Tibouchina, een Braziliaanse schoonheid

De naam Tibouchina heeft wel wat; het wekt associaties op met een Marokkaanse buikdanseres. Tibouchina mag worden gezien.

Tibouchina urvilleana komt uit Brazilië. Het is een serreplant, maar kan in de zomer buiten worden gehouden. Meestal wordt de plant als kamer- of serreplant aangeboden. Vergis u niet: in de volle grond kan het een flinke struik worden van wel 3 meter hoog en 1 meter breed. In pot of kuip blijft de plant een stuk kleiner; een halve meter hoog en breed.

Tibouchina heeft sierlijke meeldraden

Tibouchina bloeit met prachtige, diepblauwpaarse bloemen, die vanaf ‘het begin van de zomer’ aan de plant komen. Bloemen in knop hebben een zuivere bolvorm en zijn groen van kleur. Voor een goede bloei is veel licht vereist. Giet regelmatig water over de plant. Het hoofdmoment van de rijke bloei valt in het najaar. De bloemen staan alleen of in tros.

Ondanks dat de plant van nature in vochtig warme streken groeit, doet hij het heel goed in ons klimaat. Probeer een zo hoog mogelijke luchtvochtigheid te bereiken. In kas of serre is die gemakkelijker te forceren dan in een doorsneehuiskamer.

Rust forceren

Het blad lijkt, naar vorm gezien, op dat van een vanilleplant, maar is minder dik. Tibouchina behoort tot de familie van de Melastomataceae (mela = zwart, stomata = huidmondjes) en is groenblijvend. Blad en stengels zijn licht behaard. Daarmee wordt in het oerwoud de transpiratie van de plant geregeld.

 
De vorm van het blad lijkt op het blad van de vanilleplant   In de nazomer verkleurt een deel van bladeren naar prachtig rood…
en valt af

In de winter heeft de plant weinig warmte nodig. Zelfs is de neiging aanwezig om ook in de winter door te bloeien. Om langer plezier van de plant te hebben, is het noodzakelijk een rustperiode te forceren. Geef aan het begin van de winter minder water en breng de plant naar een koele, vorstvrije ruimte over. Een temperatuur tussen de 10 en 18 °Celcius is voldoende om de winter glansrijk te doorstaan.

De winter is het tijdstip waarop de plant wat in model kan worden gebracht door een lichte snoei. Pas in het vroege voorjaar de plant in een ruimere pot zetten met nieuwe potgrond. Regelmatig water geven en eens per week vloeibare (kamer)plantenmest zorgt voor een nieuw en rijk bloei- en groeiseizoen. In het vroege voorjaar en de zomer kan worden gestekt. Maak een stek met hieltje en gebruik Rhizopon-stekpoeder. Plaats de stek(ken) onder plastic of glas om een hoge luchtvochtigheid te garanderen.

Ziekten

Bladluis en rode spint kunnen op de plant soms voorkomen. Beide aantastingen zijn goed te behandelen met Spruzit.

De gaspeldoorn is lastig en een akelige steker

Bezoek Ierland in de zomer en zie bergen en valleien afgezoomd met de gele gloed van de gaspeldoorn.

Een gaspeldoorn (Ulex europaeus) moet op een beschutte plaats worden geplant

In de Ierse Wicklow Mountains en de omgeving van Glendalough is het schouwspel van de gaspeldoorn imponerend. Hoewel klavertje drie daar het nationale symbool is, zou de gaspeldoorn het ook best kunnen zijn. In Nederland is de Europeese gaspeldoorn nog in het wild te vinden in Drente en Oost-Brabant. In Ierland bloeit de daar groeiende soort gaspeldoorn Ulex gallii van juni tot september. De soort is inheems langs de Atlantische westkust en bestrijkt de westelijke flank van Europa: Schotland, Ierland, Bretagne en Noord-Spanje. Deze struik wordt ongeveer 1 meter hoog.
De in Nederland voorkomende soort is Ulex europaeus. Deze gaspeldoorn wordt tot tweeëneenhalve meter hoog en komt in grote delen van West-Europa en Noord-Afrika voor.

Een gaspeldoorn bloeit met grote gele, zwaar zoetig, geurende bloemen

Beide soorten groeien op zandige, zure of neutrale grond. In Nederland zie je gaspeldoorn op heidevelden of als zoom- of randvegetatie.

Niet winterhard

Beide soorten zijn groenblijvend maar niet geheel winterhard. Langs de Atlantische kust, daar waar de vegetatie door de warme golfstroom wordt beïnvloed, bevriest gaspeldoorn zelden. In ons klimaat bevriezen in een strenge winter de bovengrondse delen van gaspeldoorn. In het voorjaar loopt de struik vanaf de voet weer uit. De bloei is in de maanden april tot en met juni en soms nog even in de herfst. De gaspeldoorn is een lastig te houden struik. Niet alleen omdat hij ‘s winters kan bevriezen, maar ook omdat de grond lichtzuur tot neutraal moet zijn, wil de gaspeldoorn goed groeien. Plant hem op een plaats in de volle zon.

Stekels en doorns

Een gaspeldoorn heeft geen bladeren (behalve aan de kiemplant). Die zijn gereduceerd tot schubben of kleine doorns.

Lange stekels

Deze kleine doorns zitten in kransen rondom de knopen van de stengel. Uit de knoop zelf groeit een 1 tot 3 centimeter lange stekel of priem. Het is daarom geen pretje om in aanraking te komen met een gaspeldoorn. Een akelige kant van deze overigens fantastisch bloeiende struik. Wie veel last heeft van ‘vreemde’ katten of honden, zou eens kunnen denken over een heg van gaspeldoorns.
Behalve de nadelige kanten van gaspeldoorn moet worden gezegd, dat hij een betere bloei heeft dan de gewone brem (Sarothamnus). Bovendien kan eem bevroren gaspeldoorn boven de grond worden afgeknipt. Dat kan niet bij met een brem, die loopt dan zelden meer uit.

Viburnum x bodnantense ‘Dawn’, winterbloeier bij uitstek

Er zijn maar weinig bloemen die winterhard zijn. Forsythia en de toverhazelaar (Hamamelis) behoren tot de uitzonderingen. Vaak is het kenmerk van winterbloeiers dat ze met gele bloemen bloeien. Viburnum x bodnantense ‘Dawn’ bloeit met zachtroze bloemen vanaf begin december tot ver in maart.

De struik trekt zich niets aan van strenge vorst.

Viburnum x bodnantense is geen soort, maar het resultaat van een kruising tussen Viburnum farreri en Viburnum grandiflorum. De kruising ontstond in 1935 in de tuin van Lord Aberconway in ‘Bodnant Gardens’ in Wales. Aan de kruising is de naam ‘Dawn’ toegevoegd. Later ontstond een nieuwe

selectie met zuiver witte bloemen: ‘Deben’.

Viburnum x bodnantense ‘Dawn’ wordt tot 3 meter hoog. Het is een langzame groeier en heel geschikt voor een kleine tuin. De blaadjes zijn klein van omvang, ei- tot lancetvormig. Plant deze Viburnum op een zonrijke plek en zorg voor veel humus in de grond. Snoei hem zo min mogelijk. Hij heeft van zichzelf een mooie habitus.

Viburnum x bodnantense ‘Dawn’ bloeit langdurig. De bloemen hangen in trosjes van 5 – 7 bloemen bij elkaar. Bij het uitlopen is de buitenkant van de bloem overwegend rood. Na het openen van de trompetvormige bloemen begint de verkleuring: van roze naar wit. De bloemen geuren sterk, maar geen insect zal zich in het koude jaargetijde wagen aan het ophalen van honing. Bessen zult u er daarom nooit op aantreffen.

Andere soorten

Japanse sneeuwbalViburnum globosumViburnum tinus
Viburnum rhytidophyllumGelderse roos

Viburnum x globosum ‘Jermyn’s Globe’

Wintergroene struiken die ook nog eens vroeg in het voorjaar bloeien, zijn altijd welkom in de voorjaarstuin. Deze sneeuwbal is ook heel geschikt om in bak of pot op het balkon te worden gehouden. Van nature groeit dit struikje in een bolronde vorm.

Bloemen in knop

Viburnum x globosum is ontstaan uit een kruising van Viburnum davidii en Viburnum calvum. In 1964 is deze kruising in Engeland tot stand gebracht. Viburnum davidii is ook zo’n wintergroene, laagblijvende struik, die veel in tuinen wordt gebruikt. Omdat het bij Viburnum x globosum om een door kruising verkregen nieuwigheid gaat, staat er tussen de geslachtsnaam en de soortnaam een x. En, zoals de soortnaam al doet vermoeden, gaat het hierbij om een compact, bolvormig groeiend struikje. De variëteitsnaam is genoemd naar de Engelse kweker Jermyn.

Dit struikje groeit in normale pot- of tuingrond. Plant de struik op een plaats met morgenzon of in de halfschaduw. De uiteindelijke hoogte bedraagt niet veel meer dan

Viburnum x globosum ‘Jermyn’s Globe’ is groenblijvend en groeit compact

40 centimeter. Vanaf half februari begint de bloei en eindigt half maart. Koppen worden al in december gevormd. Na de bloei verschijnen er blauwachtig zwarte bessen aan de struik, mits die niet direct na de bloei wordt gesnoeid. Bloemen komen vooral aan jong hout.

Het blad van deze Viburnum is smal van vorm, leerachtig en langs de rand getand. Opvallend en in contrast met het donkergroene blad zijn de felrode bladstelen.
Na de bloei kan de struik licht worden gesnoeid. In feite komt het neer op toppen. Knip de struik terug onder een blad, dat onder een uitgebloeide bloem staat. Wie ook wil genieten van de bes, knipt oudere scheuten terug en ook dit, nadat de struik is uitgebloeid. Wie de struik in een bak of pot houdt, geeft een keer per maand in water opgeloste plantenvoeding voor groenblijvende planten.

Andere soorten

Japanse sneeuwbalViburnum tinusViburnum x bodnantense
Viburnum rhytidophyllumGelderse roos

Viburnum plicatum, een architectonische schoonheid

Eind april, begin mei bloeit de Japanse sneeuwbal. De sierlijke, bijna horizontaal gebogen twijgen zijn dan gesierd met een zee van witte bloemen. Het beeld van de struik met die vele bloemen wordt sterk bepaald door de strakke lijnvorm, die ervan uitgaat. In die zin is de Japanse sneeuwbal te rangschikken in het rijtje struiken met een architectonische uitstraling.

De Japanse sneeuwbal (Viburnum plicatum) is er in een aantal variëteiten. Deze variëteiten verschillen van elkaar in hoogte en breedte, die de struik kan bereiken. Een Japanse sneeuwbal kan op vrijwel alle grondsoorten groeien, maar heeft een voorkeur voor humusrijke grond. De meeste variëteiten bloeien vanaf eind april tot zeker in juni, een enkele bloeit tot aan de eerste nachtvorst. Na de bloei komen er donker gekleurde bessen aan, die met enkele overgebleven, steriele bloemen prachtig zijn om te zien.

 
V. plicatum ‘Mariesii’: de gelaagdheid en het accent op de lijnvormige opbouw is het sterkste; heeft steriele en fertiele bloemen

Viburnum plicatum komt uit Japan en China. Het zijn in het algemeen breed uitgroeiende struiken. De struik komt het mooist als solitair tot zijn recht. De bladen zijn eirond, spits en aan de voet wigvormig. Langs de rand is het blad gezaagd. De verdiept liggende nervatuur is heel goed te zien. Op de nerven is

In de herfst zijn bessen en (steriele) bloemen van V. ‘Mariesii’ schitterend

een lichte beharing aanwezig. Het geslacht behoort tot de familie van de kamperfoelieachtigen (Caprifoliaceae). De Japanse sneeuwbal heeft in het centrum van de platte bloemschermen fertiele (vruchtbare) bloemen en aan de rand grote, steriele (onvruchtbare) bloemen.

Snoeien

De Japanse sneeuwbal groeit vrijwel altijd in de karakteristieke, gelaagde vorm. Op oudere leeftijd kunnen vanuit de voet scheuten groeien, die dwars door de gelaagheid heen verticaal omhoog groeien. Om de karakteristieke gelaagdheid te bewaren worden deze scheuten in principe verwijderd. Als er horizontaal gegroeide scheuten moeten worden vervangen en de bloeirijkheid van oude scheuten is teruggelopen, worden één of meer van deze verticaal groeiende scheuten aangehouden. Deze kan/kunnen oude scheuten vervangen. Sterk snoeien is niet aan te raden. De hoofdvorm wordt er gewoonlijk niet beter van. De snoeitijd is in de zomer direct na de bloei, maar veel snoeiwerk heeft een Japanse sneeuwbal niet nodig.

