Viola, winterviool

De winterviool is geschikt voor in een bloembak op het balkon. En vooral voor degenen, die in de winter wat kleur in een kale omgeving en tuin willen brengen.

De winterviool bloeit vanaf de late herfst tot ver in mei

De winterviool is volkomen winterhard en zal ondanks vorst en sneeuw bloemen produceren. Iets, wat dan van maar weinig planten kan worden verwacht. Troosteloze tuinen en balkons hoeven echt niet. De winterviool kan goed worden gecombineerd met bijvoorbeeld nieskruid (Helleborus), winterbloeiende heide (Erica) en parelbes (Pernettya).

Er zijn meer dan 500 soorten viool (Viola) bekend. De meeste soorten groeien in het noorden van Amerika, op de hoogvlakten van het Andesgebergte en in delen van Japan. Ze groeien vrijwel allemaal in gebieden met een gematigd klimaat. De meeste soorten groeien met kruipende wortelstokken (rhizomen). Tijdens de groei wordt in de rhizomen voedsel verzameld om buiten het groeiseizoen te kunnen overleven. De echt wilde soorten hebben veel kleinere bloemen dan de gekweekte vormen. De bloem van een wilde soort is zelden groter dan 2 tot 3 centimeter. Elke bloem van het viooltje heeft twee opstaande en drie uitstaande onderste kroonbladen. Sommige soorten – vooral de blauwbloemigen daaronder – bevruchten zichzelf. Dit wordt cleistogamie genoemd.

Veel gecultiveerde soorten hebben als voorouders Euraziatische soorten, zoals Viola lutea, Viola amoena, Viola cornuta of Viola x wittrockiana.

Winterviolen zijn in vele kleuren te koop

Gekweekte, vormen die bij ons bekend staan als perkplant, zijn in wezen een kortlevende, vaste plant. De viool als perkplant staat als eenjarig te boek. De winterviool verdraagt vorst goed en bloeit bovendien rijk tijdens perioden met een lage temperatuur. De winterviool kan worden gezaaid. Meestal gebeurt dit in de eerste twee weken van augustus, maar voor een paar euro heb je al een aardig kistje vol met fleurige violen. Tijdens het groeiseizoen kan een viool ook worden gestekt. Winterviolen zijn er in een verscheidenheid aan kleuren. De voornaamste kleuren, waarmee de winterviool te koop wordt aangeboden, zijn licht- en donkerblauw, wit, roodachtige tinten, geel en oranjegeel. Plant violen in een licht humeuze, goed water doorlatende grond.
Winterviolen staan bij voorkeur niet in de volle zon. Door vorst bevriest het vocht in de cellen (vacuoles) van de groene delen enigszins. Zonneschijn zet een plotselinge dooi in, waardoor cellen kunnen worden beschadigd. Als onderlinge plantafstand kan 15 centimeter worden aangehouden. Wanneer de kracht van de zon vanaf half april weer toeneemt, gaan de violen rekken: ze krijgen lange, slappe stengels. Zo omstreeks begin tot half mei is de winterviool verworden tot een complete chaos. Dan ook is het tijd om ze uit de balkonbak of tuin te verwijderen en door iets anders te vervangen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *