Tragant

0
5

Hokjespeul, tragant en wild zoethout zijn namen, die verbonden zijn met het geslacht Astralagus. Het geslacht telt meer dan 2.000 soorten, die verspreid over het noordelijk halfrond voorkomen. Daaronder zijn struiken en over de grond kruipende soorten. Astralagus ponticus komt in de Europese berggebieden voor. Voor de tuin is onder meer Astralagus angustifolius geschikt.

Alpentragant (Astralagus ponticus) groeit in de Alpen (vanaf de Dauphiné tot in Kroatië en de Karpaten), arctisch Europa en Noord-Amerika.

Astralagus ponticus

De plant komt voor op een hoogte tussen 1.500 – 2.700 meter. Ondanks dat het geen zeldzame plant is, komt hij maar sporadisch en in bepaalde gebieden in de bergen voor. De bodem moet mineraalrijk, matig kalkrijk tot lichtzuur zijn. Een situatie, die op een graat of steile rotsen kan worden aangetroffen. Alpentragant is een zo genoemde amfiarctische alpine of continentale plant. De bloeiperiode ligt tussen juli en augustus. Astralagus behoort tot de familie van de vlinderbloemigen (Fabaceae).

Wilde hokjespeul of ook wild zoethout (Astralagus glycyphyllos) komt in Nederland alleen in het noorden en zuiden van Limburg en de omgeving van Arnhem en Nijmegen voor. De naam hokjespeul is ontleend aan de vrucht, die door middel van een schot in het midden uit twee delen bestaat. Het loof van de plant heeft een zoetige smaak en wordt graag door dieren gegeten. De peulvormige vrucht is echter onverteerbaar en zodoende zorgen dieren voor de verspreiding van het zaad. De hokjespeul bloeit met gele bloemen vanaf juni tot en met september. De samengestelde bladen zijn veervormig oneven langs de stengel gerangschikt.
Alpentragant (Astralagus alpinus) heeft een grauwe stengel en dito bladen. Dit wordt veroorzaakt door de aanliggende beharing. De plant bloeit met witte bloemen, die aan het uiteinde een lichtviolette kleur hebben. Zoals de tweede naam aangeeft, groeit deze plant voornamelijk in de Alpen op morenen of in los gesteente op hellingen.
In het noorden van Europa groeit de Noorse tragant (Astralagus norvegicus), die met een meer blauwviolette kleur aan het uiteinde van de bloem bloeit. In de Hohe Tauern (Oostenrijk) komt ook deze plant beperkt voor.
Een andere soort, die meer in de Zuid-Alpen voorkomt, is Astralgus australis. De bloemspits van de bloem is dieppaars gekleurd.
Astralagus danicus groeit in het oosten van Engeland en op enkele plaatsen in Ierland op kalkrijk grasland. De plant bloeit met diep purperkleurige bloemen in mei tot en met juli. De ovale bladen van deze plant zijn behaard.
Van onder meer de West-Aziatische tragant (Astralagus gummifer) worden stoffen gewonnen, die onder andere in cosmetica en bij ijsbereiding (smaakstof) wordt gebruikt.
Voor de tuin is Astralagus angustifolius dus geschikt. De soort komt van oorsprong uit Griekenland en het Midden-Oosten. Het is een kussenvormig groeiende, overblijvende plant, die tot 45 centimeter hoog wordt. In de zomer komen er trossen met tot 2½ centimeter grote bloemen aan. De bloemen zijn roomwit met lichtpurperen uiteinden. De stengels zijn gedoornd. De plant groeit uitsluitend op een warme plaats in de zon op een leemachtige of kalkrijke kleigrond.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here