De bezembrem, de hoogste in zijn soort

0
14

De bezembrem of gewone brem: twee synoniemen, die deze struik alle eer aandoen. In de eerste plaats groeit deze bremsoort met lange groene en dunne twijgen in een sterk opgaande vorm. Ten tweede komt de struik vrij algemeen voor in Europa. Vanaf het zuiden van Zweden, in

De bezembrem groeit met dunne, kantige twijgen, die groen blijven

geheel West-Europa tot in het uiterste zuiden van Portugal en in Noord-Afrika en de Oekra&iuml,ne. Afgezien van de bezemachtige groeiwijze is dit de hoogst groeiende struik van alle bremsoorten en de bloei is haast overdadig.

De tweede naam van bezembrem – scoparius – is afgeleid van het Latijnse woord scopae, dat voor bezem staat, of scopa, dat dunne tak betekent. Cytisus is een vlinderbloemige (Fabiflorae) en behoort tot de subfamilie Leguminosae. Botanisch gezien is bezembrem (Cytisus scoparius) wel interessant. De struik bestaat hoofdzakelijk uit lange, groenblijvende twijgen met daaraan spaarzaam drie bijeen staande blaadjes. De assimilatie (fotosynthese) vindt in hoofdzaak plaats via de gevoorde twijgen. Een bezembrem wordt tot tweeëneneenhalve meter hoog. Het is één van de krachtigst groeiende bremsoorten. De bloei vindt plaats in mei – juni. Een bezembrem bloeit pas in het derde levensjaar. De bloemen zijn goudgeel van kleur en vallen vooral op door hun grootte. Er staan één tot twee bloemen bij elkaar. Bezembrem bloeit ontzettend rijk.

Zaden giftig

Na de bloei ontwikkelen zich bruinzwarte peulen, ook wel kokers genoemd, waarin de zaden zijn opgeborgen. Als het warm genoeg is en de zon op de peul schijnt, springt deze plotseling

Peulen van de bezembrem
Van juli tot ver in het voorjaar zitten er peulen aan de struik

open en komen de zaden vrij. Hierdoor is bezembrem in sommige gebieden tot een plaag geworden. De zaden zijn giftig. Er worden stoffen uit gewonnen voor hart stimulerende, bloeddruk verhogende en vaat vernauwende middelen.

Brem snoeien

Cytisus scoparius bloeit op hout van het voorgaande jaar. Direct na de bloei kan worden gesnoeid. Snoei voorkomt verzwakking van de struik en een stakerige groeivorm. Het beperkt bovendien de hoeveelheid peulen. Om een bossige groei te krijgen kunnen de scheuten worden getopt. Bij volgroeide struiken worden de uitgebloeide scheuten met tweederde van hun lengte ingekort, boven een knop of scheut onder de uitgebloeide bloemen. Een bezembrem loopt niet uit op volgroeid, oud hout. Een volledige verjonging van de struik is er dus niet bij. Vervang zo nodig oude exemplaren door nieuwe. Een bezembrem wordt op een natuurlijke wijze verjongd als gevolg van strenge vorst. Bovengrondse delen sterven dan af. In het voorjaar loopt de struik weer uit alsof er niets is gebeurd.

Een struik verwant aan de bezembrem is de gaspeldoorn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here