De mooiste soorten

Variëteit/soort Hoogte en breedte Bijzonderheden
‘Cascade’ 3,50×5,00 Opgaande groeiwijze met uitstaande takken. Na de bloei talrijke rode bessen, die later zwart worden.
‘Lanarth’ 2,50×5,00 Twijgen groeien zwak schuin omhoog. Krachtig groeiend. Blad groter dan dat van ‘Mariesii’.
‘Mariesii’ 2,00×5,00 Groeit breed uit met horizontaal afstaande takken. Mooiste vorm van de Japanse sneeuwbal.
‘Pink Beauty’ 2,00×5,00 Bloemen iets roze getint. Lijkt verder op ‘Mariesii’.
‘Rosace’ 3,00×5,00 Heeft een mengeling in bloemkleuren: roze en wit. Takken overlappen elkaar. Blad bij uitlopen bronskleurig.
‘Rotundifolium’ 1,75×3,00 Blad breed ovaal tot rond. Bloeiwijze met bolronde schermen, volkomen steriel.
‘Sterile’ 1.75×2,50 Met volkomen steriele bloemen.
‘St. Keverne’ 2,00×4,50 Breed uitgroeiend met mooie bloemen in vlakke schermen.
V. tomentosum 2,50×2,50 Opgaande groeiwijze. Deze soort is de oorspronkelijke (wilde) vorm.
‘Watanabe’ 1,25×1,50 Tamelijk laagblijvende variëteit. Rijk bloeiend tot aan de eerste nachtvorst.

Andere soorten

Viburnum x bodnantenseViburnum globosum
Viburnum tinusViburnum rhytidophyllum

Viburnum tinus ‘Gwenllian’

Een struik uit het mediterrane gebied, die groen blijft. Aanvankelijk import, tegenwoordig (2002) in eigen land gekweekt. De struik wordt op den duur dik vier meter hoog en zes meter breed. Door de aansprekende toeven bloemen in februari – maart is het een van die struiken, die dan verleiden tot kopen. Opgepot als jonge struik en volop in bloei is de deal snel gemaakt. Enkele jaren verder weet je er dan geen raad meer mee, omdat het struikje zijn plaats in de tuin opeist.

 
De struik staat al vroeg in knop en bloeit al vanaf begin februari

Van Viburnum tinus bestaan verschillende klonen. Viburnum ‘Gwenllian’ is in knop roze en de geopende bloemen zijn witroze. Viburnum ‘Compactum’ heeft eveneens roze knoppen,

Viburnum tinus ‘Gwenllian’ heeft
leerachtig blad

waaruit witte bloemen te voorschijn komen. Viburnum ‘Eve Price’ heeft karmozijnrode knoppen, waaruit roze aangelopen bloemen komen. Ten slotte heeft Viburnum ‘Pink Prelud’ witte bloemen, die geleidelijk naar roze kleuren. De bloemen zijn tussen 5 tot 9 millimeter in doorsnede.
Plant deze Viburnums op een beschutte plaats in de volle zon. In strenge winters kan het gebeuren, dat de struik invriest. Verwijder dan in het voorjaar de doodgevroren takken.

De hierboven genoemde variëteiten worden als struik of op stam gekweekt. Het is zelfs mogelijk er een formele of informele haag mee te maken. Ze groeien compacter dan de meeste andere soorten, zoals Viburnum bodnantense, Viburnum rhytidophyllum en Gelderse roos.

Viburnum tinus verdraagt snoei. Snoei de struik aan het einde van het voorjaar. Snoei volgroeide struiken zo min mogelijk. Knip alleen die scheuten weg, die de vorm bederven. Wie een haag met deze Viburnum maakt of heeft, knipt halverwege de zomer de scheuten met een snoeischaar terug om de vorm een beetje in de haag te houden. Knippen met een hegschaar maakt namelijk lelijke randen aan het blad.

Klonen: de gehele door vegetatieve vermenigvuldiging verkregen nakomelingschap van één ouderplant (de moederplant of moer).

Andere soorten

Japanse sneeuwbalViburnum globosumViburnum x bodnantense
Viburnum rhytidophyllumGelderse roos

Viburnum rhytidophyllum

Je moet wel houden van deze Viburnum. Een wat stijfjes omhoog groeiende struik met lange bladeren, die een ezel niet zouden misstaan. Vooral tijdens vorst hangen de overigens groenblijvende bladeren van deze struik er wat slapjes bij. Het is de struik dan aan te zien dat hij staat te kleumen van de kou.

V. rhytidophyllum bloeit in
grote schermen

Buiten het winterseizoen hangen de bladeren er wel wat beter bij, maar je zou toch denken dat de struik gebukt gaat onder psychische zorgen. Wie nog op zoek is naar een baken voor als z’n tuin overdekt is met een laag sneeuw, vindt houvast in deze struik.

Viburnum rhytidophyllum is er één van de vele soorten van dit geslacht. In Centraal- en West-China groeit deze struik langs de randen van bossen en op open plaatsen. Het is een snel groeiende struik, die een hoogte van drie tot vijf meter kan bereiken. De omvang houdt vrijwel gelijke tred met de hoogte.

V. rhytidophyllum wordt bijna even breed als hoog

De struik is geschikt voor humeuze of zavelige, kalkrijke grond op een plaats in de halfschaduw tot volle zon. De struik is niet alleen geschikt als solitair, maar ook om voor de randen van bosachtige beplantingen of heesterbeplantingen te worden gebruikt. De tweede naam, rhytidophyllum betekent zoveel als ‘met rimpelig blad’. Het lange blad is donkergroen en diep generfd. De bovenzijde is glanzend groen en de onderzijde grijsbruin viltig behaard.

Vanaf mei tot en met juni bloeit de struik met crèmegele kleine bloemen in grote platte tuilen. De bloemen worden in het najaar al aangelegd en overwinteren in tuilen aan de uiteinden van de scheuten. Na de bloei komen er na bevruchting eerst glanzend rode ovale bessen, daarna worden de bessen zwart.
Voor bevruchting is het nodig dat meer struiken in elkaars nabijheid staan. Viburnum behoort tot de kamperfoelieachtigen (Caprifoliaceae).

De struik moet zo min mogelijk worden gesnoeid. Mocht de struik minder gaan bloeien, dan is verjongingssnoei nodig. In dat geval wordt de helft van het aantal oude stengels aan het einde van de winter verwijderd. Eén of twee jaar later worden de resterende oude stengels verwijderd. De struik zorgt geregeld voor nieuwe uitlopers vanuit de basis.

Andere soorten

Japanse sneeuwbalViburnum tinus
Viburnum x bodnantenseViburnum x globosum

Voor een vijg hoef je niet ver weg

Vijgen (Ficus carica) groeien weliswaar in het

Een vijg heeft een fraai handvormig gelobd blad

Middellandse-Zeegebied, maar ze doen het ook goed in ons klimaat. Als ze in de winter worden toegedekt, kun je er jarenlang plezier van hebben. Er zijn geschikte rassen voor de tuin. Vijgen worden zelfs hier rijp en kunnen dus worden gegeten: een plant voor de edible garden.

Een vijg is geen vrucht

Vijgen zijn al heel lang in cultuur. Ze groeien in warme streken en het liefst in de volle zon. Wat wij als vrucht zien, is in feite de vlezige bloeiwijze. De vorm van de vrucht doet denken aan een urn. Binnen het vruchtomhulsel staan de heel kleine bloemen. De bloemen rijpen zonder bevruchting of worden door een galwesp bevrucht. Vijgen worden pas na twee jaar rijp.
Vruchten worden voornamelijk in de winter vanuit het Middellandse-Zeegebied

Vijgen worden gestekt

geëxporteerd. Vijgen zijn lekker om zo te eten of kunnen in vruchtencakes of vruchtenslof worden verwerkt. De vruchten van de meeste rassen worden hier rijp vanaf september tot en met oktober.

Wortelruimte beperken

Vijgen worden als struik of als halfstam toegepast. Ze worden uit stek opgekweekt. Gezaaide planten groeien minder goed en geven nauwelijks vruchten. Om een goede groei en rijke oogst te krijgen is het nodig om de wortelruimte te beperken. Plant daarom de jonge vijgenstruik in een betonnen bak of kuip. De ruimte hoeft niet groter te zijn dan 60 x 60 x 60 cm. Als grondmengsel wordt licht humeuze grond gebruikt; voeg hieraan een flinke hoeveelheid potscherven toe. Door deze ‘plagerij’ worden eerder bloemen ‘aangelegd’ en heb je eerder vruchten.

Bijzonder blad en vruchtencyclus

De vruchtencyclus is byzonder: er kunnen tegelijkertijd in de bladoksels embryonale vruchten, vruchten van dit jaar en vorig jaar aanwezig zijn. Het eerste rijp zijn de vruchten, die in embryonale vorm hebben overwinterd in de bladoksels. Deze embryo’s zijn al gevormd in het voorgaande jaar. Vruchten die zich in het voorjaar op het nieuwe hout vormen, vormen de tweede cyclus.

Vruchten van het voorgaande jaar rijpen in het tweede jaar.

Een vijg heeft een fraai blad en er kunnen vruchten in een verschillend rijpingsstadium tegelijk aan zitten

De cycli ontstaan met name in gebieden met koele zomers. Eetbaar zijn die vruchten die in een embryonaal stadium door de winter heen gekomen zijn. De snoei van de vijg is speciaal daarop gericht.

Bladeren van de vijg zijn handvormig gelobd en frisgroen van kleur. Het is wat je noemt een decoratieve struik. Het blad is ca 20 cm lang en 15 cm breed. De bladstelen zijn geel van kleur in contrast met de diepgroene kleur van het blad. In het najaar valt het blad af. De struik wordt pas in het vroege voorjaar gesnoeid. Een volgroeide struik wordt wel 2,5 m hoog en 3 m breed.

Snoeien in voorjaar en zomer

Een vijg plant je vroeg in het voorjaar, zodat de plant nog voldoende wortels in de warme grond kan aanmaken. Begin met een vijg die ten minste twee jaar is opgekweekt. Ze zijn in pot te koop. Een tweejarige vijg heeft ten minste 3 – 4 zijscheuten aan de stam. De stamlengte moet ongeveer 60 – 90 cm zijn.

Een vijg is vorstgevoelig, plant hem dus tegen een warme muur of schutting. In de winter de voet afdekken met veel (onverteerde) humus. Bescherm de gesteltakken tegen vorst door er rietmatten tegenaan te zetten.

In de zomer moet worden gesnoeid: de toppen van de jonge scheuten worden teruggenomen; zodanig dat er 5 – 6 bladeren aan de scheut(en) blijven. Door deze wijze van snoeien wordt de aanleg van nieuwe scheuten vanuit de

‘Brown Turkey’ geeft veel vruchten

bladoksels bevorderd en kan er meer (zon)licht in de kroon komen. Aan het einde van het groeiseizoen zullen in de oksels van de nieuw gevormde jonge scheuten nog embryonale vruchtjes aanwezig zijn. De kans is groot dat deze vruchten de winter overleven en zich het volgende groeiseizoen verder zullen ontwikkelen. Aanwezige groene vruchten aan het einde van het groeiseizoen overleven de winter niet: pluk ze af.
In de lente richt de snoei zich op het ontwikkelen van een evenwichtige kroon. Stakerige, bevroren en kale scheuten worden terug geknipt op één knop om nieuwe groei te stimuleren. Overtollige zijscheuten worden van de hoofdgesteltakken geknipt. Zorg voor een open struikvorm, zodat het (zon)licht goed de hoofdgesteltakken kan bereiken.

Net zoals appels en peren kunnen worden geleid, zo is de vijg ook (op) te leiden. Een waaiervorm is een goede vorm. Bind de hoofdscheuten aan, zodat de vorm van een (brede) waaier ontstaat.

Rassen

Er zijn veel nieuwe rassen te koop. De hieronder genoemende rassen zijn geselecteerd op vroegheid, smaak en winterhardheid. Het zijn allemaal meerjarige gewassen, geschikt als tuin-, serre- of kuipplant.

Ras Vrucht Oogst
‘Belle’ Geeft grote vruchten, vruchtvlees licht violet half okober
‘Brown Turkey’ Het beste ras. Middelgrote vruchten, vruchtvlees donkerrood half oktober
‘Brunswick’ Bruinrode vrucht, langwerpig van vorm half oktober
‘Caromb’ Langwerpige vrucht, vruchtvlees donkerpaars half oktober
‘Dauphine’ Grote, ronde vruchten half oktober
‘Grise de St.Jean’ Middelgrote vrucht. Geeft veel vruchten, vruchtvlees grijs eind oktober
‘Grosse Grise’ Grote vruchten, vruchtvlees donkergrijs eind oktober
‘Pitta Lusse’ Ronde, matig grote vrucht, vruchtvlees lichtgroen begin oktober
‘Precoce’ Ronde vruchten. Draagt overvloedig, vruchtvlees zwart begin oktober
‘Rouge de Bordeaux’ Langwerpige, kleine vrucht, vruchtvlees zwart begin oktober
‘Goutte d’Or’ Grote vrucht, vruchtvlees goudkleurig eind oktober

Maagdenpalm in minor en major

Maagdenpalm is er met groot en klein blad en dito bloem. In Nederlandse

Maagdenpalm kan een stevig en dicht tapijt leggen

natuurgebieden is de plant beschermd. In België komt de plant algemeen voor. De bakermat van de twee soorten van maagdenpalm ligt in mediterrane streken. Als tuinplant is het een prima bodembedekkende plant met de eigenschappen van een woekeraar. Zowel op zwaar beschaduwde plaatsen als in de volle zon voelt maagdenpalm zich thuis. De krachtige bodembedekkende groeiwijze maakt dat er struiken en hooggroeiende andere planten in het tapijt kunnen worden geplant.

Maagdenpalm (Vinca) is groenblijvend. Wie een kleine tuin heeft en een keuze moet maken voor een bodembedekkende plant, kan beter voor maagdenpalm kiezen dan voor een klimopsoort (Hedera). Maagdenpalm is ook niet zo agressief voor struiken, bomen of andere planten als klimop. Maagdenpalm bloeit met fel blauwachtige of witte bloemen, heeft een rijke en langdurige bloei – vanaf januari tot half mei. Ook daardoor heeft de plant een streepje voor op klimop.

Het blad van Vinca minor is driemaal zo klein als dat van Vinca major. De bloem van Vinca major is tweemaal zo groot als die van minor. Vinca major groeit met lange uitlopers, tot wel anderhalve meter lang, minor groeit bescheidener met uitlopers tot een halve meter.

 
Vinca major is er met klein en met groot blad

Maagdenpalm behoort als enige tot het geslacht van de maagdenpalmachtigen (Apocynaceae). Hoewel de plant meestal uitgestald wordt tussen vaste planten is het een heester.

Vinca major is een snel groeiende
bodembedekker met grote bloemen

Plant maagdenpalm op een onderlinge afstand van vijfendertig centimeter. De plant is geschikt voor humeuze en kleiige grond. Inkorten van uitlopers wordt door maagdenpalm goed verdragen. Uitlopers wortelen zelf. Dit is de manier om aan nieuwe planten te komen.

Planten en struiken die goed in combinatie met Vinca kunnen groeien, zijn onder meer narcis, keizerskroon, Iris sibirica, Hosta, karmozijnbes, veldbies, kijkblad, salomonszegel, Primula vialii, Aucuba, Callicarpa, specerijstruik, hazelaar, Altheastruik, hortensia en Viburnum bodnantense.

Zorg ervoor dat rond solitairen of groepen planten bijtijds de grond wordt vrijgemaakt van maagdenpalm. Ook deze planten hebben water en voedingsstoffen nodig om te groeien en moeten daarin niet al te zeer worden gehinderd.

Variëteiten

Botanische naam Bijzonderheden
Vinca major Blad glimmend donkergroen
Vinca major ‘Reticulata’ Blad geelachtig geaderd
Vinca major ‘Variegata’ Blad roomwit gevlekt en gerand
Vinca major subspecies hirsuta Blad donkergroen. Opgaande groeiwijze. Bloem lichtviolet
Vinca minor Klein blad. Zeer winterhard
Vinca minor ‘Argenteovariegata’ Met geelwitte randen langs het blad. Lichtviolette bloem
Vinca minor ‘Atropurpurea’ Als de soort. Met donker purperviolette bloemen
Vinca minor ‘Aureomarginata’ Als de soort. Met goudgele rand langs het blad
Vinca minor ‘Gertude Jekyll’ Heldergroen blad. Bloemkleur wit

Sambucus nigra, vlier

De gewone vlier (Sambucus nigra) onbrak vroeger op geen enkel boerenerf. Bij huis, stal of bakkeet werd de vlier aangeplant als was het een buitengewoon sierlijke plant. Niet de schoonheid van deze struik was de ware reden, maar het bijgeloof dat de struik

bescherming zou bieden tegen onweer en kwalijke ziekten.

De hardnekkigheid waarmee de vlier zich handhaaft en vermeerdert, is tegelijkertijd z’n ondergang geworden; door velen wordt hij als ongewenst (onkruid) beschouwd. Jammer, want van de vlierbloesem en -bessen zijn lekkere dingen te maken.

Stikstofrijk

Vlieren komen in Nederland vooral voor op vochtige en stikstofrijke gronden. Van nature vergezellen ze bomen en struiken van het Populetalia en Prunetalia. De verspreiding vindt vooral plaats door vogels. De onverteerde pitten worden her en der gedropt via de uitwerpselen. Zijn de zaden eenmaal in een geschikt milieu beland, dan kan een ware plaag aan vlierstruiken ontstaan, die nauwelijks meer is te stuiten. De vlier heeft de nare eigenschap alles te verstikken, zodat er niets, maar dan ook niets onder wil groeien. Vooral de nabijheid van een kippenren is een geliefd vestigingsplaatsje. En als u nog een geschikte struik zoekt voor de volière, dan is de vlier er één die het lang uithoudt.

Bloem en bes, daar gaat het om

Zoals gezegd, is de vlier nou niet bepaald een fraaie sierstruik die je gewoon ‘moet’ hebben. Het is meer een ‘fruitboom’, die genoegen neemt met een plekje achteraf; bij de composthoop of een vochtig plekje bij het schuurtje. En als er geen plaats voor een vlier meer is in de tuin, gaat-ie gewoon ergens op zoek in het landschap.
Toch bestaan er ook een fraaie, decoratieve soorten van de vlier: de bergvlier, Sambucus racemosa, die mooi donkergroen en diep ingezaagd blad heeft, en een bonte variëteit ervan: Sambucus racemosa ‘Plumosa Aurea’. De bloemen en bessen van de bergvlier lenen zich echter niet voor consumptie.
De gewone vlier bloeit in mei tot in begin juni met witte, breed handvormige, platte schermen.

‘Een vlier hoef je niet te zien bloeien, die ruik je gewoon!’ De zware, friszoetige geur is vooral op warme dagen goed te ruiken. Zijn de bloemen helemaal open, dan is het tijd om ze te oogsten. Van de (gedroogde) bloemen kan een bloesemthee worden gezet of er kan onder andere vlierbloesemmelk of vlierbloesemsiroop van worden gemaakt.

 
Veel schermen, een rijke oogst Rijpe bessen zijn diep paarsblauw

Worden de bloemen aan de struik gelaten, dan komen er in september – oktober diep blauwpaarse bessen te voorschijn. Wie wel eens zo’n besje uit het scherm heeft geplukt en geproefd, griezelt waarschijnlijk voor de rest van z’n leven en zal niet gauw nog eens zo’n bes willen proeven. De bitterzoete smaak van de bes kan dus niet iedereen bekoren. Maar vergist u zich niet. Wanneer de bessen op de juiste wijze worden bereid, kunnen er verrassende dingen ontstaan. Pluk de bessen pas als ze helemaal rijp zijn. Ze zijn dan zacht en hebben de neiging van het scherm af te vallen. Onrijpe bessen zijn licht giftig en kunnen (bij kinderen) diarree veroorzaken.

Bloesemrecepten

Bloesemthee
Overgiet een eetlepel vlierbloesem met kokend water. Laat dit een kwartier trekken. Maak de thee op smaak met suiker of honing.

Vlierbloesemmelk
Gebruik vijf schermen. Trek de bloemen van het scherm (géén steeltjes!) en leg ze in een ondiepe schaal. Schenk er een halve liter koude melk overheen. Zet de schaal op een koele plek en laat het geheel een uur trekken. Zeef hierna het mengsel en voeg naar smaak bruine basterdsuiker toe. Ook lekker met een scheutje cognac.

Vlierbloesemcider
Neem 15 bloemschermen, 7 liter water, 750 gram suiker, een kwart liter wijnazijn en het sap van een ontpitte citroen. Meng het geheel en laat de oplossing een dag en een nacht staan. Zeef de oplossing en doe dit in goed afsluitbare flessen.
Wilt u een mousserende cider? Doe er – in de fles – dan een paar rijstkorrels bij. De cider kan maandenlang worden bewaard.

Vlierbloesemlimonadesiroop (Leonie Kroon)
30 grote bloemschermen of evenzovele kleinere, 3 liter water, 2 3/4 kg suiker, 3 zakjes vanillesuiker en 1 citroen.
De schermen plukken, wassen en overgieten met de drie liter water. Afgedekt 3 (!) dagen laten trekken. Zeven door een doek en opkoken met de suiker, de vanillesuiker en de uitgeperste citroen. 5 minuten door laten koken en voilà, erg lekkere limonadesiroop: 1 deel siroop met ongeveer 5 delen water. Erg verfrissend en apart.

Bessenrecepten

Vlierbessenjam
Gebruik een pond goed rijpe vlierbessen. Laat de bessen zachtjes sudderen. Roer voortdurend en voeg een pond suiker toe. Voeg ten slotte het sap van een hele citroen toe en laat de jam verder inkoken tot de gewenste dikte. Jam zonder pitten: haal dan – voordat het citroensap wordt toegevoegd – de gelei door een roerzeef.

Vlierbessenlikeur
Kneus 400 gram vlierbessen. Zeef de gelei en giet er een kwart liter brandewijn op. Doe het mengsel in een goed afsluitbare fles. Doe in de fles twee kaneelstokjes, een stukje vanille en een kruidnagel. Laat het geheel twee weken trekken. Kook een kwart liter water, waarin anderhalf kopje suiker is opgelost. De afgekoelde suikeroplossing aan de drank toevoegen. Vul de drank in nieuwe flessen. De drank kan maandenlang worden bewaard.