Salix integra ‘Hakuro-nishki’, een sierlijke wilg uit Japan

In Japanse tuinen worden bomen en struiken graag geënsceneerd en vervullen ze een duidelijke rol in wat de beschouwer daaraan kan aflezen. Die traditie hebben wij in het Westen nauwelijks. Overheersing van de natuur kwam vooral tot uiting in de tijd van Lodewijk XIV. Bomen en struiken werden gekunsteld en gesnoeid, vooral een architecturale uitstraling was van belang. Zo werd de overheersing van de mens op de natuur manifest gemaakt.

Over Salix integra ‘Hakuro-nishki’
ligt een witte gloed

Vandaag de dag raken we weer in de ban van die gekunsteldheid. Is er weer meer behoefte aan duidelijke vormen? Salix ‘Hakuro-nishki’ laat zich graag vormen.

Graag lopen wij zo af en toe over begraafplaatsen. Niet zozeer vanwege het betreuren van de doden, maar meer uit nieuwsgierigheid naar welke planten en struiken liefdevol zijn gekozen om op het graf van een dierbare te prijken. Beplanting kan daar letterlijk in alle rust tot volwassenheid uitgroeien. De meest bizarre en vooral bijzondere soorten zijn daar te zien. Leerzame wandelingen zijn dat voor mij in die omgevingen in een bijna volmaakte stilte.

De laatste jaren zijn verschillende Japanse wilgvariëteiten ingevoerd, zoals Salix koriyanagi, Salix ‘Kurome’ en Salix udensis ‘Sekka’.
Salix integra ‘Hakuro-nishki’ is zo’n Japans struikje, dat op begraafplaatsen veelvuldig voorkomt. In tuinen zijn ze nauwelijks te zien. De compacte vorm, waarin deze variëteit groeit, heeft een architectonische uitstraling zonder dat van een merkbare gekunsteldheid sprake is.

 
Scheuten van Salix integra ‘Hakuro-nishki’ zijn purperrood
en ook over de katjes hangt een purperode kleur

Purperrode kleuren

Salix ‘Hakuro-nishki’ is heel geschikt voor op het balkon of in een kleine tuin. De struik wordt op stam aangeboden en is meestal niet hoger dan één tot anderhalve meter. Die hoogte is ook goed te behouden door de struik af en toe in het najaar eens licht te snoeien. Behalve de compacte vorm is deze wilg vooral mooi vanwege de purperrode kleur van de uiteinden van de twijgen. Meer naar het hart toe zijn de twijgen lichtgroen. In februari – april steekt de bladkleur opvallend af tegen die purperrode kleur. De bladen zijn heel lichtgroen met een witte waas erover. De uitkomende katjes hebben dezelfde groene kleur als het blad. De schutblaadjes hebben een zwart bladtopje. In gesloten toestand zijn de katjes diep paarszwart. Naarmate ze meer uitkomen, komt een purperrode kleur over de katjes.

Vormen dicteren

Salix integra ‘Hakuro-nishki’ leent zich goed om gekunsteld te worden. Twijgen kunnen worden aangebonden in bijna iedere gewenste vorm en richting. Voor het aanbinden is ijzerdraad of zijn bamboestokken heel bruikbaar. Zo kunnen platte, bolronde of opgaande ‘kronen’ aan de struik worden opgelegd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *