Sterjasmijn, het mooiste op oog/neushoogte

0
14
Sterjasmijn

Witte bloemen met een sterke en aangename geur heten al vlug jasmijn in tuinkringen.Hoewel er een hele groep echte jasmijnen is (Jasminum, behorend tot de olijffamilie) met tropische en winterharde soorten, is dat kennelijk nog niet voor iedereen genoeg. Zo zijn er de boerenjasmijn (Philadelphus, uit de hortensia-familie) en de sterjasmijnen. Wit en geurend.
Sterjasmijnen behoren tot de maagdenpalmfamilie. Dat is in de details ook goed terug te vinden: het glimmende blad en de vorm van de bloemen lijken heel veel op dat van de maagdenpalm.

Sterjasmijnen zijn ook net als maagdenpalm als een kruipende bodembedekker te kweken. Het mooiste zijn ze toch wel als klimplant met bloemen op oog/neushoogte. Andere typische kenmerken van de

Sterjasmijn
Een groenblijvende klimmer met in de zomer roomwitte, verrukkelijk
geurende bloemen

maagdenpalmfamilie zijn de zaaddozen, die een beetje aan de hoorns van een of andere herkauwer doen denken. Onder de Apocynaceae, zoals de maagdenpalmfamilie officieel heet, is een groot aantal behoorlijk giftige planten. Trachelospermum wordt in het algemeen niet genoemd op lijsten van giftige planten, maar gezien de familiebanden is enige voorzichtigheid wel geboden. U kunt maar beter niet het eerste geval worden…

In Nederland wordt Trachelospermum vooral gezien als een plant voor in de kas of in een serre of als kuipplant, maar hij kan het goed doen in de tuin. De witte sterjasmijn (Trachelospermum jasminoides) is iets gevoeliger voor kou dan de gelig witte Japanse sterjasmijn (Trachelospermum asiaticum). Beide kunnen op een beschutte plaats heel goed buiten gekweekt worden en verdragen dan op een droge plaats temperaturen van respectievelijk -10 en -15 graden. Voor de zekerheid kunt u natuurlijk altijd een aantal stekken binnen laten overwinteren. Dat moet op een lichte plaats, want de planten laten hun bladeren niet vallen. Die van de Japanse sterjasmijn worden bovendien in de herfst een tikje rood, wat ze wat extra sierwaarde geeft.

Sterjasmijnen zijn verder makkelijke planten: Ze weinig kieskeurig voor grondsoort, al doen ze het het beste in enigszins voedzame, humushoudende

Sterjasmijn, peulen
Na de bloei verschijnen er vruchten in de vorm van 20 cm lange peulen

grond op een niet al te vochtige plaats. Droogte verdragen ze beter dan te veel water. Al zitten ze er ook niet mee als hun voeten na een natte periode een poosje in het water staan. Als het maar weer eens opdroogt. Verder vinden ze zowel zon als halfschaduw goed. Eenmaal goed groeiend worden ze snel groter, maar gaan nog lang niet echt woekeren en zijn nog lang te leiden. Omdat de stengels snel verhouten, zijn ze ook met wat moeite tot een struikje terug te knippen. Vooral als ze als kuipplant worden gebruikt, is dat handig.
In de natuur groeien ze rond bomen en hechten zich daar aan de stam door zich er strak tegenaan te drukken. Dat gaat in de meeste tuinen niet, maar dan kunnen ze geleid worden door een gazen hekwerk of een trellisscherm. Ook langs een pergola staan ze fraai, maar ze kunnen wat kalig worden. Voor een fraai begroeide pergola is het dan beter er een andere klimplant, bijvoorbeeld een eenjarige, doorheen te laten groeien. In het binnenland van Italië, waar de wat gebruikelijker klimplanten het moeilijk hebben, begroeien sterjasmijnen soms hele wanden en muren.
De planten beginnen te bloeien in het voorjaar, in mei, en bloeien dan meteen op hun rijkst. Ze blijven het hele jaar doorbloeien tot laat in de herfst, maar met steeds minder bloemen.
[ Peter Mudde

]

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here