Pulsatilla vulgaris, wildemanskruid

Ach, iedereen wil wel eens heerlijk kunnen lachen, maar dat de dood erop zou moeten volgen, gaat wel erg ver. Enfin, deze waanvoorstelling hield men er in vroeger tijden over Pulsatilla op na.

De gele meeldraden contrasteren fraai met de felpaarse bloembladen

De Nederlandse naam suggereert ook niet veel goeds: wildemanskruid. Waar deze naamgeving nu weer vandaan komt? De Latijnse vertaling van Pulsatilla is geruststellender: pulsata = aangeslagen geluid. Om kort te gaan houden we het maar op ‘klokje’.

Oorspronkelijk komt wildemanskruid uit Oost-Europa. Op kalkrijke weidegrond is de plant daar nog wel te vinden. In het stroomgebied van de Limburgse Maas en de Ardennen nog heel zelden. Vanaf Zweden tot diep in de Oekraïne is wildemanskruid tot de zestigste breedtegraad te vinden.
Twee soorten zijn er in het wild: Pulsatilla patens en Pulsatilla vulgaris. Alle gekweekte vormen stammen af van Pulsatilla vulgaris.

Giftig

Wildemanskruid is giftig. Een extract op basis van alcohol is werkzaam tegen pijn en kramp, zet de nieren aan tot productie van urine (diureticum) en zet aan tot zweten.

De plant behoort tot de familie van de ranonkelachtigen (Ranunculaceae).

Pulsatilla vulgaris bloeit met grote, klokvormige bloemen, waarvan de bloemblaadjes elkaar overlappen

Wildemanskruid bloeit van april tot in mei. Tijdens de bloei is de zijdeachtige beharing op stengel en de omwindselbladen goed te zien. Het gewone blad komt pas na de bloei te voorschijn. Bladeren zijn dan twee- tot driemaal toe fijn ingesneden: ze vormen een soort omhulsel (involucrum). De bloeiwijze is vijf tot acht centimeter lang en helderpaars. Er zijn altijd zes elkaar overlappende (perigone) bloembladen aanwezig. Tijdens de bloei wordt wildemanskruid bezocht door hommels en bijen, die voor bestuiving zorgen. Zijn de bloemen bevrucht, dan vormt zich in de bloembodem een nootachtige vruchtje omgeven door zijdeachtige lange haren. De wind zorgt voor verbreiding van de zaden.

Cultuur

Wildemanskruid groeit op kalkrijke grond: in schrale weide, in heide en droge bossen. Kalk in de grond is een absolute voorwaarde voor het slagen van wildemanskruid in de tuin. Op kiezel- of gruisgrond met een weinig humus groeit de plant prima. Voor een rots- of alpinetuin is het een uitstekende plant, waaraan lange tijd plezier kan worden beleefd. Geef de plant een zonrijke plaats op een blijvend vochtige grond. Aan verplanten heeft wildemanskruid een hekel; verstoringen aan de wortels zorgen dan voor het klein blijven van de plant. Wildemanskruid kan door delen in het najaar worden vermeerderd.
Pulsatilla vulgaris wordt ook vaak te koop aangeboden onder de naam Anemone pulsatilla. Wildemanskruid doet het ook goed op vaas.

Variëteiten

Botanische naam Bloemkleur
Pulsatilla vulgaris var. alba wit bloeiend
Pulsatilla vulgaris var. rubra donkerrode bloemen
Pulsatilla vulgaris ‘Mrs. Van der Elst’ met zuiverroze bloemen
Pulsatilla vulgaris ‘Nigella’ donker violette bloemen
Pulsatilla vulgaris ‘Letchworth Seedling’ rode bloemen
Pulsatilla vulgaris ‘Rode Knokke’ grootbloemig, rode bloem
Pulsatilla alpina subsp. alpina grootbloemig, witte bloem
Pulsatilla bungeana kleine, witroze bloem
Pulsatilla halleri kleine, wit of lavendelpaarse bloem
Pulsatilla montana middelgrote bloem, paars of blauwe bloem
Pulsatilla patens zeer grote, paarse bloem met witte of lichtgele buitenkant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *