Akeleibladige ruit: Thalictrum

0
12

Het geslacht Thalictrum bestaat uit wel meer dan driehonderd soorten vaste planten. De plant is vooral bekend om z’n pluizige bloemen en mooi varenachtig blad. Een uitstekende plant voor in de halfschaduw tot diepe schaduw.

T. aquilegifolium ‘Atropurpureum’ heeft purperroze meeldraden

Onder heesters of in contrast met forsbladige vaste planten is Thalictrum geschikt. De grond moet vooral voldoende vocht kunnen vasthouden voor een goede groei.

Ruit is simpelweg de Nederlandse naam voor Thalictrum. De toevoeging aquilegifolium duidt erop dat het blad op dat van de akelei lijkt. De plant komt van nature voor in Eurazië, is polvormend en wordt ongeveer een meter of meer hoog en vijfenveertig centimeter breed. Het blad is donkergroen tot grijsgroen. De bladen zijn ellipsvormig en getand. Ruit bloeit in mei – juni met onbetekenende kroonblaadjes, die spoedig na uitkomen van de bloem afvallen.

T. aquilegifolium ‘Album’ bloeit volkomen wit

Wat overblijft, zijn de talrijke, sierlijk pluizige meeldraden met gele of purperen helmknopjes.

Van Thalictrum aquilegifolium (Ranunculaceae) zijn twee variëteiten van belang voor de tuin: ‘Atropurpureum’, die met een purperviolette tot dieproze kleur bloeit, en ‘Album’, die zuiver wit bloeit.
Ruit kan in het voorjaar worden vermeerderd door delen van de pol of door zaaien in de herfst. Ruit heeft de eigenschap zichzelf uit te zaaien. Jonge plantjes, die na één tot twee maanden uit de zaden te voorschijn komen, kunnen dan eenvoudigweg worden uitgeplant op de plaats waar ze gewenst zijn.
Om de grond voldoende vocht te laten vasthouden is een toevoeging van potgrond vermengd met wat compost aan te bevelen. Aan het begin van het najaar wordt bij de ruit, net zoals bij de akelei, het loof halverwege de plant afgeknipt. Spoedig daarna zal zich nieuw loof vormen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here