Uit de subtropen: Salvia azurea

De roodbloeiende, eenjarige Salvia heeft iedereen wel eens in z’n tuin. Minder bekend is dat er naast de vaste plant salvia ook struiken van dit geslacht bestaan. De struiken zijn niet genoeg winterhard om in de tuin te worden geplant. Import is beperkt tot maar enkele soorten. Salvia azurea is daar één van. Het is een struik, die in de zomer op balkon, in de serre of op het terras niet misstaat en door de lange bloei zeker wat meer aandacht verdient.

Blauwgroen blad

De struik moet bij kamertemperatuur overwinteren.

Als je Salvia azurea om z’n mooie bloemen in een impuls koopt, kun je daar spijt van krijgen. Het is niet echt eenvoudig nog jaren plezier te beleven aan de struik. Wie geld genoeg heeft en de struik voor tijdelijk genoegen aanschaft, zal het een zorg zijn hoe je hem overhoudt. Wie dat wel een zorg is, zal wat zorg moeten besteden aan snoeien, toppen, bemesten en water geven.

Snoeien en toppen

Salvia azurea komt uit de warme delen van Zuid-Amerika. Geef deze salvia een warme plaats in de zon. Door de subtropische oorsprong is snoeien in warme landen niet nodig. In koele klimaten juist wel. Ieder jaar na de bloei is het nodig de struik tot op de gesteltakken terug te snoeien. Jonge uitlopers worden tot het begin van de lente telkens getopt. Onder toppen wordt verstaan: het topgedeelte van de scheut met daaraan twee blaadjes afknippen of afknijpen. Zonder te snoeien en te toppen wordt de struik stakerig en langgerekt van vorm.

De bloemen hebben een
lange bloembuis

Herstel van verwaarloosde struiken door eens een keer grondig te snoeien loopt in de meeste gevallen niet goed af. De struik loopt niet meer uit en gaat dood.

Bemesten en water geven

Salvia groeit op een kalrijke grond. Gebruik bij verpotten in het voorjaar een goede potgrond en voeg daaraan een hoeveelheid compost toe (hoeveelheid: twee bloempotjes van zeven centimeter in doorsnede met compost op één emmer potgrond). Eén keer per maand mag vloeibare plantenvoeding aan het gietwater worden toegevoegd. In het groei- en bloeiseizoen moet de grond matig vochtig worden gehouden. In de winter volstaat één keer per week een beetje water geven.

De (half)struik is ingedeeld bij de familie van de Lamiastraceae. Bladeren zijn aan onder- en bovenkant licht behaard. Jong blad is grijsgroen van kleur, oudere bladeren hebben een blauwbruine gloed.
Salvia azurea bloeit vanaf begin april tot september. Bloemen staan in tros, de kelkbloem staat op een lange buis (25 – 35 mm lang). Meestal bloeien er een paar bloemen tegelijk, waarna de rest volgt. Uitgebloeide bloemen worden weggeknipt boven een bladpaar. Hier ontspruit(en) één of meer nieuwe scheut(en), waaraan weer bloemen komen. De struik kan een hoogte van 2 meter bereiken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *