekt. De ideale kiemtemperatuur bedraagt 20 °C. Let op met water geven, want de jonge kiemplantjes zijn gevoelig voor stengelrot. Zet de jonge plantjes eind mei uit op een onderlinge afstand van 30 tot 30 cm. Ook kan de plant worden vermeerderd door te delen of door te stekken.

Ziekten en plagen

Wijnruit kan nog weleens worden geplaagd door witte vlieg. Op het eerste gezicht zie je ze niet, maar door de plant aan te raken vliegen ze direct op. Ze veroorzaken heel wat zuigschade, waardoor bladeren geel worden en verdorren. Vooral door warm droog weer ontwikkelt witte vlieg zich vrij snel. Witte vlieg produceert grote hoeveelheden kleverige afscheiding, de zogenaamde honingdauw, waarop zich zwarte roetdauwschimmel ontwikkelt. Er ontstaat dan een kleverige roetlaag, die de bladeren volledig kan bedekken.
Witte vlieg is goed te bestrijden met Confidor, Plantschoon of Spruzit.

Soorten

Ruta graveolens is het hierboven beschreven keukenkruid.
Ruta patavina is een zodenvormende plant, die in de siertuin als bodembedekker en als rotsplant kan worden gebruikt en wordt ongeveer 30 cm hoog. De plant heeft spatelvormige blaadjes, die bijna niet geuren, en bloeit met gele bloemen.
Ruta chalepensis (franjewijnruit). Deze soort is goed herkenbaar aan de franjeachtige randen van de kroonbladen. Is net als de gewone wijnruit in het hele Middellandse-Zeegebied te vinden.

Zwarte bessen zijn rijk aan vitamine C

Zwarte bessen verdwijnen meestal direct naar de jam- of sapfabriek. Da’s jammer, want zelf gemaakte verse bessengelei of de taartvulling ervan is een niet te versmaden lekkernij. Als tafelvrucht geserveerd, trekken je gasten rare grimassen; de vrucht is ronduit zuur. Zwarte bessen zijn goed in te vriezen om later te worden verwerkt. Of zet ze op brandewijn.

Zwarte bes houdt van een rijke humeuze, maar lichte grond. De grond moet permanent voldoende vocht kunnen vasthouden zonder nat te zijn. Humus in de

Zwarte bes is rijkdragend

grond zorgt hiervoor. Elk voorjaar en na de vruchtzetting is een aanvullende bemesting met een NPK-meststof nodig. (Ook) deze bes is een liefhebber van een flinke voorraad kali (K) in de grond. Onder zwarte bes kan beter niets worden geplant, de wortelconcurrentie wordt dan te groot, waardoor deze bes een moeilijk, zo niet kwijnend bestaan zal leiden.

Rassen

Er zijn vroege en late bloeiers. En compact en breeduit groeiende rassen. Koop altijd materiaal met het NAK-B-certificaat. Die zijn geselecteerd op zuiverheid van het ras en gezondheid. Neem als uitgangsmateriaal tweejarige struiken.
In vroege bloeiers (eind april tot half mei) schuilt het gevaar, dat de bloemen kunnen bevriezen door late nachtvorst. Aantrekkelijker is het om een ras te kiezen dat later (vanaf half mei tot half juni) bloeit. Alle rassen bestuiven zichzelf (zelf fertiel), bijen en hommels verlenen daarbij goede diensten. Oogst in juli.
Zwarte bes heeft een hoog vitamine C-gehalte: 180 mg/100 gram en bevat ook een flinke hoeveelheid calcium (Ca): 45 mg/100 gram.

‘Akkermans bes’, krachtige compacte groei, goede productie.
‘Baldwin’, matige maar compacte groei, goede productie.
‘Black Reward’, krachtige compacte groei, goede productie.
‘Daniëls September’, brede struik, goede productie, minder goede kwaliteit.
‘Goliath’, compacte struik, matige productie en kwaliteit.
‘Roodknop’, compact groeiend, goede productie, matige kwaliteit.
‘Silvergieter’s Zwarte’, breed uitgroeiend, vroeg bloeiend, matige productie, goede kwaliteit.
‘Tenah’, breed uitgroeiend, vroeg bloeiend, vatbaar voor Amerikaanse kruisbessenmeeldauw, matige productie, goede kwaliteit.
‘Wellington XXX’, breed uitgroeiende struik, goede productie, matige tot goede kwaliteit.

Planten en snoeien

Geplant kan worden in november tot maximaal maart. De grond moet goed losgemaakt zijn en veel humus bevatten. Plant op een afstand van 1,5 m. De struiken worden iets dieper geplant dan ze op de kwekerij hebben gestaan. Een struik met 4 – 6 scheuten levert voldoende productie. Wat er meer aanzit, wordt weggesnoeid. De overblijvende scheuten worden met eenderde van hun lengte bekort. Snoei aan het einde van het eerste jaar niet te veel. Zorg er alleen voor dat de struik open blijft, zodat veel (zon)licht alle scheuten kan bereiken.
Zwarte bes bloeit het beste op eenjarig hout. Vormen van tuiltjes of sporen is niet nodig. Vormen van eenjarige scheuten is essentieël voor een rijke opbrengst. In het najaar wordt in hoofdzaak gesnoeid om hout dat ouder is dan drie jaar weg te snoeien. De struik maakt zelf scheuten, die uit de grond komen. Lekker makkelijk dus. Let er bij snoeien wel op, dat er ieder jaar jonge scheuten worden aangehouden. Anders heb je niet ieder jaar bessen. Niet alle grondscheuten worden aangehouden: alleen de dikste.

Ziekten en plagen

Amerikaanse kruisbessenmeeldauw (Spaerotheca mors-uvae). Jonge scheuten en bessen worden bedekt met een witte schimmellaag. De groei wordt geremd. De toppen van de scheuten afknippen en verbranden.
Te bestrijden met: Sulphon, Daconil 500 vloeibaar.

Bessenrondknopmijt (Phytoptus ribes). In het voorjaar lopen gezwollen knoppen niet uit. In de koppen zitten eieren larven of mijten. In het voorjaar verspreiden de mijten zich over de scheuten. Gevolg: drastische vermindering van de oogst.
Bestrijding: knoppen uitbreken en verbranden. Beter is een bespuiting met Thiodan. Helpt dit nog niet, dan is rooien van de struik(en) de enige remedie.

Brandnetelbladvirus. De ziekte wordt door bovengenoemde mijten overgebracht. De bladeren aan de top raken misvormd. De onderste twee lobben van het driedelige blad zijn kleiner dan die van andere (gezonde) bladeren.
Het ziektebeeld begint vaak bij een scheut en breidt zich steeds verder uit. De bessen vallen spontaan af. Op den duur wordt de struik onvruchtbaar.
Bestrijding: rooien van de struik(en) en verbranden.

Voor andere ziekten en plagen, kijk bij aalbessen.